Andris Nelsons en Yefim Bronfman bij het Concertgebouworkest
Serie B 20.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Andris Nelsons dirigent
Yefim Bronfman piano
Sergej Prokofjev 1891-1953
Tweede pianoconcert in g kl.t., op. 16
(1912-13, 1923)
Andantino, Allegretto
Scherzo: Vivace
Intermezzo: Allegro moderato
Finale: Allegro tempestoso
pauze
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Elfde symfonie in g kl.t.,
op. 103 (1957) ‘Het jaar 1905’
Het plein voor het paleis: Adagio
De 9de januari: Allegro
In memoriam: Adagio
Alarm: Allegro non troppo
begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur
Toelichting
Sergej Prokofjev 1891-1953
Tweede pianoconcert
tekst: Onno Schoonderwoerd
Bij al zijn ogenschijnlijke afstandelijkheid, zijn voorkeur voor heldere muzikale vormen en zijn dikwijls schertsende toon was Sergej Prokofjev steeds op zoek naar extremen, naar krachtige emoties. Het publiek in Sint-Petersburg, de romances van Tsjaikovski nauwelijks ontgroeid, had het er maar moeilijk mee. Prokofjevs optredens veroorzaakten geregeld een schandaal.
De première van het Tweede pianoconcert in g klein, in 1913, is een berucht voorbeeld. Maar welke klanken het avondjurk- en lorgnettenpubliek toen precies verontrust hebben, is helaas niet meer te achterhalen. Naar verluidt is de in 1918, na Prokofjevs vlucht naar het vrije Westen, door de nieuwe bewoners van zijn huis gebruikt als brandstof. De nu bekende versie van het stuk is een reconstructie uit 1923.
In het eerste deel hoort men op de plaats van een doorwerking een veeleisende solocadens, waar het ‘vertellende’ eerste en het ritmisch geprofileerde tweede thema gecombineerd worden tot een kolossaal geheel. Het tweede deel staat in d klein en klinkt als een perpetuum mobile, en het derde deel, dat terugkeert naar de hoofdtoonsoort g klein, lijkt nog meer op een moeizame dans van machines. Alleen halverwege het laatste deel is er ruimte voor een kalm mijmerende . Er klinken klokken. Zijn het doodsklokken?
Misschien dat op een dag de oerversie van het concert nog opduikt. Tot dan kan men slechts raden hoe sterk Prokofjev het stuk heeft gereviseerd. Maar het zou geen verbazing wekken als blijkt dat de tweede versie een beduidend grotere dramatische lading bevat en meer emotionele diepgang vertoont dan het oorspronkelijke werk.
Kort voor de première in 1913, toen het pianoconcert waarschijnlijk bijna voltooid was, ontving Prokofjev namelijk het volgende bericht van zijn dierbaarste studiegenoot, Maximilian Schmidthof: ‘Beste Serjozja, laat me je het laatste nieuwtje vertellen – ik heb mezelf doodgeschoten. Treur niet en hul je in kalmte. Meer is het niet waard. Het beste, Max.’
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
elfde symfonie ‘het jaar 1905’
tekst: Leo Samama
Op zondag 9 januari (huidige kalender 22 januari) 1905, zo’n twintig maanden voor de geboorte van Dmitri Sjostakovitsj, werd Sint-Petersburg opgeschrikt door een moordpartij die zijn weerga nauwelijks kende. Vele honderden, volgens sommige rapporten enkele duizenden ongewapende betogers werden toen door de Keizerlijke Garde zonder pardon neergeschoten of door de schuivende mensenmassa onder de voet gelopen. Aanleiding was een protestdemonstratie door enkele honderdduizenden Russische arbeiders, die onder leiding van de Russisch--orthodoxe priester Vader Gapon, voorzien van iconen, hymnen en patriottische eren zingend, naar het Winterpaleis togen.
Er was streng op toegezien dat er zich geen relschoppers in de massa bevonden; alle wapens moesten worden afgegeven. Vader Gapon had een petitie opgesteld waarin de tsaar verzocht werd de werkomstandigheden van de arbeiders te verbeteren. Maar de tsaar gaf geen gehoor: hij was de dag ervoor uit de stad vertrokken… Bij het Winterpaleis losten de soldaten eerst waarschuwingsschoten en gingen snel daarna over op het schieten in de mensenmassa. Daarmee werd dit bloedbad een van de ijkpunten voor een eerste stroom van revolutionaire acties, die weliswaar in 1907 de kop werden ingedrukt, maar tien jaar daarna leidden tot de grote revolutie waarmee het keizerrijk werd ontmanteld.
Alle reden voor Dmitri Sjostakovitsj om er in 1957 een orkestwerk aan te wijden. Het werd zijn Elfde symfonie ‘Het jaar 1905’. Daarmee hebben we echter slechts een enkele aanleiding gemeld. Voor Sjostakovitsj, en zeker ook voor zeer velen van zijn tijd- en landgenoten, was er nog een tweede aanleiding, dichterbij, en wellicht daardoor ook aangrijpender: de Hongaarse Opstand in 1956 en de manier waarop het Sovjetleger deze korte lente had neergeslagen, met als resultaat enkele duizenden doden en enkele honderdduizenden vluchtelingen. Sjostakovitsj was hierdoor tot in het diepst van zijn ziel geschokt, hetgeen ongetwijfeld de compositie van de nieuwe symfonie, die daarvoor al deels was opgezet, moet hebben beïnvloed.
Zo kwamen heden en verleden in de -Elfde symfonie bijeen, en zelfs op meerdere niveaus. Immers, niet alleen zijn het de gebeurtenissen van 1905 en 1956 die het werk markeren, maar ook de muziek van vlak voor 1905 en die van kort voor 1956. Sjostakovitsj ging namelijk te rade bij enerzijds revolutionaire eren van rond 1900 (dus nadrukkelijk geen Sovjetpropaganda-liederen) en anderzijds bij zijn eigen koor-cyclus Tien gedichten op teksten van revolutionaire dichters (1951), die deels ook gebaseerd is op diezelfde revolutionaire liederen. Het resultaat is, zeker vergeleken met bijvoorbeeld de Achtste of de Tiende symfonie, ongemeen direct en politiserend, als betreft het filmmuziek. En het is ook juist dát wat velen Sjostakovitsj toentertijd verweten en sommigen nog verwijten.
Hier was overduidelijk een propagandist van het Sovjetregime aan het woord, een aanhanger. Dit was nu waarlijk sociaal-realistische muziek. En dat terwijl de muziek die Sjostakovitsj vóór de Elfde symfonie schreef in feite niet minder angstaanjagend, opruiend, opzwepend en tenslotte heldhaftig is, zoals zijn Zevende symfonie bijvoorbeeld. Maar de Zevende symfonie verhaalde van heldendaden door de Sovjetburgers van Leningrad tijdens het aangrijpende beleg door de Duitsers.
De Elfde symfonie betrof in eerste instantie – vandaar ook nadrukkelijk de door Sjostakovitsj aangedragen titel – een politiek en maatschappelijk statement dat verbonden is aan de communistische strijd die geleid heeft tot de nieuwe staat, de Sovjet-Unie. Sjostakovitsj schildert in de Elfde symfonie met een breed palet van kleuren, veelal met dikke kwasten, en een enkele maal ook met een klein penseel voor de detaillering. Hij noemde deze symfonie zelf met recht zijn meest ‘Moesorgskiaanse’ werk. Hier raakt de wereld van Boris Godoenov die van de Russische Revolutie en die van de Hongaarse opstand.
De dichteres Anna Achmatova was bij de première op 30 oktober 1957 aanwezig, zoals een andere toeschouwer, Zoia -Tomasjevskaja, zich later herinnerde: ‘Bij de eerste uitvoering van de Elfde symfonie klonk veel ontevreden gemompel. De muziekminnende kenners meenden dat de symfonie verstoken was van enig belang. Overal om je heen hoorde je opmerkingen als “Hij heeft zichzelf verraden. Niets dan citaten en revolutionaire liederen”. Anna Andrejevna Achmatova hield haar mond. […] Toen we na het concert thuis kwamen, vroeg mijn vader: “En, hoe was het?” Anna Andrejevna antwoordde: “Die liederen waren als witte vogels tegen een verschrikkelijke, zwarte lucht”.’
Evenals Beethoven zocht Sjostakovitsj naar verhevenheid door realiteit en -abstractie samen te brengen in uitermate streng gebouwde muzikale structuren, die bovendien harmonisch vele malen avontuurlijker zijn dan vrijwel alles wat toentertijd in het openbaar mocht worden uitgevoerd. Zo is de Elfde symfonie een even zo enigmatisch als intrigerend voorbeeld van het meesterschap van Sjostakovitsj.
Biografie
Andris Nelsons, dirigent
Andris Nelsons was tist in het orkest van zijn geboortestad Riga voordat hij in 2001 naar Sint-Petersburg vertrok om directie te studeren bij Alexander Titov, gevolgd door privélessen bij Mariss Jansons. Hij werd achtereenvolgens chef- van de Letse Nationale Opera (2003-2007), de Nordwestdeutsche Philharmonie (2006-2009) en het City of Birmingham Symphony Orchestra (2008-2015).
Sinds seizoen 2014/2015 is Andris Nelsons music director van het Boston Symphony Orchestra en sinds februari 2018 ook Kapellmeister van het Gewandhausorchester Leipzig. Zijn twee orkesten werken verregaand samen, wat onder meer tot uiting komt in gezamenlijke cd-opnames.
producties leidde Andris Nelsons onder meer bij het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera in New York en de Bayreuther Festspiele. Als gastdirigent leidt hij gezelschappen als de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de New York Philharmonic.
Sinds augustus 2008 is Andris Nelsons bij het Concertgebouworkest een graag geziene gast: naast concerten in Amsterdam leidde hij het orkest veelvuldig op tournee. Bij de laatste samenwerking, in augustus 2020, stond Rachmaninoffs Tweede symfonie op de lessenaar.
Yefim Bronfman, piano
Yefim Bronfman werd geboren in Tasjkent, Oezbekistan (destijds Sovjet-Unie), emigreerde in 1973 met zijn familie naar Israël en begon zijn studie bij Arie Vardi in Tel Aviv. Hij vervolgde zijn opleiding in de Verenigde Staten – aan The Juilliard School, de Marlboro School of Music en het Curtis Institute of Music in Philadelphia bij Rudolf Firkusny, Leon Fleisher en Rudolf Serkin – en werd Amerikaans staatsburger. De pianist deelde het podium met de meeste grote en.
Zo trad hij in seizoen 2007/2008 als ‘Perspective Artist’ in Carnegie Hall in New York op met zowel het Concertgebouworkest als de Wiener Philharmoniker. In seizoen 2013/2014 was Yefim Bronfman in residence bij de New York Philharmonic. In Europa was hij te gast bij bijvoorbeeld de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de Staatskapelle Dresden.
Bij het Concertgebouworkest soleerde Yefim Bronfman sinds zijn debuut in 1999 in pianoconcerten van onder anderen Brahms, Liszt en Prokofjev en trad hij in 2021/2022 als artist in residence op in het Derde pianoconcert van zowel Beethoven als Rachmaninoff en de wereldpremière van het Pianoconcert, 175 van Firsova. In 2023 vergezelde hij het orkest op tournee naar Japan en Zuid-Korea.
Ook met het WDR Sinfonieorchester Köln en de Wiener Philharmoniker was Yefim Bronfman te horen in de . Solorecitals in Het Concertgebouw gaf hij in maart 2003, november 2011 en februari 2025. Yefim Bronfman werd gelauwerd met onder meer de Avery Fisher Prize en met een eredoctoraat van de Manhattan School of Music.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


