Concertgebouworkest Essentials: Beethovens 'Keizersconcert'
Grote Zaal 24 april 2026 21.00 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Elim Chan dirigent
Yefim Bronfman piano
Thomas Vanderveken Presentatie (TOM Talk)
Dit concert maakt deel uit van de series Essentials.
Na afloop organiseert jongerenvereniging Entrée het gratis toegankelijke Entrée Café in de Spiegelzaal, met live muziek of dj op de achtergrond.
LUDWIG VAN BEETHOVEN (1770-1827)
Pianoconcert nr. 5 in Es gr.t., op. 73 (1809)
‘Keizersconcert’
Allegro
Adagio un poco mosso
Rondo: Allegro
er is geen pauze
einde ± 22.10 uur
Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door het Fonds Toonaangevende vrouwen in muziek.

Koninklijk Concertgebouworkest
Elim Chan dirigent
Yefim Bronfman piano
Thomas Vanderveken Presentatie (TOM Talk)
Dit concert maakt deel uit van de series Essentials.
Na afloop organiseert jongerenvereniging Entrée het gratis toegankelijke Entrée Café in de Spiegelzaal, met live muziek of dj op de achtergrond.
LUDWIG VAN BEETHOVEN (1770-1827)
Pianoconcert nr. 5 in Es gr.t., op. 73 (1809)
‘Keizersconcert’
Allegro
Adagio un poco mosso
Rondo: Allegro
er is geen pauze
einde ± 22.10 uur
Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door het Fonds Toonaangevende vrouwen in muziek.

Toelichting
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Vijfde pianoconcert
In het vroeg-negentiende-eeuwse Wenen hoorde je niet alleen muzikale meesterwerken, maar minstens evenveel kanongebulder: de troepen van Napoleon rukten op.
Beethoven, met zijn groeiende doofheid, moest het oorlogstumult met welluidender klanken van repliek dienen
Ludwig van Beethoven werd na de dood van Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn de belangrijkste componist en aldus degene die, met zijn groeiende doofheid, het oorlogstumult met welluidender klanken van repliek moest dienen; geen gemakkelijke taak. Maatschappelijke en persoonlijke rampspoed hebben Beethoven evenzeer gehinderd als boven zichzelf uit doen stijgen. Een componist die volhardt ondanks oorlog en doofheid, die het muzikale stramien doorbreekt, die de emancipatie van de autonome kunstenaar een zet geeft, die in conflicten de eer aan zichzelf houdt en die desondanks hogelijk gewaardeerd wordt – zo iemand groeit uit tot een symbool, met meer dan muziekhistorische waarde.
Tijdens de Romantiek, waar Beethoven op z’n minst een voorbode van was, werd zijn grandeur benadrukt door onder anderen Robert Schumann en Richard Wagner – twee componisten voor wie ‘het goddelijke’ een werkbaar begrip was en die niet aarzelden Beethoven een plaats in hun persoonlijke pantheon te geven. En Franz Liszt beschouwde hem als ‘de rookzuil die de weg naar het Beloofde Land wees’. Die ‘rookzuil’ – een fraaie metafoor in dit verband – wijst niet alleen op een vurig muzikaal genie, maar evenzeer op de verhitte gemoederen in de Europese maatschappij. Beethovens tijd was de tijd van Oostenrijks oorlog met het Ottomaanse Rijk, van schermutselingen tussen Frankrijk en Engeland en van de Franse Revolutie – gebeurtenissen die, ondanks hun chaotische verloop, een nieuwe orde schiepen. Te midden van alle turbulentie, in 1809, componeerde Beethoven zijn Vijfde pianoconcert.
De landelijke rust die hem kort daarvoor nog aanzette tot zijn Zesde symfonie (de ‘Pastorale’) lag nu buiten zijn bereik: Napoleons belegering van Wenen dwong zelfs tot sluiting van de stadsparken en beroofde Beethoven aldus van een belangrijke rust- en inspiratiebron. Een lichtpunt vormde het contract dat hij eerder dat jaar gesloten had met drie van zijn belangrijkste broodheren. Aartshertog Rudolf – die tevens zijn compositieleerling was en aan wie het Vijfde pianoconcert is opgedragen –, prins Lobkowitz en prins Kinsky garandeerden hem een jaarlijks inkomen, op voorwaarde dat hij de rest van zijn leven in Weens dienstverband zou blijven, een tot dan toe ongehoord staaltje kunstsubsidie.
Later zou blijken dat het beloofde stipendium door de oorlogsinflatie niet verzilverd kon worden, maar het Vijfde pianoconcert getuigt nog van Beethovens onvoorwaardelijke vertrouwen in de aristocratie. Misschien pakte daarom de perskritiek bij de Weense première zo negatief uit. ‘Beethoven, vol trots en zelfvertrouwen, weigert om muziek voor de massa te schrijven,’ smaalde een recensent, ‘en kan alleen door een elite begrepen en gewaardeerd worden.’ Mede door het ‘nobele’ gehalte van de muziek kreeg het concert later de bijnaam ‘Kaiserkonzert’ – een misleidende titel, want Beethoven koesterde weinig sympathie voor de twee keizers die op dat moment actueel waren: de Oostenrijkse keizer Franz I had het land in de misère gestort door zijn nederlaag tegen Frankrijk en Napoleon was in Beethovens ogen al eerder afgezakt tot het niveau van een eerzuchtige tiran.
In het vroeg-negentiende-eeuwse Wenen hoorde je niet alleen muzikale meesterwerken, maar minstens evenveel kanongebulder: de troepen van Napoleon rukten op.
Beethoven, met zijn groeiende doofheid, moest het oorlogstumult met welluidender klanken van repliek dienen
Ludwig van Beethoven werd na de dood van Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn de belangrijkste componist en aldus degene die, met zijn groeiende doofheid, het oorlogstumult met welluidender klanken van repliek moest dienen; geen gemakkelijke taak. Maatschappelijke en persoonlijke rampspoed hebben Beethoven evenzeer gehinderd als boven zichzelf uit doen stijgen. Een componist die volhardt ondanks oorlog en doofheid, die het muzikale stramien doorbreekt, die de emancipatie van de autonome kunstenaar een zet geeft, die in conflicten de eer aan zichzelf houdt en die desondanks hogelijk gewaardeerd wordt – zo iemand groeit uit tot een symbool, met meer dan muziekhistorische waarde.
Tijdens de Romantiek, waar Beethoven op z’n minst een voorbode van was, werd zijn grandeur benadrukt door onder anderen Robert Schumann en Richard Wagner – twee componisten voor wie ‘het goddelijke’ een werkbaar begrip was en die niet aarzelden Beethoven een plaats in hun persoonlijke pantheon te geven. En Franz Liszt beschouwde hem als ‘de rookzuil die de weg naar het Beloofde Land wees’. Die ‘rookzuil’ – een fraaie metafoor in dit verband – wijst niet alleen op een vurig muzikaal genie, maar evenzeer op de verhitte gemoederen in de Europese maatschappij. Beethovens tijd was de tijd van Oostenrijks oorlog met het Ottomaanse Rijk, van schermutselingen tussen Frankrijk en Engeland en van de Franse Revolutie – gebeurtenissen die, ondanks hun chaotische verloop, een nieuwe orde schiepen. Te midden van alle turbulentie, in 1809, componeerde Beethoven zijn Vijfde pianoconcert.
De landelijke rust die hem kort daarvoor nog aanzette tot zijn Zesde symfonie (de ‘Pastorale’) lag nu buiten zijn bereik: Napoleons belegering van Wenen dwong zelfs tot sluiting van de stadsparken en beroofde Beethoven aldus van een belangrijke rust- en inspiratiebron. Een lichtpunt vormde het contract dat hij eerder dat jaar gesloten had met drie van zijn belangrijkste broodheren. Aartshertog Rudolf – die tevens zijn compositieleerling was en aan wie het Vijfde pianoconcert is opgedragen –, prins Lobkowitz en prins Kinsky garandeerden hem een jaarlijks inkomen, op voorwaarde dat hij de rest van zijn leven in Weens dienstverband zou blijven, een tot dan toe ongehoord staaltje kunstsubsidie.
Later zou blijken dat het beloofde stipendium door de oorlogsinflatie niet verzilverd kon worden, maar het Vijfde pianoconcert getuigt nog van Beethovens onvoorwaardelijke vertrouwen in de aristocratie. Misschien pakte daarom de perskritiek bij de Weense première zo negatief uit. ‘Beethoven, vol trots en zelfvertrouwen, weigert om muziek voor de massa te schrijven,’ smaalde een recensent, ‘en kan alleen door een elite begrepen en gewaardeerd worden.’ Mede door het ‘nobele’ gehalte van de muziek kreeg het concert later de bijnaam ‘Kaiserkonzert’ – een misleidende titel, want Beethoven koesterde weinig sympathie voor de twee keizers die op dat moment actueel waren: de Oostenrijkse keizer Franz I had het land in de misère gestort door zijn nederlaag tegen Frankrijk en Napoleon was in Beethovens ogen al eerder afgezakt tot het niveau van een eerzuchtige tiran.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Vijfde pianoconcert
In het vroeg-negentiende-eeuwse Wenen hoorde je niet alleen muzikale meesterwerken, maar minstens evenveel kanongebulder: de troepen van Napoleon rukten op.
Beethoven, met zijn groeiende doofheid, moest het oorlogstumult met welluidender klanken van repliek dienen
Ludwig van Beethoven werd na de dood van Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn de belangrijkste componist en aldus degene die, met zijn groeiende doofheid, het oorlogstumult met welluidender klanken van repliek moest dienen; geen gemakkelijke taak. Maatschappelijke en persoonlijke rampspoed hebben Beethoven evenzeer gehinderd als boven zichzelf uit doen stijgen. Een componist die volhardt ondanks oorlog en doofheid, die het muzikale stramien doorbreekt, die de emancipatie van de autonome kunstenaar een zet geeft, die in conflicten de eer aan zichzelf houdt en die desondanks hogelijk gewaardeerd wordt – zo iemand groeit uit tot een symbool, met meer dan muziekhistorische waarde.
Tijdens de Romantiek, waar Beethoven op z’n minst een voorbode van was, werd zijn grandeur benadrukt door onder anderen Robert Schumann en Richard Wagner – twee componisten voor wie ‘het goddelijke’ een werkbaar begrip was en die niet aarzelden Beethoven een plaats in hun persoonlijke pantheon te geven. En Franz Liszt beschouwde hem als ‘de rookzuil die de weg naar het Beloofde Land wees’. Die ‘rookzuil’ – een fraaie metafoor in dit verband – wijst niet alleen op een vurig muzikaal genie, maar evenzeer op de verhitte gemoederen in de Europese maatschappij. Beethovens tijd was de tijd van Oostenrijks oorlog met het Ottomaanse Rijk, van schermutselingen tussen Frankrijk en Engeland en van de Franse Revolutie – gebeurtenissen die, ondanks hun chaotische verloop, een nieuwe orde schiepen. Te midden van alle turbulentie, in 1809, componeerde Beethoven zijn Vijfde pianoconcert.
De landelijke rust die hem kort daarvoor nog aanzette tot zijn Zesde symfonie (de ‘Pastorale’) lag nu buiten zijn bereik: Napoleons belegering van Wenen dwong zelfs tot sluiting van de stadsparken en beroofde Beethoven aldus van een belangrijke rust- en inspiratiebron. Een lichtpunt vormde het contract dat hij eerder dat jaar gesloten had met drie van zijn belangrijkste broodheren. Aartshertog Rudolf – die tevens zijn compositieleerling was en aan wie het Vijfde pianoconcert is opgedragen –, prins Lobkowitz en prins Kinsky garandeerden hem een jaarlijks inkomen, op voorwaarde dat hij de rest van zijn leven in Weens dienstverband zou blijven, een tot dan toe ongehoord staaltje kunstsubsidie.
Later zou blijken dat het beloofde stipendium door de oorlogsinflatie niet verzilverd kon worden, maar het Vijfde pianoconcert getuigt nog van Beethovens onvoorwaardelijke vertrouwen in de aristocratie. Misschien pakte daarom de perskritiek bij de Weense première zo negatief uit. ‘Beethoven, vol trots en zelfvertrouwen, weigert om muziek voor de massa te schrijven,’ smaalde een recensent, ‘en kan alleen door een elite begrepen en gewaardeerd worden.’ Mede door het ‘nobele’ gehalte van de muziek kreeg het concert later de bijnaam ‘Kaiserkonzert’ – een misleidende titel, want Beethoven koesterde weinig sympathie voor de twee keizers die op dat moment actueel waren: de Oostenrijkse keizer Franz I had het land in de misère gestort door zijn nederlaag tegen Frankrijk en Napoleon was in Beethovens ogen al eerder afgezakt tot het niveau van een eerzuchtige tiran.
In het vroeg-negentiende-eeuwse Wenen hoorde je niet alleen muzikale meesterwerken, maar minstens evenveel kanongebulder: de troepen van Napoleon rukten op.
Beethoven, met zijn groeiende doofheid, moest het oorlogstumult met welluidender klanken van repliek dienen
Ludwig van Beethoven werd na de dood van Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn de belangrijkste componist en aldus degene die, met zijn groeiende doofheid, het oorlogstumult met welluidender klanken van repliek moest dienen; geen gemakkelijke taak. Maatschappelijke en persoonlijke rampspoed hebben Beethoven evenzeer gehinderd als boven zichzelf uit doen stijgen. Een componist die volhardt ondanks oorlog en doofheid, die het muzikale stramien doorbreekt, die de emancipatie van de autonome kunstenaar een zet geeft, die in conflicten de eer aan zichzelf houdt en die desondanks hogelijk gewaardeerd wordt – zo iemand groeit uit tot een symbool, met meer dan muziekhistorische waarde.
Tijdens de Romantiek, waar Beethoven op z’n minst een voorbode van was, werd zijn grandeur benadrukt door onder anderen Robert Schumann en Richard Wagner – twee componisten voor wie ‘het goddelijke’ een werkbaar begrip was en die niet aarzelden Beethoven een plaats in hun persoonlijke pantheon te geven. En Franz Liszt beschouwde hem als ‘de rookzuil die de weg naar het Beloofde Land wees’. Die ‘rookzuil’ – een fraaie metafoor in dit verband – wijst niet alleen op een vurig muzikaal genie, maar evenzeer op de verhitte gemoederen in de Europese maatschappij. Beethovens tijd was de tijd van Oostenrijks oorlog met het Ottomaanse Rijk, van schermutselingen tussen Frankrijk en Engeland en van de Franse Revolutie – gebeurtenissen die, ondanks hun chaotische verloop, een nieuwe orde schiepen. Te midden van alle turbulentie, in 1809, componeerde Beethoven zijn Vijfde pianoconcert.
De landelijke rust die hem kort daarvoor nog aanzette tot zijn Zesde symfonie (de ‘Pastorale’) lag nu buiten zijn bereik: Napoleons belegering van Wenen dwong zelfs tot sluiting van de stadsparken en beroofde Beethoven aldus van een belangrijke rust- en inspiratiebron. Een lichtpunt vormde het contract dat hij eerder dat jaar gesloten had met drie van zijn belangrijkste broodheren. Aartshertog Rudolf – die tevens zijn compositieleerling was en aan wie het Vijfde pianoconcert is opgedragen –, prins Lobkowitz en prins Kinsky garandeerden hem een jaarlijks inkomen, op voorwaarde dat hij de rest van zijn leven in Weens dienstverband zou blijven, een tot dan toe ongehoord staaltje kunstsubsidie.
Later zou blijken dat het beloofde stipendium door de oorlogsinflatie niet verzilverd kon worden, maar het Vijfde pianoconcert getuigt nog van Beethovens onvoorwaardelijke vertrouwen in de aristocratie. Misschien pakte daarom de perskritiek bij de Weense première zo negatief uit. ‘Beethoven, vol trots en zelfvertrouwen, weigert om muziek voor de massa te schrijven,’ smaalde een recensent, ‘en kan alleen door een elite begrepen en gewaardeerd worden.’ Mede door het ‘nobele’ gehalte van de muziek kreeg het concert later de bijnaam ‘Kaiserkonzert’ – een misleidende titel, want Beethoven koesterde weinig sympathie voor de twee keizers die op dat moment actueel waren: de Oostenrijkse keizer Franz I had het land in de misère gestort door zijn nederlaag tegen Frankrijk en Napoleon was in Beethovens ogen al eerder afgezakt tot het niveau van een eerzuchtige tiran.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande dirigenten en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende dirigenten zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Elim Chan, dirigent
Elim Chan werd geboren in Hongkong en studeerde in de Verenigde Staten aan het Smith College en de University of Michigan. In 2013 maakte ze deel uit van het Bruno Walter Conducting Scholarship en in 2015 volgde ze masterclasses bij Bernard Haitink. In 2014 werd Elim Chan de eerste vrouwelijke winnaar van de Donatella Flick Conducting Competition; dankzij haar overwinning was ze in seizoen 2015/2016 assistent-dirigent bij het London Symphony Orchestra.
Bij de LA Phil maakte ze het seizoen daarop deel uit van het Dudamel Fellowship-programma. Tussen 2019 en 2024 was Elim Chan chef-dirigent van het Antwerp Symphony Orchestra, van 2018 tot 2023 was ze bovendien vaste gastdirigent van het Royal Scottish National Orchestra. In seizoen 2022/2023 was ze artist in residence bij de Wiener Musikverein naast pianist Igor Levit en violiste Isabelle Faust.
Elim Chan dirigeerde onder meer de New York Philharmonic, het Boston Symphony Orchestra, The Cleveland Orchestra, het Orchestre de Paris, het London Symphony Orchestra, het Philharmonia Orchestra, het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, het Toronto Symphony Orchestra, de Hong Kong Philharmonic en de symfonieorkesten van Pittsburgh, Houston, Berkeley, Detroit en Chicago.
Bij het Concertgebouworkest leidde ze op 26 april 2018 het Koningsnachtconcert en in september 2019 zowel Opening Night als het Kinderconcert Assepoester. In augustus 2024 kwam ze terug met werken van Berlioz, Mendelssohn en Prokofjev en in augustus 2025 leidde ze de vijfde editie van het zomerse jeugdproject Concertgebouworkest Young.
Yefim Bronfman, piano
Yefim Bronfman werd geboren in Tasjkent, Oezbekistan (destijds Sovjet-Unie), emigreerde in 1973 met zijn familie naar Israël en begon zijn studie bij Arie Vardi in Tel Aviv. Hij vervolgde zijn opleiding in de Verenigde Staten – aan The Juilliard School, de Marlboro School of Music en het Curtis Institute of Music in Philadelphia bij Rudolf Firkusny, Leon Fleisher en Rudolf Serkin – en werd Amerikaans staatsburger. De pianist deelde het podium met de meeste grote symfonieorkesten.
Zo trad hij in seizoen 2007/2008 als ‘Perspective Artist’ in Carnegie Hall in New York op met zowel het Concertgebouworkest als de Wiener Philharmoniker. In seizoen 2013/2014 was Yefim Bronfman in residence bij de New York Philharmonic. In Europa was hij te gast bij bijvoorbeeld de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de Staatskapelle Dresden.
Bij het Concertgebouworkest soleerde Yefim Bronfman sinds zijn debuut in 1999 in pianoconcerten van onder anderen Brahms, Liszt en Prokofjev en trad hij in 2021/2022 als artist in residence op in het Derde pianoconcert van zowel Beethoven als Rachmaninoff en de wereldpremière van het Pianoconcert, opus 175 van Firsova. In 2023 vergezelde hij het orkest op tournee naar Japan en Zuid-Korea.
Ook met het WDR Sinfonieorchester Köln en de Wiener Philharmoniker was Yefim Bronfman te horen in de Grote Zaal. Solorecitals in Het Concertgebouw gaf hij in maart 2003, november 2011 en februari 2025. Yefim Bronfman werd gelauwerd met onder meer de Avery Fisher Prize en met een eredoctoraat van de Manhattan School of Music.
Thomas Vanderveken, presentator
Sinds het Concertgebouworkest in 2014 de concertserie Essentials startte, zijn de eigenwijze TOM Talks (naar de beroemde TED Talks) van de Vlaamse presentator Thomas Vanderveken een vast programmaonderdeel. Thomas Vanderveken studeerde enkele jaren muziektheorie en piano aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel.
Hij begon zijn tv-carrière als acteur in de tv-serie Spoed en als presentator bij VTM-jeugdzender JIMtv in 2001. Sinds 2003 is hij presentator bij de VRT, waar hij bekendheid verwierf met reportages voor Vlaanderen Vakantieland en als spelleider in Vriend of Vijand en Mercator. Zijn eerste liveshow, Steracteur Sterartiest, werd een kijkcijferhit.
Thomas Vanderveken is daarnaast bekend van de spelprogramma’s Beste vrienden en 1 jaar gratis, de talkshow Alleen Elvis blijft bestaan, de consumentenprogramma’s Voor hetzelfde geld en FactCheckers en het interviewprogramma Onder ons. Ook voorzag hij regelmatig het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker van televisiecommentaar en versloeg hij de Koningin Elisabethwedstrijd.