Aaron Pilsan speelt Schumanns excentrieke Kreisleriana

Aaron Pilsan piano

Joseph Haydn 1732-1809

Sonate in C gr.t., Hob. XVI: 50 (ca. 1794-95)
Allegro
Adagio
Allegro molto
 

Franz Schubert 1797-1828

Fantasie in C gr.t., D 760 (1822) ‘Wanderer’
Allegro con fuoco ma non troppo
Adagio
Presto
Allegro

 pauze


Jörg Widmann 1973

Glocken
Lied im Träume
Mit Humor und Feinsinn
uit ‘XI Humoresken’ (2007)

Robert Schumann 1810-1856

Kreisleriana, op. 16 (1838)
Ausserst bewegt, in d kl.t.
Sehr innig, in Bes gr.t.
Sehr aufgeregt, in g kl.t.
Sehr langsam, in Bes gr.t.
Sehr lebhaft, in g kl.t.
Sehr langsam, in Es gr.t.
Sehr rasch, in c kl.t./Es gr.t.
Schnell und spielend, in g kl.t.

Toelichting

Joseph Haydn 1732-1809

Sonate in C groot

Een van Joseph Haydn als opening van een pianorecital werkt altijd prettig. Maar het was pianist András Schiff die zich hiertegen ooit verzette in een vurig pleidooi om het genie van Haydn hoger aan te slaan: ‘Papa Haydn’ was immers niet slechts bedenker van aangename vingeropwarmers waarna het ‘echte werk’ pas goed kan beginnen. Schiff ergerde zich aan het ontstane clichébeeld van de brave vaderfiguur tegenover zijn meer rebelse, eigenzinnige opvolgers. Denk ook aan de negentiende-eeuwse filosoof E.T.A. Hoffmann die ongewild een hiërarchisch onderscheid had aangebracht tussen het ‘onschuldige, zorgeloze’ muzikale landschap van Haydn aan de ene kant, en aan de andere kant de diepe krochten van de muzikale onderwerelden die werden aangeboord door Ludwig von Beethoven en zijn navolgers. Daarbij leek Haydn haast gedegradeerd tot slechts een wegbereider, waarmee te weinig recht werd gedaan aan zijn inventiviteit en genie. Neem de Sonate in C groot: het eerste deel is een zogenaamd monothematisch , waarin één enkel genoeg elementen bevat om op tientallen verschillende manieren te verschijnen en het deel tot steeds grotere proporties uit te laten groeien. Het is een toonbeeld van Haydns improvisatorische kunst binnen vaste kaders, en het slotdeel, een Allegro molto, zit vol verrassende momenten zoals abrupte stiltes en onverwachte harmonische wendingen. Een kolfje naar de hand van pianiste Therese Jansen­Bartolozzi, een leerling van Muzio Clementi in Londen voor wie Haydn deze muziek schreef in de winter van 1794-95; en zeer geschikt voor de relatief grote klank van de Engelse vleugels van die tijd.

Franz Schubert 1797-1828

Fantasie in C groot ‘Wanderer’

Haydns eerdergenoemde is veel meer dan een opwarmend voorafje tot Franz Schuberts ‘Wanderer’ Fantasie, D 760. Natuurlijk is het een voordeel dat na Haydns
sonate de vingers alvast los zijn gespeeld voor één van de technisch meest veeleisende pianowerken ooit, maar ook zal het fascinerend zijn om de connectie te horen tussen beide meesters. Want Schuberts Fantasie is eigenlijk een vierdelige klassieke sonate in vermomming. Haydn was de ontwerper geweest van die klassieke vorm, en had, spelend met ’s en daarvan afgeleide motieven, bouwtechnieken geïntroduceerd die Schubert op zijn beurt gebruikte. Maar waar Haydn zijn methodes gebruikte om het contrast tussen delen te benadrukken, had Schubert een ander doel voor ogen, namelijk transities tussen delen en daarmee maskering van de vierdelige vorm. Der Wanderer is de titel van een dat Schubert schreef in 1816. De daarvan vormt het hoofdthema waarop gevarieerd wordt in het langzame tweede deel. Bovendien duikt een herkenbaar ritmisch patroon uit datzelfde lied telkens weer op, als verbindend element tussen de verschillende delen. Hierdoor wordt als het ware een lange muzikale zwerftocht afgelegd: van con fuoco ma non troppo naar , naar een , om dan via een tot ontknoping te komen in de finale, Allegro. Eén van de weinige pianisten die het vlak na Schuberts dood aandurfden dit extreem moeilijk speelbare werk voor publiek uit te voeren was Franz Liszt, die er uit pure bewondering bovendien een bewerking van maakte voor piano en orkest.

Jörg Widmann 1973

selectie uit ‘XI Humoresken’

Bewondering voor een andere componist motiveerde ook de hedendaagse componist en klarinettist Jörg Widmann tot het schrijven van zijn XI Humoresken. Widmann liet zich inspireren door Robert Schumanns zogenaamde karakterstukken, een typisch romantisch genre: korte werken in één uitgesproken gemoedstoestand of uitdrukkingsvorm, die vaak samen een cyclus vormen. Denk bijvoorbeeld aan Schumanns Kinderszenen, Waldszenen, Fantasiestücke of Geistervariationen, waaraan Widmann onder meer refereert. ‘Ik ging op mijn eigen manier op zoek naar Schumanns muzikale gebaren’, aldus de componist. Zo reproduceerde hij in Anfangs lebhaft een koortsachtig en nerveus gemoed: karakteristiek voor Schumann, volgens Widmann. Er zijn meer stijlverwijzingen te horen, en één keer klinkt een letterlijk citaat uit de Geistervariationen, in im Träume, waarin tegen de originele muziekflard in Es groot een hoge a te horen is. ‘Schumann hoorde in zijn laatste levensjaren een tinnitus-toon, een a, in zijn oor. Het moet hem ongelooflijk getergd hebben – vooral bij een stuk dat in Es groot staat!’, aldus Widmann. Dit soort interesse in diepere achtergronden kenmerkt Widmanns persoonlijke gedrevenheid bij het componeren. Het laatste deel heet Mit Humor und Feinsinn, maar de muziek klinkt desperaat en vliegt uit de bocht, zoals ook Schumanns kunstzinnige leven eindigde in waanzin en ontsporing. En zo kan de luisteraar zich bij de titels van ieder deel (KinderliedFast zu ernstAnfangs lebhaftWaldszene ChoralWarum?IntermezzoZerrinnendes BildGlockenLied im Träume Mit Humor und Feinsinn) afvragen: waarom?

Robert Schumann 1810-1856

Kreisleriana

Widmanns speelse reflecties op Schumanns muziek vormen een toepasselijke inleiding op het werk van Schumann zelf. In de Kreisleriana brengt Schumann acht karakterstukken (‘Fantasien’) samen onder één grote muzikale spanningsboog. De inspiratiebron was een figuur uit de verhalen van E.T.A. Hoffmann: de volgens Schumann ‘excentrieke, wilde, en geniale’ Johannes Kreisler. Schumann schreef de cyclus in een paar dagen tijd, in december 1838, en wilde hem opdragen aan zijn geliefde Clara Wieck. Maar Clara voorzag moeilijkheden met haar vader, die zich tegen hun relatie verzette, waarop Schumann de cyclus opdroeg aan Frédéric Chopin. In Kreisleriana komen alle poëtische, pianistische en structurele kwaliteiten van Schumann samen, en daarmee vormt dit werk een zeer toepasselijke afsluiting van dit pianorecital.


Myrthe van Dijk

Biografie

Aaron Pilsan, piano

De Oostenrijker Aaron Pilsan speelt piano vanaf zijn vijfde en was aan het Mozarteum in Salzburg een leerling van Karl-Heinz Kämmerling. Momenteel is Lars Vogt zijn mentor. De pianist maakte in het afgelopen decennium snel carrière op de internationale concertpodia.

In 2011 werd hij door het tijdschrift Fono Forum uitgeroepen tot talent van het jaar, en voor het concertseizoen 2014/15 werd hij door het Wiener Konzerthaus en de Wiener Musik­verein geselecteerd als deelnemer aan de Rising Stars-serie. In dat kader debuteerde hij in november 2014 in de van Het Concertgebouw, waar hij een krap jaar later al met een solorecital terugkeerde.

Aaron Pilsan trad op tijdens de bekende muziekfestivals van Schwarzenberg, Schwetzingen, Gstaad, Bregenz, Kissingen en Bremen. Kamermuziek speelt hij met collega’s als violiste Isabelle Faust, klarinettiste Sharon Kam, het Szymanowski Kwartet en het Cremona Kwartet.

Hij vormt bovendien een vast duo met cellist Kian Soltani, met wie hij in 2018 een cd met werken van Schubert en Schumann uitbracht. Op een eerder solo-album staat muziek van Beethoven en Schubert.

Aaron Pilsan speelt ook graag hedendaagse muziek, en werkte samen met toondichters als Jörg Widmann en Reza Vali. Afgelopen voorjaar vertolkte hij met de Filharmonie Brno het pianoconcert Böse Zellen van Thomas Larcher.