Academy of St Martin in the Fields, Fazil Say en Mozart

Fazıl Say piano
Academy of St Martin in the Fields
Tomo Keller viool/leiding

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.

 

 
Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door Credit Europe Bank.

Malcolm Arnold (1921-2006)

Eerste sinfonietta, op. 48 (1954)
voor kamerorkest
Allegro commodo
Allegretto
Allegro con brio

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Twaalfde pianoconcert in A gr.t., KV 414 (1782)
Allegro
Andante
Rondeau – Allegretto

pauze ± 20.55 uur

Fazıl Say (1970)

Silk Road (1996)
voor piano en strijkorkest
White Dove, Black Clouds
Hindu Dances
Massacre
Earth Ballad

Béla Bartók (1881-1945)

Divertimento, Sz. 113 (1939)
voor strijkorkest
Allegro non troppo
Molto adagio
Allegro assai

Toelichting

Malcolm Arnold 1921-2006

Arnold: Eerste sinfonietta

Door Martijn Voorvelt

In de jaren veertig ging het Malcolm Arnold voor de wind als solotrompettist van het London Philharmonic Orchestra. Maar het leven als uitvoerend musicus bevredigde hem niet. Vanaf 1948 legde hij zich volledig toe op het componeren, en al gauw was hij een van de meest gevierde componisten van het Verenigd Koninkrijk.

Zijn vakmanschap en gevoel voor waren voortreffelijk. Arnold produceerde tientallen orkestwerken – waaronder negen symfonieën – naast balletmuziek, concertante werken en filmmuziek. Voor de muziek van The Bridge on the River Kwai ontving hij in 1958 een Oscar. Helaas eisten schizofrenie, drankmisbruik en een vermoedelijke bipolaire stoornis hun tol; in de jaren tachtig was hij zelfs veroordeeld tot een zwerversbestaan, totdat hij herkend werd en er langzaam weer bovenop werd geholpen. Arnold overleed in 2006 – hij componeerde toen al zestien jaar niet meer.

  • Malcolm Arnold (r) met Julian Bream

Arnold schreef zijn eerste van drie sinfonietta’s in 1954 in opdracht van het Boyd Neel Orchestra, dat al sinds de jaren dertig gespecialiseerd was in de avontuurlijke combinatie van muziek en nieuwe opdrachtcomposities. Het is een charmant, driedelig werk dat met zijn bruisende ën en bescheiden de geest van de achttiende eeuw ademt.

Het eerste deel is een pastoraal comodo. In het tweede deel wordt een elegante melodie overgenomen door achtereenvolgens een hobo en de strijkers, waarna ze uitmondt in een onkarakteristiek wrange episode. De finale is een uitbundig feestje, waarin vooral de hoorns kunnen schitteren.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Mozart: Twaalfde pianoconcert

Door Liesbeth Houtman

Het Twaalfde pianoconcert in A groot, KV 414 behoort samen met het Elfde en Dertiende tot de vroege Weense piano­concerten van Wolfgang Amadeus Mozart. Hij schreef de concerten in de herfst van 1782 en voerde ze zelf uit tijdens de eerste serie intekenconcerten die hij in het voorjaar van 1783 organiseerde.

Het slotdeel, opgezet in een vrije ­vorm, bruist van spelplezier en levensvreugde; alleen in het centrale middendeel is enig drama te bespeuren. Volgens muziekkenners zou Mozart oorspronkelijk een ander slotdeel voor zijn Twaalfde pianoconcert hebben gecomponeerd, namelijk het Rondo KV 386, ook in A groot. Aangezien dit Rondo niet ‘a quattro’ kan worden uitgevoerd, heeft Mozart het later wellicht vervangen.

  • Wolfgang Amadeus Mozart

Om de verkoop van de drie werken te stimuleren bedacht Mozart allerlei commerciële trucjes. Zo liet hij voor de begeleiding twee opties open: ofwel een orkest bestaande uit twee hobo’s, twee ten, twee s en strijkers, ofwel een strijkkwartet (‘a quattro’). Maar ook mikte Mozart op een breed publiek: hij componeerde de concerten zó dat hij hoopte zowel de kenner als de liefhebber ermee te behagen. In een brief aan zijn vader van 28 december 1782 schreef hij hierover: ‘Deze concerten vormen een goede middenweg tussen te gemakkelijk en te moeilijk; zij zijn zeer briljant geschreven, aangenaam om naar te luisteren, en spontaan, maar niet zonder inhoud. Hier en daar zijn passages te vinden die alleen de kenner volledig voldoening zullen schenken, maar zij zijn zodanig geschreven dat ook de minder geschoolde er genoegen aan zal beleven, zonder evenwel te weten waarom.’

Die ‘middenweg tussen te gemakkelijk en te moeilijk’ viel Mozart bij het componeren kennelijk zwaar, zo blijkt uit de talloze schetsen die van het openingsdeel bewaard zijn gebleven. Hoewel de stemming nergens echt uitbundig wordt, is dit rijk aan e melodische wendingen waarbij piano en orkest een hechte symbiose vormen. Opmerkelijk detail: in de orkestinleiding gebruikt Mozart drie in plaats van twee ’s, een procedé dat hij later nog vaker zou toepassen. Het tedere is een hommage aan Johann Christian Bach, Mozarts vroegere mentor uit Londen, die kort daarvoor was overleden. Mozart spitst de oren van de ‘kenner’ door de eerste vier maten uit diens ouverture tot de La calamità dei cuori te citeren.

Fazıl Say 1970

Fazıl Say: Silk Road

Door Lonneke Tausch

De Zijderoute spreekt natuurlijk tot de verbeelding, maar dat de Turkse musicus Fazıl Say als twintiger zijn tweede pianoconcert de titel Silk Road meegaf is meer geweest dan een lichte fascinatie. Hij investeerde maar liefst vijf maanden in het beluisteren van alle 14.000 opnames van muziek uit het morgenland in het Ethnologisches Museum Berlin, om zo de veelkleurige folkloristische stijlen van de eeuwenoude verbindingsroute tussen Oost en West te leren kennen. Hij componeerde een heus karavaanavontuur langs de klanken van de gebieden onderweg en neemt zijn publiek in de eerste drie delen van zijn pianoconcert mee door Tibet, India en Mesopotamië (waar tegenwoordig onder meer Irak ligt). In het slotdeel, gebaseerd op een bekend volksliedje uit Ankara, arriveren we in Says geboortestreek Anatolië.

De pianopartij van Silk Road is voor geprepareerde piano: Say schrijft bijzondere speeltechnieken voor, bijvoorbeeld om oosterse instrumenten als tabla en sitar na te bootsen. De orkestbezetting bestaat uit strijkers en een Chinese gong; ‘can be hit by the conductor’ aldus de .

  • Fazil Say

In het voorwoord nam Say uitgebreide instructies op over bijvoorbeeld micro­tonen, afwijkende notaties voor bepaalde klankeffecten en voor de opstelling van het orkest. Zo ziet hij de contrabas het liefst in zijn eentje en een eindje verderop: deze speelt slechts één noot, een lage cis, de ‘oerklank van de aarde’ die permanent op de achtergrond te horen moet zijn. Ook op andere plekken in Silk Road hoor je de natuur, bijvoorbeeld als Say in het laatste deel de strijkers zonder gebruik te maken van hun snaren en strijkstokken het tikken van de regen laat verklanken.

De première van Silk Road speelde Fazıl Say op 28 januari 1996 zelf in Boston, met het Boston Metamorphosen Chamber Orchestra, en sindsdien nam hij zijn stuk mee naar tientallen orkesten over de hele wereld. In Het Concertgebouw klinkt Silk Road vandaag voor het eerst.

Béla Bartók 1881-1945

Bartók: Divertimento

Door Aad van der Ven

Al heeft de term ‘’ in het algemeen betrekking op muziek van een pretentieloos, luchtig karakter, er zijn ook voorbeelden van een andere interpretatie van dat begrip, zoals bij Mozart. Het Divertimento van Béla Bartók kijkt twee kanten uit. Zowel het eerste als het laatste deel blaakt van levenslust, het langzame middendeel daarentegen bevat een stroom van sombere gedachten.

Verklaarbaar is die tweeslachtigheid wel. Het werk ontstond in 1939, toen donkere wolken zich boven Europa samenpakten. Zeker Bartók kon zich daarvan moeilijk losmaken. De vermogende en mecenas Paul Sacher vrolijkte hem op door hem uit te nodigen een vakantie in zijn chalet in het Zwitserse Saanen door te brengen. Tevens vroeg hij hem een compositie te schrijven voor het door Sacher zelf geleide kamerorkest van Bazel.

  • Béla Bartók

Binnen drie weken ontstond het voor strijk­orkest, een die niet is los te zien van het ke concerto grosso, doordat ook bij Bartók herhaaldelijk solo-instrumenten – hetzij afzonderlijk, hetzij als strijkkwartet – alterneren met het ensemble. Tot de neobarokke elementen behoort ook de regelmatige periodisering van de meestal korte melodische segmenten, althans in de snelle delen, waarvan de pregnante motoriek en de uering onmiskenbaar van Oost-Europese origine zijn.

Bartók permitteert zich een klein grapje kort voor de afsluiting van het laatste deel. Dan lijken de musici een stukje cafémuziek te willen imiteren, waarin we het hoofdthema van deze finale herkennen. De sterke uitwerking van het Molto , met zijn aanvankelijk tastende melodische lijnen, uitlopend in wanhopige trillers boven een duister , is dan voor even geweken.

Biografie

Fazıl Say, piano

Fazıl Say studeerde in Düsseldorf en Berlijn bij David Levine, en volgde masterclasses bij Menahem Pressler. Zijn eerste leraar in Ankara, Mithat Fenmen (zelf een leerling van Alfred Cortot), had hem ook flink laten improviseren – de basis voor zijn latere componeren.

Sinds de pianist in 1994 de Young Concert Artists International Competition in New York won, soleert hij wereldwijd; bij het Concertgebouworkest speelde hij onder meer zijn eigen Derde pianoconcert (2009).

Residencies vervulde hij onder meer bij het Wiener Konzerthaus, het Konzerthaus Dortmund, het Konzerthaus Berlin, de Alte Oper Frankfurt, de Elbphilarmonie Hamburg, de Dresdner Philharmonie, het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs, het Bodenseefestival en de festivals van Rheingau, Schleswig-Holstein en Mecklenburg-­Vorpommern.

Kamermuziek speelde Fazıl Say met de violisten Maxim Vengerov en Patricia Kopatchinskaja, de zangeressen Marianne Crebassa en Serenad Bağcan en de cellisten Jamal Aliyev en Nicolas Altstaedt. Naast vijf symfonieën en twee oratoria componeerde de Turkse musicus meerdere soloconcerten en velerlei kamermuziek; opdrachten kwamen van de Salzburger Festspiele, de WDR, de Münchner Philharmoniker, het Wiener Konzerthaus, de Fondation Louis Vuitton, de BBC, het Boston Symphony ­Orchestra en Lucas en Arthur Jussen.

Voor zijn meer dan veertig cd-opnamen won Fazıl Say vier Echo Klassiks, een Edison en een Gramophone Award. In 2016 kreeg hij de Beethoven Prize for Human Rights, Peace, Freedom, Poverty Alleviation and Inclusion.

In seizoen 2023/2024 presenteerde de Eigen Programmering van Het Concertgebouw een zevendelige Spotlightserie ron­dom Fazıl Say.

Academy of St Martin in the Fields

De Academy of St Martin in the Fields gaf in november 1959 zijn eerste concert in de Londense kerk waaraan het gezelschap zijn naam ontleent. Oprichter Neville Marriner was tot 2011 artistiek leider, waarna violist Joshua Bell deze positie van hem overnam. Nauw verbonden aan de formatie zijn ook concertmeester Tomo Keller en ‘principal guest artist’ Murray Perahia.

De Academy of St Martin in the Fields voert wereldwijd zowel symfonisch repertoire als grootschalige kamermuziek uit, doorgaans onder leiding van een ‘meespelend leider’. Hoogtepunten van seizoen 2025/2026 zijn onder andere een optreden in Carnegie Hall in New York met BrahmsVioolconcert, ter viering van Joshua Bells vijftienjarige jubileum als leider van het orkest, en een concert bij de zeventigste verjaardag van ­componist Sally Beamish.

Bestsellers uit de ruim vijfhonderd werken tellende discografie zijn Vivaldi’s De vier jaar­getijden uit 1969 en de soundtrack van de Oscar-­winnende film Amadeus uit 1984. De Academy of St Martin in the Fields besteedt veel aandacht aan educatie en participatie en organiseert verschillende workshops voor scholieren en volwassenen. De musici verzorgen masterclasses en concertinleidingen, en vaste samenwerkingen bestaan met Southbank , de Guildhall School of Music and Drama in Londen en het Royal Northern College of Music in Manchester.

Het vorige optreden van de Academy of St Martin in the Fields in Het Concertgebouw was op 29 januari 2020 met pianist/componist Fazıl Say.

Tomo Keller, viool

Tomo Keller werd geboren in Stuttgart, speelt viool vanaf zijn zesde en studeerde aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen en de Juilliard School of Music in New York. Prijzen won hij onder meer op de Fritz Kreisler Competition en de Johannes Brahms Competition.

Sindsdien werd hij uitgenodigd door zalen overal in Europa en speelde hij kamermuziek op de festivals van Schleswig-­Holstein en Mecklenburg-­Vorpommern en het Festival de Música Manuel de Falla.

Tomo Keller soleerde bij onder meer het Beethoven Orchester Bonn, de Sint­Petersburg Camerata, het ­Swedish Radio Symphony Orchestra, de Wiener Symphoniker en het London Symphony Orchestra – het orkest waar hij van 2009 tot 2015 assistent-­concertmeester was.

In 2014 werd hij eerste concertmeester van het ­Swedish Radio Symphony Orchestra en als gastconcertmeester reisde hij naar meer dan twintig gezelschappen in Europa, de Verenigde Staten en Azië. In 2016 werd de violist aangesteld als concertmeester van de Academy of St Martin in the Fields en sinds 2022 geeft hij les aan de Haute École de Musique de Lausanne. Tomo Keller bespeelt de ‘ex-Braga’-­Stradivarius.