Meet the composer in residence: Thomas Larcher & Friends

Thomas Larcher piano
Mark Padmore tenor
Julian Steckel cello
Aaron Pilsan piano

Hans Haffmans interview

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door het Composer in Residence Fonds.

Lees ook het interview met Thomas Larcher: componist, pianist en onderzoeker

Thomas Larcher (1963)

Poems. 12 pieces for pianists and other children (1975-2010)
voor piano solo
Sad yellow whale (2006)
Cantabile (2006-10)
Babu Chiri’s house (2010)
Waking up in Najing (2010)
(The day) When I lost my funny
green dog (2006)
A little piece for Ursu (2009)
Frida falls asleep (2009)
MUI 1 (2009)
one, two, three, four, nine (2001-10)
12 years old (1976/2010)
Don’t step on the Regenwurm! (2009)
A Song from? (2006/2010)

Mumien (2002)
voor cello en piano
Tempo giusto – Schneller – Langsam

pauze ± 21.00 uur

A Padmore Cycle (2010-11/2017)
voor tenor en piano
Ich schreibe heute durch
Almauftrieb
Hart am Herz
Familie Numero drei
Hunger nach Heimat, die keine mehr ist
Los los
Ferdl
Und beim Weggehen schmilzt aus den Augen der Schnee
Lange zögern die Steine
Dein Wort mein Blindenhund
Der Körper des Vogels am Weg

einde ± 22.15 uur

 

Toelichting

Thomas Larcher 1963

Meet the Composer in residence: Thomas Larcher & Friends

Door Christiane Schima

De Oostenrijker Thomas Larcher is een veelzijdig componist en musicus. Hij tracht in zijn werk verschillende kunstrichtingen – muziek, theater, literatuur en beeldende kunst – met elkaar te verbinden.

Alhoewel hij een klassiek geschoold pianist is, zoekt hij contact met musici van diverse pluimage, ook uit de wereld van de niet-klassieke, geïmproviseerde muziek. Larchers performance-voorstelling Walk off (premiére 2007 in München), waarin hij samen met een acteur, een danser en een gemengd ensemble als pianist optrad, geeft een idee van zijn artistieke spectrum.

Ofschoon hij in andere werken van theatrale elementen afziet, zijn bijna al zijn composities gebaseerd op programmatische, buitenmuzikale voorstellingen en literaire teksten. Poems, Mumien en A Padmore Cycle getuigen daarvan.

Poems. 12 pieces for pianists and other children

Larchers Poems bestaat uit twaalf beknopte stukjes voor piano solo met poëtische titels. Ze zouden, aldus de componist, ‘ook door kinderen gespeeld kunnen worden’. De componist duikt in de kinderwereld, en houdt indrukken vast van een reis met zijn gezin naar Nepal.

De stukken hebben een autobiografische achtergrond. Larcher over de eerste vier: ‘Op een dag dook op het notenpapier een droeve walvis op, geel overgeschilderd (I)... Tijdens het lopen door het bos veranderden mijn indrukken in melancholie (II)... In Nepal sliepen we in Babu Chiri’s huis, in de donkere keuken neuriede iemand voortdurend deze (III)... Wakker worden in Najing, we stegen na de eerste hanenkreet de berg op (IV)...’

Larchers pianocyclus doet denken aan Bartóks Voor kinderen en Mikrokosmos, werken met onder andere een pedagogische bedoeling. Larcher: ‘Aan de ene kant zijn het zeer eenvoudige stukjes – bijvoorbeeld Baba Chiri’s house en (The day) When I lost my funny green dog en het op een kinderlijke telwijze gebaseerde one, two, three, four, nine; aan de andere kant komen er stukjes voor die specifieke technische eisen stellen, zoals het en van de handen in Frida falls asleep.

De pianocyclus werd geschreven voor het Festival Spannungen in Heimbach waar hij – toen niet met Larcher maar met Lars Vogt aan de piano – in première werd gebracht.

Mumien

Rammelende geluiden, het obsessieve gehamer op een toon in het laagste register van de piano, bereiden ons voor op een spookachtig verhaal.

De componist roept het beeld op van een gemummificeerde in zijn grafkist, waaruit geen ontsnappen mogelijk lijkt. Maar waarvan de in doeken ingesnoerde halfdode wel droomt.

Dit suggereren de melodieuze klanken die na de stagnerende, vastgelopen geluiden in het begin boven de piano uitstijgen. De piano gaat hierin mee. De aanvankelijk verminkte, door rubbers tussen de snaren geblokkeerde pianoklank (‘prepared piano’) verandert in een natuurlijke, en suggereert hoop op bevrijding.

Larchers werk bestaat uit drie in elkaar overlopende delen met neutrale titels. Maar tijdens het componeren maakte hij de volgende, tot de verbeelding sprekende, notities:

• Gemummificeerd – ingepakt – verborgen
• Opgedroogd – uitgedroogd – lederachtige sporen van geheugen
• Ontledend – opening van plekken - van nauwelijks twee centimeters groot
• Weefselmonsters – onder de microscoop explodeert de nanokosmos.

A Padmore Cycle

Zijn formidabele zang en openheid voor moderne muziek waren de aanleiding voor Larcher om aan de Britse zanger Mark Padmore een cyclus te wijden. Aan de uit elf liederen bestaande cyclus liggen teksten van de Oostenrijkse schrijvers Hans Aschenwald en Alois Hotschnig (beiden geboren in 1959) ten grondslag.

Het zijn impressies van de natuur van hun vaderland Oostenrijk. Een Almauftrieb van de koeien, het smelten van de sneeuw (Und beim Weggehen schmilzt aus den Augen der Schnee), een dode vogel langs de weg (Der Körper des Vogels am Weg) worden tot metaforen voor gevoelstoestanden. De aforistische teksten worden begeleid door de verscheurde klanken van een ‘prepared piano’ (zie boven, Mumien).

Larcher mediteert in A Padmore Cycle over een verloren paradijs, een wereld die alleen nog maar uit herinneringen bestaat. Dit doet sterk denken aan de beroemde liedcycli van Franz Schubert, zoals diens Winterreise.

Hunger nach der Heimat, die keine mehr ist

In dit concert klinkt de oorspronkelijke versie van A Padmore Cycle, gezet voor tenor en ‘prepared piano’, want Larcher heeft het werk later georkes­treerd. Maar in beide versies blijft de boodschap dezelfde.

De componist: ‘Hunger nach der Heimat, die keine mehr ist ’ (‘Honger naar het vaderland dat het niet meer is’) is het centrale idee van de gehele cyclus.’ De elf liederen zijn muzikaal met elkaar verbonden.

‘Ondanks het fragmentarische karakter van de teksten en liederen’, aldus Larcher, ‘heb ik geprobeerd een continuüm te creëren. Het ene lied leidt door een dreigende klank aan het eind naar het andere.’

Biografie

Thomas Larcher, piano

Dit seizoen is Thomas Larcher composer in residence van Het Concertgebouw. De Oostenrijker studeerde in Wenen, en zijn vroege werken als Naunz (1989; voor piano solo) en Kraken (1994/95; voor viool, en (geprepareerde) piano) laten een preoccupatie zien met de piano en zijn klankmogelijkheden.

Ook in een reeks strijkkwartetten verkende Thomas Larcher de grenzen van stijlen, tradities en speeltechnieken. Vanaf Still (2002, voor en orkest) begon de componist zijn kleurrijke timbres ook te gebruiken in soloconcerten.

Onder de bekendste werken voor stem is A Padmore Cycle, waarvan een georkestreerde versie in november 2014 in première ging bij het BBC Symphony Orchestra.

Het eerste grote orkestwerk was in 2011 Red and Green voor het San Francisco Symphony Orchestra, in 2015 gevolgd door Alle Tage, in opdracht van het Radio Filharmonisch Orkest, het Gewandhaus­orchester Leipzig en het National Symphony Orchestra in Washington.

Afgelopen april dirigeerde Semyon Bychkov bij de New York Philharmonic de Amerikaanse première van de Tweede symfonie‘Kenotaph’, in 2016 ontstaan uit een opdracht van de Wiener Philharmoniker. In de zomer van 2108 klonk de eerste  Das Jagdgewehr op het Bregenz Festival.

Thomas Larcher ontving voor zijn muziek vele prijzen, en opnames waarop hij als pianist te horen is zijn geregeld bekroond. Composer in residence was Thomas Larcher eerder bijvoorbeeld bij het Wiener Konzerthaus, Wigmore Hall in Londen en het Aldeburgh Festival 2019.

Mark Padmore, tenor

Mark Padmore, opgeleid aan King’s College in Cambridge en in 2016 Vocalist of the Year van Musical America, is veelvuldig te gast bij de bekende orkesten van Londen, Berlijn, München, Wenen en New York. Bij het Concertgebouworkest zong hij in Bachs Matthäus-Passion, Mozarts Requiem en Brittens War Requiem. Zijn uitvoeringen van Bachs Passionen als zanger én met het Orchestra of the Age of Enlightenment zijn wereldwijd geprezen.

Na residencies bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks (2016/2017) en de Berliner Philharmoniker (2017/2018) was de tenor in 2021/2022 in residence bij Wigmore Hall in zijn geboortestad Londen, waar hij zijn verbintenis vierde met de pianisten Till Fellner, Imogen Cooper, Mitsuko Uchida en Paul Lewis.

Van 2012 tot 2022 was Mark Padmore artistiek leider van het St. Endellion Summer Music Festival in Cornwall. Dit seizoen is Mark Padmore in residence bij het Oxford er Festival, tourt hij met Mitsuko Uchida door Japan en verzorgt hij met het Nash Ensemble de wereldpremière van A Constant Ob­session van Mark-Anthony Turnage.

Op het toneel vertolkte hij de hoofdrollen in Birtwistle’s The Corridor and the Cure en Stravinsky’s The Rake’s Progress en – recentelijk nog aan de Royal Opera Covent Garden – Aschenbach in Brittens Death in Venice. In de was Mark Padmore vaak te gast, bijvoorbeeld met Kristian Bezuidenhout in Schuberts Die schöne Müllerin (september 2015), Schwanengesang (juni 2017) en Winterreise (januari 2018). In oktober 2019 zong hij er met pianist ­Aaron Pilsan A ­Padmore Cycle van Thomas Larcher.

Julian Steckel, cello

De solocarrière van Julian Steckel kwam definitief op gang nadat hij in 2010 het ARD Concours in München had gewonnen. Eerder was hij al gelauwerd bij de Grand Prix Rostropovich in Parijs, de Grand Prix Feuermann in Berlijn en de Kronberg Pablo Casals Competition. Voor zijn opname van de concerten van Korngold en Goldschmidt en Blochs ­Schelomo kreeg hij in 2012 een Echo Klassik Preis.

Julian Steckel soleerde bij onder meer het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig, de Bamberger Symphoniker, het Orchestre de Paris, het Royal Philharmonic Orchestra, het Sint-Petersburg Filharmonisch Orkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Residentie Orkest Den Haag en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

In het afgelopen concertseizoen vertolkte hij het Eerste concert van Sjostakovitsj bij de Badische Staatskapelle en bij de orkesten van Dortmund en Cottbus, en het Eerste celloconcert van Saint-Saëns in Münster en Belgrado.

Naast zijn optredens met orkest betreedt Julian Steckel graag het kamermuziekpodium met collega’s als Janine Jansen, Christian Tetzlaff, Renaud Capuçon, Veronika Eberle, Vilde Frang, Antoine Tamestit, Elisabeth Leonskaja, Paul Rivinius, Denis Kozhukhin en het Modigliani, Armida en Ébène Kwartet. De cellist studeerde bij Ulrich Voss, ­Gustav Rivinius, Boris Pergamenschikow, Heinrich Schiff en Antje Weithaas en geeft les aan de Hochschule für Musik und Theater in München. Hij bespeelt instrumenten van Francesco Rugeri (Cremona, 1695) en Andrea Guarneri (Cremona, 1685).

Aaron Pilsan, piano

De Oostenrijker Aaron Pilsan speelt piano vanaf zijn vijfde en was aan het Mozarteum in Salzburg een leerling van Karl-Heinz Kämmerling. Momenteel is Lars Vogt zijn mentor. De pianist maakte in het afgelopen decennium snel carrière op de internationale concertpodia.

In 2011 werd hij door het tijdschrift Fono Forum uitgeroepen tot talent van het jaar, en voor het concertseizoen 2014/15 werd hij door het Wiener Konzerthaus en de Wiener Musik­verein geselecteerd als deelnemer aan de Rising Stars-serie. In dat kader debuteerde hij in november 2014 in de van Het Concertgebouw, waar hij een krap jaar later al met een solorecital terugkeerde.

Aaron Pilsan trad op tijdens de bekende muziekfestivals van Schwarzenberg, Schwetzingen, Gstaad, Bregenz, Kissingen en Bremen. Kamermuziek speelt hij met collega’s als violiste Isabelle Faust, klarinettiste Sharon Kam, het Szymanowski Kwartet en het Cremona Kwartet.

Hij vormt bovendien een vast duo met cellist Kian Soltani, met wie hij in 2018 een cd met werken van Schubert en Schumann uitbracht. Op een eerder solo-album staat muziek van Beethoven en Schubert.

Aaron Pilsan speelt ook graag hedendaagse muziek, en werkte samen met toondichters als Jörg Widmann en Reza Vali. Afgelopen voorjaar vertolkte hij met de Filharmonie Brno het pianoconcert Böse Zellen van Thomas Larcher.

Hans Haffmans, presentatie

Hans Haffmans studeerde theologie in Nederland en de Verenigde Staten, woonde twee jaar in Jordanië voor zijn Arabische taalstudie, studeerde in 1991 af aan het Conservatorium van Amsterdam (klassiek gitaar) en werkt sinds die tijd voor (NPO) Radio 4. Voor de Wereldomroep presenteerde hij ruim tien jaar het wekelijkse programma Live at The Concertgebouw dat in de Verenigde Staten via ongeveer tweehonderd FM-stations werd uitgezonden.

Momenteel presenteert hij voornamelijk radio- en televisieprogramma’s voor de NTR. Daarnaast is hij betrokken bij de programmering van het Grachten­festival en verzorgt hij concertinleidingen, publieke interviews en cursussen voor onder meer Het Concertgebouw.

Voor het Concertgebouworkest presenteerde hij eerder de Ammodo Masterclasses in 2015 met Valery Gergiev, in 2017 en 2018 met Daniele Gatti en in 2020 met Iván Fischer