Anna Prohaska en Eric Schneider: Behind the Lines
Anna Prohaska sopraan
Eric Schneider piano
Behind the Lines
pauze ca. 21.05 uur
einde ca. 22.15 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 1.
Johannes Werlin 1588-1666
Es geht ein dunkle Wolk herein (1646)
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Lied (Clärchen): Die Trommel gerühret
uit ‘Egmont’, op. 84 (1809-10)
Hanns Eisler 1898-1962
Kriegslied eines Kindes
uit ‘Zeitungsausschnitte’, op. 11 (1925-26)
Hugo Wolf 1860-1903
Der Tambour (1888)
uit ‘Lieder nach Gedichte von Eduard Mörike’
Der Soldat II (1886)
uit ‘Lieder nach Gedichte von Joseph von Eichendorff’
Serge Rachmaninoff 1873-1943
Ik heb mijn hart verloren aan mijn ongeluk
uit ‘Zes liederen’, op. 8 (1893)
Colonel Thomas Traill 1600-1671
My Luve’s in Germanie (ca. 1630)
Charles Ives 1874-1954
In Flanders Fields (1917-19)
1, 2, 3 (1921)
Tom Sails Away (1917)
Roger Quilter 1877-1953
Fear No More the Heat of the Sun
uit ‘Five Shakespeare Songs (Set Two)’, op. 23 (1921)
Hanns Eisler
Panzerschlacht
Die letzte Elegie
Die Heimkehr
uit ‘Hollywood Songbook’ (1942-47)
Michael Cavendish ca. 1565-1628
Wandering in this Place (1598)
Franz Schubert 1797-1828
Kriegers Ahnung
uit ‘Schwanengesang’, D 957 (1827-28)
Ellens Gesang I (Raste, Krieger, Krieg ist aus), D 837 (1825)
Wolfgang Rihm 1952
Untergang
uit ‘Gesänge’, op. 1 (1968-70)
pauze
Franz Liszt 1811-1886
Jeanne d’Arc au bûcher (1846)
Robert Schumann 1810-1856
Die beiden Grenadiere
uit ‘Romanzen und Balladen II’, op. 49 (1840)
Francis Poulenc 1899-1963
Le retour du sergent
uit ‘Chansons villageoises’ (1942)
Robert Schumann
Der Soldat
uit ‘Fünf Lieder’, op. 40 (1840)
Gustav Mahler 1860-1911
Wo die schönen Trompeten blasen (1898)
uit ‘Des Knaben Wunderhorn’
Kurt Weill 1900-1950
Beat! Beat! Drums!
Dirge for Two Veterans
uit ‘Four Walt Whitman Songs’ (1942-47)
Toelichting
Behind the Lines
Door Lonneke Tausch
De sopraan Anna Prohaska greep het jaar 2014 aan om ‘krijgsliederen’ te verzamelen. Het was het honderdste herdenkingsjaar van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, ook wel de ‘Grote Oorlog’ genoemd. Er waren tientallen landen bij betrokken en na afloop van de oorlog, in 1918, waren er zeventien miljoen mensen dood.
Anna Prohaska ziet deze oorlog als een historische omslag naar een nieuwe wereldorde: ‘De mens vocht niet tegen de mens, maar tegen machines. Technologie en industrialisatie verloren hun onschuld.’ In het donderende van de pianopartij van Panzerschlacht van Hanns Eisler hoort ze een rijdende tank, het gieren van een bommenwerper herkent ze in de van Die letzte .
Haar bovenmatige interesse in oorlog verklaart de zangeres uit haar gemengde afkomst. Haar overgrootvader, de Oostenrijkse componist Carl Prohaska, maakte de Eerste Wereldoorlog mee en haar opa, Felix Prohaska, de Tweede. Beiden vochten niet zelf, in tegenstelling tot de mannen uit de Anglo-Ierse familie van moederskant, ‘want arbeiderskinderen waren de eersten die naar het front werden gestuurd’.
Prohaska maakte Behind the Lines nadrukkelijk niet als politiek statement. Haar doel ermee is het brede scala aan soldatenliederen van de Dertigjarige Oorlog tot en met de Tweede Wereldoorlog te laten horen. Haar selectie van vijfentwintig eren ziet ze als ‘vijfentwintig kleuren, waarvan ieder een ander aspect uitlicht van een soldatenleven’.
Het centrale van haar verzameling haalt ze uit de begrafenisscène van Shakespeares tragedie Cymbeline: ‘Golden lads and girls all must, as chimney sweepers, come to dust.’ Woorden die Roger Quilter kort na de Eerste Wereldoorlog toonzette in zijn ‘war song’ Fear No More the Heat of the Sun.
Het soldatenlied is een eeuwenoude volkstraditie, en Anna Prohaska opent haar dan ook met het contemplatieve en eenvoudige volkslied Es geht ein dunkle Wolk herein. Het is overgeleverd in een handschrift van de Beierse kloosterling Johannes Werlin. In dat lied overigens geen woord over oorlog.
Maar binnen een thematisch recital als dit is er aan de dubbele betekenislaag van de tekst niet te ontkomen: ‘Er komen donkere wolken aan, als de zon niet snel komt sterven de vermoeide bloemen een bittere dood’. Volksliederen vol clichés over bijvoorbeeld het weer en de natuur fungeren prima als pijnstiller: ze verdoezelen de verschrikkingen van de strijd, verbloemen de bloedige realiteit van het slagveld.
De liederen van Prohaska’s programma – al dan niet inclusief ritmes, tromgeroffel en klaroengeschal – dwingen juist tot nadenken over zin en onzin van het offeren van soldatenlevens. De oorsprong in de volksmuziek blijft in de melodieën van veel gecomponeerde oorlogsliederen traceerbaar, en de thematiek is universeel: propaganda en patriottisme, heldhaftigheid en heldenverheerlijking, angst en rouw, het opkrikken van het moreel van de manschappen.
Maar ook de soldaat die zijn lief mist, en andersom. Bezorgde ega’s zijn te horen in My Luve’s in Germanie van Thomas Traill (een Schotse kolonel gedurende de Dertigjarige Oorlog) en in Ik heb mijn hart verloren aan mijn ongeluk van Serge Rachmaninoff. Al te vaak is die ongerustheid terecht: als het meisje in Wo die schönen en blasen van Gustav Mahler haar ‘lieber Knabe’ thuis denkt te verwelkomen, teruggekeerd van het front, blijkt het alleen zijn geest te zijn.
Strijdbare dames zijn er natuurlijk ook. Zo uitte Franz Liszt in een ballade zijn bewondering voor Jeanne d’Arc, de Franse heldin uit de Honderdjarige Oorlog (1337-1453). Ook Ludwig van Beethovens Clärchen was graag ten strijde getrokken, getuige haar teske en strijdlustige lied Die Trommel gerühret.
Het is afkomstig uit de toneelmuziek bij Egmont van Johann Wolfgang von Goethe. Toen hij die componeerde had Beethoven in Wenen de Franse bommen horen vallen, en schuilend in de kelder van zijn broer had hij zijn toen al verzwakte gehoor proberen te beschermen tegen het krijgskabaal. Clärchen zou met haar geliefde graaf van Egmont mee willen vechten als zij ook maar een oorlogsuitrusting had: ‘Wat een onvergelijkelijk geluk een man te zijn!’
Kinderen die juist hun moeder als redder in oorlogsnood zien, zijn het onderwerp van het Kriegslied eines Kindes van Hanns Eisler (‘Mijn moeder wordt soldaat’) en Der Tambour van Hugo Wolf (‘Kon mijn moeder maar toveren’). In beide gevallen rechtvaardigt de duistere, snijdende muziek de vraag of de kinderen er zelf in geloven.
Prohaska’s reflecties op de strijd – in het Duits, Russisch, Engels en Frans – beslaan zo’n vier eeuwen. Het oudste lied is Wandering in this Place, een gebed om vrede van de Britse Renaissance-componist Michael Cavendish. Het recentste lied is Untergang uit het allereerste van de hedendaagse Duitse componist Wolfgang Rihm.
In een snoeihard contrast volgt dat op de twee Schubertliederen Kriegers Ahnung en Raste, Krieger, Krieg ist aus: de hoopvolle en zelfs zoete dromen (over de ‘herzliebste’, feeën en ‘sluimerbloemen’) van Schuberts moegestreden soldaat gaan bij Rihm meedogenloos over in een expressionistische nachtmerrie.
Het leed dat oorlog berokkent, is in dit programma alomtegenwoordig. Francis Poulenc laat een bijtend cynisme horen als hij in marstempo zijn terugkerende sergeant last laat hebben van ogenschijnlijk niets dan gezwollen voeten en een loopneus. De honderdduizenden gevallenen aan de Somme worden herdacht in In Flanders Fields van Charles Ives op de bekende dichtregels van John McCrae:
‘In Vlaanderens velden schieten de klaprozen open, tussen de en rij aan rij’.
Een vader en een zoon die gesneuveld zijn in de Amerikaanse Burgeroorlog worden in Dirge for Two Veterans van Kurt Weill begraven met een bluesy zetting van een tekst van Walt Whitman. Van deze zelfde dichter is Beat! Beat! Drums!, door Weill gemaakt tot een obsessieve compositie die erop hamert dat oorlog in alle opzichten de maatschappij ontwricht.
Zie ook Weten op pagina 00.
Biografie
Anna Prohaska, sopraan
Klassik riep Anna Prohaska uit tot zangeres van het jaar 2024, en in het lopende concertseizoen is ze spotlight artist van het Toronto Symphony Orchestra. De Oostenrijks-Engelse sopraan studeerde aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’ in haar woonplaats Berlijn, waar ze op achttienjarige leeftijd debuteerde aan de Komische Oper en op twintigjarige leeftijd aan de Staatsoper Unter den Linden.
Sinds 2006 is ze aan deze laatste vast verbonden, en sinds 2008 staat ze ook regelmatig op de Salzburger Festspiele.
Anna Prohaska werd geëngageerd door La Scala in Milaan, de Hamburger Staatsoper, de Bayerische Staatsoper, het Theater an der Wien, het Bolsjoi Theater in Moskou, het Royal House in Londen, de Opéra National de Paris en De Nationale Opera in Amsterdam. In oratoria en vocaalsymfonisch repertoire zong ze met de Wiener en de Berliner Philharmoniker (debuut 2007), het London Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo en de orkesten van Los Angeles, Cleveland en Boston.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in de Kerstmatinee van 2014 (Mahlers Vierde symfonie met Mariss Jansons) en keerde ze terug in 2020 (Gluck, Händel, Mozart en Rameau) en 2023 (in een programma van Iván Fischer over de cartouches van de ).
Oude muziek zong Anna Prohaska met bijvoorbeeld het Freiburger Barockorchester, de Academy of Ancient Music en – ook in de Grote Zaal in 2016 – Il Giardino Armonico. Anderzijds droegen hedendaagse componisten als Widmann en Rihm hun werken aan haar op.
In de bracht de sopraan eerder tische programma’s in 2015 (rondom Shakespeares Ophelia) en 2018 (Behind the Lines, met de Eerste Wereldoorlog als onderwerp). Een eerdere uitnodiging voor Paradise Lost, dat inmiddels ook op cd is verschenen, kon in december 2020 vanwege de coronapandemie niet doorgaan.
Eric Schneider, piano
Naast zijn opleiding wiskunde studeerde Eric Schneider piano aan de Musikhochschule in Keulen. Na het afronden van deze studie specialiseerde hij zich bij Hartmut Höll in de kunst van het begeleiden.
Veel muzikale inspiratie ontleende Eric Schneider aan de pianisten Alfred Brendel en Paul Badura-Skoda en de zangers Elisabeth Schwarzkopf en Dietrich Fischer-Dieskau. Bij Rolf Reuter in Berlijn studeerde hij orkestdirectie.
Te gast in concertzalen in Europa, Amerika en Azië en in de opnamestudio werkt Eric Schneider intensief samen met zangers als Matthias Goerne en Christiane Oelze. Als solist verzorgde de pianist s in onder meer het Festspielhaus Baden-Baden, tijdens de Bad Kissinger Sommer en in het kader van het Klavier-Festival Ruhr.
Een recente solo-cd bevat werken van Janáček, Schumann en Beethoven. Naast zijn werk als uitvoerend musicus geeft Eric Schneider graag les; aan de Universität der Künste in Berlijn heeft hij sinds 2009 een eigen klas.
In de van Het Concertgebouw begeleidde hij eerder recitals van Christoph Genz (2000), Christine Schäfer (2003) en Anna Prohaska (2015).

