ANNA LUCIA RICHTER ZINGT LIEDERKREIS

Vocaal 2 20.15 uur

Anna Lucia Richter sopraan
Michael Gees piano

 

Benjamin Britten 1913-1976

The Trees They Grow so High
uit ‘Folk Song Arrangements, Vol. 1: British Isles’ (1941-42)

improvisatie op ‘Wünschelrute (Schläft ein Lied in allen Dingen)’ van Eichendorff

Robert Schumann 1810-1856

In der Fremde, nr. 1
uit ‘Liederkreis’, op. 39 (1840)

improvisatie op ‘Der alte Garten’ van Eichendorff

Benjamin Britten

The Ash Grove
uit ‘Folk Song Arrangements, Vol. 1: British Isles’

Robert Schumann

Intermezzo, nr. 2
Waldesgespräch, nr. 3
Die Stille, nr. 4
uit ‘Liederkreis’, op. 39

improvisatie op ‘In der Nacht’ van Eichendorff

Robert Schumann

Mondnacht, nr. 5
Schöne Fremde, nr. 6
uit ‘Liederkreis’, op. 39

Benjamin Britten

How Sweet the Answer
uit ‘Folk Song Arrangements, Vol. 4: Moore’s Irish Melodies’ (1957)

pauze

improvisatie voor piano solo op 
‘Burgmusik’ van Eichendorff

Robert Schumann

Auf einer Burg, nr. 7
uit ‘Liederkreis’, op. 39

Johannes Brahms 1833-1897

In stiller Nacht, zur ersten Wacht
uit ‘49 deutsche Volkslieder’, WoO 33 (1893-94)

Robert Schumann

In der Fremde, nr. 8
uit ‘Liederkreis’, op. 39

Benjamin Britten

The Last Rose of Summer
uit ‘Folk Song Arrangements, Vol. 4: Moore’s Irish Melodies’

Robert Schumann

Wehmut, nr. 9
uit ‘Liederkreis’, op. 39

Johannes Brahms

Da unten im Tale
uit ‘49 deutsche Volkslieder’, WoO 33

improvisatie op ‘Zauberblick’ van Eichendorff

Robert Schumann

Zwielicht, nr. 10
uit ‘Liederkreis’, op. 39

Johannes Brahms

Ich weiss mir’n Maidlein hübsch und fein
uit ‘49 deutsche Volkslieder’, WoO 33

Robert Schumann

Im Walde, nr. 11
uit ‘Liederkreis, op. 39

improvisatie op ‘Nachtwanderer’ van Eichendorff

Benjamin Britten

The Salley Gardens
uit ‘Folk Song Arrangements, Vol. 1: British Isles’

Robert Schumann

Frühlingsnacht, nr. 12
uit ‘Liederkreis’, op. 39

improvisatie op ‘Wünschelrute’ van Eichendorff

Benjamin Britten

I Wonder as I Wander (1940-41)
uit ‘Tom Bowling and Other Song Arrangements’

begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.20 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

inleiding

Improvisatie

Improviseren tijdens klassieke s is tegenwoordig een zeldzaam fenomeen. Maar tot aan het begin van de twintigste eeuw was het voor veel musici een vanzelfsprekende vaardigheid om voor de vuist weg te kunnen spelen.

Op sommige conservatoria waren lessen in ex-tempore-spel zelfs onderdeel van het verplichte curriculum. Voor de jonge Horowitz en Rubinstein was nog een standaardonderdeel van hun pianorecitals, waarmee ze de verschillende programma­onderdelen aan elkaar verbonden.

Met de opkomst van de platenindustrie en de radio verdwijnt de improviserende musicus steeds meer van het klassieke podium. Door opnames van grote musici ontstaat een soort standaard voor de uitvoering van klassieke en romantische meesterwerken: trouw aan de notentekst wordt de norm.

Daardoor is er steeds minder marge voor al te eigen interpretaties. De overtuiging is dat de herscheppende musicus ten dienste hoort te staan van het werk dat hij uitvoert, en dat hij of zij zichzelf eigenlijk zoveel mogelijk dient weg te cijferen. In dat licht wordt de improvisatie al gauw een bijna onbescheiden uiting van de eigen podiumpersoonlijkheid.

Maar de laatste jaren is de klassieke aan een duidelijke comeback bezig. Spontaniteit en een grotere eigen inbreng tijdens s worden steeds minder gezien als strijdig met een waarheidsgetrouwe uitvoeringspraktijk. Sterker: de spanning van muziek die live op het podium ontstaat, brengt toehoorders waarschijnlijk dichter bij de opwinding die achttiende- en negentiende-eeuwse concertgangers moeten hebben ervaren, toen improviserende virtuozen echte publiekstrekkers waren.

Hedendaagse beroemdheden als pianist Robert Levin en violiste Hilary Hahn staan erom bekend te kunnen improviseren als meesters van weleer. In november 2014 had Gabriela Montero nog veel succes in de met een pianorecital dat voor een deel bestond uit improvisaties op door het publiek aangedragen ’s.

En nu gaat sopraan Anna Lucia Richter nog een stap verder, samen met haar pianobegeleider Michael Gees. In hun originele benadering van de beroemde erkreis, 39 wisselen zij Schumanns liederen niet alleen af met werk van Brahms en Britten, maar ook met gezamenlijke improvisaties.

Die onderbrekingen zijn geoorloofd, vinden de twee: anders dan bij strikte cycli als Schumanns Dichterliebe, of Frauenliebe- und leben, ­vormen de gedichten in de Liederkreis immers geen afgeronde vertelling. Bovendien, zeggen Richter en Gees, gaat het om ‘een serie liederen, aaneengeregen volgens de logica van een dromer […], die ruimte laat voor verdere associaties […]’.

Robert Schumann 1810-1856

Liederkreis

Robert Schumann componeert zijn twaalf toonzettingen van gedichten van Joseph von Eichendorff (1788-1857) in 1840. De componist schrijft in dat zogenaamde ‘erjahr’ ruim tweehonderd liederen, en trouwt met zijn grote liefde Clara, na jarenlange juridische strijd met zijn schoonvader (en piano­leraar).

De jonge geliefden houden beiden erg van Eichendorffs poëzie. In diens dichterlijk ruisende wouden rijmen bomen bijna altijd op dromen. Vaak is het er nacht, verlaten en eenzaam. Andere belangrijke onderwerpen in Eichendorffs gedichten zijn het verlangen naar thuis, naar de geboortegrond, en de hang naar een verloren verleden.

Eichendorff berijmt deze romantische ’s in een zeer toegankelijke, bijna ‘volkse’ taal, die de moderne-literatuurkenner Schumann zeer aansprak. Hij toonzet de gedichten dan ook meestal in eenvoudige vormen, net als zijn grote voorbeeld Franz Schubert. Eichendorff zelf gaf zijn goedkeuring aan Schumanns cyclus erkreis, 39 en zei dat de muziek zijn gedichten tot leven bracht.

Johannes Brahms 1833-1897

49 Deutsche Volkslieder

Een grote liefde voor de ‘Volkston’ wordt gedeeld door Schumanns muzikale pleegkind Johannes Brahms. Met grote trots publiceert hij in 1894 zijn 49 Deutsche Volkslieder.

Waar Richard Wagner het Duits-zijn met enorme ’s bezingt, vindt Brahms hier zijn eigen, intieme manier om uitdrukking te geven aan wat het ‘gewone’ Duitse volk aan muziekcultuur heeft voortgebracht. En voor Brahms zijn de eren ook een terugkeer naar de muziek van zijn jeugd.

Benjamin Britten 1913-1976

Folk Song Arrangements

Dat Richter en Gees ervoor kiezen om Brahms’ volksliederen Schumanns erkreis binnen te schuiven is dus nog niet zo vergezocht.

Zangeres en pianist geven zelf graag toe dat de stap naar Britten intuïtiever is, en in ieder geval stilistisch minder makkelijk te verklaren: ‘[Want] wat heeft Brittens bitterzoete, harmonisch dubbelzinnige kijk op het volkslied nog met Schumann te maken? Raakt het ons misschien dat de componist, die in 1942 tijdelijk in Amerika woonde, zich tot de liederen van zijn vaderland wendde?’

Er zit iets in, in dat antwoord. Britten, de gewetensbezwaarde dienstweigeraar, verblijft gedurende de oorlogsjaren in de Verenigde Staten, waar hij in 1942 British Isles voltooit, het eerste boek van zijn Folk Song Arrangements. Hierna zullen nog vele bundels volgen, waaronder Folk Song Arrangements, Vol. 4: Moore’s Irish s en Tom Bowling and Other Song Arrangements.

Anders dan veel voorgangers en tijdgenoten die verzamelingen van volksliederen uitgeven, geeft Britten zijn eigen draai aan de pianobegeleidingen. Daardoor zijn het, hoewel echte volksliederen, toch ook echte Brittenliederen. Een ongekunstelde combinatie van traditie en vernieuwing. En dat past weer prima in de opzet van dit programma.

Biografie

Anna Lucia Richter, mezzosopraan

Anna Lucia Richter zong in het kinderkoor van de Dom van Keulen en studeerde bij Kurt Widmer, Klesie Kelly-Moog, Christoph Prégardien en Margreet Honig. In 2016 won ze een Borletti-Buitoni Trust Award en debuteerde ze bij het ­Koninklijk ­Concertgebouworkest in Bachs ­Magnificat.

Begeleid door Tamar Rachum ontwikkelde de zangeres zich in 2020 van sopraan naar mezzosopraan; een stap die nieuwe mogelijkheden bood, zoals de altpartij van Mahlers Tweede en Vierde symfonie bij de Bamberger ­Symphoniker en Jakub Hrůša.

Het ­repertoire van Anna Lucia Richter omvat alle genres en reikt van Monteverdi en Bach tot en met eigentijdse componisten als Reimann, Holliger en Rihm. Op het podium stond ze tijdens de Salzburger Fest­spiele (Mozart), in het Theater an der Wien (Offenbach, Henze) en aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Residencies bekleedde ze op het Rheingau Musik Festival 2018 en in de Kölner Philharmonie. ­

recitals gaf ze in Wigmore Hall in Londen, de opera­huizen van München en Frankfurt, het Konzerthaus Wien, ­Carnegie Hall en Park Avenue Armory in New York en ­Suntory Hall in Tokio. Onder haar partners aan de piano rekent ze András Schiff, Mitsuko Uchida, Igor Levit, ­Michael Gees en Gerold Huber.

Anna ­Lucia Richter debuteerde in 2014 in de en stond daar voor het laatst op het podium in maart 2023 met het Licht! met pianist Ammiel ­Bushakevitz – een dwarsdoorsnede uit acht eeuwen Duitse ­liedgeschiedenis, ­tevens uitgebracht op cd. Tijdens het Mahler Festival 2025 soleerde ze in ­Mahlers Tweede symfonie en Kindertotenlieder bij het Budapest Festival Orchestra onder leiding van Iván Fischer. Deze en andere orkestliederen van Mahler bracht ze dit najaar ook uit op de cd Songs of Fate, opgenomen met het Gürzenich-Orchester Köln.

Michael Gees, piano

De ongebruikelijke muzikale carrière van Michael Gees begon toen hij op driejarige leeftijd de piano in zijn ouderlijk huis – beide ouders waren zanger – als favoriet speelgoed ontdekte. Vanaf zijn vijfde kreeg hij pianoles en toen hij acht was won hij de Steinway Wettbewerb in Hamburg.

Het wonderkind kreeg de bijnaam ‘de Mozart van Westfalen’, maar na een beurs voor het Mozarteum in Salzburg en lessen aan de conservatoria van Detmold en Wenen week hij af van het uitgestippelde pad en hij verliet zijn pianostudie op zijn vijftiende.

In de periode die volgde had hij tal van baantjes, bijvoorbeeld als archeologisch assistent en matroos. Maar in 1974 schreef hij zich toch in aan de Hochschule für Musik und Theater in Hannover, ging naast piano spelen ook componeren, en specialiseerde zich in begeleiding.

In 1989 was Michael Gees oprichter van het forum kunstvereint, waaruit in 2001 het Consol Theater in Gelsenkirchen ontstond. In deze artistieke vrijplaats werken professionals en amateurs van alle leeftijden samen aan muziek-, dans- en theaterprojecten. In de discografie van Michael Gees valt Die schöne Müllerin van Schubert op, een opname met Christoph Prégardien die in 2009 werd bekroond met een MIDEM Classical Award.

De vorige optredens van de pianist in de waren in oktober 2016 een liedrecital met Anna Lucia Richter en in februari 2023 eentje met vader en zoon Christoph en Julian Prégardien.