Altstaedt, Kelemen en Lonquich: Dvořák, Janáček en Kodály
Nicolas Altstaedt cello
Barnabás Kelemen viool
Alexander Lonquich piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.
Leoš Janáček (1854-1928)
Vioolsonate, JW 7/7 (1914-15)
voor viool en piano
Con moto
Ballada
Allegretto
Adagio
Zoltán Kodály (1882-1967)
Duo, op. 7 (1914)
voor viool en cello
Allegro serioso, non troppo
Adagio – Andante
Maestoso e largamente, ma non troppo lento – Presto
pauze ± 21.00 uur
Antonín Dvořák (1841-1904)
Pianotrio in e kl.t., op. 90 (1890-91) ‘Dumky’
Lento maestoso – Allegro
Poco adagio – Vivace
Andante – Vivace non troppo
Andante moderato – Allegretto scherzando – Allegro
Allegro
Lento maestoso – Vivace
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Leoš Janáček (1854-1928)
Vioolsonate
Door Rutger Helmers
De eerste twee werken op het programma zijn gecomponeerd rond het begin van de Eerste Wereldoorlog, die het einde van het Habsburgse Rijk zou inluiden. Leoš Janáček, die weinig ophad met de Oostenrijkse heerschappij, schreef zijn Viool naar eigen zeggen ‘terwijl we in Moravië op de Russen wachtten’. Als overtuigd Panslavist en bewonderaar van de Russische cultuur hoopte hij dat de legers van de Tsaar de Tsjechen zouden bevrijden. Op het handschrift van zijn Sonate schreef hij ook nadrukkelijk ‘1 augustus’, de datum van de officiële oorlogsverklaring.
Als de sonate daadwerkelijk geschreven is met de oorlog in het achterhoofd, dan is dat er niet vanzelfsprekend aan af te horen, of het moet de kenmerkende intensiteit zijn waarmee Janáček zijn werk opent: een meeslepende viool en een piano die lijkt te schudden onder het geweld van alle ’s. Het stuk kent daarentegen ook veel tederheid en zelfs verstilling, met name in de Ballada. Het (Allegretto), met zijn curieuze dalende toonladders, voegt daar een dosis vervreemding aan toe, een element dat ook in het afsluitende overheerst. Daar wordt een romantische, bijna zwoele pianopartij stelselmatig verstoord door een nerveuze figuur van de viool: zo kan de luisteraar nooit comfortabel wegdromen en eindigt de sonate als het ware met een vraagteken.
Zoltán Kodály (1882-1967)
Duo
Door Rutger Helmers
Zoltán Kodály was met zijn vrouw in Zwitserland toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak en alle toeristen halsoverkop het land moesten verlaten. Tijdens een oponthoud van enkele dagen bij de Oostenrijkse grens schreef hij zijn Duo, 7 voor de ongebruikelijke combinatie van viool en , instrumenten waar hij sinds zijn jeugd vertrouwd mee was.
Waar Janáček het verband tussen zijn Vioolsonate en de oorlog leek te willen benadrukken, merkte Kodály in 1924 laconiek op: ‘Of anderen er ooit iets van de onbeschrijflijke grandeur van de enorme bergen of vage voorgevoelens bij een plotselinge oorlog in zullen horen, is nog maar de vraag.’
Wat we in elk geval horen is een prachtige dialoog tussen de twee instrumenten, die in het openingsdeel wel degelijk een ‘heroïsche noot’ lijkt aan te slaan, zoals de Hongaarse violist Imre Waldbauer (1892-1952) opmerkte, maar in het expressieve vooral heel persoonlijk en intiem overkomt. In een improvisatorisch Maestoso e largamente eist de viool even de hoofdrol op, voordat het werk afsluit met een opzwepend en volks .
Antonín Dvořák (1841-1904)
‘Dumky-trio’
Door Rutger Helmers
Waar Kodály’s finale onmiskenbaar aan volksmuziek refereert – wat niet verwonderlijk is voor een componist die ook een vooraanstaand etnograaf was – is dit lang niet altijd terug te leiden tot daadwerkelijke Hongaarse volkscultuur. Iets vergelijkbaars geldt voor Antonín Dvořáks in e klein, getiteld ‘Dumky’. Deze term is afkomstig van ‘doemka’, een genre binnen de Oekraïense volkspoëzie (het betekent letterlijk ‘gedachte’), dat zich via Poolse bundels verspreidde en misschien wel via Janáček (die in de jaren 1870 al een stuk componeerde met de titel ‘vocale doema’) Dvořák bereikte.
Deze cultiveerde het als een instrumentale vorm, die weinig meer met de oorspronkelijke volkstradities van doen had. Het verhaal gaat dat de componist zich, nadat hij er enkele had gepubliceerd, nog maar eens tot een volksmuziekexpert richtte om te vragen wat een doemka eigenlijk was. Zijn stukken onder deze noemer waren alleen zo succesvol dat mensen het zuiver vanwege de identiteit van de componist gingen opvatten als een autochtoon Tsjechisch genre.
Van de drie componisten op dit programma was Dvořák het meest geïntegreerd in de Duits-Oostenrijkse traditie, wat onder meer blijkt uit de echo’s van Ludwig van Beethoven en Franz Schubert in zijn werk en de hoge waardering die hij kreeg van Johannes Brahms. Dvořák was een onbetwist meester van de klassieke vormen, en dat maakt het des te opmerkelijker dat hij de traditionele structuur van het pianotrio, met vier delen en de , heeft verruild voor een reeks van zes ‘dumky’, waarvan het kenmerkende gegeven telkens het contrast tussen een langzaam, contemplatief en een uitbundige dans is. De hoeveelheid raffinement en variatie die Dvořák op dit eenvoudige gegeven toepast, maakt dit pianotrio één van zijn meest geliefde composities.
Op het programma van vanavond staat kamermuziek van drie kopstukken uit de Oost-Europese muziek: Dvořák, Janáček en Kodály, twee Tsjechen en een Hongaar. Het is gemakkelijk te vergeten dat zij indertijd landgenoten waren, inwoners van het enorme Habsburgse Rijk. De componisten waren actief in steden als Praag, Brno en Boedapest, die in feite golden als provinciesteden ten opzichte van het Wenen van Brahms, Mahler en Schönberg.
Waar Dvořák, Janáček en Kodály nu gewoonlijk worden gezien als vertegenwoordigers van hun respectievelijke nationale culturen (waarbij gelijk de kanttekening moet worden gemaakt dat Janáček zich eerder identificeerde met zijn regio Moravië dan met het grotere Tsjechië), is het de moeite waard om deze inwoners van het Keizerrijk samen te beschouwen – en te beluisteren, natuurlijk. Ondanks hun uiteenlopende individuele stijlen deelden zij immers veel: een fascinatie voor volkscultuur, bijvoorbeeld, maar ook de noodzaak om zich op de een of andere manier tot dat Keizerrijk te verhouden.
Biografie
Barnabás Kelemen, viool
Barnabás Kelemen studeerde in 2001 aan de Franz Liszt Academie in Boedapest af bij Eszter Perényi, waarna hij nog lessen volgde bij Isaac Stern, Ferenc Rados en Zoltán Kocsis.
Hij heeft premières op zijn naam van Kurtág, Ligeti, Schnittke, Goebaidoelina, Reich, Pärt en Auerbach, en soleerde bij het London Symphony Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, de omroeporkesten van Berlijn, Hannover en München, het Budapest Festival Orchestra en de Hong Kong Philharmonic.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in september 2022 met het Eerste vioolconcert van Bartók onder leiding van landgenoot Iván Fischer. De violist treedt op met zijn Kelemen Quartet en met muzikale partners als Andreas Ottensamer, Steven Isserlis, Vilde Frang en Alina Ibragimova.
Hij neemt geregeld zitting in concoursjury’s, geeft masterclasses en doceert aan zijn alma mater. Steeds vaker profileert hij zich als ; hij ging in de leer bij Leif Segerstam en Jorma Panula en stond voor het Hongaars Nationaal Philharmonisch Orkest, het Indianapolis Symphony Orchestra en het Concertgebouw Chamber Orchestra.
In de was Barnabás Kelemen één keer eerder te gast, in december 2022 in een programma m Janáček, Kodály en Dvořák met Alexander Lonquich en Nicolas Altstaedt. Van de Hongaarse staat heeft hij de ‘ex-Dénes Kovács’-Guarneri del Gesù uit 1742 in bruikleen.
Nicolas Altstaedt, cello
De afgelopen seizoenen maakte de Duits-Franse cellist Nicolas Altstaedt solodebuten bij het National Symphony Orchestra in Washington, de orkesten van Seattle en Sydney, het London Philharmonic Orchestra, Philharmonia, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Staatskapelle Berlin en de Seoul Philharmonic en was hij in residence bij het NDR Elbphilharmonie Orchester, het SWR Symphonieorchester en het Barcelona Symphony Orchestra.
Afgelopen november debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met een nieuw werk van Liza Lim, en eerder werd hij uitgenodigd door de Wiener en de Münchner Philharmoniker, het Orchestre National de France, alle BBC-orkesten en het NHK Symphony Orchestra, Tokyo.
Met de componist zelf op de bok gaf hij de Finse première van Esa-Pekka Salonens concert. Nicolas Altstaedt werkte recent ook met oudemuziekgezelschappen als Arcangelo en het Orchestre des Champs-Elysées.
Als heeft hij een nauwe band met het Scottish Chamber Orchestra, het Münchner Kammerorchester en het Orchestre Philharmonique de Radio France, en stond hij ook voor het Budapest Festival Orchestra, het Kyoto Symphony Orchestra en het Orkest van de Achttiende Eeuw. In 2012 volgde hij Gidon Kremer op als artistiek leider van het Kammermusikfestival Lockenhaus.
In seizoen 2017/2018 had Nicolas Altstaedt een Spotlightserie in de , en zijn laatste optreden daar was op 20 december j.l. met pianist Maxim Emelyanychev en violist Aylen Pritchin.
Alexander Lonquich, piano
Alexander Lonquich, afkomstig uit Trier, verscheen in de dubbelrol van pianist en bij de Camerata Salzburg, het Orchestre des Champs-Elysées, het Royal Philharmonic Orchestra, het Mahler Chamber Orchestra, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Kammerorchester Basel en de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome.
Pianosolist was hij bijvoorbeeld bij de Wiener Philharmoniker, het Orchestre Philharmonique du Luxembourg, de Filarmonica della Scala, het WDR Sinfonieorchester Köln en de nationale orkesten van Tsjechië en Hongarije, onder dirigenten als Claudio Abbado, Yuri Bashmet, Philippe Herreweghe, Ton Koopman, Kurt Sanderling en Sándor Végh.
Ook is hij een graag geziene gast op de bekende Europese kamermuziekfestivals en -podia, waar hij optrad met partners als Vilde Frang, Heinz Holliger, Sabine Meyer, Christian Tetzlaff, Carolin Widmann, Jörg Widmann en Tabea Zimmermann. Voor zijn cd-opnames ontving de pianist onder meer een Diapason d’Or en een Edison, en met Nicolas Altstaedt nam hij al Beethovens werken voor en klavier op.
Hoogtepunten van de afgelopen seizoenen waren Beethovens vijf pianoconcerten met het Münchener Kammerorchester en een residency bij het NDR Elbphilharmonie Orchester in Hamburg. In Het Concertgebouw was Alexander Lonquich de laatste tijd met name in de te beluisteren (in 2019 met het Cuarteto Casals; in 2022 en 2024 met Barnabás Kelemen en Nicolas Altstaedt), en zijn laatste -optreden was in september 2016 in een Zondagochtend Concert met het Residentie Orkest.



