Alice Sara Ott speelt Ravel, Duncan Ward leidt Debussy’s La mer
philharmonie zuidnederland
Duncan Ward dirigent
Alice Sara Ott piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Ouverture ‘Die Hebriden’, op. 26 (1830)
Maurice Ravel (1875-1937)
Pianoconcert voor de linkerhand in D gr.t. (1931)
Lento – Allegro – Tempo primo
pauze ± 20.55 uur
Benjamin Britten (1913-1976)
Four Sea Interludes uit ‘Peter Grimes’, op 33a (1944-45)
Dawn: Lento e tranquillo
Sunday Morning: Allegro spirito
Moonlight: Andante commodo e rubato
Storm: Presto con fuoco
Claude Debussy (1862-1918)
La mer (1903-05)
trois esquisses symphoniques
De l’aube à midi sur la mer
Jeux de vagues
Dialogue du vent et de la mer
einde ± 22.05 uur
Toelichting
Maurice Ravel 1875-1937
Pianoconcert voor de linkerhand
Door Paul Janssen
Hoewel het Pianoconcert voor de linkerhand van Maurice Ravel niets te maken heeft met de zee lijkt de inspiratie van het begin toch van de kuststrook te komen. Murmelend vanuit de onderkant van het orkest klinken de contrabassen en de contrabasfagot als de onderhuidse dreiging van een kalme zee om aan te zwellen tot een grootse golf voordat de piano met een ongebruikelijke het tisch materiaal introduceert. De twee thema’s in de piano beheersen het hele werk, waarvan de verschillende segmenten zonder onderbreking in elkaar overgaan.
Ravel begon aan zijn Pianoconcert voor de linkerhand in 1929 na een opdracht van de pianist Paul Wittgenstein. Deze muzikale broer van de filosoof Ludwig Wittgenstein had in de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm verloren en perfectioneerde vervolgens zijn spel met louter de linkerhand. Hij zette zich daarbij enthousiast in om nieuw repertoire te creëren, wat resulteerde in opdrachten aan onder anderen Richard Strauss, Benjamin Britten en Sergej Prokofjev.
Ravel voltooide zijn pianoconcert in 1931. De première op 5 januari 1932 met Wittgenstein als solist heeft hij niet bijgewoond. Dat had waarschijnlijk te maken met de uitvoering van de versie voor twee piano’s die Ravel in 1931 hoorde in de Franse Ambassade in Wenen. Wittgenstein week vrolijk af van de door Ravel genoteerde solopartij en voegde naar eigen goeddunken lijnen toe. Ook liet hij hier en daar hele maten weg. Ravel was des duivels. Pas later werd de controverse bijgelegd en zegde Wittgenstein toe het concert voortaan uit te voeren zoals Ravel het geschreven had.
De kracht van het water, de overweldigende uitgestrektheid van de zee, de woeste golven – het zijn zaken die vele componisten geïnspireerd hebben.
Vooral vanaf het begin van de negentiende eeuw werden de zee en de natuur onderwerpen waar men klinkende equivalenten voor zocht. Zo raakte Mendelssohn onder de indruk van de Schotse Hooglanden en de omringende zee, schetste Britten overtuigend de rol van de zee en het water in zijn Peter Grimes en probeerde Debussy het beroemde schilderij De zonsopgang van Claude Monet naar de kroon te steken met La mer.
Bij elkaar vormen deze drie werken een wilde tocht over het water die alleen even onderbroken wordt door het minstens zo grimmige en bij vlagen stormachtige Pianoconcert voor de linkerhand van Ravel.
Felix Mendelssohn 1809-1847
Ouverture ‘Die Hebriden’
Door Paul Janssen
Felix Mendelssohn was een reiziger. De jonge componist uit een gegoede familie kon zich de luxe veroorloven grote delen van Europa te verkennen en in andere oorden dan zijn eigen Duitsland inspiratie op te doen. Vooral Engeland en Schotland waren favoriet. Zijn reizen resulteerden onder andere in de Derde symfonie ‘Schotse’, de Fantasie voor piano en de Ouverture ‘Die Hebriden’, 26. De inspiratie voor het laatste werk deed Mendelssohn op toen hij in 1829 met zijn goede vriend Carl Klingemann de Schotse Hooglanden bezocht. Vooral de boottocht naar het Hebriden-eiland Staffa waar de vrienden ‘Fingal’s Cave’, een grot vernoemd naar een van de belangrijkste figuren uit de Schotse mythologie, bezochten, maakte diepe indruk.
Johannes Brahms: ‘Ik zou alles opgeven om één stuk als Mendelssohns Hebriden-ouverture te schrijven.’
Ondanks ‘een heel gruwelijke zeeziekte’ kon Mendelssohn niet wachten om de kracht van de zee en de sfeer van wind en golven in de mist in muziek te vatten. In een enthousiaste brief aan zijn zus Fanny noteerde hij al een die het hoofdthema van zijn Hebriden-ouverture zou worden. De componist voltooide het werk in 1830 en noemde het in eerste instantie Die einsame Insel. Bij een revisie in 1832 herdoopte hij het werk tot Die Hebriden, maar op de kwam ook de titel Fingalshöhle voor.
Die Hebriden is in zijn uiteindelijke vorm een prachtige natuurschildering waarbij het eerste en het steeds terugkerende kopmotief de indrukwekkende beweging van de zee schetst. Mendelssohn maakte in elk geval veel indruk met dit symfonisch gedicht avant la lettre. Zo schreef Johannes Brahms: ‘Ik zou graag alles opgeven wat ik ooit gecomponeerd heb, om één stuk als Mendelssohns Hebriden-ouverture te schrijven.’
Benjamin Britten 1913-1976
Four Sea Interludes
Door Paul Janssen
Benjamin Britten maakte in 1944 veel indruk met zijn over Peter Grimes, de botte visser uit Suffolk die na een ongeluk verantwoordelijk wordt gehouden voor de dood van twee scheepsjongens. De sfeer van de dreigende zee en de storm worden in de opera treffend geschetst in vier tussenspelen die de toon zetten voor de verschillende aktes.
Al direct na de première van de opera op 7 juni 1945 besloot Britten ook een uit te brengen bestaande uit de vier tussenspelen. Deze ging op 13 juni 1945 in première onder de titel Four Sea Interludes en groeide uit tot een van de meest gespeelde instrumentale werken van de componist.
Het enige dat Britten aanpaste in vergelijking met de noten uit de opera, is het slot van elk deel. In de opera gaat de muziek steeds naadloos over in het vervolg, terwijl de Four Sea Interludes vier afgebakende delen zijn. Het eerste deel schetst de sfeer na de proloog, de vroege morgen van de eerste akte. Sunday Morning luidt de tweede akte in, waarin schooljuf Ellen Orford, met wie Peter Grimes wil trouwen, spreekt met de nieuwe scheepsjongen van de visser. Het derde deel vormt in de opera de proloog van de derde akte waarin de ongelukkige dood van de nieuwe scheepsjongen ontdekt wordt en Peter Grimes het dringende advies krijgt zijn boot tot zinken te brengen. Het vierde deel, Storm, is afkomstig uit de eerste akte en is niet alleen een schets van de weersomstandigheden en de onstuimige zee, maar ook een verklanking van het karakter van de visser. Het dat opdoemt nadat de storm wat lijkt te gaan liggen is ook de laatste die klinkt voordat Peter Grimes aan het einde van de opera met zijn schip ten onder gaat.
Claude Debussy 1862-1918
La mer
Door Paul Janssen
Met La mer, voltooid in 1905, wist Claude Debussy de sfeer van verschillende hoedanigheden van de zee op indrukwekkende wijze te vangen. De drie delen beschrijven achtereenvolgens een ochtend aan zee, het spel van de golven in de branding en de dialoog tussen de wind en het water.
Debussy slaagde erin om met ongehoorde instrumentcombinaties en nieuwe vormen de zee zo herkenbaar op te roepen dat de vergelijking met een impressionistisch schilderij als De zonsopgang van Claude Monet niet uit kon blijven.
Het werk met de ondertitel ‘trois esquisses symphoniques’ laat zich lezen als een driedelig symfonisch gedicht, al wordt ook wel beweerd dat La mer Debussy’s versie van de traditionele symfonie is. De componist wilde juist af van de standaardvormen, maar ontkwam voor de eenheid van het werk niet aan bepaalde vormprincipes. Zo keert het dat aan het begin van het eerste deel klinkt in alle delen terug en is er een intensiteitsopbouw van de delicate klanken van de eerste twee delen naar het orkestrale geweld in het laatste deel.
Opvallend is dat Debussy het merendeel schreef zonder een blik op de zee. Pas bij het voltooien van het werk in Eastbourne in Engeland, waar hij in 1904 met zijn vriendin naar toe reisde om zijn toenmalige echtgenote duidelijk te maken dat het echt over was, had hij de zee in het vizier.
Ondanks de prachtige klankbeelden maakte het werk bij de première in 1905 in Parijs geen indruk. Zo schreef The Times: ‘Zolang de slaap kan worden vermeden, kan de luisteraar groot genoegen beleven aan de vreemde geluiden die zijn oren bereiken. Als hij maar alle ideeën over een goede constructie en een logische ontwikkeling laat varen.’
Biografie
philharmonie zuidnederland, orkest
Het van Zuid-Nederland viert dit seizoen zijn tienjarig bestaan. Eredirigent is Marc Soustrot en honorair is Ed Spanjaard. philharmonie zuidnederland is er in de eerste plaats voor de inwoners van Noord-Brabant, Limburg en Zeeland, maar profileert zich ook op nationaal en internationaal niveau.
Naast het symfonische repertoire – eeuwenoud én splinternieuw – brengt het orkest ook nieuwe concertformules; de activiteiten reiken van carnavalsconcerten en een ‘symphonic mob’ tot filmprojecten, business events en educatieve projecten. Ook het Liberation Concert in Margraten is een niet weg te denken traditie.
Vaste samenwerkingen zijn er met Zuid, November Music, Cultura Nova in Heerlen, Musica Sacra in Maastricht en de conservatoria van Maastricht en Tilburg. Bovendien fungeert philharmonie zuidnederland als symfonisch laboratorium van het Maastricht Centre for the Innovation of Classical Music (MCICM).
In het huidige seizoen verwelkomt het orkest gasten als de violisten Esther Yoo en Alena Baeva, cellist/componist Abel Selaocoe, de pianisten Cédric Tiberghien, Boris Giltburg en Lucas Delbargue, tenor Mark Padmore, de en Enrico Delamboye en Sander Teepen, klarinettist/dirigent Martin Fröst, het Storioni Trio en het Brabant Koor.
philharmonie zuidnederland was voor het laatst in Het Concertgebouw te beluisteren in Het Zondagochtend Concert van 3 september jongstleden onder leiding van Duncan Ward, die sinds 2021/2022 chef-dirigent is.
Duncan Ward, dirigent
De Brit Duncan Ward is niet alleen chef- van de philharmonie zuidnederland, maar ook van het Mediterranean Youth Orchestra dat in 2020 werd gecreëerd door het Festival d’Aix-en-Provence. Hij studeerde
aan de Karajan-Akademie van de Berliner Philharmoniker en werd daarna chef-dirigent van Viva (2015-2017) en assistent bij het National Youth Orchestra of Great Britain.
Recente hoogtepunten waren concerten met de Sächsische Staatskapelle Dresden en het Fins Radio Symfonie Orkest, en debuten bij het China Philharmonic Orchestra en het Shanghai Symphony Orchestra.
Hij keerde terug bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestre de Paris en Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen. Hij wordt uitgenodigd door oudemuziekensembles, maar ook door Ensemble Modern en de Birmingham Contemporary Music Group. ’s leidde hij in Straatsburg, Keulen, Berlijn, Amsterdam en bij Glyndebourne- on-Tour.
Duncan Ward is ook componist: in 2005 won hij de BBC Young Composers Competition en zijn stukken zijn uitgevoerd door het Zweeds Radio , Magdalena Kožená, het London Symphony Orchestra en het BBC National Orchestra of Wales.
Hij initieerde muzikale projecten met en voor minder bedeelden in eigen land, India en Zuid-Afrika. In Het Concertgebouw maakte Duncan Ward zijn debuut in december 2017, bij het Residentie Orkest Den Haag.
Alice Sara Ott, piano
De opnames van de Duits-Japanse pianiste Alice Sara Ott werden in totaal meer dan 500 miljoen keer gestreamd. In het vorige concertseizoen soleerde ze bij het London Symphony Orchestra (Gianandrea Noseda), het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks (Karina Canellakis) en het Tokyo Metropolitan Orchestra (Karina Canellakis).
Ook verzorgde ze de Franse, Duitse, Belgische en Nederlandse premières van Bryce Dessners Piano Concerto, dat hij speciaal voor haar componeerde en dat ze in 2024 voor het eerst speelde met het Tonhalle-Orchester Zürich en het Philharmonia Orchestra.
Ze debuteerde bovendien bij de New York Philharmonic, en speelde in de Verenigde Staten met de orkesten van Baltimore, Minnesota en Pittsburgh. Ook was de pianiste in 2024/2025 artist in residence van TivoliVredenburg in Utrecht, nadat ze dat een seizoen eerder was geweest zowel in het Southbank Centre in Londen als bij Radio France in Parijs.
In februari van dit jaar bracht Alice Sara Ott de complete s van John Field uit op cd, en ze voerde deze muziek in zeventien Europese steden uit voordat ze er ook mee naar Japan ging. Een tweede nieuw album, gewijd aan het pianowerk van Jóhann Jóhannsson, nam ze op in IJsland.
Alice Sara Ott werkt ook als illustrator en maakte ontwerpen voor tassen en juwelen. In de zomer van 2012 gaf de pianiste een solorecital in de , en haar tweede Concertgebouwoptreden was op 24 september 2022 een uitvoering van het Pianoconcert voor de linkerhand van Ravel met Philzuid onder leiding van Duncan Ward.




