Antje Weithaas en Amsterdam Sinfonietta spelen Mozart en Dvořák

Amsterdam Sinfonietta
Antje Weithaas viool
Georgy Kovalev altviool

Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.

Jörg Widmann (1973)

Aria (2015)
voor strijkers

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Sinfonia concertante in Es gr.t., KV 364 (1779-80)
voor viool, altviool en orkest
Allegro maestoso
Andante
Presto

pauze ± 20.55 uur

Antonín Dvořák (1841-1904)

Serenade in E gr.t., op. 22 (1875)
voor strijkers
Moderato
Tempo di valse
Scherzo vivace
Larghetto
Finale: Allegro vivace

einde ± 21.50 uur

Toelichting

Jörg Widmann (1973)

Aria

Door Noortje Zanen

Wie zonder voorkennis naar de van Jörg Widmann luistert, zal wellicht vermoeden dat de componist zelf óók een strijker is, want hij benut en verkent de talrijke klankmogelijkheden van de diverse strijkinstrumenten. Maar nee, Widmann is actief als klarinettist, componist en , en alles op volle toeren. Zijn indrukwekkende en bekroonde oeuvre omvat naast diverse werken voor strijkkwartet en ­strijkorkest ook talloze soloconcerten en composities voor blazers, en het theater. Widmann voltooide zijn Aria in 2015 en Amsterdam Sinfonietta speelde de Nederlandse première in 2016 tijdens de Gaudeamus Muziek­week in Utrecht.

Het is een stuk voor dertien strijkers, die allen een afzonderlijke partij spelen. Uit dit stemmenweefsel komen twee protagonisten los, een soloviool en een soloaltviool, die samen een onderhoudend zingen. ‘De meervoudig verdeelde strijkers wekken de indruk van denkbeeldige stemmen’, aldus Widmann. ‘Deze structuur stelt hoge eisen aan elke individuele musicus als kamermuziekspeler, van de eerste tot de laatste lessenaar.’ De concertante partijen voor viool en klinken soms na elkaar en soms precies tegelijkertijd en de solisten schitteren in alle registers van hun instrument, van extreem hoge passages tot heel donkere in het onderste bereik. e ën worden afgewisseld met opvallende klankeffecten, van opgewonden trillers tot woest gestreken en. Omdat de overige elf strijkers de twee solostemmen nooit mogen overstemmen, op nadrukkelijk verzoek van de componist zelf, spelen zij met een . ‘Aan het einde van de Aria streven alle muzikale lijnen ernaar om op te stijgen en weg te zweven in de hoogte, maar ze zinken uiteindelijk melancholisch weg in de diepte van de laagste strijkers.’

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Sinfonia concertante

Door Noortje Zanen

Wolfgang Amadeus Mozart was niet alleen een uitzonderlijk begaafde componist en een virtuoze pianist, hij speelde ook uitstekend viool en . Mede dankzij zijn vader Leopold leerde Mozart als piepklein jongetje al vioolspelen. Hoewel hij zelf eigenlijk liever piano speelde, het instrument waarmee hij later beroemd zou worden in Wenen, bleef zijn vader hem nog lang stimuleren om het vioolspelen niet op te geven. ‘Je weet zelf niet hoe goed je eigenlijk vioolspeelt. Als je maar eer doet aan jezelf en met energie, bevlogenheid en betrokkenheid speelt’, zo schreef Leopold eens aan zijn zoon. Niet voor niets werd hij in 1769 als dertienjarige jongeling al aangesteld als concertmeester aan het hof van Salzburg. Een paar jaar later zou hij vijf vioolconcerten en een aantal eendelige werken voor viool en orkest schrijven. Helaas zijn er weinig gegevens bekend over Mozarts optredens in Salzburg, maar uit de uitvoerige briefwisseling met zijn familieleden blijkt in ieder geval dat hij een paar van zijn eigen vioolconcerten daadwerkelijk zelf heeft uitgevoerd, zowel in Salzburg als tijdens zijn reizen door Europa. Omdat de combinatie van viool en altviool heel populair was in Salzburg ligt het voor de hand dat Mozarts concertante in Es groot daar óók heeft geklonken. Mogelijk heeft de componist toen zelf de altvioolsolo gespeeld, zoals hij in zijn eigen strijkkwartetten ook het liefst de altvioolpartij speelde.

Meer nog dan in zijn vioolconcerten experimenteerde Mozart in zijn Sinfonia concertante met nieuwe instrumentale klankcombinaties. De twee solisten voeren een elegante dialoog, waarbij ze elkaar imiteren of juist onderbreken. Soms worden de solisten ondersteund door het orkest, maar nog vaker functioneert het orkest als derde solostem. De rijke orkestklank krijgt een extra diepe kleur omdat de altvioolgroep twee verschillende partijen speelt. In het eerste deel voeren de instrumentalisten een gracieus en zwierig gesprek, in het tweede deel overheerst de dramatiek en het laatste deel is vooral speels en energiek.

Antonín Dvořák (1841-1904)

Serenade

Door Noortje Zanen

Net als Mozart leerde de ­Tsjechische componist Antonín Dvořák al op jonge leeftijd viool en spelen. Als jongetje speelde hij vooral Boheemse volksmuziek voor zijn plezier, later werd hij beroepsaltist en -violist en componeerde hij veel kamermuziek voor zijn favoriete instrumenten. Ook de aantrekkelijke strijkerspartijen in zijn orkestwerken bewijzen dat hij van strijkers hield. Zijn in E groot, 22 voor strijkorkest is misschien wel het mooiste voorbeeld. Dvořák schreef het stuk in 1875, een gelukkige periode in zijn leven aan het begin van zijn carrière. Hij was net getrouwd, zijn eerste zoon werd geboren, zijn composities werden eindelijk gewaardeerd en hij ontving een prestigieuze Oostenrijkse staatsbeurs ter ondersteuning van ‘jonge, arme en talent­volle kunstenaars’. Johannes Brahms, die in de jury van deze staatsbeurs zat, was onder de indruk van Dvořák en introduceerde hem bij zijn Duitse uitgever Simrock met een noodoproep: ‘Een zeer talentvol mens. En arm bovendien!’ Dit was het begin van Dvořáks internationale doorbraak. Mede gestimuleerd door de Oostenrijkse beurs voltooide Dvořák in 1875 zijn Vijfde symfonie, een aantal kamermuziekwerken en ook de Serenade in E groot.

Voor de Serenade had hij slechts twaalf dagen nodig en in deze aantrekkelijke compositie weerklinkt de voorspoed van de componist. De vijf delen hebben eenvoudige vormen en een verscheidenheid aan stemmingen, variërend van uitbundige vrolijkheid tot zangerige intimiteit en melancholie. Het enige langzame (vierde) deel is en wijs en het uitbundige en gedreven slotdeel doet denken aan een Boheemse volksdans. In alle delen klinken onweerstaanbaar aantrekkelijke ën, vol Slavische hartstocht en karakteristieke s. Sinds de première in 1876 in Praag is de Serenade wereldwijd met veel succes ontvangen en ze behoort tot op de dag van vandaag tot Dvořáks populairste composities. Een recensent verklaarde in 1879 het succes als volgt: ‘Dat we deze Serenade zo aantrekkelijk vinden en dat deze muziek zo geliefd is in de breedste kringen heeft te maken met twee kenmerken die we tegenwoordig nog maar zelden tegenkomen, maar die uiteraard wel samengaan: natuurlijkheid en elegantie.’

Biografie

Amsterdam Sinfonietta, strijkorkest

Amsterdam Sinfonietta, opgericht in 1988, geeft zo’n 65 concerten per jaar in binnen- en buitenland met strijkersrepertoire van de tot opdrachtcomposities en nieuwe arrangementen. De uitvoeringen staan meestal onder leiding van concertmeester en artistiek leider – sinds 2003 – Candida Thompson (hierboven op de foto).

De strijkers trekken op met vooraanstaande solisten, onder wie violiste Simone Lamsma, cellisten Kian Soltani en Sol Gabetta en pianisten Lucas en Arthur Jussen, Fazıl Say en Beatrice Rana.

Een tournee met Janine Jansen met De vier jaargetijden van Vivaldi werd in 2022 bekroond met De Ovatie van de VSCD. Amsterdam Sinfonietta gaat ook graag grensverleggende samenwerkingen aan – recent met Nai Barghouti respectievelijk Maria Mena – en integreert in zijn programma’s film, dans (bijvoorbeeld met ISH Dance Collective) of theater (bijvoorbeeld met Orkater). De discografie omvat titels als The Mahler Album, The Argentinian Album, Lento Religioso en Tides of Life (met Thomas Hampson), maar ook Franse chansons met Thomas Oliemans en producties met De Dijk, Jonathan Jeremiah en Rufus Wainwright.

In samenwerking met Het Concertgebouw zijn er sinds 2005 KleuterSinfonietta-­voorstellingen, zoals deze maand Speelgoedfabriek Tokkel & Strijk. Het Concertgebouwdebuut van Amsterdam Sinfonietta dateert van 28 maart 1993, en in seizoen 2023/2024 was het gezelschap Spotlight-artiest van de Eigen Programmering. De vorige keer dat een afvaardiging uit het strijkorkest kamermuziek speelde in de was op 13 april 2024, samen met pianist Alexander Gavrylyuk.

Antje Weithaas, viool

Antje Weithaas studeerde onder andere bij Werner Scholz aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn, waar ze sinds 2004 zelf les geeft. De Duitse violiste won in 1987 het Kreisler Concours in Graz, in 1988 het Internationale Bachconcours in Leipzig en in 1991 het Joseph Joachim Viool­concours in Hannover.

Ze musiceerde met het Deutsches Symphonie-­Orchester Berlin, de Bamberger Symphoniker, het Bundesjugend­orchester en een groot aantal Duitse omroeporkesten; internationaal werd ze geëngageerd door bijvoorbeeld het Philharmonia Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, het San Francisco Symphony Orchestra, de Los Angeles Philharmonic, het Taiwan Philharmonic Orchestra, het Residentie Orkest Den Haag en het Nederlands Philharmonisch Orkest.

Antje Weithaas was tien jaar artistiek leider van Camerata Bern en was in 2021/2022 artiste associé bij het Orchestre de Chambre de Paris.

In de van Het Concertgebouw was ze onder meer te gast met het Arcanto Quartett, dat ze vormde met violist Daniel Sepec, altvioliste Tabea Zimmermann en cellist Jean-Guihen Queyras. In mei 2022 speelde ze er met pianist Enrico Pace, cellist Julian Steckel en klarinettiste Sharon Kam, en in oktober 2023 in een met Julian Steckel en pianiste Kiveli Dörcken. Antje Weithaas bespeelt een viool van Peter Greiner uit 2001.

Georgy Kovalev, altviool

De Russisch-Duitse altviolist Georgy Kovalev werd geboren in Tbilisi, werd leerling van Yuri Bashmet in Moskou en van Matthias Buchholz in Keulen, en studeerde vervolgens aan de Kronberg Academy bij Nobuko Imai en aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ bij Tabea Zimmermann.

Hij won prijzen van de Yuri Bashmet International Viola Competition, de Tokyo International Viola Competition en de Johannes Brahms Wettbewerb en soleerde bij de New Japan Philharmonic, het Münchener Kammerorchester en de Kremerata Baltica.

De altist heeft een grote liefde voor kamermuziek, wat resulteerde in optredens met Christian Tetzlaff, Steven Isserlis, Fazıl Say, Frans Helmerson, Emanuel Ax en Jörg Widmann en uitnodigingen van evenementen als de Schu­bertiade, het Verbier Festival, het Ravinia Festival, de Heidelberger Frühling en het Rheingau Festival.

Georgy Kovalev maakt deel uit van het Corneille Piano Quartet en vormt een strijktrio met violist Stephen Waarts en celliste Ella van Poucke. Sinds 2021 is hij bovendien aanvoerder van de altviolen van Amsterdam ­Sinfonietta. Bij zijn vorige optreden in de , in november vorig jaar, stonden klarinetkwintetten op de lessenaar met Olivier Patey, Maria Milstein, Mathieu van Bellen en Quirine Viersen. Georgy Kovalev bespeelt een instrument uit 1820 van de Londense bouwer Bernhard Simon Fendt.