Benjamin Grosvenor: Beethovens Mondschein-sonate & Schumann
Kleine Zaal 07 februari 2026 20.15 uur
Benjamin Grosvenor piano
Dit programma maakt deel uit van de serie Grote Pianisten in de Kleine Zaal.
Ook interessant:
- Het interview met Benjamin Grosvenor
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Sonate nr. 14 in cis kl.t., op. 27 nr. 2 (1801)
‘Mondschein’
Adagio sostenuto
Allegretto
Presto agitato
Robert Schumann (1810-1856)
Fantasie in C gr.t., op. 17 (1836-38)
Durchaus phantastisch und leidenschaftlich vorzutragen
Mässig, Durchaus energisch
Langsam getragen
pauze ± 21.05 uur
Aleksandr Skrjabin (1871-1915)
Sonate nr. 2 in gis kl.t., op. 19 (1892-97)
‘Sonata fantasia’
Andante
Presto
Maurice Ravel (1875-1937)
Gaspard de la nuit (1908)
Ondine: Lent
Le gibet: Très lent
Scarbo: Modéré
einde ± 22.05 uur
Benjamin Grosvenor piano
Dit programma maakt deel uit van de serie Grote Pianisten in de Kleine Zaal.
Ook interessant:
- Het interview met Benjamin Grosvenor
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Sonate nr. 14 in cis kl.t., op. 27 nr. 2 (1801)
‘Mondschein’
Adagio sostenuto
Allegretto
Presto agitato
Robert Schumann (1810-1856)
Fantasie in C gr.t., op. 17 (1836-38)
Durchaus phantastisch und leidenschaftlich vorzutragen
Mässig, Durchaus energisch
Langsam getragen
pauze ± 21.05 uur
Aleksandr Skrjabin (1871-1915)
Sonate nr. 2 in gis kl.t., op. 19 (1892-97)
‘Sonata fantasia’
Andante
Presto
Maurice Ravel (1875-1937)
Gaspard de la nuit (1908)
Ondine: Lent
Le gibet: Très lent
Scarbo: Modéré
einde ± 22.05 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Mondschein-sonate
Ludwig van Beethoven kon maar moeilijk begrijpen dat zijn Veertiende pianosonate zo populair was: ‘Ik heb toch veel betere stukken geschreven,’ zei hij tegen zijn leerling Carl Czerny. Dat de sonate na zijn dood tot Mondschein (‘Maneschijn’) zou worden gedoopt en op de lessenaar van iedere pianist zou komen te staan, zou Beethoven vast nog veel meer hebben verbaasd. Aan het maanlicht heeft hij bij het componeren waarschijnlijk niet gedacht. En ook niet aan de liefde, want hoewel hij het heeft opgedragen aan de jonge gravin Giulietta Giuccardi, aan wie hij lesgaf, had hij het stuk al voltooid toen hij verliefd op haar werd. Waarschijnlijk is het ‘gewoon’ de drang naar nieuwe vormen geweest die Beethoven een stuk deed componeren dat spotte met alle vormtradities. Zo schreef hij een langzaam, dromerig eerste deel, waarin de sonatevorm ver te zoeken is; een echte ‘sonata quasi una fantasia’, zoals de componist zelf op het titelblad schreef. Daarna volgen twee snelle delen, waarvan het laatste Beethovens befaamde stormachtige kant laat horen. Misschien past die razernij nog wel het best bij zijn gevoelens voor de gravin, want zoals wel vaker in Beethovens leven ging het om een onmogelijke liefde.
Ludwig van Beethoven kon maar moeilijk begrijpen dat zijn Veertiende pianosonate zo populair was: ‘Ik heb toch veel betere stukken geschreven,’ zei hij tegen zijn leerling Carl Czerny. Dat de sonate na zijn dood tot Mondschein (‘Maneschijn’) zou worden gedoopt en op de lessenaar van iedere pianist zou komen te staan, zou Beethoven vast nog veel meer hebben verbaasd. Aan het maanlicht heeft hij bij het componeren waarschijnlijk niet gedacht. En ook niet aan de liefde, want hoewel hij het heeft opgedragen aan de jonge gravin Giulietta Giuccardi, aan wie hij lesgaf, had hij het stuk al voltooid toen hij verliefd op haar werd. Waarschijnlijk is het ‘gewoon’ de drang naar nieuwe vormen geweest die Beethoven een stuk deed componeren dat spotte met alle vormtradities. Zo schreef hij een langzaam, dromerig eerste deel, waarin de sonatevorm ver te zoeken is; een echte ‘sonata quasi una fantasia’, zoals de componist zelf op het titelblad schreef. Daarna volgen twee snelle delen, waarvan het laatste Beethovens befaamde stormachtige kant laat horen. Misschien past die razernij nog wel het best bij zijn gevoelens voor de gravin, want zoals wel vaker in Beethovens leven ging het om een onmogelijke liefde.
Robert Schumann (1810-1856)
Fantasie
Daar leek het ook even op toen Robert Schumann zijn oog liet vallen op de negen jaar jongere Clara Wieck, die toen zestien jaar oud was. Clara’s vader Friedrick Wieck was fel tegen het huwelijk, dat uiteindelijk pas na een rechtszaak kon worden voltrokken.
Schumann bood de Fantasie aan voor het goede doel: een groot beeld van Beethoven op het marktplein in Bonn
In die jaren schreef Schumann het eerste deel van zijn Fantasie in C groot. ‘De meest gepassioneerde muziek die ik ooit heb gecomponeerd, een diepe klaagzang voor jou,’ zo schreef hij aan zijn geliefde. In het slot van het eerste deel citeert Schumann een melodie uit Beethovens liedcyclus An die ferne Geliebte. De oorspronkelijke tekst van het citaat is veelzeggend: ‘Aanvaard deze liederen, die ik alleen voor jou zing.’ Toen Schumann ook de andere twee delen had geschreven, bood hij de Fantasie aan voor het goede doel: een groot beeld van Beethoven op het marktplein in Bonn, dat er nog altijd staat. De hoofdsponsor was overigens Franz Liszt, die 2.666 daalder bijdroeg. Met Liszt is ook een van de weinige pianisten genoemd die destijds in staat was de Fantasie te spelen. Schumann heeft het stuk zelfs aan hem opgedragen. Na Schumanns overlijden zou Clara, eveneens een buitengewoon begaafd pianiste, de Fantasie ook geregeld gaan uitvoeren.
Daar leek het ook even op toen Robert Schumann zijn oog liet vallen op de negen jaar jongere Clara Wieck, die toen zestien jaar oud was. Clara’s vader Friedrick Wieck was fel tegen het huwelijk, dat uiteindelijk pas na een rechtszaak kon worden voltrokken.
Schumann bood de Fantasie aan voor het goede doel: een groot beeld van Beethoven op het marktplein in Bonn
In die jaren schreef Schumann het eerste deel van zijn Fantasie in C groot. ‘De meest gepassioneerde muziek die ik ooit heb gecomponeerd, een diepe klaagzang voor jou,’ zo schreef hij aan zijn geliefde. In het slot van het eerste deel citeert Schumann een melodie uit Beethovens liedcyclus An die ferne Geliebte. De oorspronkelijke tekst van het citaat is veelzeggend: ‘Aanvaard deze liederen, die ik alleen voor jou zing.’ Toen Schumann ook de andere twee delen had geschreven, bood hij de Fantasie aan voor het goede doel: een groot beeld van Beethoven op het marktplein in Bonn, dat er nog altijd staat. De hoofdsponsor was overigens Franz Liszt, die 2.666 daalder bijdroeg. Met Liszt is ook een van de weinige pianisten genoemd die destijds in staat was de Fantasie te spelen. Schumann heeft het stuk zelfs aan hem opgedragen. Na Schumanns overlijden zou Clara, eveneens een buitengewoon begaafd pianiste, de Fantasie ook geregeld gaan uitvoeren.
Aleksandr Skrjabin (1871-1915)
‘Sonata fantasia’
Net als Beethovens ‘Mondschein’-sonate houdt Aleksandr Skrjabins Tweede sonate het midden tussen een sonate en een fantasie. Gepubliceerd als ‘Sonata fantasia’ begint ook dit werk langzaam en mysterieus. Hierover schreef Skrjabin: ‘de rust van een zuidelijke nacht aan de kust.’ Na deze introductie klinkt een vloeiende melodie, die aan een nocturne van Frédéric Chopin doet denken. Gaandeweg wordt het karakter van het eerste deel nerveuzer (‘de donkere opwinding van de diepe, diepe zee’). Het tweede deel is een intense, ononderbroken uitbarsting van snelle noten, vrijwel voortdurend aanzwellend in crescendo’s en teruggaand in decrescendo’s. In de woorden van de componist: ‘de uitgestrekte oceaan in een stormachtige opwinding.’
Inspiratie deed Skrjabin op op een reis naar de Baltische kust. Over die ervaring schreef hij: ‘Het was eerst helder paars, toen roze en uiteindelijk kleurden zilveren vlekjes het zeeoppervlak. Dit spel van kleuren en tinten heb ik nog nooit gezien. Een feest van waarheid.’ Skrjabin heeft in zijn Tweede sonate al wat stappen gezet richting zijn eigen mystieke muzikale taal, maar de romantische traditie klinkt nog duidelijk door.
Net als Beethovens ‘Mondschein’-sonate houdt Aleksandr Skrjabins Tweede sonate het midden tussen een sonate en een fantasie. Gepubliceerd als ‘Sonata fantasia’ begint ook dit werk langzaam en mysterieus. Hierover schreef Skrjabin: ‘de rust van een zuidelijke nacht aan de kust.’ Na deze introductie klinkt een vloeiende melodie, die aan een nocturne van Frédéric Chopin doet denken. Gaandeweg wordt het karakter van het eerste deel nerveuzer (‘de donkere opwinding van de diepe, diepe zee’). Het tweede deel is een intense, ononderbroken uitbarsting van snelle noten, vrijwel voortdurend aanzwellend in crescendo’s en teruggaand in decrescendo’s. In de woorden van de componist: ‘de uitgestrekte oceaan in een stormachtige opwinding.’
Inspiratie deed Skrjabin op op een reis naar de Baltische kust. Over die ervaring schreef hij: ‘Het was eerst helder paars, toen roze en uiteindelijk kleurden zilveren vlekjes het zeeoppervlak. Dit spel van kleuren en tinten heb ik nog nooit gezien. Een feest van waarheid.’ Skrjabin heeft in zijn Tweede sonate al wat stappen gezet richting zijn eigen mystieke muzikale taal, maar de romantische traditie klinkt nog duidelijk door.
Maurice Ravel (1875-1937)
Gaspard de la nuit
Van die romantische traditie wilde Maurice Ravel een karikatuur maken in Gaspard de la nuit. ‘Misschien ben ik daarin te ver gegaan,’ zei de componist er later over. Het resultaat is een even hallucinerend als macaber drieluik, waarin het uiterste van de pianist wordt gevraagd. De drie delen van Gaspard de la nuit zijn gebaseerd op drie prozagedichten van Aloysius Bertrand (1807-1841). In het eerste gedicht, Ondine, verleidt een waterfee voorbijgangers met haar gezang en neemt zij hen mee naar haar rijk op de bodem van de zee. Uitgesproken luguber is het tweede deel, Le gibet (‘De galg’). ‘Er weerklinkt een klok tegen de muren van een stad met aan de horizon het karkas van een gehangene, roodgekleurd door de ondergaande zon,’ luidt de bijbehorende tekst. De klok klinkt in een steeds herhaalde toon, desolaat en in de verte. Met gevoel voor galgenhumor zei Ravel over dit deel: ‘réservé à les critiques’, oftewel: ‘gereserveerd voor de critici’. Het derde deel, Scarbo, is genoemd naar een klein, vijandig wezen. Een soort duivelse dwerg, die plotseling verschijnt, snelle pirouettes maakt, en net zo snel weer verdwijnt. Zoals de dwerg van omvang, kleur en vorm verandert, zo is ook de muziek grillig en angstaanjagend. De extreme technische moeilijkheidsgraad van dit deel heeft Gaspard de la nuit een mytische status onder pianisten bezorgd.
Van die romantische traditie wilde Maurice Ravel een karikatuur maken in Gaspard de la nuit. ‘Misschien ben ik daarin te ver gegaan,’ zei de componist er later over. Het resultaat is een even hallucinerend als macaber drieluik, waarin het uiterste van de pianist wordt gevraagd. De drie delen van Gaspard de la nuit zijn gebaseerd op drie prozagedichten van Aloysius Bertrand (1807-1841). In het eerste gedicht, Ondine, verleidt een waterfee voorbijgangers met haar gezang en neemt zij hen mee naar haar rijk op de bodem van de zee. Uitgesproken luguber is het tweede deel, Le gibet (‘De galg’). ‘Er weerklinkt een klok tegen de muren van een stad met aan de horizon het karkas van een gehangene, roodgekleurd door de ondergaande zon,’ luidt de bijbehorende tekst. De klok klinkt in een steeds herhaalde toon, desolaat en in de verte. Met gevoel voor galgenhumor zei Ravel over dit deel: ‘réservé à les critiques’, oftewel: ‘gereserveerd voor de critici’. Het derde deel, Scarbo, is genoemd naar een klein, vijandig wezen. Een soort duivelse dwerg, die plotseling verschijnt, snelle pirouettes maakt, en net zo snel weer verdwijnt. Zoals de dwerg van omvang, kleur en vorm verandert, zo is ook de muziek grillig en angstaanjagend. De extreme technische moeilijkheidsgraad van dit deel heeft Gaspard de la nuit een mytische status onder pianisten bezorgd.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Mondschein-sonate
Ludwig van Beethoven kon maar moeilijk begrijpen dat zijn Veertiende pianosonate zo populair was: ‘Ik heb toch veel betere stukken geschreven,’ zei hij tegen zijn leerling Carl Czerny. Dat de sonate na zijn dood tot Mondschein (‘Maneschijn’) zou worden gedoopt en op de lessenaar van iedere pianist zou komen te staan, zou Beethoven vast nog veel meer hebben verbaasd. Aan het maanlicht heeft hij bij het componeren waarschijnlijk niet gedacht. En ook niet aan de liefde, want hoewel hij het heeft opgedragen aan de jonge gravin Giulietta Giuccardi, aan wie hij lesgaf, had hij het stuk al voltooid toen hij verliefd op haar werd. Waarschijnlijk is het ‘gewoon’ de drang naar nieuwe vormen geweest die Beethoven een stuk deed componeren dat spotte met alle vormtradities. Zo schreef hij een langzaam, dromerig eerste deel, waarin de sonatevorm ver te zoeken is; een echte ‘sonata quasi una fantasia’, zoals de componist zelf op het titelblad schreef. Daarna volgen twee snelle delen, waarvan het laatste Beethovens befaamde stormachtige kant laat horen. Misschien past die razernij nog wel het best bij zijn gevoelens voor de gravin, want zoals wel vaker in Beethovens leven ging het om een onmogelijke liefde.
Ludwig van Beethoven kon maar moeilijk begrijpen dat zijn Veertiende pianosonate zo populair was: ‘Ik heb toch veel betere stukken geschreven,’ zei hij tegen zijn leerling Carl Czerny. Dat de sonate na zijn dood tot Mondschein (‘Maneschijn’) zou worden gedoopt en op de lessenaar van iedere pianist zou komen te staan, zou Beethoven vast nog veel meer hebben verbaasd. Aan het maanlicht heeft hij bij het componeren waarschijnlijk niet gedacht. En ook niet aan de liefde, want hoewel hij het heeft opgedragen aan de jonge gravin Giulietta Giuccardi, aan wie hij lesgaf, had hij het stuk al voltooid toen hij verliefd op haar werd. Waarschijnlijk is het ‘gewoon’ de drang naar nieuwe vormen geweest die Beethoven een stuk deed componeren dat spotte met alle vormtradities. Zo schreef hij een langzaam, dromerig eerste deel, waarin de sonatevorm ver te zoeken is; een echte ‘sonata quasi una fantasia’, zoals de componist zelf op het titelblad schreef. Daarna volgen twee snelle delen, waarvan het laatste Beethovens befaamde stormachtige kant laat horen. Misschien past die razernij nog wel het best bij zijn gevoelens voor de gravin, want zoals wel vaker in Beethovens leven ging het om een onmogelijke liefde.
Robert Schumann (1810-1856)
Fantasie
Daar leek het ook even op toen Robert Schumann zijn oog liet vallen op de negen jaar jongere Clara Wieck, die toen zestien jaar oud was. Clara’s vader Friedrick Wieck was fel tegen het huwelijk, dat uiteindelijk pas na een rechtszaak kon worden voltrokken.
Schumann bood de Fantasie aan voor het goede doel: een groot beeld van Beethoven op het marktplein in Bonn
In die jaren schreef Schumann het eerste deel van zijn Fantasie in C groot. ‘De meest gepassioneerde muziek die ik ooit heb gecomponeerd, een diepe klaagzang voor jou,’ zo schreef hij aan zijn geliefde. In het slot van het eerste deel citeert Schumann een melodie uit Beethovens liedcyclus An die ferne Geliebte. De oorspronkelijke tekst van het citaat is veelzeggend: ‘Aanvaard deze liederen, die ik alleen voor jou zing.’ Toen Schumann ook de andere twee delen had geschreven, bood hij de Fantasie aan voor het goede doel: een groot beeld van Beethoven op het marktplein in Bonn, dat er nog altijd staat. De hoofdsponsor was overigens Franz Liszt, die 2.666 daalder bijdroeg. Met Liszt is ook een van de weinige pianisten genoemd die destijds in staat was de Fantasie te spelen. Schumann heeft het stuk zelfs aan hem opgedragen. Na Schumanns overlijden zou Clara, eveneens een buitengewoon begaafd pianiste, de Fantasie ook geregeld gaan uitvoeren.
Daar leek het ook even op toen Robert Schumann zijn oog liet vallen op de negen jaar jongere Clara Wieck, die toen zestien jaar oud was. Clara’s vader Friedrick Wieck was fel tegen het huwelijk, dat uiteindelijk pas na een rechtszaak kon worden voltrokken.
Schumann bood de Fantasie aan voor het goede doel: een groot beeld van Beethoven op het marktplein in Bonn
In die jaren schreef Schumann het eerste deel van zijn Fantasie in C groot. ‘De meest gepassioneerde muziek die ik ooit heb gecomponeerd, een diepe klaagzang voor jou,’ zo schreef hij aan zijn geliefde. In het slot van het eerste deel citeert Schumann een melodie uit Beethovens liedcyclus An die ferne Geliebte. De oorspronkelijke tekst van het citaat is veelzeggend: ‘Aanvaard deze liederen, die ik alleen voor jou zing.’ Toen Schumann ook de andere twee delen had geschreven, bood hij de Fantasie aan voor het goede doel: een groot beeld van Beethoven op het marktplein in Bonn, dat er nog altijd staat. De hoofdsponsor was overigens Franz Liszt, die 2.666 daalder bijdroeg. Met Liszt is ook een van de weinige pianisten genoemd die destijds in staat was de Fantasie te spelen. Schumann heeft het stuk zelfs aan hem opgedragen. Na Schumanns overlijden zou Clara, eveneens een buitengewoon begaafd pianiste, de Fantasie ook geregeld gaan uitvoeren.
Aleksandr Skrjabin (1871-1915)
‘Sonata fantasia’
Net als Beethovens ‘Mondschein’-sonate houdt Aleksandr Skrjabins Tweede sonate het midden tussen een sonate en een fantasie. Gepubliceerd als ‘Sonata fantasia’ begint ook dit werk langzaam en mysterieus. Hierover schreef Skrjabin: ‘de rust van een zuidelijke nacht aan de kust.’ Na deze introductie klinkt een vloeiende melodie, die aan een nocturne van Frédéric Chopin doet denken. Gaandeweg wordt het karakter van het eerste deel nerveuzer (‘de donkere opwinding van de diepe, diepe zee’). Het tweede deel is een intense, ononderbroken uitbarsting van snelle noten, vrijwel voortdurend aanzwellend in crescendo’s en teruggaand in decrescendo’s. In de woorden van de componist: ‘de uitgestrekte oceaan in een stormachtige opwinding.’
Inspiratie deed Skrjabin op op een reis naar de Baltische kust. Over die ervaring schreef hij: ‘Het was eerst helder paars, toen roze en uiteindelijk kleurden zilveren vlekjes het zeeoppervlak. Dit spel van kleuren en tinten heb ik nog nooit gezien. Een feest van waarheid.’ Skrjabin heeft in zijn Tweede sonate al wat stappen gezet richting zijn eigen mystieke muzikale taal, maar de romantische traditie klinkt nog duidelijk door.
Net als Beethovens ‘Mondschein’-sonate houdt Aleksandr Skrjabins Tweede sonate het midden tussen een sonate en een fantasie. Gepubliceerd als ‘Sonata fantasia’ begint ook dit werk langzaam en mysterieus. Hierover schreef Skrjabin: ‘de rust van een zuidelijke nacht aan de kust.’ Na deze introductie klinkt een vloeiende melodie, die aan een nocturne van Frédéric Chopin doet denken. Gaandeweg wordt het karakter van het eerste deel nerveuzer (‘de donkere opwinding van de diepe, diepe zee’). Het tweede deel is een intense, ononderbroken uitbarsting van snelle noten, vrijwel voortdurend aanzwellend in crescendo’s en teruggaand in decrescendo’s. In de woorden van de componist: ‘de uitgestrekte oceaan in een stormachtige opwinding.’
Inspiratie deed Skrjabin op op een reis naar de Baltische kust. Over die ervaring schreef hij: ‘Het was eerst helder paars, toen roze en uiteindelijk kleurden zilveren vlekjes het zeeoppervlak. Dit spel van kleuren en tinten heb ik nog nooit gezien. Een feest van waarheid.’ Skrjabin heeft in zijn Tweede sonate al wat stappen gezet richting zijn eigen mystieke muzikale taal, maar de romantische traditie klinkt nog duidelijk door.
Maurice Ravel (1875-1937)
Gaspard de la nuit
Van die romantische traditie wilde Maurice Ravel een karikatuur maken in Gaspard de la nuit. ‘Misschien ben ik daarin te ver gegaan,’ zei de componist er later over. Het resultaat is een even hallucinerend als macaber drieluik, waarin het uiterste van de pianist wordt gevraagd. De drie delen van Gaspard de la nuit zijn gebaseerd op drie prozagedichten van Aloysius Bertrand (1807-1841). In het eerste gedicht, Ondine, verleidt een waterfee voorbijgangers met haar gezang en neemt zij hen mee naar haar rijk op de bodem van de zee. Uitgesproken luguber is het tweede deel, Le gibet (‘De galg’). ‘Er weerklinkt een klok tegen de muren van een stad met aan de horizon het karkas van een gehangene, roodgekleurd door de ondergaande zon,’ luidt de bijbehorende tekst. De klok klinkt in een steeds herhaalde toon, desolaat en in de verte. Met gevoel voor galgenhumor zei Ravel over dit deel: ‘réservé à les critiques’, oftewel: ‘gereserveerd voor de critici’. Het derde deel, Scarbo, is genoemd naar een klein, vijandig wezen. Een soort duivelse dwerg, die plotseling verschijnt, snelle pirouettes maakt, en net zo snel weer verdwijnt. Zoals de dwerg van omvang, kleur en vorm verandert, zo is ook de muziek grillig en angstaanjagend. De extreme technische moeilijkheidsgraad van dit deel heeft Gaspard de la nuit een mytische status onder pianisten bezorgd.
Van die romantische traditie wilde Maurice Ravel een karikatuur maken in Gaspard de la nuit. ‘Misschien ben ik daarin te ver gegaan,’ zei de componist er later over. Het resultaat is een even hallucinerend als macaber drieluik, waarin het uiterste van de pianist wordt gevraagd. De drie delen van Gaspard de la nuit zijn gebaseerd op drie prozagedichten van Aloysius Bertrand (1807-1841). In het eerste gedicht, Ondine, verleidt een waterfee voorbijgangers met haar gezang en neemt zij hen mee naar haar rijk op de bodem van de zee. Uitgesproken luguber is het tweede deel, Le gibet (‘De galg’). ‘Er weerklinkt een klok tegen de muren van een stad met aan de horizon het karkas van een gehangene, roodgekleurd door de ondergaande zon,’ luidt de bijbehorende tekst. De klok klinkt in een steeds herhaalde toon, desolaat en in de verte. Met gevoel voor galgenhumor zei Ravel over dit deel: ‘réservé à les critiques’, oftewel: ‘gereserveerd voor de critici’. Het derde deel, Scarbo, is genoemd naar een klein, vijandig wezen. Een soort duivelse dwerg, die plotseling verschijnt, snelle pirouettes maakt, en net zo snel weer verdwijnt. Zoals de dwerg van omvang, kleur en vorm verandert, zo is ook de muziek grillig en angstaanjagend. De extreme technische moeilijkheidsgraad van dit deel heeft Gaspard de la nuit een mytische status onder pianisten bezorgd.
Biografie
Benjamin Grosvenor, piano
Benjamin Grosvenor won al op zijn elfde de pianofinale van de BBC Young Musician Competition, en op zijn negentiende debuteerde hij op de BBC Proms. In 2011 tekende hij een contract bij Decca Classics als jongste Britse artiest ooit, een jaar voordat hij zijn studie aan de Royal Academy of Music in Londen afrondde.
Zijn meest recente releases zijn een Chopin-soloalbum en Beethovens Tripelconcert met Nicola Benedetti, Sheku Kanneh-Mason en het Philharmonia Orchestra.
De pianist soleerde bij het European Union Youth Orchestra, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, het Gürzenich-Orchester Köln, de orkesten van Boston, Chicago en San Francisco, het London Philharmonic Orchestra en de Filarmonica della Scala (Milaan).
In seizoen 2025/2026 treedt hij onder andere op met Philharmonia, het Bergen Filharmonisch Orkest en het Swedish Radio Symphony Orchestra. Daarnaast tourt hij met het Royal Philharmonic Orchestra door de Verenigde Staten en reist hij naar Australië en Nieuw-Zeeland.
Hoogtepunten uit zijn recitalagenda zijn optredens in Carnegie Hall in New York, Chicago, Singapore, Melbourne en Londen. Benjamin Grosvenor debuteerde in oktober 2012 solo in de Kleine Zaal, waar hij in oktober 2021 en december 2023 terugkeerde voor pianokwartetten met violist Hyeyoon Park, altviolist Timothy Ridout en cellist Kian Soltani.
In de Grote Zaal soleerde hij bij het Radio Filharmonisch Orkest (Saint-Saëns, november 2013), het Norrköping Symphony Orchestra (Grieg, augustus 2024) en Sinfonia of London (Rachmaninoff, november 2025).