Bachs Johannes-Passion door het Orkest van de Achttiende Eeuw

Orkest van de Achttiende Eeuw
Cappella Amsterdam
Daniel Reuss dirigent
Thomas Walker tenor (evangelist)
Henk Neven bariton (Christus)
Julia Doyle sopraan
Daniël Elgersma countertenor
Andrew Tortise tenor
Nicholas Mogg bas

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Johannes-Passion, BWV 245 (1724)
op teksten van Barthold Heinrich Brockes en anderen

pauze ± 20.50 uur
einde ± 22.30 uur

Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Download en print hier de zangteksten.

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door:

In samenwerking met hoofdsponsor Van Lanschot Kempen wordt een podcast gemaakt over de Passionen van Bach. Deze is op koptelefoons te beluisteren in de foyers, en wordt bovendien aangeboden via www.concertgebouw.nl.

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Johannes-Passion

Door Lonneke Tausch

De gebeurtenissen m de iging van Jezus zijn beschreven door de vier evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Al in de Middeleeuwen werden hun getuigenverslagen gezongen als onderdeel van de liturgie. Tot in de dertiende eeuw gebeurde dat eenstemmig.

In deze vroege ‘passie-uitvoeringen’ maakten verschillen in toonhoogte en tempo duidelijk wie aan het woord was: er moest laag en plechtig gezongen worden op de woorden van Jezus, op spreeksnelheid en op gemiddelde toonhoogte op die van de verteller (de evangelist) en juist hoog en opgewonden op die van de menigte (het joodse volk, soldaten, hogepriesters). De eerste meerstemmige passies dateren van circa 1450 en vanaf 1500 zijn vooral Duitse en Italiaanse toonzettingen van de verschillende passieverhalen overgeleverd.

Passiemuziek in Leipzig

Toch was het uitvoeren van dergelijke verhalende passiestukken niet overal even vanzelfsprekend. In Leipzig bijvoorbeeld werden ze uit de lutherse kerken geweerd omdat die dramatische muziekwerken te veel zouden neigen naar de Italiaanse .

Totdat in 1717 in de Neukirche de Brockes-Passion van Georg Philipp Telemann klonk en de orthodoxe kerkbesturen deze muzikale ontwikkeling niet langer konden tegenhouden. Johann Kuhnau voerde in 1721 en 1722 in de Thomaskirche, de belangrijkste kerk van de stad, zijn eigen Markus-Passion uit. Hij overleed in juni 1722, en een klein jaar later volgde Johann Sebastian Bach hem op als Thomascantor en ‘director musices’ van de stad Leipzig.

Bachs eerste passie

Voordat hij naar Leipzig kwam, had Bach zich een paar jaar niet zo met kerkmuziek beziggehouden: hij was sinds 1717 kapelmeester geweest aan het hof van Köthen, waar hij vooral instrumentale muziek had geschreven en gespeeld. Bij aankomst in Leipzig begon hij met het componeren van s voor de wekelijkse kerkdiensten.

In de belangrijke viering van Goede Vrijdag op 7 april 1724 in de Nikolaikirche zag hij een mooie gelegenheid om de kerkgemeente versteld te doen staan met iets grootsers, dus componeerde hij de Johannes-Passion – het eerste deel uit te voeren vóór de preek, de rest erna. Bach maakte van zijn eerste passie- een indrukwekkende aaneenschakeling van tientallen stukken muziek: koorscènes, koralen, dialogen en solo’s, alles verbonden door de recitatieven van de evangelist. In het orkest gaf hij twee instrumenten die ook al in Bachs tijd niet al te gebruikelijk waren een opvallende solorol: de viola d’amore en de viola da gamba.

Dreiging

Het dramatische gehalte van het evangelie van Johannes (hoofdstuk 18 en 19) verleidde Bach ertoe zijn hele compositorische arsenaal in te zetten. Waarmee hij de arbeidsvoorwaarden van het kerkbestuur om alleen ‘solche Compositiones zu machen, die nicht theatralisch wären’ volledig negeerde. Van het koor vraagt de componist veel: complexe ’s, scherpe tekstarticulatie, , coloraturen.

Met name de felle en (soms zeer) korte ‘turbae’ springen in het oor. Het zijn er in totaal veertien, en vanuit een nog redelijk voorzichtig en vragend Bist du nicht seiner Jünger einer ontwikkelt zich gaandeweg een onhoudbare volkswoede, via het al vrij stellige Nicht diesen, sondern Barrabam tot de onvermijdelijke veroordeling van Jezus tot de kruisdood in Kreuzige, kreuzige.

In feite broeit de onrust die de hele Johannes-Passion onderhuids bestiert meteen al in de allereerste instrumentale maten van het openingskoor Herr, unser Herrscher: in de hamerende basnoot, de turbulente zestiendenbeweging in de strijkers en de e dialoog daarboven van hobo’s en fluiten (zie de autograaf hiernaast). Overigens fungeren de orkestpartijen op meer plekken in de Johannes-Passion als de voorspellers van het naderende onheil.

Zo wees Bachvorser en uitvoerder Hans Brandts Buys (1905-1959) in vijf turbae hetzelfde vinnige begeleidingsmelodietje aan. Hij noemt dat het ‘tumultmotief’: een hakkelig stijgend lijntje in zestienden waarop hij precies de woorden ‘Wir wollen Jesu Christi Tod’ laat passen – woorden die niet gezongen worden maar die zo meteen vanaf de eerste turba (Jesum, Jesum) impliciet de toon zetten in de toenemende hetze. De haatdragende en huichelachtige turbae staan overigens steeds in scherp contrast met de kalmte waarmee Jezus zijn lijden aanvaardt.

Tekstschildering

Bach voorzag zijn manuscripten trouw van het opschrift SDG, Soli Deo Gloria (‘alleen aan God de eer’). Zijn kerkmuziek stond ten dienste van de tekst; die moest zo beeldend mogelijk worden overgebracht. In de Johannes-Passion zijn de aanleidingen voor tekstschildering talloos. Dat kan vrij algemeen zijn, zoals een stijgende of juist dalende muzikale beweging als sprake is van omhoog of omlaag gaan, of van hemel of graf.

Maar op tientallen plekken bedenkt Bach ook juist heel specifieke manieren om het gezongen woord extra uit te lichten. Zo krullen de hobo’s ingenieus om elkaar heen in de alt- Von den Strikken meiner Sünden: lijnen raken verstrikt en schieten weer los. Een bekende tekstschildering is het ‘kraaien’ in de continuobegeleiding op het moment dat Petrus voor de derde keer Jezus verloochent en prompt daarop – zoals Jezus hem had voorspeld – de haan hoort kraaien.

Petrus komt tot besef en huilt, op een sliert van smartelijke overgebonden en (overigens greep Bach op dit emotionele moment in het verhaal even naar een tekstfragment uit het evangelie volgens Matteüs). Een veel voorkomende figuur in de muzikale retorica is de ‘diabolus in musica’, de overmatige kwart (of verminderde ); in dit ‘duivelsinterval’ laat Bach de van de evangelist uitlopen aan het eind van de zin ‘Barrabas aber war ein Mörder’.

Direct daarna volgt een huiveringwekkende op het woord ‘geisselte’. De kronkelende, vallende zestienden doen je de geselingen die Jezus te verduren krijgt meevoelen. Als in het sarcastische koor Sei gegrüsset, lieber Jüdenkönig vervolgens de aan het ‘giechelen’ slaan, is er geen uitweg meer en is Jezus’ lot beklonken.

Structuur

Hiermee komen we aan bij het centrum van de Johannes-­Passion: het Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn. Net ervoor is de afloop van het verhaal onafwendbaar geworden: Pilatus levert Jezus uit aan de moordlustige menigte. In het evangelie van Johannes ligt daarin een hoger plan besloten: Jezus is een martelaar en zijn lijden zal zijn volgelingen vrijpleiten. Om dit zo belangrijke koraal heen heeft Bach een ingenieuze, symmetrische structuur gevouwen.

Voor en na Durch dein Gefängnis heeft hij in twee turbae met dezelfde strekking (het grimmige Wir haben ein Gesetz en het even dogmatische Lässest du diesen los) dezelfde muziek gebruikt. Daar weer voor respectievelijk na bevinden zich de turbae Kreuzige, kreuzige en Weg, weg mit dem, die ook gelijke noten en inhoud delen. En Bachs gelijke opbouw aan weerskanten telt nog een derde trede: de turbae Sei gegrüsset en Wir haben keinen König maken beide hetzelfde punt, namelijk dat Jezus de koning der joden zou zijn.

De symmetrie die Bach in zijn Johannes-Passion aangebracht heeft, is zelfs nog veelomvattender: de scene waarin Pilatus Jezus loslaat, is de middelste van de vijf ‘bedrijven’ waaruit het passieverhaal is opgebouwd, te weten de aanhouding in de tuin, de hogepriesters, Pilatus, de iging en de graflegging. Bach maakte het middelste deel het langst en de twee buitenste het kortst en besluit ieder onderdeel met een koraal.

Bespiegeling en opstanding

Alle ’s en arioso’s in de Johannes-Passion reflecteren in vrije poëzie (geen bijbelteksten, maar regels uit een door vele componisten gebruikt libretto van de eerder genoemde Brockes) op de gevangenneming, de veroordeling en de kruisiging van Jezus, zoals ook het koor dat doet in de in totaal twaalf koralen. Het zijn vooral deze beschouwelijke passages waarin Bach de emotie de ruimte geeft.

Dit geldt nadrukkelijk ook voor het laatste grote koordeel, Ruht wohl. Dit galante slotkoor heeft het van een ; met het introduceren van deze toen ­modieu­ze dans haalde Bach aan het eind nog een ‘theatraal’, wereldlijk element zijn passie- in.

In Ruht wohl overheersen berusting en eerbied: de sfeer is eerder vredig en troostrijk dan verdrietig. Jezus rust (tijdelijk) in het graf, en met zijn marteldood heeft hij voor zijn volk de toegang tot de hemel zekergesteld (‘Das Grab macht mir den Himmel auf und schliesst die Hölle zu’). Het slotkoraal ademt nogmaals Bachs onverminderde godsvertrouwen: ‘Ich will dich preisen ewiglich!’

Biografie

Orkest van de Achttiende Eeuw, orkest

Het Orkest van de Achttiende Eeuw verwierf wereldfaam door symfonisch werk uit te voeren op originele instrumenten (of kopieën daarvan) en op een historisch geïnformeerde manier. Het ontstond in 1981 naar een idee van blokfluitist Frans Brüggen, die tot aan zijn dood in 2014 en artistiek leider bleef. Sindsdien werkt het gezelschap met gasten.

De orkestleden spelen internationaal in toonaangevende (kamer)muziek­ensembles en komen een aantal keer per jaar voor een project bij elkaar. De uitgebreide discografie van het Orkest van de Achttiende Eeuw omvat werken van Purcell, J.S. en C.Ph.E. Bach, Rameau, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn, Chopin en Weber. Met Daniel Reuss en Cappella Amsterdam nam het orkest Beethovens Missa solemnis en BrahmsEin deutsches Requiem op.

Na een concertante Così fan tutte van Mozart onder leiding van Ed Spanjaard in 2013 volgden in de onder leiding van Kenneth Montgomery Le nozze di Figaro, La clemenza di Tito, Don Giovanni en een bewerking van Die Zauberflöte/ Der Schauspieldirektor. In mei 2023 verzorgde het orkest in Het Concertgebouw een driedaags Beethoven Festival, in oktober 2023 bracht het opnieuw, nu onder leiding van Manoj Kamps, een productie van Così fan tutte, en in oktober 2024 kwam het met een Mozart-programma met onder meer het Requiem samen met Cappella Amsterdam.

Cappella Amsterdam, koor

Cappella Amsterdam, opgericht in 1970 door Jan Boeke, staat sinds 1990 onder de artistieke leiding van Daniel Reuss. Al ruim vijftig jaar lang houdt het kamerkoor de rijke koorcanon levend. De repertoirekeuze reikt van middeleeuwse tot de meest complexe hedendaagse koormuziek. 

Het koor schenkt speciale aandacht aan het werk van Nederlandse componisten, variërend van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Louis Andriessen, Ton de Leeuw, Robert Heppener en Jan van Vlijmen. De veelzijdigheid van Cappella Amsterdam komt ook tot uitdrukking in samenwerkingen met bijvoorbeeld het Holland Festival, ­Asko|Schönberg, MusikFabrik, de Akademie für Alte ­Musik Berlin, het Amsterdams Andalusisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.

Vaste partner is Nieuw Vocaal Amsterdam, dat jonge zangers van vier tot eenentwintig jaar een klassieke opleiding biedt. De cd’s van Cappella Amsterdam werden meermaals onderscheiden: zo kreeg ­Golgotha van Frank Martin – samen met het Ests Philharmonisch Kamerkoor – een Grammy-nominatie, een Janáček-album een Edison Klassiek en een Diapason d’Or, een Brahms-album een Preis der deutschen Schallplattenkritik en Arvo Pärts Kanon Pokajanen een Edison Klassiek.

Het vorige optreden van Cappella Amsterdam in de Eigen Programmering was in 2023 een kerstconcert met het Nederlands Kamerorkest.

Daniel Reuss, dirigent

Daniel Reuss was aan het Conservatorium van Rotterdam leerling van Barend Schuurman en richtte op zijn 21ste het Oude Muziek Koor Arnhem op. Als ‘overtuigd niet-specialist’ dirigeert hij repertoire dat vele stijlen bestrijkt, van rond het jaar 1200 tot de meest actuele muziek.

Sinds 1990 is hij artistiek leider en chef- van Cappella Amsterdam, waarin hij al jarenlang zong toen hij die positie verwierf. 

Als gastdirigent musiceert Daniel Reuss met gezelschappen in heel Europa, waaronder de Akademie für Alte Musik Berlin, MusikFabrik, Vocal Consort Berlin, Collegium Vocale Gent en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij is chef- geweest van onder andere het RIAS Kammerchor in Berlijn, het Ests Philharmonisch Kamerkoor en het Ensemble Vocal Lausanne, waaraan hij nog verbonden is als vaste gastdirigent.

In 2016 werd Daniel Reuss voor zijn uitzonderlijke verdiensten benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam samen leidde de dirigent in Het Concertgebouw bijvoorbeeld ook in mei 2018 in BrahmsEin deutsches Requiem (een tournee die werd bekroond met de VSCD Klassieke Muziekprijs), in april 2019 in Bachs Johannes-Passion en in mei 2023 in Beethovens Negende symfonie.

Thomas Walker, tenor

Thomas Walker, geboren in Glasgow, begon na zijn afstuderen als tubaspeler aan het Royal Conservatoire of Scotland aan een zangstudie bij Ryland Davies aan het Royal College of Music in Londen. Recente highlights uit zijn agenda zijn Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea met het Boedapest Festival Orkest onder leiding van Iván Fischer én aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, Mozarts Mis in c klein in Bozar in Brussel met Riccardo Minasi, concerten in Londen en Cambridge met de Academy of Ancient Music en een Bach-programma in Wigmore Hall met het Gabrieli Consort en Paul McCreesh.

Met Daniel Reuss en het Ensemble Vocal de Lausanne maakte de tenor opnames van Beethovens Missa solemnis en Honeggers Le roi David. vertolkte Thomas Walker in theaters als de Staatsoper Stuttgart, het Theater an der Wien, De Munt in Brussel, de Opéra National de Paris en het Royal Opera House Covent Garden in Londen. Voor oratoria werd hij uitgenodigd door de ­Innsbrucker Festwochen der Alten Musik, de Gulbenkian Foundation in Lissabon, de BBC Proms en de Ruhr Triennale.

Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw soleerde hij eerder als Evangelist in Bachs Johannes-Passion (2017) en afgelopen oktober – onder meer in Het Concertgebouw – in het Requiem van Mozart.

Henk Neven, bas

Henk Neven kreeg een Borletti-Buitoni Trust Fellowship en ontving in 2011 de Nederlandse Muziekprijs. Hij vertolkt hoofdrollen in ’s van Monteverdi tot en met Messiaen bij De Nationale Opera, het Theater an der Wien en in de grote theaters van Berlijn, Parijs, Brussel en Londen.

Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw was hij eerder Almaviva in Mozarts Le nozze di Figaro (2015), Publio in La clemenza di Tito (2017), Leporello in Don Giovanni (2019) en Papageno en Puf in de pastiche Der Schauspieldirektor/Die Zauberflöte (2021), maar ook Christus in Bachs Johannes-Passion (2019).

recitals gaf de zanger op de BBC Proms en in Wigmore Hall in Londen, in Het Concertgebouw en op de festivals van Oxford en Leeds.

Hij soleerde bij het Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest, de Nederlandse Bachvereniging, het Orchestra of the Age of Enlightenment, Les Talens Lyriques, het Orchestre National de France en de Staatskapelle Berlin.

Julia Doyle, sopraan

Julia Doyle is afkomstig uit Lancaster en studeerde in Cambridge politicologie voordat ze koos voor een loopbaan in de muziek.

Ze ontwikkelde zich tot een veelgevraagd sopraan, gespecialiseerd in de vertolking van de muziek van de Renaissance en de . Ze werd geëngageerd door gezelschappen als de Camerata Salzburg, het Orchestra of the Age of Enlightenment, de Hanover Band, het Australian Chamber Orchestra en de Nederlandse Bachvereniging.

Met een project met muziek van Lutosławski met het BBC Symphony Orchestra toonde ze haar veelzijdigheid. In Het Concertgebouw was Julia Doyle eerder te beluisteren in Bachs Johannes-Passion door de English Baroque Soloists en het Monteverdi Choir onder leiding van John Eliot Gardiner (2008) en door Britten (2014), in Bachs Matthäus-Passion onder leiding van Robert King (2010) respectievelijk Philippe Herreweghe (2012) en in een uitvoering van Vivaldi’s Juditha triumphans door The King’s Consort (2017).

In april 2019 zong ze nogmaals in de in Bachs Johannes-­Passion, dit keer met het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam onder leiding van Daniel Reuss.

Daniël Elgersma, countertenor

Daniël Elgersma zong vanaf zijn zesde als jongenssopraan in het Martini Jongenskoor in Sneek, dat destijds onder leiding stond van Bouwe Dijkstra.

Na zijn stembreuk ging hij verder als en hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Tijdens zijn masteropleiding specialiseerde de zanger zich hier in zeventiende-eeuwse Engelse muziek.

Heden ten dage is Daniël Elgersma een veelgevraagd solist. Hij werkte met bekende en als Jos van Veldhoven, Masaaki Suzuki en Lars Ulrik Mortensen en was betrokken bij diverse projecten van gezelschappen als Vox Luminis, Cappella Mariana en het Gesualdo Consort Amsterdam. In zijn agenda staan tevens samenwerkingen met Concerto Copenhagen en Sette Voci.

In Het Concertgebouw was Daniël Elgersma één keer eerder te beluisteren, in april 2017 in BachJohannes-Passion door het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam onder leiding van Daniel Reuss.

Andrew Tortise, tenor

Andrew Tortise begon zijn muzikale opleiding als lid van het koor van Wells Cathedral en volgde later lessen aan Trinity College in Cambridge. Onder zijn docenten waren Ashley Stafford en Iris dell’Acqua.

De zanger maakte vooral naam in de oratoria van Bach, waarvoor hij werd uitgenodigd door bijvoorbeeld het Dunedin Consort, de Nederlandse Bachvereniging, het Residentie Orkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

De tenor zong tevens bij het City of Birmingham Symphony Orchestra en het Deense Aarhus Symfoniorkester, en is bovendien actief op het toneel. Hij stond op de planken in de Royal Opera Covent Garden in Londen, bij Welsh National Opera en bij de Opéra de Lyon. Bij De Nationale Opera in Amsterdam nam Andrew Tortise deel aan producties van werk van Britten, Händel en Janáček.

In Het Concertgebouw was Andrew Tortise eerder onder meer te beluisteren in BachMatthäus-Passion door het Orchestra of the Age of Enlightenment onder leiding van Mark Padmore in 2015.

Nicholas Mogg, bariton

Nicholas Mogg studeerde aan de Royal Academy , onderdeel van de Royal Academy of Music in Londen, en maakte in dezelfde stad deel uit van de National Opera Studio. In 2018 kreeg hij een Young Artist Development Award toegekend van het Glyndebourne New Generation Programme.

Momenteel is hij lid van de studio van de Staatsoper Hamburg. Onder de highlights op zijn speellijst zijn de titelrol in Mozarts Don Giovanni aan de Royal Academy Opera, zijn Glyndebourne-debuut in Der Rosenkavalier van Richard Strauss, de mannelijke titelrol in Purcells Dido and Aeneas bij de English Touring Opera en Händels Messiah in Valencia en Sevilla.

Ook kamermuziek staat in de agenda van de jonge zanger: bijvoorbeeld Vaughan Williams’ Songs of Travel op het Oxford er Festival. Op het concertpodium zong Nicholas Mogg onder leiding van en als Ton Koopman en Roger Norrington.

In Het Concertgebouw was hij in maart 2016 te ­beluisteren in Bachs Matthäus-Passion door John Eliot Gardiner met zijn Monteverdi Choir en English Baroque Soloists en in april 2019 in Bachs Johannes-Passion door het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam onder leiding van Daniel Reuss.