Amsterdam Sinfonietta Solisten met sonore Dvořák
Amsterdam Sinfonietta Solisten:
Candida Thompson viool
Jacobien Rozemond viool
Daniel Bard altviool
Kaori Yamagami cello
Rick Stotijn contrabas
pauze ca. 20.55 uur
einde ca. 22.05 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkers met Variatie.
Mohammed Fairouz 1985
Chorale Fantasy (2010)
voor strijkkwartet
Nederlandse Première
Antonín Dvořák 1841-1904
Tweede strijkkwintet in G gr.t., op. 77 (1875)
Allegro con fuoco
Scherzo: Allegro vivace
Poco andante
Allegro assai
pauze
Franz Schubert 1797-1828
Strijkkwintet in C gr.t., D 956, op. posth. 163 (1828)
in een bewerking met contrabas door M. van Prooijen
Allegro ma non troppo
Adagio
Scherzo. Presto. Trio. Andante sostenuto
Allegretto – Più allegro
Toelichting
Mohammed Fairouz 1985
Chorale fantasy
tekst: Noortje Zanen
De Arabisch-Amerikaanse componist Mohammed Fairouz werd door de BBC uitgeroepen tot een van de kopstukken van zijn generatie. Zijn werk wordt veelvuldig uitgevoerd en opgenomen op cd en hij krijgt wereldwijd veel compositieopdrachten.
Mede dankzij zijn transatlantische opvoeding is Fairouz een echte wereldburger. Als tiener reisde hij al rond over de vijf continenten en overal waar hij kwam maakte hij kennis met de plaatselijke muziektradities. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in zijn eigen composities verschillende muzikale stromingen verenigt.
Tot zijn bekendste werken behoort de Vierde symfonie ‘In the Shadow of No Towers’, over het Amerikaanse leven na de aanslag van 9/11. In maart van dit jaar bracht De Nationale de wereldpremière van zijn tweede opera The New Prince.
Vandaag klinkt de Nederlandse première van zijn Chorale Fantasy voor strijkkwartet uit 2010. Fairouz schreef deze verzameling preludes in opdracht van het Amerikaanse Borromeo Strijkkwartet, dat de wereldpremière ver-zorgde en het werk uitbracht op cd. Het is een kort eendelig werk dat twee muzikale werelden combineert: de traditionele Arabische toonreeksen (zie ook maqam) en anderzijds Duitse koralen en .
Zoals de titel suggereert zijn alle vier de partijen van de Chorale Fantasy geschreven binnen het bereik van de menselijke stem
Het stuk opent met een kalme introductie, uitmondend in een bezwerende, quasi-geïmproviseerde vioolsolo, telkens onderbroken door een markant ritmisch patroon van de andere drie strijkers.
Daarna ontstaat een wervelende dans met een uitbundige climax, waarna het stuk afsluit in dezelfde vriendelijke sfeer van het begin. Zoals de titel suggereert zijn alle vier de partijen van de Chorale Fantasy geschreven binnen het bereik van de menselijke stem.
Antonín Dvořák 1841-1904
Tweede strijkkwintet
tekst: Clemens Romijn
De Tsjechische componist Antonín Dvořák was van jongs af aan gewend aan strijkinstrumenten in diverse combinaties met of zonder piano. Eerst als ‘fiedelend’ jongetje in Boheemse volksmuziek en later als beroepsaltist en violist. Piano en strijkers bracht hij bijeen in diverse werken voor viool of en piano, in vier ’s, twee pianokwartetten en twee pianokwintetten.
Voor alleen strijkers liet hij maar liefst vijftien strijkkwartetten na, en ook drie strijkkwintetten en een strijksextet. Het Strijkkwintet in G groot, 77 – voor strijkkwartet plus contrabas – schreef Dvořák deels in de lente van 1875. Een jaar eerder had hij een Oostenrijkse staatsbeurs gekregen ‘ter ondersteuning van zijn uitzonderlijke artistieke kwaliteiten’, zo schreef de commissie waartoe Johannes Brahms en de Weense muziekcriticus Eduard Hanslick behoorden.
De invloed van Brahms en de verwantschap met diens muziek laat zich goed beluisteren in het Tweede strijkkwintet. Dankzij de financiële hulp had Dvořák zijn tot dan toe slechts half gecomponeerde werk kunnen voltooien.
Oorspronkelijk had hij het opgezet in vijf delen, maar later schrapte hij een van de twee langzame delen, het Intermezzo, om het et terug te brengen tot een conventionele lengte en een klassieke vierdelige structuur. Het geschrapte Intermezzo herschreef hij in 1882 tot de sfeervolle , opus 40 voor strijkorkest.
Franz Schubert 1797-1828
Strijkkwintet
tekst: Dirk Luijmes
Begin oktober 1828 noteerde Franz Schubert dat hij ‘een et voltooid [had], dat eerst nog moet worden uitgeprobeerd’. De uitgever, die wel vaker klaagde over de ‘seltsame Gang’ van Schuberts ‘Geistesschöpfungen’, zag de grootsheid van dit Strijkkwintet in C groot, D 956 niet in; pas 25 jaar later zou het werk in druk verschijnen.
Anders dan zijn voorgangers Wolfgang Amadeus Mozart en Ludwig van Beethoven voegde Schubert aan het strijkkwartet niet een extra altist toe maar een cellist, wat het kwintet een speciale kleur geeft. Vandaag klinkt het werk zelfs met contrabas, in een bewerking van Marijn van Prooijen.
Al meteen bij het uitgebreide eerste deel kun je je afvragen – zoals een muziekhistoricus ooit deed – wat men het meest moet bewonderen: ‘de overstelpende hoeveelheid kostelijke melodische invallen, de rijkdom der koene ën, de betoverende en (…), de bezielde taal der tonen in het algemeen of de ontroerende getuigenis van het overvolle gemoed’.
Zeldzaam mooi is ook de verstilde sfeer van het , die halverwege moet wijken voor een dramatische uitbarsting, maar daarna even betoverend terugkomt. Het is niet ondenkbaar dat Schubert op het idee kwam dit et te schrijven nadat hij kennisgemaakt had met Beethovens kwintet in dezelfde , waarvan de in 1828 in druk verscheen.
Het felle heeft in elk geval beethoveniaanse trekken. In de energieke en afwisselende finale horen we dansante en wat Hongaars aandoende tiek, maar schijnt af en toe ook de stemming door. Het Strijkkwintet in C groot zou Schuberts laatste grote instrumentale werk zijn.
Ruim een maand later begroeven zijn bedroefde vrienden hem, op een steenworp afstand van Beethovens graf, en ze vermeldden op het grafmonument de woorden: ‘Der Tod begrub hier einen reichen Besitz, aber noch schönere Hoffnungen’.
Biografie
Candida Thompson, viool
Candida Thompson studeerde in 1989 met onderscheiding af bij David Takeno aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en bekwaamde zich verder aan het Banff Centre for the Arts in Canada. Ze leidde strijkorkesten in Scandinavië, Nederland, Spanje en Groot-Brittannië.
De Britse violiste is een gepassioneerd kamermusicus, deelde het podium met musici als Isaac Stern, Janine Jansen, Harriet Krijgh, Simone Lamsma, Isabelle Faust en Bruno Giuranna, en werd uitgenodigd op evenementen als het Kuhmo Festival (Finland), het Gubbio Festival (Italië), het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht en La Musica (Verenigde Staten).
Met celliste Xenia Jancovic en pianist Paolo Giacometti vormt ze het Hamlet Pianotrio. Als soliste trad Candida Thompson op met talloze orkesten in Europa, de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Bij Amsterdam Sinfonietta werd ze in 1995 concertmeester en in 2003 tevens artistiek leider. Ze bespeelt een viool van Guarneri del Gesù (Cremona, 1698-1744).
Jacobien Rozemond, viool
Jacobien Rozemond studeerde viool bij Davina van Wely en Ilya Grubert en won in 1995 de Essoprijs voor het beste eindexamen van dat jaar aan het Rotterdams Conservatorium. In datzelfde jaar was ze finaliste in de Vriendenkrans van Het Concertgebouw. Ze vervolgde haar studie bij David Takeno in Londen.
Als lid van het Ruysdael Kwartet nam Jacobien Rozemond in 2006 de Kersjesprijs in ontvangst. Van 1997 tot 2004 maakte de violiste deel uit van Combattimento Consort Amsterdam, en met het Amsterdam Bridge Ensemble nam ze onder andere kamermuziek van Hendrik Andriessen en René Samson op.
Sinds 2003 is Jacobien Rozemond aanvoerder van de tweede vioolgroep van Amsterdam Sinfonietta en in 2015 richtte ze met violiste Floor Le Coultre, altvioliste Francien Schatborn en cellist William McLeish het Hermitage Kwartet op.
Daniel Bard, altviool
De Israëlisch-Canadese violist en altviolist Daniel Bard studeerde bij onder anderen Peter Oundjian en David Takeno. In 2007 was hij een van de oprichters van het Mondriaan , dat datzelfde jaar nog meervoudig prijswinnaar werd van het Internationale Kamermuziek Concours van Triëst.
Het kreeg in 2009 een beurs van de Borletti-Buitoni Trust. Voor het geven van kamermuziekconcerten is Daniel Bard een regelmatige gast op de belangrijke concertpodia in Europa, Israël en Noord-Amerika.
Hij speelde bij de Tel Aviv Soloists en het Strathfield Symphony Orchestra in Australië; hij maakt deel uit van Camerata Nordica, het Norwegian Chamber Orchestra en de Canadese formatie Seiler Strings en was als concertmeester meerdere keren te gast bij Camerata Bern. Daarnaast is Daniel Bard sinds 2009 altaanvoerder bij Amsterdam Sinfonietta.
Kaori Yamagami, cello
Kaori Yamagami studeerde bij Orlando Cole aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia. Aan het New England Conservatory in Boston volgde ze lessen bij Paul Katz. Tot 2010 was ze student en tevens assistent van Frans Helmerson aan de Musikhochschule in Keulen.
Als soliste en kamermusicus werd Kaori Yamagami geëngageerd door bekende muziekfestivals wereldwijd en door orkesten als The Philadelphia Orchestra, het Orchestre de Paris en het Toronto Symphony Orchestra.
De celliste viel in de prijzen tijdens het Internationale Rostropovich Concours in Parijs (2005) en het Internationale Tsjaikovski Concours in Moskou (2007). In juli 2011 won ze de prestigieuze Virginia Parker Prize voor jonge, getalenteerde Canadese musici.
Kaori Yamagami is sinds 2010 -aanvoerder bij Amsterdam Sinfonietta.
Rick Stotijn, contrabas
Ieder jaar reizen artistiek leider Candida Thompson en de aanvoerders van Amsterdam Sinfonietta langs de nationale en internationale kamermuziekpodia. Voor de huidige tournee schuift Rick Stotijn aan, voormalig bas-aanvoerder van Amsterdam Sinfonietta.
Rick Stotijn studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij zijn vader Peter Stotijn en aan de Musikhochschule in Freiburg bij Bozo Paradzik. Hij kreeg in 2013 de Nederlandse Muziekprijs. Als solist musiceerde hij met onder meer Amsterdam Sinfonietta, het Residentie Orkest en de philharmonie zuidnederland.
Bij het Finse Joensuu City Orchestra vertolkte hij een soloconcert van Gavin Bryars en bij het Radio Filharmonisch Orkest het nieuwe werk Reports from the Low Country van Martijn Padding. Kamermuziek speelt hij met collega’s als Liza Ferschtman, Janine Jansen, Bram van Sambeek, Julius Drake, Joseph Breinl en zijn zus, mezzosopraan Christianne Stotijn.
Rick Stotijn is aanvoerder bij het Zweeds Radio Symfonie Orkest en voert ook geregeld de basgroep aan in het Orchestra Mozart, het Chamber Orchestra of Europe en het Mahler Chamber Orchestra.




