Componist der Nederlanden Camiel Jansen: ‘Ik ben een spiegel voor de samenleving’
door Piet De Loof 28 mei 2026 28 mei 2026
Camiel Jansen, de nieuwe Componist der Nederlanden, lijkt alomtegenwoordig sinds hij eind vorig jaar het stokje overnam van Anne-Maartje Lemereis. Of was hij dat altijd al? Met de actualiteit als leidraad ontpopt de componist, contrabassist en presentator zich als de muzikale chroniqueur van het land. Ook in Het Concertgebouw heeft hij een lijntje lopen.
Een terrasje in de lentezon. Camiel Jansen zakt even onderuit: hij heeft zonet de laatste hand gelegd aan De toerist, een opera die in première ging op het Schiermonnikoog Festival en intussen ook elders te zien is. De opera speelt zich ook effectief af op het eiland. Een vrouw uit de Randstad koopt er voor (veel te) veel geld een huis, wat ontwrichtende gevolgen heeft.
Hoe verliep het componeren van de opera, Camiel?
‘Goed, eigenlijk zeer goed. Het is een heel kleurrijk werk geworden, een mengeling van verschillende muziekstijlen. Ik ben er echt tevreden over. Ik vond het libretto [van Fien Veldman, red.] ook heel leuk.’
Wat maakt schrijven aan een opera bijzonder?
‘Heel veel dingen. Het voornaamste verschil met veel andere muziek is natuurlijk dat je met een tekst te maken hebt, en die vereist klemtonen. Die sturen heel erg je muzikale keuzes. Ze zeggen vaak: als componist kan je ofwel meekleuren ofwel tegenkleuren. Dat is ook zo, al word je in een opera vaker gedwongen om mee te kleuren – dat viel me de voorbije weken wel op. Zeker als er een ingewikkeld moment in het verhaal is. In deze opera zit bijvoorbeeld een scène waarin vader en zoon samen een plan bekokstoven. Vader en zoon worden gezongen door dezelfde persoon – het is een dubbelrol. Als je daar ook nog eens hevig contrasterende muziek tegenover gaat zetten, dan maak je het verhaal wazig, en dat kan ook niet de bedoeling zijn.’
‘Als kunstenaar kun je mensen een ander perspectief bieden op een probleem’
Opnieuw snijd je een actueel thema aan, je componeerde bijvoorbeeld ook muziek over het toeslagenschandaal. Is dit voor jou een noodzaak?
‘Niet alle kunst hoeft activistisch te zijn, absoluut niet, maar als je ergens iets bij voelt dan heb je als kunstenaar meteen ook een platform. En heb je volgens mij de verantwoordelijkheid om iets terug te geven en op die manier een spiegel te zijn voor de samenleving. Wat ook meespeelt, is dat je mensen een ander perspectief kan bieden op een probleem.’
Heeft dat activistische altijd in jou gezeten?
‘Nee, dat is de voorbije tien jaar op de voorgrond gekomen, samen met mijn ontwikkeling als componist. Ik heb altijd wel graag gewerkt met thema’s die van zichzelf al een spanningsboog hebben. In 2016, – het was een van mijn eerste grote werken – zette ik een bokswedstrijd van Muhammad Ali op muziek. Zo’n wedstrijd heeft van zichzelf al een spanningsboog. Toen kwam ik erachter: hé, ik kan een niet-muzikaal, echt gebeurd verhaal vertellen met muziek.’
We zagen je onlangs de nieuwe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert muzikaal welkom heten met een compositie – je speelt wel érg kort op de bal. Tegelijk blijf je dicht bij huis.
‘Dat klopt: ik ga graag aan de slag met onderwerpen die in Nederland aan de orde van de dag zijn. En die behapbaar zijn. Dat is een keuze; ik werk graag met thema’s waarbij het publiek niet alleen hopeloosheid en machteloosheid voelt. Oekraïne of het Midden-Oosten: daar voelen we ook iets bij, maar toch vooral machteloosheid, omdat je er zelf zo weinig aan kan doen. Als je daarover gaat schrijven, benadruk je die machteloosheid nog eens en daar wordt jouw voorstelling ook niet bepaald leuker van.’
Wat zit er nog in de pijplijn?
‘Ik ben bezig aan een socialmediaproject, Klein Land, waarbij we mensen op straat bevragen over hun buurt. Wat vind je van je land? Is je wijk veranderd? Hou je van je buurman? Voel je je gehoord in de politiek? Met de antwoorden maken we een compositie. We zoeken nog een partner en een BN’er hiervoor. En ik ga samenwerken met David Van Reybrouck, de eerste Denker der Nederlanden. Ben ik heel blij mee. Zijn Congo is een van mijn favoriete boeken en ik vind zijn boodschap heel belangrijk: vér-denken, verder denken dan alleen jezelf en de huidige generatie over waar we met de mensheid naartoe willen.’
Je komt ook opnieuw langs in Het Concertgebouw, waar je de reeks Classical Highlights presenteert.
‘Precies, dat is een concertserie in de Kleine Zaal met goeie muziek die bij kenners misschien wel bekend is, maar voor veel mensen minder. Geen volledige werken, vaak één deel eruit. Op zo’n avond zitten er veel dertigers in de zaal en is de gemiddelde leeftijd halverwege de veertig. Het duurt een uurtje, niemand kijkt raar als je op het verkeerde moment klapt en na afloop zijn er cocktails. En ik ben het blije ei dat alles met een glimlach aan elkaar praat.’
Hoe pak je dat aan?
‘Ik bedenk per stuk, of per twee stukken, een leuk praatje waarin ik – toegankelijk! – wat achtergrond geef bij de muziek die wordt gespeeld. Ik vertel ook wat er opvallend is aan de muziek, waar je op moet letten… En tussendoor een grap, of een kort interview met een muzikant die ik even losweek.’
Je vindt het hoorbaar leuk om te doen.
‘Absoluut, het is altijd leuk om een breder publiek bij klassieke muziek te betrekken. Dat doe ik sowieso al als radiopresentator bij NPO Klassiek, en Het Concertgebouw heeft er een waanzinnig goed format voor gevonden dankzij programmeur Michiel Wittink. Het bewijst dat de wereld van de klassieke muziek niet zo doodsbang hoeft te zijn voor vergrijzing als je het goed aanpakt. Een laagdrempelige aanpak werkt gewoon.’
Op vrijdag 5 juni is Camiel Jansen gastheer van het Classical Highlights-concert met het Karski Quartet. Op het programma staan delen uit strijkkwartetten van Mendelssohn, Webern, Haydn, Beethoven, Ravel en Debussy. Bestel hier kaarten.
Een terrasje in de lentezon. Camiel Jansen zakt even onderuit: hij heeft zonet de laatste hand gelegd aan De toerist, een opera die in première ging op het Schiermonnikoog Festival en intussen ook elders te zien is. De opera speelt zich ook effectief af op het eiland. Een vrouw uit de Randstad koopt er voor (veel te) veel geld een huis, wat ontwrichtende gevolgen heeft.
Hoe verliep het componeren van de opera, Camiel?
‘Goed, eigenlijk zeer goed. Het is een heel kleurrijk werk geworden, een mengeling van verschillende muziekstijlen. Ik ben er echt tevreden over. Ik vond het libretto [van Fien Veldman, red.] ook heel leuk.’
Wat maakt schrijven aan een opera bijzonder?
‘Heel veel dingen. Het voornaamste verschil met veel andere muziek is natuurlijk dat je met een tekst te maken hebt, en die vereist klemtonen. Die sturen heel erg je muzikale keuzes. Ze zeggen vaak: als componist kan je ofwel meekleuren ofwel tegenkleuren. Dat is ook zo, al word je in een opera vaker gedwongen om mee te kleuren – dat viel me de voorbije weken wel op. Zeker als er een ingewikkeld moment in het verhaal is. In deze opera zit bijvoorbeeld een scène waarin vader en zoon samen een plan bekokstoven. Vader en zoon worden gezongen door dezelfde persoon – het is een dubbelrol. Als je daar ook nog eens hevig contrasterende muziek tegenover gaat zetten, dan maak je het verhaal wazig, en dat kan ook niet de bedoeling zijn.’
‘Als kunstenaar kun je mensen een ander perspectief bieden op een probleem’
Opnieuw snijd je een actueel thema aan, je componeerde bijvoorbeeld ook muziek over het toeslagenschandaal. Is dit voor jou een noodzaak?
‘Niet alle kunst hoeft activistisch te zijn, absoluut niet, maar als je ergens iets bij voelt dan heb je als kunstenaar meteen ook een platform. En heb je volgens mij de verantwoordelijkheid om iets terug te geven en op die manier een spiegel te zijn voor de samenleving. Wat ook meespeelt, is dat je mensen een ander perspectief kan bieden op een probleem.’
Heeft dat activistische altijd in jou gezeten?
‘Nee, dat is de voorbije tien jaar op de voorgrond gekomen, samen met mijn ontwikkeling als componist. Ik heb altijd wel graag gewerkt met thema’s die van zichzelf al een spanningsboog hebben. In 2016, – het was een van mijn eerste grote werken – zette ik een bokswedstrijd van Muhammad Ali op muziek. Zo’n wedstrijd heeft van zichzelf al een spanningsboog. Toen kwam ik erachter: hé, ik kan een niet-muzikaal, echt gebeurd verhaal vertellen met muziek.’
We zagen je onlangs de nieuwe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert muzikaal welkom heten met een compositie – je speelt wel érg kort op de bal. Tegelijk blijf je dicht bij huis.
‘Dat klopt: ik ga graag aan de slag met onderwerpen die in Nederland aan de orde van de dag zijn. En die behapbaar zijn. Dat is een keuze; ik werk graag met thema’s waarbij het publiek niet alleen hopeloosheid en machteloosheid voelt. Oekraïne of het Midden-Oosten: daar voelen we ook iets bij, maar toch vooral machteloosheid, omdat je er zelf zo weinig aan kan doen. Als je daarover gaat schrijven, benadruk je die machteloosheid nog eens en daar wordt jouw voorstelling ook niet bepaald leuker van.’
Wat zit er nog in de pijplijn?
‘Ik ben bezig aan een socialmediaproject, Klein Land, waarbij we mensen op straat bevragen over hun buurt. Wat vind je van je land? Is je wijk veranderd? Hou je van je buurman? Voel je je gehoord in de politiek? Met de antwoorden maken we een compositie. We zoeken nog een partner en een BN’er hiervoor. En ik ga samenwerken met David Van Reybrouck, de eerste Denker der Nederlanden. Ben ik heel blij mee. Zijn Congo is een van mijn favoriete boeken en ik vind zijn boodschap heel belangrijk: vér-denken, verder denken dan alleen jezelf en de huidige generatie over waar we met de mensheid naartoe willen.’
Je komt ook opnieuw langs in Het Concertgebouw, waar je de reeks Classical Highlights presenteert.
‘Precies, dat is een concertserie in de Kleine Zaal met goeie muziek die bij kenners misschien wel bekend is, maar voor veel mensen minder. Geen volledige werken, vaak één deel eruit. Op zo’n avond zitten er veel dertigers in de zaal en is de gemiddelde leeftijd halverwege de veertig. Het duurt een uurtje, niemand kijkt raar als je op het verkeerde moment klapt en na afloop zijn er cocktails. En ik ben het blije ei dat alles met een glimlach aan elkaar praat.’
Hoe pak je dat aan?
‘Ik bedenk per stuk, of per twee stukken, een leuk praatje waarin ik – toegankelijk! – wat achtergrond geef bij de muziek die wordt gespeeld. Ik vertel ook wat er opvallend is aan de muziek, waar je op moet letten… En tussendoor een grap, of een kort interview met een muzikant die ik even losweek.’
Je vindt het hoorbaar leuk om te doen.
‘Absoluut, het is altijd leuk om een breder publiek bij klassieke muziek te betrekken. Dat doe ik sowieso al als radiopresentator bij NPO Klassiek, en Het Concertgebouw heeft er een waanzinnig goed format voor gevonden dankzij programmeur Michiel Wittink. Het bewijst dat de wereld van de klassieke muziek niet zo doodsbang hoeft te zijn voor vergrijzing als je het goed aanpakt. Een laagdrempelige aanpak werkt gewoon.’
Op vrijdag 5 juni is Camiel Jansen gastheer van het Classical Highlights-concert met het Karski Quartet. Op het programma staan delen uit strijkkwartetten van Mendelssohn, Webern, Haydn, Beethoven, Ravel en Debussy. Bestel hier kaarten.