Alexandre Tharaud en Quatuor Arod: Dvořák, Bartók en Mozart

Alexandre Tharaud piano

Quatuor Arod:
Jordan Victoria viool
Alexandre Vu viool
Tanguy Parisot altviool
Jérémy Garbarg cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkers met Variatie.

Ook interessant:
- Béla Bartók: intrigerend, veelzijdig

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Strijkkwartet in C gr.t., KV 465 (1785) ‘Dissonanten’
Adagio – Allegro
Andante cantabile
Menuetto: Allegro
Allegro

Béla Bartók (1881-1945)

Strijkkwartet nr. 1 in a kl.t., Sz. 40, op. 7 (1908-09)
Lento
Allegretto – (Introduzione) Allegro
Allegro vivace

pauze ± 21.10 uur

Antonín Dvořák (1841-1904)

Pianokwintet nr. 2 in A gr.t., op. 81 (1887)
Allegro, ma non tanto
Dumka: Andante con moto – Vivace
Scherzo (Furiant): Molto vivace
Finale: Allegro

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Mozart: ‘Dissonantenkwartet’

Door Christiane Schima

  • Wolfgang Amadeus Mozart

Aanvankelijk leidt Wolfgang Amadeus Mozart het rusteloze leven van een rondreizend wonderkind onder de hoede van zijn vader Leopold. Totdat hij op eigen benen kan staan, zijn vader en het kleinburgerlijke Salzburg kan ontvluchten en zich in 1781 in Wenen vestigt. In de Oostenrijkse hoofdstad ontstaan zijn grootste werken. Tussen 1782 en 1785 componeert hij zes strijkkwartetten – KV 387, 421, 428, 458, 464 en 465 – die hij opdraagt aan de toentertijd meest toonaangevende componist in Wenen: Joseph Haydn. Haydn was vol lof en vond dat de kwartetten ‘op een geheel nieuwe manier gecomponeerd’ waren. Zelfs Mozarts strenge vader noemde ze ‘voortreffelijk’. Het is verbazingwekkend dat de oude heer zich in het laatste kwartet van de reeks, het Strijkkwartet in C groot niet stoorde aan de voor die tijd ongewone en gedurfde introductie. Aan deze droeve en met en doorspekte inleiding heeft dit kwartet zijn bijnaam te danken. Maar meteen na de verontrustende introductie toont Mozart zich weer van zijn vrolijke kant. Het cantabile geeft hij een , Weens aandoend mee en het to is luchtig en zwierig. Het slotdeel is overmoedig, maar niet geheel zorgeloos: zware klanken mengen zich zo nu en dan in deze finale, wat Mozarts imago als componist van een rooskleurige wereld weer eens ontkracht.

Béla Bartók (1881-1945)

Bartók: Eerste strijkkwartet

Door Jos van der Zanden

  • Béla Bartók

Ik ben aan een kwartet begonnen. Het is een klaagzang, geschikt voor mijn begrafenis.’ Béla Bartók schreef dit in zijn afscheidsbrief aan een meisje waarop hij verliefd was maar dat hem afwees. Hij zat in zak en as, voelde zich depressief. Gezien zijn uitlating mogen we het openingsthema van zijn Eerste strijkkwartet als een echo beschouwen van de stemming waarin hij verkeerde. De ijle, kale sombere staat model voor eenzaamheid en droefenis. Bartók begon aan het werk in 1908, toen de muziekgeschedenis zich in een ronduit revolutionaire fase bevond. Debussy knaagde aan de wortels van de klassieke , en Schönberg deed iets soortgelijks. Ook Bartók, hoewel nog jong, schudde de laatromantiek van zich af. Bij hem was het vooral de confrontatie met Oost-Europese volksmuziek die tot nieuwe melodische en harmonische invullingen leidde, ofschoon die in het Eerste strijkkwartet nog beperkt zijn. In het openingsdeel, Lento, staat vooral centraal – deze machtige doet denken aan Bartóks veel latere Muziek voor snaarinstrumenten, en celesta (1936). Ook in dit werk ontwikkelt zich een climax die op de gulden snede (ongeveer op vijf achtste) een spiegeling ondergaat. De muziek is vanaf de allereerste maat onbestendig en al in de eerste drie maten laten de violen alle twaalf tonen van de chromatische toonladder horen. De beklemmende sfeer wordt gecontinueerd tot in het tweede deel, dat zonder onderbreking aansluit. In dit Allegretto grijpt Bartók terug op de klassieke , al zijn alleen de contouren daarvan vaag herkenbaar. In de finale ligt de nadruk op het , waarvan de meest saillante motieven ook voorkomen in Hongaarse volks­melodieën.

Antonín Dvořák (1841-1904)

Dvořák: Pianokwintet

Door Clemens Romijn

  • Antonin Dvořák

Van jongs af aan was Antonín Dvořák gewend aan de combinatie van strijkers en piano. Eerst als ‘fiedelend’ jongetje in allerlei Boheemse volksmuziekensembles en later als beroepsaltist en -violist. Hij bracht de instrumenten bijeen in diverse werken voor viool of en piano, in vier ’s, twee pianokwartetten en twee piano­etten. Het Eerste pianokwintet is zelden te horen. Het is een vroeg werk uit 1872 zonder nummer, dat Dvořák in een vlaag van zelfkritiek had verscheurd. Na zijn dood is het toch weer tevoorschijn gekomen. Het hier gespeelde Piano­kwintet in A groot dateert van vijftien jaar later en doet niet onder voor de piano­kwintetten van Robert Schumann of Johannes Brahms. Het is zelfs doorzichtiger en beter voor strijkers geschreven dan Schumanns werk en toegankelijker en afwisselender dan het strenge en emotioneel beladen Piano­kwintet in f klein van Brahms. Bijzonder zijn ook de momenten van dromerige charme. Het prachtig zachte beginthema, dat door de cello met veel expressie wordt voorgedragen, is als de opkomst van een personage in een toneelstuk, zoveel persoonlijkheid heeft het te midden van een gelijkgestemd gezelschap. De twee middendelen hebben folkloristische ingrediënten. Het tweede deel is gebaseerd op de Oekraïense dumka, een melancholiek klaaglied in A-B-A-vorm (langzaam-snel-langzaam). Het derde deel is een furiant, een Boheemse dans met een krachtig . De hoge pianotonen in dit zijn een voor die tijd totaal nieuw klankexperiment. En de jubelende Finale suist voorbij met een niet te stuiten levenskracht en speelplezier, tot aan de laatste maat toe.

Biografie

Alexandre Tharaud, piano

Alexandre Tharaud won in 1989, kort na zijn studie in Parijs, de tweede prijs van het ARD Concours in München. Op 28 januari 2006 maakte hij in de zijn Concertgebouwdebuut met werken van Rameau en Ravel, en in seizoen 2020/2021 had hij een Spotlightserie.

De pianist soleerde bij het London Philharmonic Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Orchestre de Paris, het Orchestre National de France, de Tokyo Metropolitan Symphony en de orkesten van São Paulo, Cincinnati, Philadelphia en Cleveland.

Met het Concertgebouw­orkest speelde hij Bach onder leiding van Jan Willem de Vriend (2013). In Nederland is Alexandre Tharaud ook bekend van het Prinsengrachtconcert 2015, en in 2017 speelde hij in de het Pianoconcert voor de linkerhand van Ravel met het Orchestre Métropolitain de Montréal onder leiding van Yannick Nézet-Séguin. Solorecitals gaf hij bijvoorbeeld in de Philharmonie de Paris, Wigmore Hall in Londen en de Alte Oper Frankfurt en op tournee in Japan, China en Korea.

De veelbekroonde discografie telt meer dan 25 albums en reikt van de via Mozart, Beethoven, Schubert, Chopin, Brahms en Rachmaninoff tot de belangrijkste Franse componisten van de twintigste eeuw. Zijn brede artistieke interesse blijkt ook uit samenwerkingen met theater- en filmmakers, dansers, schrijvers en musici in andere genres dan klassiek. In 2012 speelde Alexandre Tharaud naast Isabelle Huppert in de film Amour van Michael Haneke, en in 2017 publiceerde hij Montrez moi vos mains, over het dagelijks leven van een pianist.

Quatuor Arod, strijkkwartet

Het in Parijs gevestigde Quatuor Arod bestaat sinds 2013 en brak drie jaar later internationaal door met het winnen van het ARD Concours in München. Het sleepte ook eerste prijzen in de wacht tijdens het Carl Nielsen Kamermuziekconcours (2015) en de European Chamber Music Competition (2014) en werd in 2017 uitgeroepen tot BBC New Generation Artist. In de maakte het zijn debuut in maart 2018 en keerde het een jaar later al terug in het kader van de Rising Stars-serie.

Het Quatuor Arod was te gast in de belangrijkste Europese concertzalen waaronder het Wiener Konzerthaus en de Philharmonie Berlin, en ook in Carnegie Hall in New York en Oji Hall in Tokio. Daarnaast speelde het op festivals als die van Verbier, Montreux, Aix-en-Provence, Rheingau, Bremen en Praag.

In groter bezette kamermuziek werkten de musici samen met bijvoorbeeld altviolist Amihai Grosz en klarinettist Martin Fröst, en afgelopen januari klonk tijdens de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam Schuberts Strijkkwin­tet in C groot met Klaus Mäkelä als extra cellist. In 2025 verscheen de nieuwste cd: Hay­dn Op. 76.

De laatste keer dat het Quatuor Arod optrad in de was in april 2022 met pianist Alexandre Tharaud als gast in het Tweede piano­kwin­tet van Dvořák. De ensemblenaam is ontleend aan de naam van Legolas’ paard in The Lord of the Rings; in ­Tolkiens mythische Rohirric-taal betekent ‘arod’ zoveel als ‘snel’.