Alfred Brendel spreekt, Kit Armstrong speelt
Alfred Brendel spreker
Kit Armstrong piano
BACH
Johann Sebastian Bach 1685-1750
In dich hab ich gehoffet, Herr, BWV 712 (jaartal onbekend)
BEWERKING
Franz Liszt 1811-1886
La campanella II
uit ‘Grandes études de Paganini’, S. 141 (1851)
CANTABILE
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Inventie in Bes gr.t., BWV 785 (ca. 1720,
rev. 1723)
HUMOR
Joseph Haydn 1732-1809
Allegro molto
uit ‘Sonate in C gr.t.’, Hob. XVI: 50 (ca. 1794-95)
LISZT
Franz Liszt 1811-1886
Mosonyis Grabgeleit, S. 194 (1870)
MOZART
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Menuet in D gr.t., KV 355 (1786-87)
Gigue in G gr.t., KV 574 (1789)
HET SLOT
Robert Schumann 1810-1856
Kind im Einschlummern
uit ‘Kinderszenen’, op. 15 (1838)
VIRTUOSITEIT
György Ligeti 1923-2006
Der Zauberlehrling
uit ‘Etudes, deuxième livre’ (1988-94)
SAMENHANG
Frédéric Chopin 1810-1849
Nocturne in Des gr.t.
uit ‘Deux nocturnes’, op. 27 (1835)
er is geen pauze
Toelichting
A Piano Lover's Reader door Alfred Brendel
Interview met Alfred Brendel & Kit Armstrong
Door Frederike Berntsen
Alfred Brendel maakte speciaal voor vanavond een selectie uit zijn boek A Pianist’s A-Z. Bij ieder onderwerp waarover hij spreekt, speelt Kit Armstrong een toepasselijk werk uit het pianorepertoire. De voertaal van deze avond is Engels.
De een is 84 jaar en heeft een briljante carrière achter zich. De ander is 23 en heeft de wereld aan zijn voeten: de pianisten Alfred Brendel en Kit Armstrong vonden elkaar in de kunst. In de leest Brendel eigen teksten voor en illustreert Armstrong die van achter de toetsen. Hoe zien zij elkaar?
Brendel over Armstrong
‘Toen Kit Armstrong nog een kleine jongen was, brachten vrienden mij in contact met hem na een concert in de Verenigde Staten. Ze zeiden tegen me: let op hem, hij is bijzonder. Een paar jaar later vertelde mijn Engelse agent mij over Kits wens om bij mij te studeren. Tot dan toe had ik alleen tijd besteed aan jonge concertpianisten, ik had besloten me niet met kinderen bezig te houden. Artur Schnabel zei: “Je huurt geen berggids om een kind te leren lopen.” Maar ik luisterde toch naar Kit, en nadat ik een opname had gehoord van een klein dat hij gaf aan de Royal Academy in Londen, voelde ik dat ik zo veel mogelijk tijd aan hem moest wijden.’
‘Op die opname speelde hij Chopins in d klein op een manier die aantoonde dat hij in staat was het hele stuk te overzien – er liep een lijn van de eerste tot de laatste noot, en er was een mooie klank. Al gauw bleek dat Kit een fenomenaal geheugen, een uitstekend oor en een briljant leesvermogen bezit. Als er een sneller brein bestaat dan het zijne, zou ik er graag kennis mee maken. Dat hij ook componeert is een bonus. Maar het belangrijkste waren zijn muzikale sensibiliteit – die sindsdien is opgebloeid – en zijn gezonde ritmische fundament. Ook trok het me aan dat hier een jonge musicus was die helemaal opging in Bach. Intussen is zijn repertoire opmerkelijk verbreed, en heeft zich in zijn spel zowel warmte als virtuositeit ontwikkeld. Kit is ook een prima kamermuziekspeler. En de wat stille jongen die tot over z’n oren in wiskunde en origami zat, heeft zich geopend en is, als musicus en als persoon, communicatief geworden. Hij is zonder twijfel een van de begaafdste musici die ik heb mogen ontmoeten.’
‘Ik ben realistisch genoeg om te weten dat ik er over tien jaar niet meer zal zijn om naar wat dan ook te luisteren. Ik wou dat ik Kit over twintig of veertig jaar zou kunnen horen, als hij – hopelijk – op zijn top is. Violisten kunnen eerder in hun loopbaan excellente musici worden; pianisten hebben daar meestal langer voor nodig. De uitgangsposities van onze carrières waren erg verschillend. Ik kende thuis geen muzikale of intellectuele achtergrond, en moest alles stap voor stap zelf uitvinden. Bij Kit Armstrong was het de vraag of hij uit zijn schulp zou kruipen. Gelukkig kan ik zeggen dat hij dat deed.’
‘Een leraar die niets leert van zijn leerlingen is monomaan. Maar in Kits geval moest ik ook dingen samen met hem leren – hoe je om moet gaan met een bovennormaal intelligente jongen, en hoe je aan zijn toekomstige carrière moet denken. Eerst en vooral moest ik de impresario’s een halt toeroepen die hem als wonderkind wilden exploiteren. En daarnaast moest ik hem ervan overtuigen dat hij niet zomaar alles kon doen, dat hij zich moest concentreren op de muziek, op het pianistenvak en op voldoende studie.’
‘Taal is niet superieur of inferieur aan muziek, maar is een ander uitdrukkingsmiddel. Er zijn een paar overeenkomsten: tot op zekere hoogte kan muziek spreken, declameren; en gedichten kunnen worden opgevat als eren. Maar muziek zit niet vast aan de betekenis van woorden, of aan een zichtbare realiteit. In de ogen van Kant maakte dit aspect de muziek inferieur. Voor mij geeft het de muziek een hoger, mysterieuzer aura.’
Armstrong over Brendel
‘Sinds 2004 speelde ik geregeld voor meneer Brendel. Nadat hij een live-opname (Bach, Mozart en Chopin – de in d klein en de Derde ballade) had beluisterd van een concert dat ik in Californië gaf, schreef hij mij dat hij tevreden was met mijn Chopin-spel maar graag regelmatiger met me wilde werken aan stukken van de andere componisten. Dat was in 2005.’
‘De heer Brendel is buitengewoon charmant en slim. Hij is ook erudiet en wijs. Niet alleen ontwikkelt hij diepe inzichten en deelt hij die met anderen, hij brengt ook het schijnbaar onbelangrijke tot leven.’
‘Hij heeft me geleerd om onder de oppervlakte te kijken, om de muziek binnen te gaan; hij onderwees me over “karakter” in de muziek. Ik heb geleerd om te zoeken naar wat een muziekstuk anders maakt, om dat te begrijpen, naar buiten te brengen en te vertalen voor het publiek. Het gaat niet alleen om begrip voor het karakter van de muziek, maar om de vervolgstap, de vertaling voor een publiek. Ik ben gezegend met een grote genegenheid voor mij van de kant van Alfred Brendel. Hij is mijn leraar en mentor geweest, zowel in de muziek als in het leven. Hij stelt belang in mijn repertoire, hij helpt me met mijn programmakeuzes en denkt met mij na over mijn carrière.’
‘Laat ik de lessituatie, het ritueel voor je beschrijven. Meestal speel ik voor meneer Brendel in zijn studio, bij hem thuis in Hampstead. De studio vertelt veel over de man en over hoe het is om hem als leraar te hebben. Er heersen rust en orde. Een raam kijkt uit over de tuin. Voor dat raam staat een schrijftafel, twee imposante vleugels domineren het vertrek. Bladmuziek ligt in hoge, nette stapels op de vleugels, en er staat een erg grappig beeldje van de heer Brendel, op handen en knieën. Eén muur is bekleed met boeken, Afrikaanse en abstracte kunstwerken bedekken een andere, en maskers en portretten van Beethoven, Schubert en Liszt houden alles in de gaten. Zo ziet het eruit.’
‘En dit is hoe de les gaat: Ik ga zitten om te spelen. Meneer Brendel laat me in het algemeen doorspelen tot het einde van het deel. Dan begint de pret. Hij is een meester in metaforen en voorbeelden. De laatste keer dat ik hem zag speelde ik Liszts Eerste Mephisto-. Hij draaide zich naar me om en zei: “Kit, bij deze muziek hoort de geur van zwavel.” Soms danst hij, soms dirigeert hij. Hij doet alles wat nodig is om mij het karakter in de muziek te helpen ontdekken en trouw te laten zijn aan de componist.’
‘Na een paar uur onderbreken we voor thee. We gaan naar zijn zitkamer (met nog meer moderne kunst en boeken) en meestal hebben we appeltaart, apfelstrudel of Weense koekjes. Dan hebben we de gelegenheid om onze laatste projecten met elkaar te bespreken. We praten over toneelstukken en tentoonstellingen die we onlangs hebben gezien. Ik heb het vaak met hem over programma’s, over andere musici en en met wie ik werk, en over componeerideeën.’
‘Ik heb niet alleen mijn hammerklavierconcert voor Alfred Brendel geschreven, maar ook nog twee andere composities. De eerste, Who Stole My Wasabi voor en piano, was een opdracht van zijn zoon, de cellist Adrian Brendel, voor diens Plush Music-festival. De inspiratie bloeide op zodra ik de titel had. Het leek mij goed passen bij de heer Brendel vanwege de licht surrealistische combinatie van een gestolen wasabi en een cello-pianoduo. Die rare tegenstelling zou perfect thuishoren in een film van Buñuel; zoiets is precies goed om de heer Brendel blij te maken. Daarnaast gaf het Gewandhaus in Leipzig mij de opdracht om een strijkkwartet te schrijven voor Alfred Brendel, ter ere van zijn tachtigste verjaardag.’
‘Mijn componeerstijl ontwikkelt zich mettertijd en de heer Brendel, die mij meer beïnvloedt dan vrijwel alle andere mensen en factoren, speelt een rol in alles wat mij tot musicus en componist maakt.’
‘Wat we in Het Concertgebouw doen? Meneer Brendel schreef A Pianist’s A-Z, en ik heb dat gelezen. Hij heeft toepasselijke muzikale illustraties gekozen en ik speel die met veel plezier. Een opwindend idee om een voorstelling te maken, die is opgebouwd uit onze interactie op het toneel.’
Biografie
Alfred Brendel, spreker
Alfred Brendel was zestig jaar lang actief als pianist en verwierf met zijn interpretaties grote faam. Hij concentreerde zich op het werk van Centraal-Europese componisten, van Bach tot Schönberg. De pianist trad veelvuldig op, soleerde bij vele grote orkesten en bouwde een uitgebreide discografie op.
Voor zijn werk kreeg hij vele onderscheidingen, waaronder een Britse ridderorde, de Hans von Bülow Medaille van de Philharmonie in Berlijn en de Lifetime Achievement Award van het tijdschrift Gramophone. Hij kreeg eredoctoraten van de universiteiten van Oxford en Yale.
Zijn laatste publieke optreden als pianist gaf Alfred Brendel in december 2008 samen met de Wiener Philharmoniker, waarvan hij erelid is. In Het Concertgebouw was hij decennialang regelmatig te gast en in de was hij voor het laatst in oktober 2008 te beluisteren, in Mozarts Negende pianoconcert in Es groot (‘Jeunehomme’) met het Tonhalle-Orchester Zürich.
Alfred Brendel publiceerde een aantal bundels met essays en gedichten. Zijn meest recente uitgave is getiteld A bis Z eines Pianisten / A Pianist’s A-Z. In de afgelopen jaren verzorgde Alfred Brendel talloze lezingen en masterclasses en las hij regelmatig voor uit eigen werk.
Kit Armstrong, piano
Pianist/componist Kit Armstrong, afkomstig uit Los Angeles, bouwde in de afgelopen jaren een imposante solocarrière op en is vaste gast van grote concertzalen wereldwijd. Hij schreef zijn eerste muziekstuk op vijfjarige leeftijd.
Later volgde hij lessen aan de conservatoria van Philadelphia en Londen. In Parijs studeerde hij bovendien af in de wiskunde. Toen hij dertien jaar oud was, maakte Kit Armstrong kennis met Alfred Brendel.
Deze beroemde pianist nam de jonge musicus onder zijn hoede als mentor; samen traden ze in september 2015 op in de van Het Concertgebouw, waarbij Brendel voorlas uit zijn eigen boeken en Armstrong de muziek speelde die daarin voorkwam. Regisseur Mark Kidel legde de unieke relatie tussen de twee musici vast in de film Set the Piano Stool on Fire (2011).
Kit Armstrong won diverse prijzen, niet alleen als pianist maar ook als componist. In 2013 kocht hij – met steun van de gemeente – een kerk in de Franse plaats Hirson, waar hij onder meer een eigen succesvolle concertserie programmeert. Sinds 2011 vormt Kit Armstrong een met Andrej Bielow en Adrian Brendel. In de Kleine Zaal debuteerde hij met een Mozart in de zomer van 2006.

