Concertgebouworkest Entrée-Essentials: Beethovens Vijfde
Concertgebouworkest
Iván Fischer dirigent
Dit concert maakt deel uit van Entrée-Essentials en is bedoeld voor muziekliefhebbers en geïnteresseerden tot 35 jaar.
Na afloop is iedereen welkom om na te praten, nog meer muziek te luisteren of een dansje te wagen tijdens de afterparty in verschillende ruimtes van Het Concertgebouw.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Symfonie nr. 5 in c kl.t., op. 67 (1807-08)
Allegro con brio
Andante con moto
Allegro
Allegro
er is geen pauze
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Vijfde symfonie
Door Maarten Beirens
Voor veel klassieke muziekliefhebbers zal het concert dat in Wenen op 22 december 1808 georganiseerd werd in het Theater an der Wien hoog op de lijst staan van ‘concerten waar we graag bij waren geweest’. De concertavond besloeg een programma van ongeveer vier uur met uitsluitend wereldpremières van één enkele componist: Ludwig van Beethoven. De Vijfde symfonie, die zowat het signatuurwerk van Beethoven zou worden en zelfs een van de meest iconische werken van het hele symfonische repertoire, kreeg die avond gezelschap van de Zesde symfonie, delen uit de Missa solemnis, de Ah, perfido!, het Vierde pianoconcert (met Beethoven zelf als solist), de Koorfantasie en een piano- door de componist.
Zoveel topwerken op één winterse avond: in de ogen van de hedendaagse luisteraar lijkt het ongetwijfeld een magisch concert te zijn geweest. Of dat ook de mening van het aanwezige publiek was, is echter de vraag. Beethovens secretaris en eerste biograaf Anton Schindler rapporteerde dat de reactie minder positief was dan wenselijk. Volgens hem lag dat aan het feit dat het publiek niet voorbereid was op de ervaring van de ‘uitzonderlijke muziek’ van dit programma. Die opmerking heeft zeker te maken met Schindlers pogingen om de componist voor te stellen als een subliem genie (want als de muziek geniaal is, kan een lauwe reactie enkel betekenen dat het publiek haar niet begrepen heeft).
Niettemin valt er wel wat voor dat argument te zeggen. Voor de hedendaagse luisteraar zijn de Vijfde en Zesde symfonie zo diep verankerd in het repertoire, zo sterk uitgegroeid tot een absoluut ijkpunt in de muziekgeschiedenis, dat we ons het referentiekader moeilijk kunnen inbeelden van mensen die deze muziek voor de eerste keer hoorden. Moeten we verbaasd zijn als die werken bij een allereerste beluistering het toenmalige publiek eerder verwarden of verrasten? De meeste werken op dat programma bevatten behoorlijk vernieuwende elementen die meer dan één beluistering verdienen om hun impact ten volle te vatten.
Formeel gezien volgt de Vijfde symfonie de toenmalige normen van het genre: een eerste deel in , een langzamer tweede deel in , een en tot slot een wervelende finale. Maar zoals in wel meer werken verbuigt Beethoven de conventies van het genre. In het vierde deel, bijvoorbeeld, voegt hij blaasinstrumenten toe die in een standaard orkest van die tijd ongebruikelijk waren: contrafagot, en drie trombones, instrumenten die toentertijd tot het repertoire van militaire kapellen behoorden. Beethoven breidt zo onder meer het bereik van het orkest uit (de contra en piccolo kunnen respectievelijk de laagste en hoogste tonen produceren binnen het orkest). Bovenal is het de manier waarop Beethoven uit heel compact materiaal een heel abstract muzikaal bouwwerk construeert die het werk zo revolutionair en invloedrijk maakt.
Het bekende openingsmotief bestaat uit slechts vier noten en bovenal één karakteristiek ritmisch (ta-ta-ta-taaa), dat vervolgens als een melodisch-ritmische bouwsteen in het eerste deel veelvuldig wordt gebruikt. De doorgedreven uitwerking van een compact motief toont een heel andere benadering van muzikale constructie dan de bredere, zelfs zangerige melodisch-tische uitgangspunten die we bijvoorbeeld bij Beethovens voorganger Mozart vinden.
Wanneer muziekcriticus Eduard Hanslick in 1854 een pleidooi houdt voor (ofwel abstracte muziek, in contrast met , waarin een verhaal of tafereel wordt uitgebeeld) is het dan ook Beethovens Vijfde die voor de hoogromantische generatie als historisch oermodel geldt. Het ritmische basismotief is ook terug te vinden in het derde en vierde deel van de symfonie, waarmee Beethoven een muzikale eenheid creëert – een concept dat bij de volgende generatie uitgebreid navolging zou krijgen en ook een eeuw later nog zou blijven doorwerken.
Biografie
Iván Fischer, dirigent
Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.
Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomelconcerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.
Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Symphony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.
Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.
Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.
