Andreas Scholl en Tamar Halperin: The Twilight People

Andreas Scholl countertenor
Tamar Halperin piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 2.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Ari Frankel (1960)

The Rest
uit ‘wiping ceramic tiles’ (2008)

Aaron Copland (1900-1990)

The Little Horses
At the River
uit ‘Old American Songs II’ (1958)

Alban Berg (1885-1935)

Wo der Goldregen steht
uit ‘Jugendlieder I’ (1901-04)

Ralph Vaughan Williams (1872-1958)

Silent Noon
uit ‘The House of Life’ (1903)

Aaron Copland

I Bought Me a Cat
uit ‘Old American Songs I’ (1950)

John Cage (1912-1992)

Jazz Study (ca. 1942)
voor piano solo

Benjamin Britten (1913-1976)

The Ash Grove
uit ‘Folk Song Arrangements, vol. 1: British Isles’ (1941-42)

Joseph Tawadros (1983)

Beauty is Life (2009; arr. Matt McMahon)

pauze ± 21.00 uur

Arvo Pärt (1935)

Es sang vor langen Jahren (1984)
Vater unser (2005-11)

Benjamin Britten

Greensleeves (1941)

Alban Berg

Abschied
Vielgeliebte schöne Frau
Ferne Lieder
uit ‘Jugendlieder I’

Ralph Vaughan Williams

The Twilight People
uit ‘Poems by Seumas O’Sullivan’ (1925)

Tired
uit ‘Last Songs’ (1954-58)

John Cage

In a Landscape (1948)
voor piano solo

Benjamin Britten

The Salley Gardens
uit ‘Folk Song Arrangements,
vol. 1: British Isles’

Joseph Tawadros

A Truth (2009; arr. Matt McMahon)

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Interview met Andreas Scholl

Door Joost Galema

‘Spätherbstnebel, kalte Träume,
überfloren Berg und Tal,
Sturm entblättert schon die Bäume,
und sie schaun gespenstig kahl.’

Heinrich Heine

De Duitse zanger Andreas Scholl spreekt de woorden uit van Alban Bergs Vielgeliebte schöne Frau. Helder, omfloerst, spugend, fluisterend – hij laat horen op hoeveel manieren zijn stem dit landschap kan inkleuren. En dan zingt hij nog niet eens over die late herfstnevel en de koude dromen, die berg en dal versluieren, en over de storm die de bomen ontbladert tot spookachtige en kale geraamten.

‘Een tekst uitspreken, acteren, is negentig procent van de vertolking’, gelooft hij. ‘Het gaat om de geest van het woord, een smaak die je kunt proeven. Een van mijn leraren, en René Jacobs, drukte me altijd op het hart dat de betekenis van een woord besloten moet liggen in de klank. ‘Prima le parole, poi la musica’, vond Monteverdi. Eerst de woorden, de muziek vloeit daaruit voort.’

Scholl zit aan de keukentafel in Kiedrich, een klein wijndorp op de flanken van het Duitse Rijndal, met een indrukwekkende kerk waar hij zijn eerste woorden proefde in het knapenkoor. Ruim tien jaar geleden keerde hij terug naar de plek ‘waar ik mezelf aan niemand hoef uit te leggen.’

Dit is zijn geboortegrond als mens en musicus. ‘Onlangs bekeek ik een video van Bachs Hohe Messe, die ik zong met het Tölzer Knabenchor in Leipzig. En aan het slot stonden de tranen me in de ogen. De overgave waarmee de jonge koorknapen opgingen in het Dona nobis pacem, die riep herinneringen op aan vroeger, aan het koor in Kiedrich, aan het groepsgevoel. Die gemeenschap van klank bracht me niet in de gevaarlijke verleiding om te geloven dat ik bijzonder was. We droegen de muziek samen. En dat besef was, is en zal het fundament onder mijn zang blijven.’

  • Andreas Scholl

Zichtbare stilte

Scholl oogstte roem in de oude muziek – de ­Renaissance en de – maar zijn deze maand omvat eren uit de laatste honderd jaar, vooral folk songs, op gedichten over liefdes en landschappen uit de jeugd. Het idee ontkiemde zo’n vijf jaar geleden, toen de zanger een masterclass gaf in Cambridge. Een van de leerlingen verraste hem met het lied Silent Noon van Ralph Vaughan Williams, over twee geliefden die op hun rug zwijgend in het gras liggen en zich verwonderen over de schoonheid van de natuur. ‘Met die prachtige zin,’ zegt Scholl. ‘Hoe gaat die ook alweer?’ Hij prevelt de regels zacht voor zich uit, totdat de woorden naar boven komen. ’Tis visible silence, still as the hour glass. ‘Het is zichtbare stilte, zoals die van een zandloper’, vertaalt hij.

Terug in Kiedrich liet Scholl het lied horen aan zijn vrouw, pianiste en musicologe Tamar Halperin. Samen begonnen ze aan een zoektocht naar het mooiste repertoire. De dikke stapel partituren dunde elke repetitie verder uit. Ten slotte restten er de pakweg twintig liederen die hun programma The Twilight People vormen, die spelen met licht en duisternis, klank en stilte, met paradoxen. Of zoals Scholl in Bergs Ferne Lieder zingt: ‘De verre liederen zijn luid geworden zwijgen.’

Koorddansen

Vaak regeert de eenvoud. ‘Maar dat is juist het moeilijke’, vindt Scholl. ‘In een barokaria bewandel ik een brede weg. Iets te veel drama? Geen probleem. En je kunt het ook alleen mooi doen. Maar hoe simpeler een lied, hoe smaller het pad. In deze folk songs loop ik nog slechts op een koord. Veel emotie klinkt al vlug belachelijk, maar zing alleen de noten en er gebeurt niets. Mijn leraar Richard Levitt zei altijd: ‘Probeer niets uit te drukken.’ Uitdrukken. Alsof je betekenis uit een woord wringt. Als jonge zanger begreep ik zijn raad niet. Het moet toch expressief, dacht ik. Maar misschien is dat onderdeel van de reis die leven heet. Een paar jaar geleden – niet lang voor zijn dood – spraken we er opnieuw over. Hij had het al vaker benoemd, maar plots drong het tot me door. Dat is het verschil tussen weten en geloven.’

  • Ralph Vaughan Williams

‘Ouder worden is niet altijd plezierig, maar zo’n inzicht zou ik op mijn dertigste nooit gehad hebben. ‘Het is kunst als het niet naar kunst klinkt’, zei Levitt. Het gaat erom niets toe te voegen wat niet noodzakelijk is, en niets weg te laten wat essentieel is. Pas dan krijgt muziek een puur aura. Ik herken dat bijvoorbeeld in Bach-­vertolkingen van Philippe Herreweghe: hij slingert luisteraars de betekenis niet in het gezicht maar laat hen die zelf ontdekken. Alsof hij langzaam een stuk papier voor ons openvouwt.’

Daarbij is het van belang om in het nu te leven. ‘Dus niet blijven denken aan die foute noot vier maten geleden of aan de lastige passage die eraan komt. Bach bleek een goede leerschool. Zijn muziek doet me, in dat opzicht, vaak denken aan de Formule 1: wie niet in het moment blijft, verongelukt. Ik mag bij Bach geen milliseconde te laat komen, maar ook niet ver vooruit kijken. Repetitieversies van zijn werk bestaan niet. Een Erbarme dich is altijd alles of niets. Maar daar mag het publiek niets van merken. Je moet zingen zoals Messi voetbalt, alsof het geen moeite kost, alsof iedereen het zou kunnen. Luisteraars willen niet al die jaren van bloed, zweet en tranen in je stem terug horen.’

Loslaten

Wat het publiek wel wil, of denkt, ligt buiten zijn macht, leerde Scholl. Moeilijk te aanvaarden voor zangers, een ras van control freaks. ‘René Jacobs vertelde me daar eens een mooie anekdote over. Bij een zat op de voorste rij een bezoeker voortdurend mismoedig zijn hoofd te schudden. Dat vergde het uiterste aan concentratie bij René om goed te blijven zingen. Na afloop zocht de man hem in de kleedkamer op. ‘Zoiets moois heb ik nog nooit gehoord’, was zijn commentaar. René had bewondering aangezien voor afkeuring. Vrijheid ervaren op het toneel, me losmaken van het – meestal veronderstelde – oordeel van anderen, dat is een grote opgave in het leven. In mijn mooiste concerten sta ik niet langer naast mezelf mee te kijken en te luisteren, nee, op zo’n magische avond val ik samen met de muziek, dan ontwaak ik pas aan het slot als uit een droom.’

Biografie

Andreas Scholl, countertenor

Andreas Scholl groeide op in een muzikale familie in Kiedrich (Duitsland) en deed zijn eerste muzikale ervaring op in het plaatselijke jongenskoor. Op zijn zeventiende werd hij toegelaten tot de ­Schola Cantorum in Bazel. Hier waren Richard Levitt en René Jacobs zijn docenten. Ook mentoren als sopraan Emmy Kirkby en violiste Chiara Banchini waren een belangrijke bron van inspiratie.

Andreas Scholl groeide uit tot een wereldberoemd zanger. Hij trad op met gezelschappen als de Akademie für Alte Musik Berlin, de New York Philharmonic en het Concertgebouworkest. Ook als zanger werkte hij met bekende gezelschappen. Zo zong hij de rol van Bertarido in Händels opera Rodelinda bij zowel de Glyndebourne Festival Opera als aan de Metropolitan Opera in New York. Andreas Scholl maakte tal van geprezen opnamen; voor zijn Purcell-album O Solitude ontving hij in 2012 een BBC Music Magazine Award.

Andreas Scholl debuteerde in Het Concertgebouw in 1992 en keerde er vele keren terug. Bij zijn vorige in de , op 19 maart 2013, onderzocht hij de geschiedenis van het Duitse klassieke en romantische , zoals ook vastgelegd op de cd Wanderer, die hij opnam met pianiste Tamar Halperin.

Hun nieuwste cd, The Twilight People, verscheen afgelopen november.

Tamar Halperin, piano

Tamar Halperin groeide op in Israël en ambieerde aanvankelijk een loopbaan als professioneel tennisser. Ze koos alsnog voor de muziek en nam lessen piano, klavecimbel en harp aan de Schola Cantorum in Bazel. Aan de Juilliard School of Music in New York promoveerde ze als musicoloog met een dissertatie over Bach.

Tamar Halperin won meerdere belangrijke prijzen en maakte naam op de internationale concertpodia. Ze trad veelvuldig op in Israël, Europa en de Verenigde Staten, maar ook in Mexico, Japan, Korea en Australië.

De pianiste deelde het podium met gezelschappen als The English Concert en de New York Philharmonic. Ze treedt regelmatig op met haar echtgenoot, Andreas Scholl.

Hoewel muziek uit de haar speciale aandacht geniet, speelt Tamar Halperin ook graag werk uit andere stijlperioden. Zo maakte ze bijvoorbeeld twee jazzalbums met pianist Michael Wollny, Wunderkammer en Wunderkammer XXL, beide bekroond met een ECHO Award.