Anne-Sophie Mutter speelt Franse vioolklassiekers

Grote Solisten 20.15 uur

Anne-Sophie Mutter viool
Lambert Orkis piano

Sebastian Currier 1959

Clockwork (1989)
Lifeless
Turbulent
Searching
Restless

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Sonate in A gr.t., KV 526 (1787)
Molto allegro
Andante
Presto

pauze

Maurice Ravel 1875-1937

Sonate in G gr.t. (1923-27)
Allegretto
Blues: Moderato
Perpetuum mobile: Allegro

Francis Poulenc 1899-1963

Sonate (1942-43)
Allegro con fuoco
Intermezzo: Très lent et calme
Presto tragico 

Camille Saint-Saëns 1835-1921

Introduction et rondo capriccioso in a kl.t., 
op. 28 (1863)

begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur

Toelichting

Sebastian Currier 1959

Clockwork

Tekst: Michiel Cleij 

Anders dan veel Europese collega’s voelen Amerikaanse componisten zich volledig vrij om in te haken op oude tradities of andermans stijl. Ook Sebastian Currier maakt geen geheim van zijn inspiratiebronnen, ­variërend van Bach en Scarlatti tot Hindemith.

Het leverde hem niet alleen publiekssucces op, maar ook de inzet voor zijn werken van Anne-Sophie Mutter (die zijn vioolconcert Time Machines in première bracht) en diverse andere vertolkers van naam. 

Clockwork componeerde hij in 1989 voor violist Lewis Kaplan. Het is een van de werken waarin Currier van zijn fascinatie voor mechanieken getuigt: de regelmatige puls en de strakke bewegingen wekken de indruk van een minutieus raderwerk. De vier korte delen gaan zonder onderbreking in elkaar over.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Sonate KV 526

Het artistieke leven van Wolfgang Amadeus Mozart – voor zover hij überhaupt een ander leven had – kende geen rustpunten. Die kon hij zich niet permitteren, als hij dat al had gewild.

Wanneer hij niet voor een opdrachtgever componeerde, deed hij dat wel voor zichzelf.

Hij moest muziek schrijven voor edellieden, geestelijken en theaterdirecteuren, lesmateriaal voor zijn leerlingen maken, rijke en/of bevriende musici van nieuw repertoire voorzien. Daarnaast componeerde hij voor eigen gebruik: als of pianist van eigen werk kon hij de belangstelling voor zijn muziek aanzienlijk vergroten.

Uiteraard hield hij zich ook bezig met het relatief nieuwe vioolduet-genre. Vooral zijn latere vioolsonates vallen op door de ‘welbespraaktheid’ van de vioolpartijen, door velen vergeleken met -’s.

De  in A groot, KV 526 componeerde hij in 1787, gelijktijdig met de opera Don Giovanni – maar juist in dit werk is het vooral de briljante ­pianopartij die de aandacht trekt, zeker in het eerste deel. Mozart was een pianist en schreef dit werk vermoedelijk voor eigen gebruik.

Glitter kenmerkt ook het slotdeel, een gebaseerd op een van de door Mozart gewaardeerde componist Carl Friedrich Abel. Maar het hoogtepunt is het tussenliggende , een van die kalme, bijna etherische Mozart-ën waarin elke noot expressief is.

Maurice Ravel 1875-1937

Sonate

Om een muziekvernieuwer te zijn, hoef je niet alle tradities overboord te kieperen. Maurice Ravel hechtte aan oerklassieke vormen als en rapsodie, maar gaf die nieuw leven met wonderlijke en en vaak exotisch aandoende ën.

Zelf beschouwde hij de Vioolsonate in G groot als één van zijn geslaagdste werken. Het is ook een van zijn laatste, gecomponeerd toen hij zijn toch al rijke klankpalet had verrijkt met jazzinvloeden – een nieuwigheid waarvoor geen enkele Parijse componist zich na de Eerste Wereldoorlog kon afsluiten.

Jazzy en en blue notes hoor je verspreid door de hele , maar vooral in het tweede deel – en om over zijn inspiratiebron geen misverstand te laten bestaan, laat Ravel de violist een banjo of gitaar imiteren. Nog fascinerender en vreemder is het eerste deel, waarin viool en piano hun eigen gang lijken te gaan en soms in verschillende en spelen zonder het contact te verliezen.

Dat ook Ravel een voorliefde had voor mechanisch aandoende patronen blijkt uit de finale, een fijn raderwerk van noten dat toch nergens ontspoort.

Francis Poulenc 1899-1963

sonate

Van een oppervlakkig imago is Francis Poulenc nooit helemaal af gekomen. Toch werd hij een klinkende naam in hetzelfde Parijs waar ook grote modernisten als Maurice Ravel, Igor Stravinsky en Sergej Prokofjev actief waren; intimiderend gezelschap. Poulenc kende zijn plaats.

Hij was geen man van grote ambities en artistieke pretenties. Als twintiger had hij zijn eigen stem gevonden met neoklassieke miniaturen vol vrolijke en en cafériedels. Het was een componeerstijl die aansloot bij de grote schoonmaak na de Eerste Wereldoorlog – anti-romantisch, fris en zeer Frans – en die altijd Poulencs handelsmerk zou blijven.

De religieuze en tragische werken die hij op latere leeftijd componeerde kwamen dan ook voor velen als een verrassing. Maar welbeschouwd had zich in zijn karakteristieke frivoliteit al eerder een subtiel craquelé afgetekend; eenzaamheid en sterfgevallen in zijn vriendenkring hadden hem in de jaren dertig sadder and wiser gemaakt.

De Vioolsonate uit 1940 bruist als een typisch Poulenc-stuk, maar zit vol manhaftig gecamoufleerde pijn, vooral in het centrale deel. Het is een hommage aan de enkele jaren eerder vermoorde Federico García Lorca, de Spaanse dichter, wiens dood in kunstenaarskringen een storm van anti-fascistische reacties ontketende.

Bij Poulenc speelde op de achtergrond mee dat García Lorca homoseksueel was, evenals hijzelf. Maar zoals in al zijn composities hoedde hij zich voor sentimentaliteit; je kunt de Vioolsonate evengoed horen als een abstract muziekstuk met een pakkende licht- en schaduwwerking.

Camille Saint-Saëns 1835-1921

Introduction et rondo capriccioso

Evenals Poulenc en Ravel verkoos Camille Saint-Saëns strak klassiek lijnenspel boven romantische deining. Van de vele emotionele dieptepunten in zijn leven hoor je hoegenaamd niets terug in zijn muziek. Alleen in woord en geschrift kon hij uitvaren – niet uit zelfbeklag, maar uit frustratie over het muziekleven.

Ergerlijk, bijvoorbeeld, vond hij dat het verslaafde Frankrijk geen belangstelling had voor instrumentale muziek terwijl hij juist op dát vlak veel te melden had. Uiteindelijk wist hij het tij te keren, mede dankzij zijn eigen briljante ­pianospel én door het contact met de Spaanse vioolvedette Pablo de Sarasate, voor wie hij een aantal concertstukken schreef. 

Introduction et so is er daar één van, een overrompelend stuk waarvan de overduidelijke Spaanse kleuring nooit clichématig en goedkoop wordt. De ijzersterke openingsmelodie doet zigeunerachtig aan en het slot is vurig. Maar van kakelbont effectbejag is geen sprake; daarvoor was Saint-Saëns te Frans en te klassiek georiënteerd.

Biografie

Anne-Sophie Mutter, viool

De Duitse violiste Anne-Sophie Mutter kreeg haar eerste vioollessen van Erna Honingsberger. In 1976, dertien jaar oud, werd ze tijdens een tijdens het Lucerne Festival ontdekt door Herbert von Karajan. Deze liet haar tijdens de Salzburger Festspiele van 1977 onder zijn leiding debuteren bij de Berliner Philharmoniker. Weer een jaar later maakte Anne-Sophie Mutter met hem haar eerste opname, van Mozarts Derde en Vijfde vioolconcert.

In de volgende jaren groeide de faam van de violiste snel; ze reisde over de wereld voor het geven van recitals, trad op met vele grote orkesten en ontving voor haar platen en cd’s enkele Grammy Awards – onder meer voor haar opname van vioolsona­tes van Beethoven met pianist Lambert Orkis

Recentelijk bracht ze 26 van haar lievelings­opnamen uit op het jubileumalbum Mutterissimo. Anne-­Sophie Mutter bracht veel hedendaagse muziek in première, van componisten als Henri Dutilleux, Wolfgang Rihm, Krzysztof Penderecki en Sofia Goebaidoelina. Met haar Anne-Sophie Mutter Stiftung steunt ze getalenteerde ­jonge musici.

Ze ontving onderscheidingen als het Grosses Bundesverdienstkreuz, de Franse ­Ordre de la legion d’honneur en het Grosses Österreichisches Ehrenzeichen. In 2013 werd ze erelid van de American Academy of Arts & Sciences. In Het Concertgebouw was Anne-Sophie Mutter de afgelopen jaren te beluisteren met het Koninklijk Concertgebouworkest (2000, 2007 en 2015) en met de Camerata Salzburg (2005); een in de gaf ze slechts één keer eerder, op 7 juni 1998.
In het februarinummer van Preludium leest u een interview met Anne-Sophie Mutter.

Lambert Orkis, piano

Lambert Orkis genoot zijn opleiding aan het Curtis Institute of Music in zijn geboorteplaats Philadelphia. In dezelfde stad had hij les aan het Boyer College of Music and Dance, het instituut waaraan hij sinds 1968 zelf als docent verbonden is.

De pianist is gespecialiseerd in kamermuziek en was in het begin van zijn carrière begeleider van de legendarische sopraan Eleanor Steber (1914-1990).  Eind jaren 1970 vormde Lambert Orkis een duo met cellist Mstislav Rostropovich. Dit tweetal trad over een periode van ruim elf jaar veelvuldig op in de Verenigde Staten en Azië, en speelde voor verschillende hoogwaardigheidsbekleders, onder wie de Amerikaanse presidenten Ronald Reagan en Bill Clinton.

Naast bekend repertoire uit het verleden speelt Lambert Orkis graag hedendaagse muziek: hij gaf compositieopdrachten aan toondichters als Richard Wernick, Maurice Wright en George Crumb.

Sinds 1988 treedt de pianist regelmatig op met violiste Anne-Sophie Mutter. Ze musiceerden samen in de op 7 juni 1998, ook toen in de serie Grote Solisten.