Andris Nelsons leidt het Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Andris Nelsons dirigent
Håkan Hardenberger trompet
Pierre-Laurent Aimard piano
Groot Omroepkoor instudering Klaas Stok
Anna Gawboy research en realisatie lichtplan (Skrjabin)
Justin Townsend lichtontwerp (Skrjabin)
Let op! Het concert van zondag 19 januari heeft een andere aanvangstijd dan gebruikelijk op zondag: 15.15 uur.
Deze concerten maken deel uit van de series A, F en Z.
Inleiding en video-inleiding
Voorafgaand aan het concert van 17 januari geeft musicoloog Michel Khalifa om 19.15 uur een inleiding in de Koorzaal. Hij gaat in gesprek met musicologe en multimedia-expert Anna Gawboy. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (020-6718345) of afhalen bij de kassa van Het Concertgebouw (zolang de voorraad strekt).
Zie ook de video-inleiding op dit concert in de toelichting hieronder.
Meet the Artists op 17 januari komt te vervallen.
Het concert van 17 januari wordt live uitgezonden door Mezzo tv. Het concert van zondag 19 januari wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 26 januari om 14.00 uur via NPO Radio 4.
Deze concerten worden mede mogelijk gemaakt door ING en Unilever, Global Partners van het Concertgebouworkest.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Ouverture
Introduction ‘la tempesta’
Poco adagio, Allegro con brio
Adagio, Allegro molto
Finale: Allegretto, Allegro molto, Presto
uit ‘Die Geschöpfe des Prometheus’, op. 43 (1800-01)
Brett Dean (1961)
Dramatis personae (2013)
voor trompet en orkest
Fall of a Superhero
Soliloquy
The Accidental Revolutionary
Nederlandse première
pauze ± 21.10 resp. 16.10 uur
Aleksandr Skrjabin (1872-1915)
Prometheus, ‘Le poème du feu’, op. 60 (Vijfde symfonie) (1908-10)
voor lichtklavier, piano, koor en orkest
einde ± 22.15 resp. 17.15 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827 / Brett Dean 1961
Beethoven en Dean
Door Martijn Voorvelt
Hebben beschaving en verlichting een duistere, misdadige kant? In vele culturen begint het menselijke bestaan met een ‘oerzonde’, zoals in de bijbel de zondeval. De Griekse cultuur laat de beschaving met een opstand tegen de goden beginnen: uit liefde voor de mensen rooft Prometheus het vuur, opdat zij zich net zo goed konden verdedigen als de goden. Vervolgens leerde hij hen technische vaardigheden en bracht hij beschaving. Prometheus werd zwaar voor zijn misdaad gestraft, zoals we kunnen lezen in de aan Aeschylus (ca. 525-456 v.Chr.) toegeschreven tragedie Prometheus geboeid. Een programma over echte en vermeende helden.
Beethoven: Die Geschöpfe des Prometheus
De mythe over Prometheus vormt het onderwerp van de muziek die Ludwig van Beethoven schreef voor een ballet van Salvatore Viganò, choreograaf en danser aan het Weense hof. Omdat keizerin Maria Theresia (niet de bekende, maar de echtgenote van Frans II) als toeschouwer aanwezig zou zijn in het Hofburg Theater, koos Viganò voor een ‘heroïsch-allegorisch’ onderwerp. Een kolfje naar de hand van de revolutionaire humanist Beethoven, die gefascineerd was door helden die zich inzetten voor bevrijding en verheffing van de mensheid (zie ook zijn aanvankelijk aan Napoleon opgedragen Derde symfonie ‘Eroica’ en de Fidelio).
In het programma bij de première in 1801 werd Prometheus beschreven als ‘een verheven geest die, van mening dat de mens van zijn tijd in een toestand van onwetendheid verkeert, hem beschaving brengt door middel van kunst en kennis en wetten voor goed gedrag’. Het ballet was een succes en met name de ouverture werd al snel een van Beethovens meest uitgevoerde werken. Na de langzame opening met krachtige openingsakkoorden volgt een e en een energiek, sprankelend . Daarop volgen vandaag nog vier delen uit het ballet, waaronder de korte, stormachtige introductie (volgend op de Ouverture) en de Finale die Beethoven later terug liet keren in zijn ‘Eroica’-symfonie.
Dean: Dramatis personae
Bij Brett Deans Dramatis personae is de relatie tussen solist en orkest gelijk aan die tussen de held en de wereld – en welk instrument is er heldhaftiger dan de ? Het klassiek opgezette driedelige werk beschrijft de wederwaardigheden van een heroïsch karakter, een ‘superheld’, en zijn conflicten en samenwerkingen met de ‘massa’. Van belang voor de componist was de samenwerking met Håkan Hardenberger, aan wie het werk is opgedragen, vanwege diens virtuositeit en betrokkenheid bij nieuwe muziek.
In het openingsdeel belichaamt de trompet het Goede, wanneer deze het opneemt tegen het orkest in zijn rol van de machtige tegenstrever. Zonder succes: de trompet delft het onderspit. In het tweede deel beschouwt de held zichzelf en zijn positie. Een soliloquy – alleenspraak – is in het theater een centrale monoloog, waarbij de acteur alleen op het toneel staat.
In het slotdeel, The Accidental Revolutionary, komt het ongewild komische aspect van het heldendom aan de orde. Een scène uit Charlie Chaplins Modern Times, waarin de hoofdpersoon ongewild tot stakingsleider wordt gebombardeerd, diende als inspiratie. Dramatis personae eindigt wanneer de solist zich in een theatrale geste onder zijn gelijken schaart. De held is nu een van ons, nieuwe tijden breken aan.
Aleksandr Skrjabin 1872-1915
Skrjabin: Prometheus
Door Martijn Voorvelt i.s.m. Anna Gawboy
Aleksandr Skrjabin was geobsedeerd met het idee dat een kunstwerk de werkelijkheid kon veranderen. Hij geloofde dat bepaalde combinaties van klank en licht corresponderende trillingen in het menselijk lichaam konden produceren waardoor het materiële werd ontstegen en het publiek een mystieke ervaring kon doormaken. In de laatste jaren van zijn leven was hij van plan een Mysterium te creëren, een enorm multimedia-ritueel dat een universele spirituele transformatie zou bewerkstelligen. Door zijn voortijdige dood zou Prometheus zijn laatste grootschalige werk en zijn enige experiment met licht blijven.
In deze video-inleiding spreekt een orkestmusicus met een classicus van de UvA over Alcestis.
Skrjabins ideeën werden in toenemende mate beïnvloed door de theosofie, die stelt dat waarheid en kennis versluierd aanwezig zijn in alle religies, wetenschap en filosofieën. Voor Prometheus liet Skrjabin zich inspireren door de theosofische schrijfster Helena Blavatsky. In haar interpretatie was het verhaal van de rebelse titaan een allegorie voor het belangrijkste moment in de menselijke evolutie: de verwerving van intellect. Blavatsky associeerde de ‘heilige vonk’ van het brein met zowel hemels licht als aardse elektriciteit. In deze interpretatie verpersoonlijkt Prometheus tevens Lucifer – de ‘lichtbrenger’. Zowel Prometheus als Lucifer rebelleren tegen de hoogste macht en brengen letterlijk verlichting, met als resultaat de verheffing van de mens tot een goddelijk wezen.
Skrjabins schrijft een mysterieus instrument voor, de ‘tastiera per luce’. Dit ‘luce’ of lichtklavier was bedoeld om een spel van veranderende kleuren te projecteren. De kleuren bracht Skrjabin in overeenstemming met de , waardoor een – zeer persoonlijke – nauw gecoördineerde samenhang tussen kleur en muzikale structuur ontstond. Een snel bewegende kleurensequentie markeert het van harmonische veranderingen, terwijl een tragere laag het werk verdeelt in secties die corresponderen met Blavatsky’s zeven evolutionaire stadia van het mensdom. Zo begeleidt een verfijnd donker blauwviolet de verschijning van de menselijke geest en markeert felrood de afdaling van de mensheid in de materie.
Terwijl de rijke texturen en meeslepende ën toebehoren aan de negentiende-eeuwse symfonische traditie, plaatst Skrjabins experimentele harmonische taal Prometheus stevig in de twintigste eeuw. De muziek is in hoge mate gebaseerd op een samenklank die bekend staat als het ‘mystieke ’, maar dat Skrjabin zelf het ‘akkoord van de pleroma’ (Oudgrieks voor volheid of volledigheid) noemde, het akkoord waarin alles samenkomt. De stapeling van kwarten (c-fis-bes-e-a-d) keert in steeds nieuwe gedaanten terug. Aangezien er bij stapeling van kwarten geen centrale waar te nemen is (net als in de keert een toon pas terug als alle andere gepasseerd zijn), leidt dit tot een sterk e muziek, die wordt ervaren als mystiek of buitenaards.
Aan het begin komen vanuit de ‘mistige’ stilstand van het mystieke akkoord melodische fragmenten naar voren die het opheffen van tijd en ruimte aanduiden. De piano-introductie symboliseert de chaos in de wereld, waarna de extase wordt opgebouwd, het loskomen van het lichaam dat tegenover de fysieke realiteit en het lijden gesteld wordt.
Na het contrastrijke middendeel en een terugkeer naar de mist van het begin, kondigt de kleur rood de komst van Lucifer aan. Het hoogste niveau van extase wordt bereikt, we laten de fysieke wereld achter ons. De totale vreugde die dan ontstaat, baadt het podium in goudgeel. Blauwgroen en de terugkeer van donker blauwviolet symboliseren de laatste spirituele transcendentie.
Skrjabins muziek werd in Nederland tijdens zijn leven nog weinig gewaardeerd, maar Willem Mengelberg was een groot bewonderaar. Op 26 en 27 oktober 1912 voerde het Concertgebouworkest onder zijn leiding Prometheus uit. Op het programma stonden ook de Eerste symfonie en het Pianoconcert met Skrjabin zelf als solist. Het zouden de enige uitvoeringen van Prometheus door het Concertgebouworkest blijven – tot nu toe.
De realisatie van de luce-partij in Skrjabins Prometheus
Op aanwijzing van Skrjabin ontwierp elektricien Alexander Moser een lichtklavier, maar de technologie stond een verwezenlijking van zijn ideaal nog niet toe, zodat Skrjabin er voor de première in Moskou in 1911 van afzag. De eerste uitvoering met licht vond in 1915 plaats in New York met behulp van een door Edison Testing Laboratories ontworpen luce. Ondanks de voor die tijd zeer geavanceerde technologie was het resultaat onbevredigend. Sindsdien is Prometheus meestal zonder licht uitgevoerd.
De lichtpartij in de gepubliceerde van Prometheus was waarschijnlijk bedoeld voor het luce-instrument uit 1910, dat bestond uit een kleine cirkel van twaalf gloeilampen. Het is nog altijd te zien in Skrjabins huis in Moskou.
In 1913 noteerde Skrjabin in een handgeschreven partituur aanwijzingen voor de lichtpartij zoals hij die voor zich zag, vrij van technische beperkingen. Het lichtontwerp is hierin verder ontwikkeld dan in de gedrukte uitgave, compleet met kleurens, veranderende lichtintensiteiten, variaties in diverse soorten licht en effecten die onmogelijk te realiseren zouden zijn geweest in Skrjabins tijd.
Recente ontwikkelingen hebben het mogelijk gemaakt om Skrjabins ideaal steeds dichter te benaderen. De uitvoeringen door het Concertgebouworkest zijn gebaseerd op de notaties uit 1913, die nooit zijn gepubliceerd en maar heel zelden zijn toegepast.
Hoewel Skrjabins aanwijzingen behoorlijk precies zijn, blijft iedere realisatie een interpretatie, aangepast aan de ruimte en de uitvoering. De als muziekpartij genoteerde aanwijzingen voor het licht zijn alleen met behulp van een musicus te realiseren.
Sinds 2009 werken musicologe Anna Gawboy en lichtontwerper Justin Townsend samen om Prometheus tot leven te brengen. Gawboys uitgebreide research stelt hen in staat de artistieke en technische uitdagingen van de luce-partij te benaderen vanuit een interdisciplinair perspectief. Zij hebben drie eerdere uitvoeringen van het werk gerealiseerd in de Verenigde Staten.
In de wordt het sneller wisselende licht dat de ën volgt gerealiseerd op een cirkelvormig object dat naar het model van het oorspronkelijke luce verwijst. Timing, intensiteit en lichtkwaliteit worden door een musicus in het orkest aangestuurd vanaf een midi-toetsenbord dat muzikale data vertaalt in lichteffecten. De langzaam bewegende laag wordt aangestuurd vanaf een controlepaneel in de zaal en gerealiseerd met het permanente lichtsysteem van Het Concertgebouw.
Biografie
Andris Nelsons, dirigent
Andris Nelsons was tist in het orkest van zijn geboortestad Riga voordat hij in 2001 naar Sint-Petersburg vertrok om directie te studeren bij Alexander Titov, gevolgd door privélessen bij Mariss Jansons. Hij werd achtereenvolgens chef- van de Letse Nationale Opera (2003-2007), de Nordwestdeutsche Philharmonie (2006-2009) en het City of Birmingham Symphony Orchestra (2008-2015).
Sinds seizoen 2014/2015 is Andris Nelsons music director van het Boston Symphony Orchestra en sinds februari 2018 ook Kapellmeister van het Gewandhausorchester Leipzig. Zijn twee orkesten werken verregaand samen, wat onder meer tot uiting komt in gezamenlijke cd-opnames.
producties leidde Andris Nelsons onder meer bij het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera in New York en de Bayreuther Festspiele. Als gastdirigent leidt hij gezelschappen als de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de New York Philharmonic.
Sinds augustus 2008 is Andris Nelsons bij het Concertgebouworkest een graag geziene gast: naast concerten in Amsterdam leidde hij het orkest veelvuldig op tournee. Bij de laatste samenwerking, in augustus 2020, stond Rachmaninoffs Tweede symfonie op de lessenaar.
Håkan Hardenberger, trompet
Håkan Hardenberger begon met spelen toen hij acht jaar was. Hij studeerde in Parijs en Los Angeles en geeft momenteel les aan het conservatorium van Malmö en aan het Royal Northern College of Music in Manchester.
De Zweedse trompettist soleert bij alle grote orkesten in de wereld, zoals de New York Philharmonic, de en van Chicago en Boston, de Wiener Philharmoniker en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in München.
Onder leiding van en als Pierre Boulez, Alan Gilbert, Daniel Harding, Andris Nelsons en Esa-Pekka Salonen speelde hij de klassieke concerten, maar bracht hij ook veel nieuw solorepertoire in première. Componisten als Harrison Birtwistle, Brett Dean, Hans Werner Henze, Olga Neuwirth, Arvo Pärt, Mark-Anthony Turnage en Jörg Widmann schreven werk voor hem.
Met er Colin Currie treedt hij regelmatig op in s. Håkan Hardenberger soleerde meermaals bij het Concertgebouworkest, steeds onder leiding van Andris Nelsons. In oktober 2012 debuteerde hij met Haydns Trompetconcert in Es groot en het voor hem geschreven From the Wreckage van Mark-Anthony Turnage. In oktober 2016 kwam hij terug met Aerial van HK Gruber en in januari 2020 soleerde hij in Brett Deans Dramatis personae.
Pierre-Laurent Aimard, piano
Pierre-Laurent Aimard geldt als een autoriteit op het gebied van de hedendaagse muziek, en werpt ook graag nieuw licht op het oudere repertoire. Hij werd geboren in Lyon en studeerde in Parijs bij Yvonne Loriod en in Londen bij Maria Curcio. De Fransman bouwde nauwe banden op met componisten als György Kurtág, Karlheinz Stockhausen en Elliott Carter en werkte vijftien jaar lang met György Ligeti aan de opnames van diens complete oeuvre.
Voor zijn première-opname van Murails pianoconcert Le Désenchantement du monde met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks kreeg hij een Gramophone Award. Naast zijn vele soloprojecten wordt Pierre-Laurent Aimard geëngageerd door de belangrijkste orkesten wereldwijd; zo debuteerde hij in 1987 bij het Concertgebouworkest en was hij er in het seizoen 2018/19 artist in residence. In 2024/2025 vierde de pianist de 150ste verjaardag van Maurice Ravel met onder meer The Philadelphia Orchestra en de Czech Philharmonic.
Ook markeerde hij het eeuwfeest van zijn leermeester en vriend Pierre Boulez – onder meer samen met het Ensemble intercontemporain en in een reeks solorecitals. Andere hoogtepunten waren wereldpremières van ‘…selig ist…’ van Mark Andre op de Donaueschinger Musiktage en van een nieuw werk voor piano vierhandig in Berlijn zij aan zij met componist George Benjamin. Pierre-Laurent Aimard geeft les aan conservatoria in Keulen en Parijs en werd in 2017 geëerd met de Ernst von Siemens Musikpreis.
In zijn vorige in Het Concertgebouw, op 30 januari 2022, klonk de cyclus Vingt regards sur l’Enfant-Jésus van Olivier Messiaen, met wie Pierre-Laurent Aimard al op zijn twaalfde kennismaakte en sindsdien veelvuldig aan diens muziek werkte.
Groot Omroepkoor, koor
Het Groot Omroepkoor, opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog, is het enige professionele koor in Nederland dat het grote symfonische koorrepertoire uitvoert. Het koor is nauw verbonden met de Publieke Omroep en zingt veelvuldig in de omroepseries: de NTR ZaterdagMatinee, Het Zondagochtend Concert en het AVROTROS Vrijdagconcert.
Het repertoire beweegt zich tussen hedendaagse muziek (opdrachtwerken van zowel Nederlandse als buitenlandse componisten), oudere werken uit de negentiende en twintigste eeuw en . Het Groot Omroepkoor treedt op met orkesten van naam en faam, en werkt in de omroepseries doorgaans met het Radio Filharmonisch Orkest.
Ook met het Concertgebouworkest bestaat een lange, vruchtbare samenwerking. Bij de laatste gezamenlijke concerten in mei 2025 stond Mahlers Achtste symfonie op het programma onder leiding van Klaus Mäskelä. Samen met het Radio Filharmonisch Orkest ontving het Groot Omroepkoor in 2017 de Concertgebouw Prijs. Chef- sinds 2020 is Benjamin Goodson.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest







