Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
notenbeeld

Benjamin Britten: Vioolconcert

door Anna de Vey Mestdagh
30 dec. 2019 30 december 2019

Simone Lamsma, die deze maand het Vioolconcert van Benjamin Britten vertolkt met het Concertgebouworkest, neemt de noten door met orkestvioliste Anna de Vey Mestdagh.

De dreigende Tweede Wereldoorlog en het verloop van de Spaanse Burgeroorlog zijn voor componist Benjamin Britten, overtuigd pacifist, reden genoeg om in 1939 uit te wijken naar Noord-Amerika. Zeer onder de indruk van het Vioolconcert van Alban Berg en geïnspireerd door zijn vriend violist Antonio Brosa was hij een jaar eerder begonnen met het componeren van een vioolconcert. In Canada voltooit hij het concert; het gaat in 1940 in première in Carnegie Hall in New York, met Brosa als solist en de New York Philharmonic onder leiding van John Barbirolli. Het wordt een daverend succes.

  • Benjamin Britten

    Benjamin Britten

  • Simone Lamsma

    foto: Otto van den Toorn

    Simone Lamsma

    foto: Otto van den Toorn

  • Benjamin Britten

    Benjamin Britten

  • Simone Lamsma

    foto: Otto van den Toorn

    Simone Lamsma

    foto: Otto van den Toorn

Voor violiste Simone Lamsma neemt Brittens ­Vioolconcert een bijzondere plaats in binnen haar repertoire. Bij vele orkesten maakte ze de afgelopen jaren haar debuut met het Vioolconcert, waaronder in 2018 bij de New York Philharmonic onder leiding van Jaap van Zweden.

‘Het Vioolconcert heeft een enorme emotionele zeggingskracht’, aldus de violiste. ‘Onstuimigheid, felheid, intensiteit, maar ook verstilling, het zijn veelbetekenende sleutelwoorden voor mij. Het hele vioolconcert werkt, vanaf het lyrische eerste deel en langs het ironisch-felle tweede deel en de Passacaglia van het derde deel, naar een ongelooflijke climax in de coda toe en verdwijnt dan in een open einde, waarna er een oorverdovende stilte volgt. De kracht en intensiteit van deze stilte aan het eind is uniek. Voor mij is dit hét moment van het concert.’

Dubbelzinnigheid

Het eerste deel wordt gekenmerkt door een combinatie van lyriek en ritmiek, waarbij een gevoel van harmonische onrust de boventoon voert. Na het Spaans aandoende ritmische openingsmotief in de pauken introduceert de viool al na een paar maten een onverwacht lyrisch eerste thema.

Fig. 1 De pauken spelen een Spaans aandoend openingsmotief.

Brittens gebruik van tonaliteit is al net zo dubbelzinnig. Tonale vraagstukken blijven vaak onopgelost, wat bijdraagt aan een zoekend en instabiel karakter. De ene mol aan de sleutel aan het begin bijvoorbeeld suggereert de toonsoort F groot of d klein.

Het eerste thema begint inderdaad met een dalende melodie in F groot, maar dwaalt hier na vier maten al van af. In de loop van het stuk keert de toonsoort F groot af en toe terug in een bijrol. Enige tijd later lijkt de toonsoort D groot een feit, maar typerend is dan toch weer het schurende effect door hier een es in de paukenpartij tegenover te zetten.

Fig. 2 Al na een paar maten valt de viool in met een onverwacht lyrisch thema.

In een conventioneel concert zou het F groot van het eerste thema terugkeren in de reprise, maar Britten laat het terugkomen in een verrassend D groot, waarbij de soloviool het ritmische paukenmotief speelt en de strijkers het lyrische thema.

Fig. 3 De pauken spelen een schurende es tegenover een D groot-akkoord in de vioolpartij.

Fig. 4 In de reprise speelt de soloviool het ritmische paukenmotief.

Vervolgens gaan we attacca – zonder pauze – in D groot over naar het tweede deel. Maar ook hier is niets wat het lijkt, want de muziek staat in G groot genoteerd.

Technische hoogstandjes

In het snelle tweede deel ontstaat een syncopisch en onrustig gevoel doordat de accenten op zwakke tellen zijn geplaatst. Als contrast volgt dan weer een lyrisch, zigeunerachtig thema. Het deel mondt uit in een lange cadens waarin veel van de voorgaande thema’s worden verwerkt en waarbij werkelijk alle denkbare viooltechnieken toegepast worden, zoals dubbelgrepen, linker- en rechterhandpizzicato, flageoletten en zelfs dubbelflageoletten.

De grote technische vaardigheden van Brittens vriend Antonio Brosa hebben hier ongetwijfeld aan bijgedragen. Sommige van Brosa’s aanpassingen in virtuoze passages besloot Britten alsnog te schrappen of te simplificeren, ook maakte hij later aanpassingen in samenwerking met violist Manoug Parikian.

Een climax die in het niets verdwijnt

De virtuoze cadens aan het eind van het tweede deel gaat attacca – zonder pauze – over in het derde deel. Het lyrische openingsthema van het eerste deel wordt hier gecombineerd met een passacagliathema, zeer zacht gespeeld door de trombones. Een passacaglia is een dans in driekwartsmaat met een herhalende baslijn die in de Barok veel werd toegepast.

Deze Passacaglia was Brittens eerste, en vanwege zijn enorme spanningsopbouw door de veelvuldige herhaling van hetzelfde thema zou het een van zijn favoriete vormen worden. Het deel eindigt dan ook in een enorme climax, waarbij de soloviool het als het ware wanhopig uitschreeuwt en uiteindelijk in een volledige stilte verdwijnt  De beladenheid van dit moment wordt door menigeen ervaren als diep emotioneel en pijnlijk, maar tegelijkertijd als hoopvol en verbindend.

Fig. 1 De soloviool verdwijnt uiteindelijk in een volledige stilte.

Extra dimensie

Simone Lamsma: ‘Hoewel het analyseren van een werk voor musicus en luisteraar heel waardevol is, valt naar mijn mening de grootste kracht en de kern van de muziek, namelijk de beleving van de diepere emotionele betekenis, niet te analyseren.

Deze extra dimensie ontstaat tussen en achter de noten, iets dat veel verder gaat dan de tastbaarheid van vorm en techniek, hoe geniaal ook. Dit is wat een werk zijn magie geeft. Nergens is dit meer het geval dan in het Vioolconcert van Britten, dat een bijzondere plek in mijn hart inneemt en een diepe indruk achterlaat op luisteraars.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.