Barbara Hannigan & LUDWIG: Stravinsky’s The Rake’s Progress

LUDWIG
Barbara Hannigan dirigent
Cappella Amsterdam
Sofie Asplund sopraan (Anne)
Marta Swiderska mezzosopraan (Baba)
Gyula Rab tenor (Tom Rakewell)
James Way tenor (Sellem)
Douglas Williams bas-bariton (Nick Shadow)
Erik Rosenius bas (Trulove)

Deze uitvoering wordt voorzien van boventiteling.

Igor Stravinsky (1882-1971)

The Rake’s Progress (1947-51)
opera in drie bedrijven op een libretto van W.H. Auden en Chester 
Kallman naar een reeks schilderijen van William Hogarth

pauze na de tweede scène van het tweede bedrijf, ± 21.30 uur
einde ± 23.15 uur

Toelichting

Igor Stravinsky 1882-1971

Stravinsky: The Rakes Progress

Door Erwin Roebroeks

De cast van deze uitvoering van Stravinsky’s The Rake’s Progress is volledig samengesteld uit zangers die deel uitmaken van Equilibrium, het mentorprogramma dat is opgezet door sopraan/ Barbara Hannigan. De huidige Europese tournee met LUDWIG doet naast Het Concertgebouw ook de Philharmonie de Paris aan, het Konzerthaus Dortmund, het Kulturpalast Dresden en de Elbphilharmonie Hamburg. Alle zangers maken vandaag hun debuut in Het Concertgebouw. 

Uitgerekend de veelzijdige Barbara Hannigan brengt vanavond , een kunstvorm die niet bekendstaat om zijn vrijgevochten vrouwelijke personages. Nu was Igor Stravinsky in zijn jonge jaren bepaald geen operaliefhebber. Er kon geen interview voorbij gaan of hij foeterde op muziektheater in het algemeen of op Richard Wagner in het bijzonder.

Muziek kon een verbinding aangaan met woorden of met beweging, maar niet met allebei, aldus de Russische componist. Toch maakte hij één grootschalige opera, The Rake’s Progress – een lucratieve opdracht van La Biennale di Venezia, die in 1951 in Teatro La Fenice in première ging. The Rake’s Progress hoort bij de weinige naoorlogse opera’s die de status van standaardrepertoire hebben bereikt. Dat is bijzonder te noemen. 

Stravinsky had goede redenen voor zijn afkeer van opera, want toonzetten van tekst was niet zijn sterkste punt. Zijn levenslange assistent Robert Craft schreef in een brief aan een musicus: ‘Saw new pages of Rake, and the English is hideously misset, impossibly awkward. What can I do with that man.’ Stravinsky vond het componeren van The Rake’s Progress uitputtend, en het putte ook zijn neoclassicistische stijl uit (waarin werd teruggegrepen op muziek uit de en de ).

De opera was geen lang leven beschoren, aldus menig recensent uit de tijd van de première. Het is ook een moralistische opera met een weinig originele tiek: het verhaal, van Wystan H. Auden en Chester Kallman, is een variatie op het Faust-thema. Wat de opera interessant maakt heeft onder meer te maken met een spannende verhouding tussen tekst en muziek. 

Tom Rakewell, de jonge losbollige hoofdpersoon, is verloofd met zijn jeugdliefde Anne Trulove; een deugdzaam en trouw plattelandsmeisje. Tom wil carrière maken en trekt de wijde wereld in. Hij gelooft dat alles voorbestemd is en vaart daarom blind op Fortuna, de Romeinse godin van het lot. Toch heeft hij financiële middelen nodig en spreekt de wens tot geld uit.

Hiermee roept hij de duivel aan, genaamd Nick Shadow. Het is een beest van buiten, maar ook een schaduw van Toms innerlijk. Als Tom en Nick samen in Londen zijn, wordt Tom ongelukkig van verveling en onvervuld verlangen. Nick speelt daarop in. Op Nicks aanraden trouwt Tom met Baba de Turk, die op de kermis staat als vrouw met de baard. Nicks adviezen leiden tot Toms financiële ondergang. Tom verkoopt zelfs zijn vrouw Baba.

Uiteindelijk komt hij in het gekkenhuis terecht, waar Anne hem bezoekt. Op het moment dat Nick Toms ziel opeist en hem beveelt zich het leven te benemen, stelt de vrije wil waarmee Tom de wens naar geld uitsprak (of het laatste restje dat daar nog van over is) hem in staat zijn noodlot af te wenden. Weliswaar heeft Nick Tom van zijn verstand beroofd, Toms besef van Annes liefde behoedt hem ervoor ook zijn ziel kwijt te raken. Gebroken zegt Tom Anne vaarwel.

De vrouw in The Rake’s Progress krijgt een voor stereotype rol toegedicht: de man redden van zijn onnozelheid. Musicoloog Richard Taruskin plaatst in zijn analyse van The Rake’s Progress misogynie centraal. Hij schrijft het succes van de opera met name toe aan Anne: het enige personage waaraan de librettisten – rabiate vrouwenhaters volgens Taruskin – weinig waarde hechtten.

Dit op het eerste gezicht saaie personage staat volgens Taruskin haaks op de muziek die Stravinsky voor haar componeerde, omdat Anne voor de componist de belichaming van het paradijs was. De opera had alles in zich om te falen, maar dankzij Anne gebeurde dat niet, aldus Taruskin. Anne zou enkel een onvergetelijk personage zijn dankzij de muziek, die het drama zou laten werken. 

Deze analyse blijft aan de oppervlakte. Aan het einde van de opera gebeurt veel meer. De gekkenhuisfinale is cruciaal. Later zal Stravinsky over het scheppingsproces zeggen dat hij en Auden scènes bedachten die leidden naar die slotscène, die ze reeds in gedachten hadden. In die finale gaat Tom, de mannelijke held, uiteindelijk ten onder.

De gekkenhuisfinale heeft dramatische gevolgen, omdat de vrouwelijke hoofdpersoon met terugwerkende kracht een andere plek in de sociale orde krijgt: Anne is de sterke vrouw die haar grenzen kent, Tom de zwakkeling. Gekte treft nu eens niet een vrouwelijke hoofdpersoon, maar de mannelijke held. De vrouw vertolkt emotionele stabiliteit, de man hysterische catastrofe. Tom is een willoos stuk vlees geworden.

De moraal van het verhaal: niet voor elke losbol is er een Anne als redden-de engel. De spanning lost niet op in een gelukkig einde, maar verschijnt juist aan het slot. Dat einde van het libretto had dramaturgische consequenties voor Stravinsky, en niet alleen voor het slotstuk van de muziek. De componist moest zich in de muzikale structuur van de hele opera tot dit einde verhouden. We horen dat de muziek transformeert. Er staat iets te gebeuren. 

In de gekkenhuisscène elimineert het verhaal de eigen voorspelbaarheid. De finale wordt opgeluisterd door de meest welluidende muziek die Stravinsky heeft gecomponeerd. Schoonheid speelt ook een tekstinhoudelijke rol in de opera. Hoewel het een moralistische opera is, is het geen eenvoudig verhaal over goed en kwaad.

Een moreel correct leven wordt al gauw geassocieerd met weinig opwinding. Tom doet dan ook geen beroep op de moraal, maar op de natuur. Als hem wordt gevraagd wat het diepste geheim van de natuur is, antwoordt hij: schoonheid. De moraal in The Rake’s Progress is dubbelzinnig, en die dubbelzinnigheid komt terug in de relatie tussen de inhoud van de tekst en de schoonheid van de muziek. Die dubbelzinnigheid manifesteert zich bijvoorbeeld in de clichés over vrouwen.

In The Rake’s Progress loont misogynie niet, goed schrijven en componeren wel.

Biografie

Barbara Hannigan, dirigent, sopraan

De Canadese sopraan en Barbara Hannigan bevindt zich al jaren in de voorhoede van de podiumkunst. Ze werkte samen met vooraanstaande musici als Simon Rattle, Kent Nagano, Andris Nelsons, Esa-Pekka Salonen en Kirill Petrenko. Met dirigent/pianist Reinbert de Leeuw, die een belangrijke invloed en inspiratie voor haar was, bracht ze onder meer de cd Vienna: fin de siècle en een opname van Saties Socrate uit.

Als fervent voorvechter van eigentijdse muziek was ze verantwoordelijk voor bijna 100 wereldpremières. Barbara Hannigan werkte veelvuldig samen met componisten als Boulez, Stockhausen, Dutilleux, Ligeti, Zorn, Barry, Dean en Benjamin. Met de titelrol van Bergs Lulu vierde ze zowel in 2012 als in 2021 tri­omfen in De Munt in Brussel.

Sinds het seizoen 2020/2021 ondernam ze tournees naar diverse zalen met een veelgeprezen nieuwe productie van Poulencs La Voix humaine in samenwerking met videokunstenaar Denis Guéguin en het Orchestre Philharmonique de Radio France. Het IJslands Symfonisch Orkest benoemde haar tot chef- met ingang van seizoen 2026/2027.

Barbara Hannigan won vele prijzen, waaronder een Grammy en een Edison voor het album Crazy Girl Crazy (2017), dat ze opnam met LUDWIG. In 2022 werd ze in Frankrijk benoemd tot Officier des Arts et des Lettres. Gramophone riep haar in hetzelfde jaar uit tot Artist of the Year. Haar toewijding aan de jongere generatie musici leidde in 2017 tot de oprichting van Equilibrium Young Artists. In 2020 startte de zangeres Momentum: Our Future Now, een initiatief dat toonaangevende kunstenaars en organisaties aanspoort jonge muzikanten te ondersteunen en begeleiden.

In december 2022 debuteerde Barbara Hannigan bij het Concertgebouworkest; ze dirigeerde werken van onder anderen Richard Strauss, Berg, Barber en Vivier.

LUDWIG, ensemble

LUDWIG is een in 2012 opgericht collectief dat zich kan manifesteren van instrumentaal solist via klein ensemble tot groot orkest. Kenmerkend zijn een ondernemende geest en een brede maatschappelijke blik. LUDWIG ontleent inspiratie aan zijn artistieke geestesvader Ludwig van Beethoven, cultureel entrepeneur avant la lettre.

Artistiek leider Peppie Wiersma koppelt componisten uit verschillende periodes, stijlen en achtergronden aan elkaar en legt graag connecties met andere muziek- en kunstgenres. LUDWIG heeft een nauwe samenwerking met /sopraan Barbara Hannigan. Hun eerste gezamenlijke album Crazy Girl Crazy werd in 2018 bekroond met een Grammy en in 2020 opgevolgd door La Passione (met werken van Nono, Haydn en Grisey), dat een Record Academy Award won in de categorie Contemporary Music.

Met ‘LUDWIG and the Brain’ sluiten de musici aan op actueel wetenschappelijk onderzoek naar het effect van muziek op het welzijn van bijvoorbeeld dementen en mensen met chronische pijn. In ‘LUDWIG and the World’ gebruikt het ensemble zijn creatieve krachten om verbinding te maken met de wereld waarin we leven. Dit resulteerde in een aantal WaterWalks, programma’s over de staat van onze rivieren.

In Het Concertgebouw maakte LUDWIG zijn debuut in Het Zondagochtend Concert van 6 oktober 2013 en keerde het in de Eigen Programmering onder meer terug in mei 2019 met een concertante The Rake’s Progress van Stravinsky onder leiding van Barbara Hannigan en in december 2019 met een -programma m blokfluitiste Lucie Horsch.

Cappella Amsterdam, koor

Cappella Amsterdam, opgericht in 1970 door Jan Boeke, staat sinds 1990 onder de artistieke leiding van Daniel Reuss. Al ruim vijftig jaar lang houdt het kamerkoor de rijke koorcanon levend. De repertoirekeuze reikt van middeleeuwse tot de meest complexe hedendaagse koormuziek. 

Het koor schenkt speciale aandacht aan het werk van Nederlandse componisten, variërend van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Louis Andriessen, Ton de Leeuw, Robert Heppener en Jan van Vlijmen. De veelzijdigheid van Cappella Amsterdam komt ook tot uitdrukking in samenwerkingen met bijvoorbeeld het Holland Festival, ­Asko|Schönberg, MusikFabrik, de Akademie für Alte ­Musik Berlin, het Amsterdams Andalusisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.

Vaste partner is Nieuw Vocaal Amsterdam, dat jonge zangers van vier tot eenentwintig jaar een klassieke opleiding biedt. De cd’s van Cappella Amsterdam werden meermaals onderscheiden: zo kreeg ­Golgotha van Frank Martin – samen met het Ests Philharmonisch Kamerkoor – een Grammy-nominatie, een Janáček-album een Edison Klassiek en een Diapason d’Or, een Brahms-album een Preis der deutschen Schallplattenkritik en Arvo Pärts Kanon Pokajanen een Edison Klassiek.

Het vorige optreden van Cappella Amsterdam in de Eigen Programmering was in 2023 een kerstconcert met het Nederlands Kamerorkest.

Sofie Asplund, sopraan

De Zweeds-Finse zangeres Sofie Asplund studeerde in 2013 af aan hogeschool in Stockholm en won in 2018 de Schymberg Award.

De sopraan maakte haar debuut bij de Göteborg Opera als Susanna in Mozarts Le nozze di Figaro. In hetzelfde theater stond ze op de planken in producties van bijvoorbeeld Verdi’s Rigoletto en Humperdincks Hänsel und Gretel. In het huidige seizoen zingt ze in Göteborg voor het eerst de partij van Zerbinetta in dne auf Naxos van Richard Strauss.

Naast haar optredens in Göteborg was Sofie Asplund tevens te gast in de huizen van onder meer Stockholm, Helsinki, Drottningholm, Malmö, Hamburg en Bazel.

Sofie Asplund zingt ook graag musicals; zo was ze te horen als Maria in West Side Story en als Christine in The Phantom of the Opera. Het concertrepertoire van de sopraan omvat werken als Brahms’ Ein deutsches Requiem en BachMagnificat.

Marta Swiderska, mezzosopraan

Marta Swiderska kreeg al op jonge leeftijd vioollessen. Ze startte haar opleiding echter aan de Technische Universiteit van Katowice, waar ze in 2016 promoveerde in de materiaalkunde. In dezelfde stad volgde ze tegelijkertijd zanglessen aan de Karol Szymanowski Muziekacademie en haar muziekopleiding voltooide ze aan de Musikhochschule in Frankfurt am Main.

Masterclasses volgde de Poolse zangeres bij onder anderen Ingrid Kremling en Brigitte Fassbaender. Marta Swiderska won een aantal concoursen.

Van 2015 tot 2017 was ze verbonden aan de studio van de Staatsoper Hamburg, en met ingang van het huidige seizoen maakt ze deel uit van het vaste zangersensemble van dit operahuis. Ze zingt in Hamburg rollen in onder meer Tosca van Puccini, Die Walküre van Wagner en Lulu van Berg.

Marta Swiderska debuteerde inmiddels ook bij de Baltische Opera in Gdańsk en de Komische Oper in Berlijn, en bij de Oper Leipzig was ze te gast voor de partij van Alisa in Donizetti’s Lucia di Lammermoor.

Gyula Rab, tenor

De Hongaarse tenor Gyula Rab is alumnus van de Franz Liszt Muziekacademie in Boedapest en van de studio van het Royal College of Music in Londen. Ook nam hij in het seizoen 2016/17 deel aan een leertraject van het Opernhaus Zürich. Bij de Glyndebourne Festival Opera was hij Jerwood Young Artist.

Gyula Rab maakte zijn debuut op het ­toneel in 2014, toen hij bij de Opera van Wrocław een partij vertolkte in Angels in America van Peter Eötvös. Rond dezelfde tijd werkte hij mee aan een uitvoering van Karl Jenkins’ The Armed Man: a Mass for Peace, in de Londense Royal Albert Hall uitgevoerd door het Philharmonia Orchestra.

Momenteel maakt Gyula Rab deel uit van het vaste zangersensemble van de Bayerische Staatsoper in München, waar hij in het lopende seizoen onder meer de rollen zingt van Tamino in MozartDie Zauberflöte, Ferrando in diens Così fan tutte en Gonzalve in Ravels L’heure espagnole.

James Way, tenor

James Way werd geboren in Sussex, aan de zuidkust van Groot-Brittannië. Hij genoot zijn muzikale opleiding aan King’s College in Londen en bij Susan Waters aan de Guildhall School of Music and Drama in dezelfde stad.

De tenor sleepte een aantal onderscheidingen in de wacht. Zo kreeg hij de Simon Sandbach Award van Garsington en won hij een tweede prijs tijdens de Kathleen Ferrier Awards.

Hij was Britten-Pears Young Artist en nam deel aan het talentprogramma van het Orchestra of the Age of Enlightenment. Met dit gezelschap voerde de zanger werken van Haydn, Händel en Bach uit.

Op dit moment neemt James Way deel aan Le Jardin des Voix, de academie voor jonge musici van William Christie’s Les Arts Florissants. Bij dit ensemble zong hij de titelrol in Händels  Acis and Galatea.

James Way werd tevens geëngageerd door bijvoorbeeld de Staatsoper Berlin, het Orchestre de Chambre de Paris, het BBC Symphony Orchestra (tijdens de Last Night of the Proms) en het City of Birmingham Symphony Orchestra.

Douglas Williams, bas-bariton

Douglas Williams, geboren in de Amerikaanse staat Connecticut, genoot zijn opleiding aan het New England Conservatory in Boston, Yale University en het Tanglewood Music Center.

In 2014 verhuisde hij naar Duitsland, waar hij verscheen in een nieuwe productie van Monteverdi’s L’Orfeo van choreograaf Sasha Waltz aan de Staatsoper Berlin. Deze voorstelling was ook te zien in Het Muziektheater in Amsterdam.

Op het toneel zong Douglas Williams verschillende rollen in werken van Händel, maar ook in nieuwe opera’s van bijvoorbeeld Reinaldo Moya en Charles Wuorinen. Ook is hij te horen op de opname van Charpentiers La descente d’Orphée aux enfers van het Boston Early Music Festival, die een Grammy Award toegekend kreeg in de categorie Best Opera Recording.

Voor vocaalsymfonisch repertoire werd de bas-bariton uitgenodigd door gezelschappen als de Berliner Philharmoniker, de orkesten van Boston, Detroit, Houston en Washington en oudemuziek­ensembles als Tafelmusik, het Freiburger Barockorchester en Les Talens Lyriques.

Naast zijn werkzaamheden in de muziek is Douglas Williams dichter.

Erik Rosenius, bas

Erik Rosenius zong vanaf achtjarige leeftijd in een jongenskoor in zijn geboorteplaats Stockholm.

Op het toneel maakte hij zijn debuut in 2004, toen hij als lid van het kinderkoor meewerkte aan een opvoering van Puccini’s Tosca bij de Koninklijke Opera in Stockholm. In 2014 behaalde hij zijn bachelor aan het Koninklijk Conservatorium in dezelfde stad, en in 2017 studeerde hij af aan het University College of Opera, tevens in Stockholm; onder zijn leraren waren Eva Larsson-Myrsten, Robert Hyman en Lennart Forrsén.

Erik Rosenius vertolkte in de afgelopen jaren tal van rollen: het huis van zijn geboortestad nodigde hem uit voor producties van Salome van Richard Strauss en Den långa, långa resan van Johan Ramström. Bij de opera van Varberg, ook in Zweden, werkte hij mee aan opvoeringen van MozartDie Entführung aus dem Serail.

Erik Rosenius zingt ook graag in oratoria en vocaalsymfonisch repertoire. Sinds het najaar van 2018 maakt hij deel uit van de operastudio van de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn.