Bachs Matthäus-Passion door de Nederlandse Bachvereniging
Grote Zaal 01 april 2026 19.30 uur
Nederlandse Bachvereniging
Masaaki Suzuki dirigent
Kampen Boys Choir
solisten coro 1:
Nicholas Mulroy tenor (Evangelist)
Hana Blažíková sopraan
Alexander Chance countertenor
Raphael Höhn tenor
Stephan MacLeod bas (Christus)
Amelia Berridge sopraan (Pilatus’ vrouw)
Valérie Stammet sopraan (dienstmeisje 2)
Matthew Baker bas (Pilatus, hogepriester 1)
solisten coro 2:
Miku Yasukawa sopraan
Christopher Lowrey countertenor (valse getuige 2)
Shimon Yoshida tenor (valse getuige 1)
Toru Kaku bas
Alison Lau sopraan (dienstmeisje 1)
Mitchell Sandler bas (Petrus, hogepriester 2)
Samuel Wong bas (Judas)
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion, BWV 244 (ca. 1727, revisies 1736 en 1743-46)
met teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander
pauze ± 20.45 uur
einde ± 22.45 uur
Nederlandse Bachvereniging
Masaaki Suzuki dirigent
Kampen Boys Choir
solisten coro 1:
Nicholas Mulroy tenor (Evangelist)
Hana Blažíková sopraan
Alexander Chance countertenor
Raphael Höhn tenor
Stephan MacLeod bas (Christus)
Amelia Berridge sopraan (Pilatus’ vrouw)
Valérie Stammet sopraan (dienstmeisje 2)
Matthew Baker bas (Pilatus, hogepriester 1)
solisten coro 2:
Miku Yasukawa sopraan
Christopher Lowrey countertenor (valse getuige 2)
Shimon Yoshida tenor (valse getuige 1)
Toru Kaku bas
Alison Lau sopraan (dienstmeisje 1)
Mitchell Sandler bas (Petrus, hogepriester 2)
Samuel Wong bas (Judas)
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion, BWV 244 (ca. 1727, revisies 1736 en 1743-46)
met teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander
pauze ± 20.45 uur
einde ± 22.45 uur
Toelichting
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion
Verraad, veroordeling, dood en onvoorwaardelijke liefde, het zit allemaal in de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach. Het stuk combineert het afschuwelijkste en het allermooiste en blijft je verbazen, of je nu religieus bent of niet.
Grote passie
Al voor de kerkgangers in Leipzig zal Bachs Matthäus-Passion opzienbarend zijn geweest. Alles aan het stuk was groots: Bach vroeg om twee koren met elk hun eigen solopartijen, twee orkesten en extra jongenssopranen. Na de uitvoering in de Thomaskirche in Leipzig in 1736 noteerde de koster zelfs dat het stuk ‘met beide orgels’ was gespeeld, en dat hij dat opschreef, betekende dat het bijzonder was. De dienst waarvoor Bach zijn Matthäus-Passion schreef, de avonddienst van Goede Vrijdag, zal met de gebruikelijke preek van een uur tussen de twee delen van de passie en inclusief gebeden en liederen ruim vier uur geduurd hebben. Niet gek dus dat Bachs vrouw Anna Magdalena, toen ze een baspartij van de Matthäus uitschreef en snel wilde aangeven welk stuk van haar man dit was, er kortweg ‘grote passie’ boven zette.
Een oud verhaal
Het grootste deel van het verhaal van de Matthäus-Passion is al meer dan 2000 jaar oud en gebaseerd op het passieverhaal uit het evangelie van Mattheüs. Het gaat over de laatste dagen van Jezus: hij wordt verraden, berecht, sterft aan het kruis en wordt begraven. Samensteller van de tekst is Christian Friedrich Henrici. Hij was gemeenteambtenaar in Leipzig, maar schreef en dichtte onder het pseudoniem Picander. Bach gebruikte Picanders teksten vaker voor zijn kerkmuziek. Picander werkte waarschijnlijk in nauwe samenspraak met Bach zelf. Als rode draad voor de tekst gebruikten ze het evangelie van Mattheüs 26 en 27. Het grootste deel van die bijbeltekst – die Bach letterlijk en in zijn geheel gebruikte – laat hij ‘voorlezen’ door de Evangelist. Daar waar verschillende groepen of personen aan het woord komen, verdeelt Bach die over verschillende zangers, zoals Jezus, Judas, Petrus, een dienstmeisje, de leerlingen, de hogepriesters, het volk, de soldaten, enzovoort.
Met nieuwe toevoegingen
Op sleutelmomenten in het verhaal voegden Bach en Picander bekende kerkliederen en aria’s toe, als reflectie of meditatie op het bijbelverhaal. De handeling wordt stilgezet en de koralen of aria’s plaatsen het gebeurde in de theologische context van die tijd. De gebruikte koraalteksten en melodieën zijn afkomstig uit het lutherse gezangboek en stammen vooral uit de zestiende en zeventiende eeuw. Voor de kerkgangers in Leipzig waren deze liederen dagelijkse kost. Bach maakte ze vierstemmig, maar iedereen zal de melodie en tekst herkend hebben.
Verraad, veroordeling, dood en onvoorwaardelijke liefde, het zit allemaal in de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach. Het stuk combineert het afschuwelijkste en het allermooiste en blijft je verbazen, of je nu religieus bent of niet.
Grote passie
Al voor de kerkgangers in Leipzig zal Bachs Matthäus-Passion opzienbarend zijn geweest. Alles aan het stuk was groots: Bach vroeg om twee koren met elk hun eigen solopartijen, twee orkesten en extra jongenssopranen. Na de uitvoering in de Thomaskirche in Leipzig in 1736 noteerde de koster zelfs dat het stuk ‘met beide orgels’ was gespeeld, en dat hij dat opschreef, betekende dat het bijzonder was. De dienst waarvoor Bach zijn Matthäus-Passion schreef, de avonddienst van Goede Vrijdag, zal met de gebruikelijke preek van een uur tussen de twee delen van de passie en inclusief gebeden en liederen ruim vier uur geduurd hebben. Niet gek dus dat Bachs vrouw Anna Magdalena, toen ze een baspartij van de Matthäus uitschreef en snel wilde aangeven welk stuk van haar man dit was, er kortweg ‘grote passie’ boven zette.
Een oud verhaal
Het grootste deel van het verhaal van de Matthäus-Passion is al meer dan 2000 jaar oud en gebaseerd op het passieverhaal uit het evangelie van Mattheüs. Het gaat over de laatste dagen van Jezus: hij wordt verraden, berecht, sterft aan het kruis en wordt begraven. Samensteller van de tekst is Christian Friedrich Henrici. Hij was gemeenteambtenaar in Leipzig, maar schreef en dichtte onder het pseudoniem Picander. Bach gebruikte Picanders teksten vaker voor zijn kerkmuziek. Picander werkte waarschijnlijk in nauwe samenspraak met Bach zelf. Als rode draad voor de tekst gebruikten ze het evangelie van Mattheüs 26 en 27. Het grootste deel van die bijbeltekst – die Bach letterlijk en in zijn geheel gebruikte – laat hij ‘voorlezen’ door de Evangelist. Daar waar verschillende groepen of personen aan het woord komen, verdeelt Bach die over verschillende zangers, zoals Jezus, Judas, Petrus, een dienstmeisje, de leerlingen, de hogepriesters, het volk, de soldaten, enzovoort.
Met nieuwe toevoegingen
Op sleutelmomenten in het verhaal voegden Bach en Picander bekende kerkliederen en aria’s toe, als reflectie of meditatie op het bijbelverhaal. De handeling wordt stilgezet en de koralen of aria’s plaatsen het gebeurde in de theologische context van die tijd. De gebruikte koraalteksten en melodieën zijn afkomstig uit het lutherse gezangboek en stammen vooral uit de zestiende en zeventiende eeuw. Voor de kerkgangers in Leipzig waren deze liederen dagelijkse kost. Bach maakte ze vierstemmig, maar iedereen zal de melodie en tekst herkend hebben.
De teksten voor de aria’s waren gloednieuw en gedicht door Picander. Hij baseerde zich hiervoor deels op Der leidende Jesus oder das Leyden unsers Herrn und Heylandes Jesu Christi, een boek met passiepreken van theoloog Heinrich Müller (1631-1675) uit Bachs bibliotheek. Zowel de aria’s als de koralen sluiten vaak naadloos aan op de evangelietekst. Zo volgt op het ‘Aber Jesus schwieg stille’ van de Evangelist het recitatief van de tenor ‘Mein Jesus schweigt zu falschen Lügen stille’. Of klinkt na de vertwijfelde vraag van Jezus’ leerlingen ‘Herr, bin ich’s’ het koraal ‘Ich bin’s, ich sollte büssen’.
Dialoog
In zijn tekst maakt Picander onderscheid tussen twee groepen mensen: de ‘Töchter Zion’ en ‘die Gläubigen’. ‘Dochters van Sion’ (Jeruzalem) verwijst naar Jezus’ uitspraak in Lucas 23: ‘Dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen’. Ook in het Hooglied is sprake van de ‘dochters van Sion’. Zij helpen de bruid (de gelovige) haar bruidegom (Christus – het hoofd van de kerk) te zoeken. Zo verbindt Picander het Oude met het Nieuwe Testament. Hij gebruikt de term ‘dochters van Sion’ als verzamelnaam voor de gelovigen in de tijd van het evangelie. De tweede groep – ‘de gelovigen’ – staat voor de gelovigen van alle tijden. Op sleutelmomenten laat Picander deze twee groepen met elkaar in dialoog gaan.
Twee ensembles
Bach versterkte dit dialoogeffect door te kiezen voor twee afzonderlijke ensembles van zangers en instrumentalisten, die hij coro I en coro II noemt. Deze ensembles zet hij verschillende keren tegenover elkaar, de ene groep vertelt het verhaal, de andere reageert, stelt vragen, levert commentaar of trekt conclusies. Zo bracht hij een dubbele gelaagdheid aan.
Het openingsdeel begint meteen al met een monumentale dialoog. Het eerste ensemble spoort het tweede koor aan om het drama mee te maken: ‘Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen, sehet den Bräutigam, seht ihn als wie ein Lamm’. Het tweede koor vraagt om wie en wat het precies gaat: ‘Wen?’, ‘Wie?’. Zodra het woord ‘Lamm’ valt en blijkt dat het gaat om Christus, zetten jongenssopranen het koraal ‘O Lamm Gottes, unschuldig’ in. Dit is de Duitse variant van het Agnus Dei, dat in Leipzig dezelfde ochtend in de mis gezongen was. Zo koppelt Bach de twee belangrijkste diensten op Goede Vrijdag – een van de grote ‘feestdagen’ in het kerkelijk jaar – aan elkaar. De kerkgangers zullen de melodie meteen herkend hebben. En nu nog steekt de koraalmelodie, ook dankzij het heldere G groot, af tegen de klaagzang in e klein. En zo klinkt meteen al de essentie en kernboodschap van de passie: Christus neemt belangeloos de schuld van de wereld op zich. Zijn kruisiging betekent niet alleen dood maar ook leven.
Aria’s met onderbreking
Ook in sommige aria’s zet Bach de twee ensembles tegenover elkaar. Bijvoorbeeld in ‘O Schmerz! Hier zittert das gequälte Herz’. Het eerste koor geeft commentaar op het gebeurde en het tweede koor stelt vragen. De tenor (uit het eerste koor) voelt mee met Jezus, die alleen achterblijft en bidt terwijl zijn leerlingen in slaap vallen. Het tweede koor valt hem in de rede en vraagt: ‘Was ist die Ursach aller solcher Plagen?’
Spelen met effecten
Heel bewust voegt Bach soms juist de twee ensembles samen, zoals in alle koralen. Alsof de hele gemeenschap instemt met het gesprokene. Of op plaatsen waar hij met maximaal effect de woedende menigte wil weergeven, zoals in ‘Lass ihn kreuzigen’ en ‘Sein Blut komme über uns’. Elders staan de twee ensembles echt tegenover elkaar om een groots stereo-effect te bereiken, zoals in ‘Sind Blitze, sind Donner’, of om de menigte haast zichtbaar te maken zoals in ‘Weissage uns’ of ‘Gegrüsset seist du’.
In het slotkoor ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ staat iedereen treurend rond het graf, al is er ook berusting en een sprankje hoop. Bach versterkt dit in zijn muziek door te kiezen voor het ritme van een dans, een wiegende sarabande. Net als in de aria ‘Aus Liebe’ staan hier lijden en vreugde tegenover elkaar. De spanning ebt langzaam weg met het oplossen van de laatste dissonant aan het slot.
Suzuki’s visie
Masaaki Suzuki was in 2005 al gastdirigent van de Matthäus-Passion bij de Nederlandse Bachvereniging, en keert nu terug met nog meer ervaring en een diepere visie op Bachs oratorium: ‘Bach heeft de Matthäus-Passion misschien vier keer uitgevoerd in zijn tijd; ik meer dan honderd maal, over de hele wereld. Desondanks is het nooit iets zachts of vriendelijks geworden, en word ik iedere keer uitgedaagd om met volle toewijding nog dieper te graven, nog sterker te verlangen, nog meer schoonheid te vinden.’
De teksten voor de aria’s waren gloednieuw en gedicht door Picander. Hij baseerde zich hiervoor deels op Der leidende Jesus oder das Leyden unsers Herrn und Heylandes Jesu Christi, een boek met passiepreken van theoloog Heinrich Müller (1631-1675) uit Bachs bibliotheek. Zowel de aria’s als de koralen sluiten vaak naadloos aan op de evangelietekst. Zo volgt op het ‘Aber Jesus schwieg stille’ van de Evangelist het recitatief van de tenor ‘Mein Jesus schweigt zu falschen Lügen stille’. Of klinkt na de vertwijfelde vraag van Jezus’ leerlingen ‘Herr, bin ich’s’ het koraal ‘Ich bin’s, ich sollte büssen’.
Dialoog
In zijn tekst maakt Picander onderscheid tussen twee groepen mensen: de ‘Töchter Zion’ en ‘die Gläubigen’. ‘Dochters van Sion’ (Jeruzalem) verwijst naar Jezus’ uitspraak in Lucas 23: ‘Dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen’. Ook in het Hooglied is sprake van de ‘dochters van Sion’. Zij helpen de bruid (de gelovige) haar bruidegom (Christus – het hoofd van de kerk) te zoeken. Zo verbindt Picander het Oude met het Nieuwe Testament. Hij gebruikt de term ‘dochters van Sion’ als verzamelnaam voor de gelovigen in de tijd van het evangelie. De tweede groep – ‘de gelovigen’ – staat voor de gelovigen van alle tijden. Op sleutelmomenten laat Picander deze twee groepen met elkaar in dialoog gaan.
Twee ensembles
Bach versterkte dit dialoogeffect door te kiezen voor twee afzonderlijke ensembles van zangers en instrumentalisten, die hij coro I en coro II noemt. Deze ensembles zet hij verschillende keren tegenover elkaar, de ene groep vertelt het verhaal, de andere reageert, stelt vragen, levert commentaar of trekt conclusies. Zo bracht hij een dubbele gelaagdheid aan.
Het openingsdeel begint meteen al met een monumentale dialoog. Het eerste ensemble spoort het tweede koor aan om het drama mee te maken: ‘Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen, sehet den Bräutigam, seht ihn als wie ein Lamm’. Het tweede koor vraagt om wie en wat het precies gaat: ‘Wen?’, ‘Wie?’. Zodra het woord ‘Lamm’ valt en blijkt dat het gaat om Christus, zetten jongenssopranen het koraal ‘O Lamm Gottes, unschuldig’ in. Dit is de Duitse variant van het Agnus Dei, dat in Leipzig dezelfde ochtend in de mis gezongen was. Zo koppelt Bach de twee belangrijkste diensten op Goede Vrijdag – een van de grote ‘feestdagen’ in het kerkelijk jaar – aan elkaar. De kerkgangers zullen de melodie meteen herkend hebben. En nu nog steekt de koraalmelodie, ook dankzij het heldere G groot, af tegen de klaagzang in e klein. En zo klinkt meteen al de essentie en kernboodschap van de passie: Christus neemt belangeloos de schuld van de wereld op zich. Zijn kruisiging betekent niet alleen dood maar ook leven.
Aria’s met onderbreking
Ook in sommige aria’s zet Bach de twee ensembles tegenover elkaar. Bijvoorbeeld in ‘O Schmerz! Hier zittert das gequälte Herz’. Het eerste koor geeft commentaar op het gebeurde en het tweede koor stelt vragen. De tenor (uit het eerste koor) voelt mee met Jezus, die alleen achterblijft en bidt terwijl zijn leerlingen in slaap vallen. Het tweede koor valt hem in de rede en vraagt: ‘Was ist die Ursach aller solcher Plagen?’
Spelen met effecten
Heel bewust voegt Bach soms juist de twee ensembles samen, zoals in alle koralen. Alsof de hele gemeenschap instemt met het gesprokene. Of op plaatsen waar hij met maximaal effect de woedende menigte wil weergeven, zoals in ‘Lass ihn kreuzigen’ en ‘Sein Blut komme über uns’. Elders staan de twee ensembles echt tegenover elkaar om een groots stereo-effect te bereiken, zoals in ‘Sind Blitze, sind Donner’, of om de menigte haast zichtbaar te maken zoals in ‘Weissage uns’ of ‘Gegrüsset seist du’.
In het slotkoor ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ staat iedereen treurend rond het graf, al is er ook berusting en een sprankje hoop. Bach versterkt dit in zijn muziek door te kiezen voor het ritme van een dans, een wiegende sarabande. Net als in de aria ‘Aus Liebe’ staan hier lijden en vreugde tegenover elkaar. De spanning ebt langzaam weg met het oplossen van de laatste dissonant aan het slot.
Suzuki’s visie
Masaaki Suzuki was in 2005 al gastdirigent van de Matthäus-Passion bij de Nederlandse Bachvereniging, en keert nu terug met nog meer ervaring en een diepere visie op Bachs oratorium: ‘Bach heeft de Matthäus-Passion misschien vier keer uitgevoerd in zijn tijd; ik meer dan honderd maal, over de hele wereld. Desondanks is het nooit iets zachts of vriendelijks geworden, en word ik iedere keer uitgedaagd om met volle toewijding nog dieper te graven, nog sterker te verlangen, nog meer schoonheid te vinden.’
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion
Verraad, veroordeling, dood en onvoorwaardelijke liefde, het zit allemaal in de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach. Het stuk combineert het afschuwelijkste en het allermooiste en blijft je verbazen, of je nu religieus bent of niet.
Grote passie
Al voor de kerkgangers in Leipzig zal Bachs Matthäus-Passion opzienbarend zijn geweest. Alles aan het stuk was groots: Bach vroeg om twee koren met elk hun eigen solopartijen, twee orkesten en extra jongenssopranen. Na de uitvoering in de Thomaskirche in Leipzig in 1736 noteerde de koster zelfs dat het stuk ‘met beide orgels’ was gespeeld, en dat hij dat opschreef, betekende dat het bijzonder was. De dienst waarvoor Bach zijn Matthäus-Passion schreef, de avonddienst van Goede Vrijdag, zal met de gebruikelijke preek van een uur tussen de twee delen van de passie en inclusief gebeden en liederen ruim vier uur geduurd hebben. Niet gek dus dat Bachs vrouw Anna Magdalena, toen ze een baspartij van de Matthäus uitschreef en snel wilde aangeven welk stuk van haar man dit was, er kortweg ‘grote passie’ boven zette.
Een oud verhaal
Het grootste deel van het verhaal van de Matthäus-Passion is al meer dan 2000 jaar oud en gebaseerd op het passieverhaal uit het evangelie van Mattheüs. Het gaat over de laatste dagen van Jezus: hij wordt verraden, berecht, sterft aan het kruis en wordt begraven. Samensteller van de tekst is Christian Friedrich Henrici. Hij was gemeenteambtenaar in Leipzig, maar schreef en dichtte onder het pseudoniem Picander. Bach gebruikte Picanders teksten vaker voor zijn kerkmuziek. Picander werkte waarschijnlijk in nauwe samenspraak met Bach zelf. Als rode draad voor de tekst gebruikten ze het evangelie van Mattheüs 26 en 27. Het grootste deel van die bijbeltekst – die Bach letterlijk en in zijn geheel gebruikte – laat hij ‘voorlezen’ door de Evangelist. Daar waar verschillende groepen of personen aan het woord komen, verdeelt Bach die over verschillende zangers, zoals Jezus, Judas, Petrus, een dienstmeisje, de leerlingen, de hogepriesters, het volk, de soldaten, enzovoort.
Met nieuwe toevoegingen
Op sleutelmomenten in het verhaal voegden Bach en Picander bekende kerkliederen en aria’s toe, als reflectie of meditatie op het bijbelverhaal. De handeling wordt stilgezet en de koralen of aria’s plaatsen het gebeurde in de theologische context van die tijd. De gebruikte koraalteksten en melodieën zijn afkomstig uit het lutherse gezangboek en stammen vooral uit de zestiende en zeventiende eeuw. Voor de kerkgangers in Leipzig waren deze liederen dagelijkse kost. Bach maakte ze vierstemmig, maar iedereen zal de melodie en tekst herkend hebben.
Verraad, veroordeling, dood en onvoorwaardelijke liefde, het zit allemaal in de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach. Het stuk combineert het afschuwelijkste en het allermooiste en blijft je verbazen, of je nu religieus bent of niet.
Grote passie
Al voor de kerkgangers in Leipzig zal Bachs Matthäus-Passion opzienbarend zijn geweest. Alles aan het stuk was groots: Bach vroeg om twee koren met elk hun eigen solopartijen, twee orkesten en extra jongenssopranen. Na de uitvoering in de Thomaskirche in Leipzig in 1736 noteerde de koster zelfs dat het stuk ‘met beide orgels’ was gespeeld, en dat hij dat opschreef, betekende dat het bijzonder was. De dienst waarvoor Bach zijn Matthäus-Passion schreef, de avonddienst van Goede Vrijdag, zal met de gebruikelijke preek van een uur tussen de twee delen van de passie en inclusief gebeden en liederen ruim vier uur geduurd hebben. Niet gek dus dat Bachs vrouw Anna Magdalena, toen ze een baspartij van de Matthäus uitschreef en snel wilde aangeven welk stuk van haar man dit was, er kortweg ‘grote passie’ boven zette.
Een oud verhaal
Het grootste deel van het verhaal van de Matthäus-Passion is al meer dan 2000 jaar oud en gebaseerd op het passieverhaal uit het evangelie van Mattheüs. Het gaat over de laatste dagen van Jezus: hij wordt verraden, berecht, sterft aan het kruis en wordt begraven. Samensteller van de tekst is Christian Friedrich Henrici. Hij was gemeenteambtenaar in Leipzig, maar schreef en dichtte onder het pseudoniem Picander. Bach gebruikte Picanders teksten vaker voor zijn kerkmuziek. Picander werkte waarschijnlijk in nauwe samenspraak met Bach zelf. Als rode draad voor de tekst gebruikten ze het evangelie van Mattheüs 26 en 27. Het grootste deel van die bijbeltekst – die Bach letterlijk en in zijn geheel gebruikte – laat hij ‘voorlezen’ door de Evangelist. Daar waar verschillende groepen of personen aan het woord komen, verdeelt Bach die over verschillende zangers, zoals Jezus, Judas, Petrus, een dienstmeisje, de leerlingen, de hogepriesters, het volk, de soldaten, enzovoort.
Met nieuwe toevoegingen
Op sleutelmomenten in het verhaal voegden Bach en Picander bekende kerkliederen en aria’s toe, als reflectie of meditatie op het bijbelverhaal. De handeling wordt stilgezet en de koralen of aria’s plaatsen het gebeurde in de theologische context van die tijd. De gebruikte koraalteksten en melodieën zijn afkomstig uit het lutherse gezangboek en stammen vooral uit de zestiende en zeventiende eeuw. Voor de kerkgangers in Leipzig waren deze liederen dagelijkse kost. Bach maakte ze vierstemmig, maar iedereen zal de melodie en tekst herkend hebben.
De teksten voor de aria’s waren gloednieuw en gedicht door Picander. Hij baseerde zich hiervoor deels op Der leidende Jesus oder das Leyden unsers Herrn und Heylandes Jesu Christi, een boek met passiepreken van theoloog Heinrich Müller (1631-1675) uit Bachs bibliotheek. Zowel de aria’s als de koralen sluiten vaak naadloos aan op de evangelietekst. Zo volgt op het ‘Aber Jesus schwieg stille’ van de Evangelist het recitatief van de tenor ‘Mein Jesus schweigt zu falschen Lügen stille’. Of klinkt na de vertwijfelde vraag van Jezus’ leerlingen ‘Herr, bin ich’s’ het koraal ‘Ich bin’s, ich sollte büssen’.
Dialoog
In zijn tekst maakt Picander onderscheid tussen twee groepen mensen: de ‘Töchter Zion’ en ‘die Gläubigen’. ‘Dochters van Sion’ (Jeruzalem) verwijst naar Jezus’ uitspraak in Lucas 23: ‘Dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen’. Ook in het Hooglied is sprake van de ‘dochters van Sion’. Zij helpen de bruid (de gelovige) haar bruidegom (Christus – het hoofd van de kerk) te zoeken. Zo verbindt Picander het Oude met het Nieuwe Testament. Hij gebruikt de term ‘dochters van Sion’ als verzamelnaam voor de gelovigen in de tijd van het evangelie. De tweede groep – ‘de gelovigen’ – staat voor de gelovigen van alle tijden. Op sleutelmomenten laat Picander deze twee groepen met elkaar in dialoog gaan.
Twee ensembles
Bach versterkte dit dialoogeffect door te kiezen voor twee afzonderlijke ensembles van zangers en instrumentalisten, die hij coro I en coro II noemt. Deze ensembles zet hij verschillende keren tegenover elkaar, de ene groep vertelt het verhaal, de andere reageert, stelt vragen, levert commentaar of trekt conclusies. Zo bracht hij een dubbele gelaagdheid aan.
Het openingsdeel begint meteen al met een monumentale dialoog. Het eerste ensemble spoort het tweede koor aan om het drama mee te maken: ‘Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen, sehet den Bräutigam, seht ihn als wie ein Lamm’. Het tweede koor vraagt om wie en wat het precies gaat: ‘Wen?’, ‘Wie?’. Zodra het woord ‘Lamm’ valt en blijkt dat het gaat om Christus, zetten jongenssopranen het koraal ‘O Lamm Gottes, unschuldig’ in. Dit is de Duitse variant van het Agnus Dei, dat in Leipzig dezelfde ochtend in de mis gezongen was. Zo koppelt Bach de twee belangrijkste diensten op Goede Vrijdag – een van de grote ‘feestdagen’ in het kerkelijk jaar – aan elkaar. De kerkgangers zullen de melodie meteen herkend hebben. En nu nog steekt de koraalmelodie, ook dankzij het heldere G groot, af tegen de klaagzang in e klein. En zo klinkt meteen al de essentie en kernboodschap van de passie: Christus neemt belangeloos de schuld van de wereld op zich. Zijn kruisiging betekent niet alleen dood maar ook leven.
Aria’s met onderbreking
Ook in sommige aria’s zet Bach de twee ensembles tegenover elkaar. Bijvoorbeeld in ‘O Schmerz! Hier zittert das gequälte Herz’. Het eerste koor geeft commentaar op het gebeurde en het tweede koor stelt vragen. De tenor (uit het eerste koor) voelt mee met Jezus, die alleen achterblijft en bidt terwijl zijn leerlingen in slaap vallen. Het tweede koor valt hem in de rede en vraagt: ‘Was ist die Ursach aller solcher Plagen?’
Spelen met effecten
Heel bewust voegt Bach soms juist de twee ensembles samen, zoals in alle koralen. Alsof de hele gemeenschap instemt met het gesprokene. Of op plaatsen waar hij met maximaal effect de woedende menigte wil weergeven, zoals in ‘Lass ihn kreuzigen’ en ‘Sein Blut komme über uns’. Elders staan de twee ensembles echt tegenover elkaar om een groots stereo-effect te bereiken, zoals in ‘Sind Blitze, sind Donner’, of om de menigte haast zichtbaar te maken zoals in ‘Weissage uns’ of ‘Gegrüsset seist du’.
In het slotkoor ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ staat iedereen treurend rond het graf, al is er ook berusting en een sprankje hoop. Bach versterkt dit in zijn muziek door te kiezen voor het ritme van een dans, een wiegende sarabande. Net als in de aria ‘Aus Liebe’ staan hier lijden en vreugde tegenover elkaar. De spanning ebt langzaam weg met het oplossen van de laatste dissonant aan het slot.
Suzuki’s visie
Masaaki Suzuki was in 2005 al gastdirigent van de Matthäus-Passion bij de Nederlandse Bachvereniging, en keert nu terug met nog meer ervaring en een diepere visie op Bachs oratorium: ‘Bach heeft de Matthäus-Passion misschien vier keer uitgevoerd in zijn tijd; ik meer dan honderd maal, over de hele wereld. Desondanks is het nooit iets zachts of vriendelijks geworden, en word ik iedere keer uitgedaagd om met volle toewijding nog dieper te graven, nog sterker te verlangen, nog meer schoonheid te vinden.’
De teksten voor de aria’s waren gloednieuw en gedicht door Picander. Hij baseerde zich hiervoor deels op Der leidende Jesus oder das Leyden unsers Herrn und Heylandes Jesu Christi, een boek met passiepreken van theoloog Heinrich Müller (1631-1675) uit Bachs bibliotheek. Zowel de aria’s als de koralen sluiten vaak naadloos aan op de evangelietekst. Zo volgt op het ‘Aber Jesus schwieg stille’ van de Evangelist het recitatief van de tenor ‘Mein Jesus schweigt zu falschen Lügen stille’. Of klinkt na de vertwijfelde vraag van Jezus’ leerlingen ‘Herr, bin ich’s’ het koraal ‘Ich bin’s, ich sollte büssen’.
Dialoog
In zijn tekst maakt Picander onderscheid tussen twee groepen mensen: de ‘Töchter Zion’ en ‘die Gläubigen’. ‘Dochters van Sion’ (Jeruzalem) verwijst naar Jezus’ uitspraak in Lucas 23: ‘Dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen’. Ook in het Hooglied is sprake van de ‘dochters van Sion’. Zij helpen de bruid (de gelovige) haar bruidegom (Christus – het hoofd van de kerk) te zoeken. Zo verbindt Picander het Oude met het Nieuwe Testament. Hij gebruikt de term ‘dochters van Sion’ als verzamelnaam voor de gelovigen in de tijd van het evangelie. De tweede groep – ‘de gelovigen’ – staat voor de gelovigen van alle tijden. Op sleutelmomenten laat Picander deze twee groepen met elkaar in dialoog gaan.
Twee ensembles
Bach versterkte dit dialoogeffect door te kiezen voor twee afzonderlijke ensembles van zangers en instrumentalisten, die hij coro I en coro II noemt. Deze ensembles zet hij verschillende keren tegenover elkaar, de ene groep vertelt het verhaal, de andere reageert, stelt vragen, levert commentaar of trekt conclusies. Zo bracht hij een dubbele gelaagdheid aan.
Het openingsdeel begint meteen al met een monumentale dialoog. Het eerste ensemble spoort het tweede koor aan om het drama mee te maken: ‘Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen, sehet den Bräutigam, seht ihn als wie ein Lamm’. Het tweede koor vraagt om wie en wat het precies gaat: ‘Wen?’, ‘Wie?’. Zodra het woord ‘Lamm’ valt en blijkt dat het gaat om Christus, zetten jongenssopranen het koraal ‘O Lamm Gottes, unschuldig’ in. Dit is de Duitse variant van het Agnus Dei, dat in Leipzig dezelfde ochtend in de mis gezongen was. Zo koppelt Bach de twee belangrijkste diensten op Goede Vrijdag – een van de grote ‘feestdagen’ in het kerkelijk jaar – aan elkaar. De kerkgangers zullen de melodie meteen herkend hebben. En nu nog steekt de koraalmelodie, ook dankzij het heldere G groot, af tegen de klaagzang in e klein. En zo klinkt meteen al de essentie en kernboodschap van de passie: Christus neemt belangeloos de schuld van de wereld op zich. Zijn kruisiging betekent niet alleen dood maar ook leven.
Aria’s met onderbreking
Ook in sommige aria’s zet Bach de twee ensembles tegenover elkaar. Bijvoorbeeld in ‘O Schmerz! Hier zittert das gequälte Herz’. Het eerste koor geeft commentaar op het gebeurde en het tweede koor stelt vragen. De tenor (uit het eerste koor) voelt mee met Jezus, die alleen achterblijft en bidt terwijl zijn leerlingen in slaap vallen. Het tweede koor valt hem in de rede en vraagt: ‘Was ist die Ursach aller solcher Plagen?’
Spelen met effecten
Heel bewust voegt Bach soms juist de twee ensembles samen, zoals in alle koralen. Alsof de hele gemeenschap instemt met het gesprokene. Of op plaatsen waar hij met maximaal effect de woedende menigte wil weergeven, zoals in ‘Lass ihn kreuzigen’ en ‘Sein Blut komme über uns’. Elders staan de twee ensembles echt tegenover elkaar om een groots stereo-effect te bereiken, zoals in ‘Sind Blitze, sind Donner’, of om de menigte haast zichtbaar te maken zoals in ‘Weissage uns’ of ‘Gegrüsset seist du’.
In het slotkoor ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ staat iedereen treurend rond het graf, al is er ook berusting en een sprankje hoop. Bach versterkt dit in zijn muziek door te kiezen voor het ritme van een dans, een wiegende sarabande. Net als in de aria ‘Aus Liebe’ staan hier lijden en vreugde tegenover elkaar. De spanning ebt langzaam weg met het oplossen van de laatste dissonant aan het slot.
Suzuki’s visie
Masaaki Suzuki was in 2005 al gastdirigent van de Matthäus-Passion bij de Nederlandse Bachvereniging, en keert nu terug met nog meer ervaring en een diepere visie op Bachs oratorium: ‘Bach heeft de Matthäus-Passion misschien vier keer uitgevoerd in zijn tijd; ik meer dan honderd maal, over de hele wereld. Desondanks is het nooit iets zachts of vriendelijks geworden, en word ik iedere keer uitgedaagd om met volle toewijding nog dieper te graven, nog sterker te verlangen, nog meer schoonheid te vinden.’
Biografie
Masaaki Suzuki
Lees de biografie
Nederlandse Bachvereniging
Lees de biografie
Nicholas Mulroy
Lees de biografie
Stephan MacLeod
Lees de biografie
Hana Blažíková
Lees de biografie
Alexander Chance
Lees de biografie
Raphael Höhn
Lees de biografie
Miku Yasukawa
Lees de biografie
Christopher Lowrey
Lees de biografie
Shimon Yoshida
Lees de biografie
Toru Kaku
Lees de biografie
Kampen Boys Choir
Lees de biografieMasaaki Suzuki, dirigent
Masaaki Suzuki kent de muziek van Johann Sebastian Bach als dirigent, organist en klavecinist en staat bekend als een belangrijke vertegenwoordiger van de historische uitvoeringspraktijk. In 1990 formeerde de uit het Japanse Kobe afkomstige musicus het Bach Collegium Japan, dat sindsdien internationaal furore maakt.
Hun complete cantateregistraties zijn in 2010 bekroond met een Echo Klassik, die van de motetten met een Preis der deutschen Schallplattenkritik, een Diapason d’Or de l’Année en de BBC Music Magazine Award. Masaaki Suzuki is een veelgevraagd gastdirigent bij oudemuziekensembles als Collegium Vocale Gent, het Orchestra of the Age of Enlightenment en Philharmonia Baroque. In nieuwer repertoire werkte hij met het Gewandhausorchester Leipzig, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, Tapiola Sinfonietta (een Stravinsky-cd), de New York Philharmonic en de orkesten van Baltimore en San Francisco.
Masaaki Suzuki begon zijn studie in Tokio en studeerde in Amsterdam bij Piet Kee en Ton Koopman. Aan het conservatorium in Tokio richtte hij een afdeling oude muziek op, hij was verbonden aan de Yale School of Music en hij ontving de Bach-Medaille van de stad Leipzig (2012) en de Bach Prize van de Royal Academy of Music in Londen (2013). Het vorige optreden van Masaaki Suzuki in Het Concertgebouw (Haydn en Mozart) was op 29 mei 2018 met zijn Bach Collegium Japan.
Nederlandse Bachvereniging, ensemble
Opgericht in 1921 om de Matthäus-Passion uit te voeren in de Grote Kerk in Naarden, is de Nederlandse Bachvereniging uitgegroeid tot een vocaal-instrumentaal ensemble van internationale betekenis. De musici geven het werk van Bach en zijn tijd- en geestgenoten door, en spelen daarbij op historische instrumenten.
Ze laten de veelkleurigheid van de oude muziek én van de Nederlandse Bachvereniging horen, waarbij het gedachtegoed van nieuwe generaties steeds tot veranderende invalshoeken leidt. Onder het motto ‘Alles van Bach voor iedereen’ geeft het gezelschap jaarlijks ruim zestig concerten in binnen- en buitenland. Daarnaast kan iedere muziekliefhebber via YouTube gratis genieten van alle werken die zijn opgenomen voor All of Bach.
Via het Young Bach Fellowship worden de barokmusici van de toekomst opgeleid, de Nederlandse Bachvereniging coacht amateurmusici in de regio Utrecht en voor middelbare scholieren zijn er verschillende educatieprogramma’s. Sinds 1 mei 2025 is Johanna Soller artistiek leider. Zij dirigeerde het vorige optreden in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw: Bachs Matthäus-Passion op 26 maart 2024.
Nicholas Mulroy, tenor (Evangelist)
Nicholas Mulroy was koorzanger in de kathedraal van zijn geboortestad Liverpool voordat hij moderne talen studeerde in Cambridge en zang aan de Royal Academy of Music in Londen. Als veelgevraagd Evangelist in Bachs Passionen vertolkte hij die rol op de BBC Proms, in het Sydney Opera House en in Bachs eigen Thomaskirche en Nikolaikirche in Leipzig.
De tenor werkte met vele oudemuziekensembles – Gabrieli Consort, Monteverdi Choir, Concerto Copenhagen, Le Concert d’Astrée, Academy of Ancient Music, het Orchestra of the Age of Enlightenment, Handel and Haydn Society Boston – maar ook met de Royal Liverpool Philharmonic, het Melbourne Symphony Orchestra, het Australian Chamber Orchestra en de orkesten van Antwerpen, Brussel en Kopenhagen. Liedrecitals gaf hij in Wigmore Hall in Londen, en hij brengt originele programma’s met gitarist/theorbist Toby Carr.
Zijn discografie omspant zeven eeuwen en bevat een prijswinnende Messiah van Händel met het Dunedin Consort waarvan hij sinds 2020 associate director is. Nicholas Mulroy is gastdocent aan de Royal Academy of Music en artist in residence aan Girton College in Cambridge. In de Grote Zaal maakte hij in 2023 zijn debuut in de Matthäus-uitvoering van het Concertgebouworkest en keerde hij een jaar later terug als Evangelist bij het Budapest Festival Orchestra onder leiding van Iván Fischer.
Stephan MacLeod, bas-bariton (Christus)
Stephan MacLeod werkt als dirigent en zanger. In zijn geboortestad richtte hij Gli Angeli Genève op, gespecialiseerd in repertoire uit de zeventiende tot negentiende eeuw op historische instrumenten. Tegenwoordig dirigeert hij ruim veertig concerten per jaar wereldwijd, inclusief een groeiend aantal bij moderne orkesten waaronder het Orchestre de la Suisse Romande.
Daarnaast zet de bas-bariton zijn zangcarrière voort en geeft hij les aan de Haute École de Musique in Genève. Zelf studeerde hij eerst viool en piano, en vervolgens zang in Genève, bij Kurt Moll in Keulen en bij Gary Magby in Lausanne. Als student zong hij zijn eerste engagementen bij Reinhard Goebel en Musica Antiqua.
Sindsdien trad Stephan MacLeod op onder leiding van dirigenten als Philippe Herreweghe, Jordi Savall, Frieder Bernius, Frans Brüggen, Masaaki Suzuki, Gustav Leonhardt, Christophe Coin, Konrad Junghänel, Hans-Christoph Rademann, Sigiswald Kuijken, Paul Van Nevel, Jos Van Immerseel, Václav Luks, Leonardo García Alarcón en Raphaël Pichon.
Zijn discografie telt over de honderd cd’s. In Nederland was hij bijvoorbeeld te gast bij Daniel Reuss en Cappella Amsterdam, bij Philzuid en meermaals bij de Nederlandse Bachvereniging; met dit laatste gezelschap stond hij ook in 2006 in de Matthäus-Passion in Het Concertgebouw.
Hana Blažíková, sopraan
Hana Blažíková was al vaak in de Grote Zaal te beluisteren, in Bachs cantates of oratoria met het Collegium Vocale Gent en Philippe Herreweghe of het Bach Collegium Japan en Masaaki Suzuki. Met de Nederlandse Bachvereniging stond ze eerder in Het Concertgebouw in april 2019.
De Tsjechische sopraan werkte met oudemuziekensembles als het Amsterdam Baroque Orchestra, Tafelmusik Toronto, Sette Voci, Gli Angeli Genève en Collegium 1704. Ze maakte haar opwachting op de Praagse Lente, het Festival Oude Muziek Utrecht, Resonanzen (Wenen), de Tage Alter Musik (Regensburg) en het Festival de Saintes.
Hana Blažíková studeerde filosofie en muziekwetenschap voordat ze in 2002 afstudeerde aan het conservatorium van haar geboortestad Praag. Ze nam verdere lessen bij Poppy Holden, Peter Kooij, Monika Mauch en Howard Crook, specialiseerde zich in het repertoire van Middeleeuwen tot en met Barok, en maakt geregeld uitstapjes naar de Klassieke Periode. Zo vertolkte ze in Karlovy Vary de rol van Susanna in Mozarts Le nozze di Figaro. Bij gelegenheid begeleidt de zangeres zichzelf op de gotische harp.
Alexander Chance, countertenor
Alexander Chance kreeg zijn opleiding aan New College, Oxford, waar hij choral scholar was en klassieke talen studeerde. Hij werkte met toonaangevende dirigenten in oude muziek, onder wie John Eliot Gardiner, Masaaki en Masato Suzuki, René Jacobs, Harry Bicket, Laurence Cummings, Jonathan Cohen, John Butt, Kristian Bezuidenhout, Marcus Creed en Lionel Meunier.
In 2023 bracht de countertenor met luitist Toby Carr zijn debuut-cd uit, getiteld Drop Not, Mine Eyes.
Als recitalzanger debuteerde hij in 2024 in Wigmore Hall in zijn geboorteplaats Londen. Recente operarollen van Alexander Chance zijn Oberon (A Midsummer Night’s Dream van Britten) op het Grange Festival, Apollo (Brittens Death in Venice) bij de Welsh National Opera en Tolomeo (Giulio Cesare van Händel) bij de English Touring Opera.
Actuele hoogtepunten zijn zijn debuut op de BBC Proms, solorecitals met The English Concert, het Freiburger Barockorchester en het Dunedin Consort en Andronico in Händels Tamerlano op de Händel-Festspiele in Karlsruhe. In 2022 won Alexander Chance als eerste altus de International Handel Singing Competition. Hij staat voor het eerst in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw.
Raphael Höhn, tenor
Raphael Höhn deed zijn eerste zangervaring op als altsolist van de Zürcher Sängerknaben. Later studeerde hij aan de Zürcher Hochschule der Künste bij Scot Weir, en aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Rita Dams, Peter Kooij, Michael Chance en Jill Feldman.
Masterclasses bezocht hij van Andreas Scholl en Gerd Türk en in 2016 was hij laureaat van de Internationaler Bach Wettbewerb Leipzig. De Zwitserse tenor zingt graag liederen van Schubert en Schumann. Verder richt hij zich bij voorkeur op de interpretatie van barokmuziek en zong hij bij de Bachstiftung St. Gallen, het Freiburger Barockorchester, Vox Luminis, de Dresdner Philharmonie en het Gewandhausorchester Leipzig.
Hij werkte met oudemuziekspecialisten als Frans Brüggen, Nikolaus Harnoncourt, Laurence Cummings, Justin Doyle, Ton Koopman, Václav Luks, Andrea Marcon en Jos van Veldhoven. Raphaël Höhn was te beluisteren op het Lucerne Festival, de Händel Festspiele Göttingen en het Bachfest Leipzig en zong ook in 2024 in de Matthäus-Passion van de Nederlandse Bachvereniging.
Miku Yasukawa, sopraan
Na haar afstuderen aan het Kunitachi College of Music en de Tokyo University of the Arts studeerde Miku Yasukawa aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen. Ze werd in 2022 geselecteerd voor het Japanese Agency for Cultural Affairs Program of Overseas Study for Upcoming Artists.
In 2023 was ze finalist voor de prestigieuze Gouden Medaille van Guildhall en trad ze op in het Barbican Centre. De sopraan maakte maakt carrière in zowel het Verenigd Koninkrijk als Japan. Zo werd ze geëngageerd door het Bach Collegium Japan, het Tokyo Symphony Orchestra, het Kansai Philharmonic Orchestra, het Ensemble Kanazawa, de New Japan Philharmonic, het Bournemouth Symphony Orchestra en het City of Birmingham Symphony Orchestra (voor La Damnation de Faust van Berlioz onder leiding van Kazuki Yamada, uitgezonden door de BBC).
Miku Yasukawa maakt haar debuut in Het Concertgebouw.
Christopher Lowrey, countertenor
De Amerikaan Christopher Lowrey wordt uitgenodigd aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. Hoogtepunten in het huidige seizoen zijn de rol van David in Händels Saul met de Handel & Haydn Society in Boston en bij de Oper Köln, de titelrol in Händels Rinaldo op de Händel-Festspiele in Halle en Händels Il trionfo del Tempo e del Disinganno met La Nuova Musica in Wigmore Hall in Londen.
Oude muziek bracht hem ook bij de Cappella Mediterranea, op het Bachfest Leipzig en op het Boston Early Music Festival. Op het operapodium stond de countertenor recentelijk in Brittens A Midsummer Night’s Dream bij de Opéra de Lausanne, Vivaldi’s Griselda bij de Koninklijke Deense Opera en Brett Deans Hamlet bij de Metropolitan Opera in New York en Opera Australia.
Christopher Lowrey zong onder leiding van William Christie, Vladimir Jurowski, Christophe Rousset, Ivor Bolton en Masaaki Suzuki. Naast zijn solocarrière is hij in zijn geboortestaat Rhode Island de oprichter van het Ensemble Altera, een kamerkoor dat de Preis der deutschen Schallplattenkritik kreeg voor zijn debuut-cd The Lamb’s Journey en in Carnegie Hall optrad met Raphaël Pichon.
Christopher Lowrey debuteert in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw.
Shimon Yoshida, tenor
De in Japan geboren en in Berlijn gevestigde tenor Shimon Yoshida won in 2018 een speciale prijs van het Concorso Salvatore Licitra in Milaan. In seizoen 2024/2025 stond hij als solist in gerenommeerde zalen als de Philharmonie in Berlijn, de Royal Albert Hall in Londen (BBC Proms), de Philharmonie de Paris, de Tonhalle Düsseldorf, het Gewandhaus in Leipzig en het Palau de la Música Catalana in Barcelona.
In april 2024 maakte hij zijn Amerikaanse debuut in Bachs Hohe Messe bij de Handel & Haydn Society in Boston, nadat hij daarin in 2022 al eens was ingevallen in een tournee onder leiding van René Jacobs. Shimon Yoshida’s repertoire loopt tot en met de hedendaagse muziek, al wijdt hij zich voornamelijk aan het oeuvre van Johann Sebastian Bach, waarin hij in Japan al talrijke keren op het podium heeft gestaan.
Sinds 2022 is hij regelmatig te gast bij het Bach Collegium Japan onder leiding van Masaaki of Masato Suzuki, in 2025 als Evangelist in de Matthäus-Passion. Shimon Yoshida maakt zijn debuut in Het Concertgebouw.
Toru Kaku, bas
Toru Kaku studeerde af in het masterprogramma van de Graduate School van de Tokyo University of the Arts, en kreeg bij het afronden van het masterclassprogramma van het Nikikai Opera Institute de Outstanding Achievement Award en de Shizuko Kawasaki Award. Op de Yuai German Lied Competition won hij de tweede prijs, en zowel in Tokio als in zijn geboortestad Fukuoka gaf hij recitals met liederen in tien talen.
De zanger heeft een gevarieerd repertoire dat loopt van de Barok tot moderne muziek. Hij zingt op de opname van Bachs Matthäus-Passion door het Bach Collegium Japan. Bij Nissay Opera vertolkte Toru Kaku onder meer de titelrol in Mozarts Don Giovanni, Guillermo in diens Così fan tutte en Enrico in Donizetti’s Lucia di Lammermoor; bij Nikikai Opera stond hij in producties van Richard Strauss, Händel, Berg, Henze en Toshiro Mayuzumi.
Naast zijn podiumcarrière leidt Toru Kaku een vrouwenkoor en een gemengd koor en geeft hij les aan het Senzoku Gakuen College of Music. Hij maakt zijn debuut in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw.
Kampen Boys Choir, koor
Het Kampen Boys Choir bestaat sinds september 2000. Sinds afgelopen november is Sander van den Houten artistiek leider en choirmaster, als opvolger van Rintje te Wies, die het koor leidde sinds 2012. Het ensemble telt 22 jongens (trebles) en 14 mannen (countertenoren, tenoren en bassen).
Het Kampen Boys Choir is gevormd naar de Engelse jongenskoortraditie en voert een consequente Engelse koorstijl – niet alleen qua omvang en stembezetting, maar ook in de sterke aandacht voor de stemkwaliteit van de individuele zangers: alle koorleden krijgen een klassieke zangopleiding. Thuisbasis is de Bovenkerk in Kampen, waar de zangers geregeld concerten en Choral Evensongs verzorgen – met als jaarlijks hoogtepunt op kerstavond het Festival of Lessons and Carols. Sinds 2006 werkt het Kampen Boys Choir mee aan de Matthäus-uitvoeringen van de Nederlandse Bachvereniging, en zo stond het ook in 2009, 2012, 2019, 2022 en 2024 in Het Concertgebouw.