Anna Prohaska: Dido en Cleopatra
Wereldberoemde Zangers 20.15 uur
Anna Prohaska sopraan
Il Giardino Armonico
Giovanni Antonini dirigent
dido en cleopatra
Henry Purcell 1659-1695
Ouverture
Ah! Belinda, I Am Prest with Torment
uit ‘Dido and Aeneas’ (1689)
Christoph Graupner 1683-1760
Holdestes Lispeln der spielenden Fluthen
uit ‘Dido, Königin von Karthago’ (1707)
Antonio Sartorio 1630-1680
Non voglio amar
uit ‘Giulio Cesare in Egitto’ (1676)
Matthew Locke 1630-1677
Galliard
Lilk
Curtain Tune
uit ‘Suite voor strijkers’ uit ‘The Tempest’ (1667)
Daniele da Castrovillari 1613-1678
A Dio regni, a Dio scettri
uit ‘La Cleopatra’ (1662)
Antonio Sartorio
Quando voglio
uit ‘Giulio Cesare in Egitto’
Henry Purcell
Dance for the Chinese Man and Woman
uit ‘The Fairy Queen’ (1692)
Christoph Graupner
Der Himmel ist von Donner... Infido
Cupido
Agitato da tempeste
uit ‘Dido, Königin von Karthago’
pauze
Georg Friedrich Händel
1685-1759
Concerto grosso in c kl.t., op. 6 nr. 8,
HWV 326 (1739)
Allemande: Andante
Grave
Andante – Allegro
Adagio
Siciliana: Andante
Allegro
Johann Adolf Hasse 1699-1783
Già si desta la tempesta
uit ‘Didone abbandonata’ (1742)
Georg Friedrich Händel
Se pietà di me non senti
uit ‘Giulio Cesare in Egitto’, HWV 17 (1724)
Dario Castello ca. 1590-1658
Sonata decimaquinta à quattro
in D gr.t. (1629)
Francesco Cavalli 1602-1676
Re de’ Getuli altero
uit ‘La Didone’ (1641)
Johann Adolf Hasse
Morte col fiero aspetto
uit ‘Antonio e Cleopatra’ (1725)
Luigi Rossi ca. 1597-1653
Passacaglia
Henry Purcell
Thy Hand, Belinda…. When I Am Laid
uit ‘Dido and Aeneas’
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.20 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Toelichting
Dido en Aeneas
Tekst: Frits Vliegenthart
‘De koningin, door liefdes pijl gewond,
voedt in haar aadren een verborgen vuur:
telkens weer denkt zij aan zijn heldenmoed,
zijn eedle stam, zijn woorden en gelaat;
haar diep gevoel vergunt geen lichaamsrust.’
Zo begint Boek IV van Publius Vergilius Maro’s epos Aeneis (vertaling A. Rutgers van der Loeff). De meeste mensen kennen uit dat monumentale werk eigenlijk alleen de tot de verbeelding sprekende episode over de liefde tussen Dido, koningin van het jonge rijk Carthago, en de Trojaanse prins Aeneas, door de goden voorbestemd om de stichter van Rome te worden. We leven en lijden allemaal mee met deze sterke vrouw, die door haar geliefde in de steek wordt gelaten en vervolgens een zelfgekozen dood tegemoet gaat.
Purcell
Het plot is met zijn dramatiek een onweerstaanbaar gegeven voor ’s. Henry Purcells Dido and Aeneas (libretto Nahum Tate) wordt algemeen beschouwd als de eerste echte Engelse opera, dat wil zeggen: het eerste volledig gezongen muziektheaterwerk in die taal. De première was in 1689, in de beslotenheid van Josias Priests kostschool in Chelsea.
Vermoedelijk is het werk niet compleet overgeleverd, maar juist in zijn beknoptheid vormt het een niet verslappende spanningsboog tussen de eerste scène, waarin Dido tegenover haar vertrouwelinge lucht geeft aan haar emoties – Ah! Belinda, I am prest with torment – en het slottafereel, waarin zij met Thy hand, Belinda... When I am laid in earth op koninklijke en aangrijpende wijze afscheid neemt van het leven. De voortdurend herhaalde lamento-bas is een uit de Venetiaanse opera afkomstig stijlelement.
Cavalli
Een componist die veel had bijgedragen aan die Venetiaanse opera, was Francesco Cavalli. Met een aantal geestverwanten produceerde hij opera’s voor een breed publiek in het Teatro San Cassiano. Samen met librettist Giovanni Busenello creëerde Cavalli daar onder meer zijn derde opera: La Didone (première 1641). In de jaren 1640 was de Venetiaanse opera nog in een experimenteel stadium.
Typerend is het dramatische , nu en dan onderbroken door een of een arioso. De zangers worden doorgaans slechts begeleid door een , waarbij een door het orkest de coupletten van de aria’s omlijst. Verder speelt het orkest inleidende ’s tussen de bedrijven en beschrijvende momenten, zoals zeestormen en gevechten.
Het Venetiaanse publiek wilde zich in de eerste plaats vermaken en niet in een treurige stemming het theater verlaten. Doorgaans is er dan ook een happy end: zelfs het libretto van La Didone krijgt een opmerkelijke, positieve wending. Na Aeneas’ vertrek staat Dido op het punt zichzelf te doden, maar precies op dat moment komt Jarbas binnen, haar aanbidder die zij eerder afwees met de woorden ‘Re de’ Getuli altero... Il mio marito...’.
Deze koning van de Getuli (Numidiërs) overtuigt Dido nogmaals van zijn oprechte gevoelens en nu accepteert zij hem wel. Volgens wat weldra een Venetiaanse traditie zou worden, eindigt de met een liefdesduet.
Graupner
In het Hamburgse Theater am Gänsemarkt ging in 1707 Christoph Graupners ‘Singe-spiel’ Dido, Königin von Karthago in première. Het was zijn eerste opera voor Hamburg, uitbundig geënsceneerd met veel ke special effects.
Opmerkelijk is de destijds voor die stad kenmerkende afwisseling tussen Duitse en Italiaanse teksten en het feit dat Dido voornamelijk in toonsoorten zingt, in tegenstelling tot de andere personages.
Agitato da tempeste vergelijkt de mens met een door stormen geteisterd scheepje, een beeld dat zowel in wereldlijke als in geestelijke werken uit de Barok voorkomt; met Der Himmel ist von Donner... Infido Cupido vervloekt Dido Amor/Cupido en beklaagt haar lot.
Hasse
Het libretto van H(e)inrich Hinsch bevat twee nevenplots, maar handhaaft het schrijnende einde. Om dit een beetje te verzachten wordt Dido door de goddelijke bode Iris naar de hemel gebracht en door haar zuster Anna tot beschermgodin van Carthago gemaakt.
De beroemde librettist Pietro Metastasio koos niet voor een gelukkig einde: zijn heldin sterft in de vlammen, niet langer bestand tegen de druk van de kant van Jarbas, haar gewetenskwelling vanwege haar overleden echtgenoot en natuurlijk het bedrog door Aeneas.
Metastasio’s debuut Didone abbandonata is maar liefst zestig keer op muziek gezet, bijvoorbeeld door Johann Adolph Hasse, die met hem bevriend zou raken (première Hubertusburg 1742). Araspe, de voormalige vertrouweling van Jarbas, probeert tevergeefs Dido over te halen om te vluchten, met zijn opgewonden Già si desta la tempesta.
Cleopatra, Julius Caesar en Marcus Antonius
Al even indrukwekkend en inspirerend is de figuur van Cleopatra. Anders dan de mythische Dido, voor wier bestaan de bewijzen ontbreken, is de roemruchte Egyptische koningin een historisch personage, dat aanleiding gaf tot het weven van veel mooie verhalen.
Zo is daar het libretto Giulio Cesare in Egitto van Giacomo Franceso Bussani, de basis van Antonio Sartorio’s gelijknamige , die in 1676 in Venetië zijn première beleefde. Centraal staat de liefde tussen Cleopatra en Julius Caesar, tegen de achtergrond van haar machtsstrijd met haar broer. Cleopatra wil in de liefde alles of niets, en is zich bewust van haar onweerstaanbare charmes: Non voglio amar..., respectievelijk Quando voglio.
Hetzelfde libretto, maar dan bewerkt door Nicola Francesco Haym, lag ten grondslag aan Georg Friedrich Händels geliefde opera Giulio Cesare in Egitto. De succesvolle première was in 1724 in het Londense King’s Theatre.
Zoals de dramaturge Juliane Weigel-Krämer opmerkt, tonen Cleopatra’s ’s haar van heel verschillende kanten en ontwikkelt ze zich van een berekenende politica tot een liefhebbende vrouw, die in grote angst zit wanneer er een aanslag op Caesar wordt gepleegd. Zij uit dit in Se pietà di me non senti.
Veel minder bekend is het weelderig-theatrale La Cleopatra van Daniele da Castrovillari, uitgevoerd tijdens het Venetiaanse carnaval in 1662, met op het toneel veel goden, allegorieën en balletten. Als scherp contrast daarmee klinkt de ontroerende aria A Dio regni, a Dio scettri, waarmee Cleopatra moedig de dood ingaat – het iconische tafereel met de gifslang.
Johann Adolph Hasses tweedelige serenata Antonio e Cleopatra, op een tekst van Francesco Ricciardi, ging in 1725 te Napels in première. Het stuk schetst het einde van de liefde tussen Cleopatra en Marcus Antonius, en hun zelfgekozen dood wanneer zij de strijd tegen Octavianus hebben verloren en beiden alleen nog een smadelijke gevangenneming te wachten staat: Morte col fiero aspetto.
Biografie
Anna Prohaska, sopraan
Klassik riep Anna Prohaska uit tot zangeres van het jaar 2024, en in het lopende concertseizoen is ze spotlight artist van het Toronto Symphony Orchestra. De Oostenrijks-Engelse sopraan studeerde aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’ in haar woonplaats Berlijn, waar ze op achttienjarige leeftijd debuteerde aan de Komische Oper en op twintigjarige leeftijd aan de Staatsoper Unter den Linden.
Sinds 2006 is ze aan deze laatste vast verbonden, en sinds 2008 staat ze ook regelmatig op de Salzburger Festspiele.
Anna Prohaska werd geëngageerd door La Scala in Milaan, de Hamburger Staatsoper, de Bayerische Staatsoper, het Theater an der Wien, het Bolsjoi Theater in Moskou, het Royal House in Londen, de Opéra National de Paris en De Nationale Opera in Amsterdam. In oratoria en vocaalsymfonisch repertoire zong ze met de Wiener en de Berliner Philharmoniker (debuut 2007), het London Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo en de orkesten van Los Angeles, Cleveland en Boston.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in de Kerstmatinee van 2014 (Mahlers Vierde symfonie met Mariss Jansons) en keerde ze terug in 2020 (Gluck, Händel, Mozart en Rameau) en 2023 (in een programma van Iván Fischer over de cartouches van de ).
Oude muziek zong Anna Prohaska met bijvoorbeeld het Freiburger Barockorchester, de Academy of Ancient Music en – ook in de Grote Zaal in 2016 – Il Giardino Armonico. Anderzijds droegen hedendaagse componisten als Widmann en Rihm hun werken aan haar op.
In de bracht de sopraan eerder tische programma’s in 2015 (rondom Shakespeares Ophelia) en 2018 (Behind the Lines, met de Eerste Wereldoorlog als onderwerp). Een eerdere uitnodiging voor Paradise Lost, dat inmiddels ook op cd is verschenen, kon in december 2020 vanwege de coronapandemie niet doorgaan.
Il Giardino Armonico, orkest
Il Giardino Armonico werd opgericht in 1985 en staat onder leiding van Giovanni Antonini. De focus van het repertoire ligt op de muziek uit de zeventiende en achttiende eeuw, vertolkt op historisch instrumentarium. Afhankelijk van de uit te voeren varieert de omvang van de groep van drie tot vijfendertig musici.
Op uitnodiging van grote concertzalen en muziekfestivals maakte Il Giardino Armonico vele tournees. Het ensemble werkte daarnaast mee aan tal van opvoeringen, van werken als Monteverdi’s L’Orfeo, Vivaldi’s Ottone in villa en, recentelijk, Giulio Cesare van Händel.
Beroemde artiesten als Viktoria Mullova, Christophe Coin en Julia Lezhneva werkten met Il Giardino Armonico. Het orkest werkte ook herhaaldelijk samen met Cecilia Bartoli, bijvoorbeeld tijdens het succesvolle project Sacrificium.
In 2014 begon Il Giardino Armonico aan een twintig jaar durende onderneming waarin alle symfonieën van Haydn op cd worden opgenomen. Het vorige optreden van Il Giardino Armonico in Het Concertgebouw was in januari 2010 met sopraan Danielle de Niese.
Giovanni Antonini, dirigent
Giovanni Antonini is afkomstig uit Milaan en begon zijn muzikale opleiding in deze stad aan de Civica Scuola di Musica Claudio Abbado. Ook volgde hij lessen aan het Centre de Musique Ancienne in Genève.
Hij is een van de oprichters van Il Giardino Armonico, dat hij sinds 1989 leidt. Als , maar ook als solist op blokfluit en traverso, treedt hij veelvuldig op met dit ensemble, in Europa, de Verenigde Staten, Zuid-Amerika, Australië en Japan. Als gastdirigent werkte hij met onder meer de Berliner Philharmoniker, het Leipziger Gewandhausorchester, het Mozarteum Orchester, het Tonhalle Orchester Zürich en het Koninklijk Concertgebouworkest (november 2009 en februari 2013).
Giovanni Antonini is artistiek leider van het Wratislavia Cantans Festival in Polen. Een nauwe relatie koestert de dirigent bovendien met het Kammerorchester Basel, waarmee hij onder meer de symfonieën van Beethoven op cd opnam. Ook met Il Giardino Armonico ging hij regelmatig de studio in, voor opnamen van werk van bijvoorbeeld Bach, Biber, Vivaldi en Locke.


