Nederlandse Bachvereniging: Matthäus-Passion

Nederlandse Bachvereniging
Kampen Boys Choir
Philippe Herreweghe dirigent
Jakob Pilgram tenor (Evangelist)
Thomas Stimmel bas (Christus)
Hana Blažíková sopraan 1
Grace Davidson sopraan 2
Alex Potter alt 1
David Erler alt 2
Daniel Johannsen tenor 1
Benedict Hymas tenor 2
Wolf Matthias Friedrich bas 1

solisten uit de Nederlandse Bachvereniging:
Marta Paklar dienstmeisje 1
Maria Valdmaa dienstmeisje 2 en Pilatus’ vrouw
Matthew Baker Pilatus en hogepriester 2
Pierre-Guy Le Gall White Petrus en hogepriester 1
Angus Mc Phee Judas

instrumentale solisten:
Marten Root, Doretthe Janssens,
Theo Small, Martí Santacana fluit
Marcel Ponseele, Taka Kitazato,
Diego Nadra, Esther van der Ploeg hobo
Marten Root, Doretthe Janssens blokfluit
Benny Aghassi fagot
Shunske Sato, Sayuri Yamagata viool
Mieneke van der Velden viola da gamba
Lucia Swarts, Richte van der Meer cello
Leo van Doeselaar, Siebe Henstra orgel

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Matthäus-Passion, BWV 244 (1727, revisie 1736 en 1742)
op teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander 

pauze ± 20.45 uur
einde ± 23.00 uur

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.
Download en print de zangteksten

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Matthäus-Passion

Door Marloes Biermans

Verraad, veroordeling en dood, maar boven alles ook liefde; hoewel het grootste deel van de tekst van de Matthäus-Passion bijna 2000 jaar oud is, is de boodschap nog steeds actueel.

Johann Sebastian Bach schreef zijn Matthäus-Passion voor de avonddienst op Goede Vrijdag, de vrijdag voor Pasen. Het eerste deel klonk voor de preek, het tweede deel erna. De tekst is gebaseerd op het passieverhaal en vertelt over de laatste dagen van Jezus. Hij wordt verraden, berecht, sterft aan het kr­uis en wordt begraven. De tekst van Bachs Matthäus-Passion is samengesteld door Christian Friedrich Henrici.

Hij was gemeenteambtenaar, maar schreef en dichtte onder het pseudoniem Picander. Bach gebruikte Picanders teksten vaker voor s. Picanders libretto voor de Matthäus-Passion ontstond waarschijnlijk in nauwe samenspraak met Bach zelf. Als rode draad gebruikten ze het evangelie van Matteüs 26 en 27. Het grootste deel van de bijbeltekst – die Bach letterlijk en in zijn geheel gebruikte – wordt ‘voorgelezen’ door de Evangelist. Daar waar verschillende groepen of personen aan het woord komen, krijgen de zangers verschillende rollen toebedeeld – Jezus, Judas, Petrus, een slavin, de leerlingen, de hogepriesters, het volk, de soldaten, enzovoort.  

Nieuwe tekst 

Op sleutelmomenten in het verhaal voegden Bach en Picander bekende kerkliederen en ’s toe, als reflectie of meditatie op het bijbelverhaal. De handeling wordt stilgezet en de koralen of aria’s plaatsen het gebeurde in de theologische context van Bachs tijd. De teksten en ën zijn afkomstig uit het lutherse gezangboek en stammen doorgaans uit de zestiende en zeventiende eeuw. Voor de kerkgangers in Leipzig waren deze eren dagelijkse kost. 

Philippe Herreweghe over Bach

Philippe Herreweghes benadering van Bach valt met een paar woorden samen te vatten: historisch geïnformeerd maar niet dogmatisch, op de tekst en de muzikale retorica toegespitst, en vooral vocaal gericht. Uit een interview dat Michel Khalifa met hem hield voor de Nederlandse Bachvereniging:

‘In mijn interpretatie zoek ik niet naar een climax, maar probeer ik juist de globale dramaturgie te laten uitkomen. Een belangrijk middel is daarbij de tempoverhouding tussen de delen. Ik besteed ook veel aandacht aan de verstilde momenten. Mijn dirigeerervaring in later repertoire, met name in de symfonieën van Bruckner, helpt mij om het geheel beter te overzien. Het openingskoor van de Matthäus leek me vroeger iets enorms, maar ik vind het nu bijna eenvoudig in vergelijking met een Bruckner-. Dat komt natuurlijk ook door de leeftijd en de ervaring. Als je voor het eerst in een grote stad loopt, ben je een beetje verloren. Als je de stad beter kent, krijg je het overzicht.’

  • Johann Sebastian Bach

Bach maakte nieuwe harmonisaties, maar iedereen zal de en tekst herkend hebben. De teksten voor de ’s waren gloednieuw en gedicht door Picander. Hij baseerde zich hiervoor deels op Der leidende Jesus oder das Leyden unsers Herrn und Heylandes Jesu Christi, een boek met passiepreken van theoloog Heinrich Müller (1631-1675) uit Bachs bibliotheek. Zowel de aria’s als de koralen sluiten vaak naadloos aan op de evangelietekst. Zo volgt op het ‘Aber Jesus schwieg stille’ van de evangelist het van de tenor ‘Mein Jesus schweigt zu falschen Lügen stille’. Of klinkt na de vertwijfelde vraag van Jezus’ leerlingen ‘Herr, bin ich’s’ het ‘Ich bin’s, ich sollte büssen’.  

Dialoog 

In zijn tekst maakt Picander onderscheid tussen twee groepen mensen: de ‘Töchter Zion’ en ‘die Gläubigen’. ‘Dochters van Sion’ (Jeruzalem) verwijst naar Jezus’ uitspraak in Lucas 23: ‘Dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen’. Ook in het Hooglied is sprake van de ‘dochters van Sion’. Zij helpen de bruid (de gelovige) haar bruidegom (Christus – het hoofd van de kerk) te zoeken. Zo verbindt Picander het oude met het nieuwe testament. Hij gebruikt de term ‘dochters van Sion’ als verzamelnaam voor de gelovigen in de tijd van het evangelie. De tweede groep – ‘de gelovigen’ – staat voor de gelovigen van alle tijden. Op sleutelmomenten laat Picander deze twee groepen met elkaar in dialoog gaan. 

Twee ‘koren’ 

Bach versterkte dit dialoogeffect door te kiezen voor twee afzonderlijke ensembles van zangers en instrumentalisten die hij coro I en coro II noemt. In het openingsdeel is er zelfs nog een apart jongenskoor. De twee ensembles hebben elk hun eigen functie. Het eerste koor is onderdeel van het verhaal en levert de belangrijkste emotionele reacties, zoals in aria’s als ‘Erbarme dich’ en ‘Aus Liebe’. Het tweede koor stelt vragen, levert commentaar en trekt conclusies. Het perspectief is meer persoonlijk, gedacht vanuit de individuele gelovige.

Openingskoor 

Het openingsdeel begint al meteen met een monumentale dialoog. Het eerste ensemble spoort het tweede koor aan om het drama mee te maken: ‘Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen, sehet den Bräutigam, seht ihn als wie ein Lamm’. Het tweede koor vraagt om wie en wat het precies gaat: ‘Wen?’, ‘Wie?’. Zodra het woord ‘Lamm’ valt en blijkt dat het gaat om Christus, zetten de jongenssopranen het koraal ‘O Lamm Gottes, unschuldig’ in. Dit is de Duitse variant van het Agnus Dei, dat in Leipzig dezelfde ochtend in de mis gezongen was.

Zo koppelt Bach de twee belangrijkste diensten op Goede Vrijdag – een van de grote ‘feestdagen’ in het kerkelijk jaar – aan elkaar. De kerkgangers zullen de melodie meteen herkend hebben. En nu nog steekt de koraalmelodie, ook dankzij het heldere G groot, af tegen de klaagzang in e klein. En zo klinkt meteen al de essentie en kernboodschap van de passie: Christus neemt belangeloos de schuld van de wereld op zich. Zijn iging betekent niet alleen dood maar ook leven. 

Aria’s met onderbreking

Ook in sommige aria’s zet Bach de twee ensembles tegenover elkaar. Bijvoorbeeld in ‘O Schmerz! Hier zittert das gequälte Herz’. Het eerste koor geeft commentaar op het gebeurde en het tweede koor stelt vragen. De tenor (uit het eerste koor) voelt mee met Jezus, die alleen achterblijft en bidt terwijl zijn leerlingen in slaap vallen. Het tweede koor valt hem in de rede en vraagt: ‘Was ist die Ursach aller solcher Plagen.’ 

Koralen 

In de koralen voegt Bach de twee ensembles samen: de hele gemeenschap stemt in met het gesprokene. Ook daar waar hij met maximaal effect de woedende menigte wil weergeven, zoals in ‘Lass ihn kreuzigen’ en ‘Sein Blut komme über uns’, zet hij de koren samen in. Het eerste koor is altijd leidend, het tweede meer volgend. Dat is ook duidelijk zichtbaar in de orkestpartijen, die in het eerste ensemble veel meer solistisch zijn en in het tweede veel vaker de zangstemmen dubbelen. Slechts op een paar plekken staan de twee ensembles echt tegenover elkaar om een groots stereo-effect te bereiken, zoals in ‘Sind Blitze, sind Donner’, of om de menigte haast zichtbaar te maken zoals in ‘Weissage uns’ of ‘Gegrüsset seist du’. 

In het slotdeel, ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’, is de verhouding tussen coro I en II weer duidelijk zichtbaar. Het eerste koor is het belangrijkste, het tweede koor dubbelt de partijen van het eerste koor. In het middeldeel herhaalt het tweede koor de woorden ‘Ruhe sanfte’, ‘Sanfte Ruh’ terwijl het eerste koor nieuw materiaal aandraagt. Het stuk heeft de ritmiek en de vorm van een gestileerde sarabande, een ke dans. Net als in de aria ‘Aus Liebe’ staan ook hier lijden en vreugde tegenover elkaar. De spanning ebt langzaam weg met het oplossen van de laatste aan het slot.  

Biografie

Nederlandse Bachvereniging, ensemble

Opgericht in 1921 om de Matthäus-­Passion uit te voeren in de Grote Kerk in Naarden, is de Nederlandse Bachvereniging uitgegroeid tot een vocaal-instrumentaal ensemble van internationale betekenis. De musici geven het werk van Bach en zijn tijd- en geestgenoten door, en spelen daarbij op historische instrumenten.

Ze laten de veelkleurigheid van de oude muziek én van de Nederlandse Bachvereniging horen, waarbij het gedachtegoed van nieuwe generaties steeds tot veranderende invalshoeken leidt. Onder het motto ‘Alles van Bach voor iedereen’ geeft het gezelschap jaarlijks ruim zestig concerten in binnen- en buitenland. Daarnaast kan iedere muziekliefhebber via YouTube gratis genieten van alle werken die zijn opgenomen voor All of Bach.

Via het Young Bach Fellowship worden de musici van de toekomst opgeleid, de Nederlandse Bachvereniging coacht amateurmusici in de regio Utrecht en voor middelbare scholieren zijn er verschillende educatieprogramma’s. Sinds 1 mei 2025 is Johanna Soller artistiek leider. Zij dirigeerde het vorige optreden in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw: Bachs Matthäus-­Passion op 26 maart 2024.

Philippe Herreweghe, dirigent

Philippe Herreweghe combineerde in zijn geboorteplaats Gent zijn universitaire studie (geneeskunde en psychiatrie) met een conservatorium­opleiding piano. Al in die jaren begon hij met dirigeren en in 1970 richtte hij Collegium Vocale Gent op. Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt merkten zijn uitzonderlijke benaderingswijze op en nodigden hem uit om mee te werken aan hun opnames van de verzamelde Bachs.

Philippe Herreweghe groeide uit tot een van de bekendste oudemuziek­en, en zou zijn repertoire gestaag uitbreiden naar de symfonische . Hij was oprichter van La Chapelle Royale (1977, Franse muziek uit de zeventiende eeuw), het Orchestre des Champs-Elysées (1991, romantisch en preromantisch repertoire op originele instrumenten) en zijn eigen Italiaanse festival Collegium Vocale Crete Senesi (2001). Met een discografie van meer dan 120 titels begon de dirigent in 2010 zijn eigen label (PHI).

Sinds 1997 is Philippe Herreweghe bovendien eredirigent van het Antwerp Symphony Orchestra. Als gastdirigent stond hij voor het Concertgebouworkest, het Gewandhausorchester Leipzig, het Mahler Chamber Orchestra, het Scottisch Chamber Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich en verschillende Amerikaanse gezelschappen. Het vorige optreden van Philippe Herreweghe in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 21 november 2023 met Mozarts ‘Haffner’-symfonie en Requiem door zijn eigen gezelschappen Collegium Vocale Gent en Orchestre des Champs-­Élysées.

Jakob Pilgram, tenor

Jakob Pilgram studeerde schoolmuziek en koordirectie in Basel. Daarna studeerde hij solozang in Zürich bij Werner Güra. Hij zong onder leiding van en als Thomas Hengelbrock, Philippe Herreweghe, Ton Koopman, Andrea Marcon, Hans-Christoph Rademann en Pablo Heras-Casado.

Jakob Pilgram maakt deel uit van het Origen-Ensemble en is oprichter en artistiek leider van het larynx|vokal-ensemble. De tenor vormt een duo met pianist Mischa Sutter met wie hij verschillende prijzen won.

Jakob Pilgram is docent aan de Kalaidos Musikhochschule in Zürich.

Thomas Stimmel, bas

Thomas Stimmel zong als kind bij het Tölzer Knabenchor en studeerde later in München en Berlijn. Hij werkte samen met en als David Afkham, Andrew Manze en Philippe Herreweghe.

Bijzonder is de samenwerking met componist en George Alexander Albrecht, van wie Thomas Stimmel verschillende werken in première bracht. zong Thomas Stimmel bij onder meer de Berliner Staatsoper en het Theatro Municipal in Santiago de Chile.

Hana Blažíková, sopraan

Hana Blažíková was al vaak in de te beluisteren, in Bachs s of oratoria met het Collegium Vocale Gent en ­Philippe Herreweghe of het Bach Collegium Japan en Masaaki Suzuki. Met de Nederlandse Bachvereniging stond ze eerder in Het Concertgebouw in april 2019.

De Tsjechische sopraan werkte met oudemuziekensembles als het Amsterdam Baroque Orchestra, Tafelmusik Toronto, Sette Voci, Gli Angeli Genève en Collegium 1704. Ze maakte haar opwachting op de Praagse Lente, het Festival Oude Muziek Utrecht, Resonanzen (Wenen), de Tage Alter Musik (Regensburg) en het Festival de Saintes.

Hana Blažíková studeerde filosofie en muziekwetenschap voordat ze in 2002 afstudeerde aan het conservatorium van haar geboortestad Praag. Ze nam verdere lessen bij Poppy Holden, Peter Kooij, Monika Mauch en Howard Crook, specialiseerde zich in het repertoire van Middeleeuwen tot en met , en maakt geregeld uitstapjes naar de . Zo vertolkte ze in Karlovy Vary de rol van Susanna in Mozarts Le nozze di Figaro. Bij gelegenheid begeleidt de zangeres zichzelf op de gotische harp.

Grace Davidson, sopraan

Grace Davidson speelde piano en viool voordat ze aan de Royal Academy of Music in Londen zang ging studeren en zich specialiseerde in muziek.

De Britse sopraan trad op onder leiding van en als John Eliot Gardiner, Paul McCreesh, Philippe Herreweghe en Harry ­Christophers.

Met The Sixteen, het ensemble van laatstgenoemde, nam ze gedurende meer dan tien jaar vele cd’s op, waarbij ze vaak solopartijen voor haar rekening nam. Ook werkte ze nauw samen met componist Max Richter, van wie ze onder meer het een hele nacht durende Sleep opnam en over heel de wereld uitvoerde – inclusief een uitvoering in 2019 op de ­Chinese Muur. Met de Academy of Ancient Music zette Grace Davidson geestelijke solocantates op cd, en met Tenebrae, het London Symphony Orchestra en Nigel Short het Requiem van Fauré.

De zangeres soleerde in Het Concertgebouw eerder bij het Collegium Vocale Gent (Bachs Matthäus-Passion, 2012), The King’s Consort (Dido and Aeneas van Purcell, 2013), Max Richter (Sleep, 2017) en de Nederlandse Bachvereniging (Matthäus-Passion, 2019).

Alex Potter, countertenor

Alex Potter voert muziek uit de zeventiende en achttiende eeuw uit met en als Hans-Christoph Rademann, John Butt, Lars Ulrik Mortensen, Jordi Savall, Jos van Veldhoven en Stephen ­Layton.

Naast in het werk van Bach, Händel en Telemann treedt hij ook graag op in onbekender repertoire: met La Festa Musicale tourde hij met solocantates van Vivaldi, Lotti en Caldara, in Vancouver zong hij in Brittens Abraham and Isaac, en met het ensemble Vespres d’Arnadí bracht hij in het Palau de la Musica in Barcelona een programma m Händel en tijdgenoten. 

Alex Potter was koorknaap aan Southwark Cathedral in Londen, en werd daarna Scholar aan het New ­College in Oxford, waar hij ook muziek­wetenschap studeerde. Aan de Schola Cantorum Basiliensis studeerde hij bij Gerd Türk en Evelyn Tubb.

In Het Concertgebouw zong de eerder in december 2017 in Bachs ‘Hohe Messe’ door het Concertgebouworkest met Philippe Herreweghe, en in de passie-uitvoeringen van de Nederlandse Bachvereniging in 2009, 2013 en 2022.

David Erler, countertenor

David Erler studeerde in Leipzig bij Marek Rzepka. Hij soleerde onder leiding van en als Jos van Immerseel, Jos van Veldhoven en Hans-Christoph Rademann en zingt bij ensembles als Amarcord, Collegium Marianum Prag en de Berliner Lautten Compagney.

Voor Breitkopf & Härtel is hij uitgever en werkt hij onder meer aan de eerste complete editie van het vocale werk van Johann Kuhnau.

David Erler soleerde verschillende keren bij de Nederlandse Bachvereniging en is op www.allofbach.com onder meer te beluisteren in BWV 232.

Daniel Johannsen, tenor

Daniel Johannsen studeerde kerkmuziek in Graz en zijn geboortestad Wenen, zang bij Margit Klaushofer en repertoire bij Robert Holl. Masterclasses volgde hij bij Nicolai Gedda en Dietrich Fischer-Dieskau.

Als solist was hij te gast op het Beethovenfest Bonn, het Bachfest Leipzig, Styriarte Graz en het Enescu Festival in Boekarest; hij werkte samen met de Staatskapelle Dresden en het Freiburger Barockorchester en met en als Nikolaus Harnoncourt en Philippe Herreweghe.

zong hij onder meer in Wenen, München, Bonn en Leipzig.

De tenor is een veelgevraagd Bach-interpreet. Met de ­Nederlandse Bachvereniging nam hij voor All of Bach de BWV 65 en de Lutherse mis BWV 233 op. Ook in april 2019 stond Daniel Johannsen in Het Concertgebouw in de ­Matthäus-Passion door de Nederlandse Bachvereniging, toen als tenor 1.

Benedict Hymas, tenor

Benedict Hymas studeerde aan zowel het King’s College als het Royal College of Music in Londen.

Hij zong bij verschillende gerenommeerde ensembles in Groot-Brittannië, waaronder het Gabrieli Consort, het Monteverdi Choir, Tenebrae en The Tallis Scholars. Hij zingt ook geregeld de evangelistenpartij in Bachs Passionen en soleerde onder leiding van en als Philippe Herreweghe, John Eliot Gardiner, Jos van Veldhoven en Paul McCreesh.

Op het toneel was hij recentelijk te horen in Händels Acis and Galatea en Purcells Dido and Aeneas, en buiten het ­repertoire bijvoorbeeld ook in Poulencs Les mamelles de Tirésias.

Op cd is Benedict Hymas onder meer te horen op een Dowland-album dat hij opnam met de Nederlandse luitist Arjen Verhage. Bij de Nederlandse Bachvereniging debuteerde hij in de Matthäus-Passion in 2019.

Wolf Matthias Friedrich, bas

Wolf Matthias Friedrich studeerde zang in Leipzig bij Eva Schubert en maakte van 1982 tot 1986 deel uit van het zangersensemble van de Staatsoper in Dresden.

– uit de , maar ook van later datum – zong hij ook aan de operahuizen van Keulen, Wiesbaden en Hamburg en op bijvoorbeeld de Schwetzinger Festspiele, de Händelfestspiele in Halle en Göttingen, de Festwoche der Alten Musik in Innsbruck, het Ravinia Festival, het Mostly Mozart Festival New York en het Tanglewood Music Festival.

De bas werkte met en als Roy Goodman, Thomas Hengelbrock, Nicholas McGegan, Peter Neumann, Alessandro De Marchi en Paul Dyer (Australian Brandenburg Orchestra).

Sinds 2002 werkt hij nauw samen met Konrad Junghänel en Cantus Cölln, en met de Bachstiftung St. Gallen onder leiding van Rudolf Lutz nam hij veel werk van Bach op.

Bij de Nederlandse Bachvereniging zong Wolf Matthias Friedrich al verschillende keren, onder meer in de Matthäus-­Passion in 2019.

Kampen Boys Choir, koor

Het Kampen Boys Choir bestaat sinds september 2000. Sinds afgelopen november is Sander van den Houten artistiek leider en choirmaster, als opvolger van Rintje te Wies, die het koor leidde sinds 2012. Het ensemble telt 22 jongens (trebles) en 14 mannen (en, tenoren en bassen).

Het Kampen Boys Choir is gevormd naar de Engelse jongenskoortraditie en voert een consequente Engelse koorstijl – niet alleen qua omvang en stembezetting, maar ook in de sterke aandacht voor de stemkwaliteit van de individuele zangers: alle koorleden krijgen een klassieke zang­opleiding. Thuisbasis is de Bovenkerk in Kampen, waar de zangers geregeld concerten en Choral Evensongs verzorgen – met als jaarlijks hoogtepunt op kerstavond het Festival of Lessons and Carols. Sinds 2006 werkt het Kampen Boys Choir mee aan de ­Matthäus-uitvoeringen van de Nederlandse Bachvereniging, en zo stond het ook in 2009, 2012, 2019, 2022 en 2024 in Het Concertgebouw.