Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Artistiek directeur Joel Ethan Fried neemt afscheid

door Michel Khalifa
20 mei 2020 20 mei 2020

Joel Ethan Fried is nog tot na de zomer als artistiek directeur een stabiele factor binnen het Concertgebouworkest. Maar aan alles komt een eind. Na 21 jaar gaat Fried met pensioen. ‘We geloven oprecht in onze functie als wegbereider.’

Als drijvende kracht bij de programmering en de keuze voor dirigenten en solisten heeft Joel Ethan Fried altijd een drukke werkagenda. Tijdens de eerste weken van de coronacrisis is de tijdsdruk nog hoger. Het noodgedwongen annuleren van concerten vergt veel telefoon- en mailverkeer terwijl de reguliere toekomstplannen, in dit geval het seizoen 2021/2022, verder uitgewerkt moeten worden.

Via FaceTime blikt de scheidend artistiek directeur terug op zijn twee decennia Concertgebouworkest. De Amerikaan werkte samen met drie chef-dirigenten, drie algemeen directeuren, vier managers planning en productie, vier bestuursvoorzitters van de vereniging van musici en staf, en even veel woordvoerders van de Artistieke Commissie. Welbeschouwd ziet hij op muzikaal vlak weinig veranderingen.

Joel Ethan Fried

foto: Renske Vrolijk

Joel Ethan Fried

foto: Renske Vrolijk

Joel Ethan Fried

foto: Renske Vrolijk

Joel Ethan Fried

foto: Renske Vrolijk

‘De orkestwereld als zodanig is in hoofdlijnen dezelfde als toen ik aantrad. Voor ons orkest geldt hetzelfde, ondanks de enorme verjonging die we in die twee decennia hebben meegemaakt. Het Concertgebouworkest heeft nog steeds een breed repertoire, opereert nog steeds op hetzelfde hoge niveau en geldt nog steeds als boegbeeld van de Nederlandse orkestcultuur.’

Nieuw publiek

Dat er nu desondanks op een geheel andere manier geprogrammeerd wordt, ligt vooral aan het afwachtende koopgedrag van de potentiële concertbezoekers. Mede dankzij het veelzijdige aanbod binnen de podiumkunsten beslissen veel cultuurminnaars tegenwoordig pas op het laatste moment hoe ze hun vrije tijd gaan besteden. In 1999 waren de abonnementen voor de meeste series van het Concertgebouworkest niet aan te slepen, in 2020 moeten Fried en zijn collega’s vaak alles uit de kast halen om met losse kaarten de Grote Zaal te vullen.

Fried stond meteen voor de uitdaging om een breder publiek naar de concertzaal te lokken: ‘Ik heb al vroeg geprobeerd de drempel te verlagen, met name als het om moderne muziek gaat. Al sinds mijn eerste seizoen ­organiseren we bij de concerten in de A-serie een inleiding vooraf, sinds 2008 ook Meet the Artists na afloop. Ik ben er ook mede schuldig aan dat we sinds 2014 Club Nights programmeren, waarbij orkestmusici en gastartiesten, vaak ook onze artist in residence, op een bijzondere locatie een informeel optreden verzorgen.

We hebben toen ook de korte Essentials-concerten bedacht. Daarin staat telkens één sleutelwerk uit het symfonisch repertoire centraal, inclusief een flitsende presentatie en een drankje na afloop. Ik ben er trots op dat ik samen met mijn collega’s belangrijke stappen heb kunnen zetten om ons publiek uit te breiden, wat essentieel is voor de toekomst van ons orkest.’

Educatief

‘Mijn opvolger zal natuurlijk zijn of haar eigen dromen moeten najagen, maar ik blijf ervan overtuigd dat er meer presentatievormen nodig zullen zijn om nieuw publiek te blijven aantrekken. De aandachtsspanne is tegenwoordig heel kort. YouTube-­filmpjes duren gemiddeld een minuut of vier, en Radio 4 laat zelden een hele symfonie horen overdag.’

 

Joel Ethan Fried

tijdens Meet the Artists, foto: Renske Vrolijk

Joel Ethan Fried

tijdens Meet the Artists, foto: Renske Vrolijk

Joel Ethan Fried

tijdens Meet the Artists, foto: Renske Vrolijk

Joel Ethan Fried

tijdens Meet the Artists, foto: Renske Vrolijk

Het aandeel en de presentatie van nieuwe muziek binnen het concertaanbod kosten orkestmanagers wereldwijd heel wat hoofdbrekens. Moet je hedendaagse composities in aparte concerten onderbrengen, of juist samen met vertrouwde meesterwerken presenteren? Bij zijn aantreden moest Fried plechtig beloven om specifieke concerten met uitsluitend moderne muziek te blijven programmeren.

Toch heeft het orkest op den duur dit beleid deels losgelaten. ‘We zijn niet alleen een museum, maar ook een laboratorium. Bovendien willen we ons publiek de gelegenheid geven om voor hen onbekend repertoire te ontdekken. Omdat we oprecht in deze functie als wegbereider geloven, hebben we lossere manieren gevonden om nieuwe muziek en ouder repertoire met elkaar te mengen. In de series B, D, E en Z brengen we tegenwoordig iets meer moderne muziek, in de series A en Horizon juist iets meer werken uit de achttiende en negentiende eeuw.’

Wereldpremières en culturele dwarsverbanden

Met enige trots leest Fried enkele statistieken voor: in de laatste 21 seizoenen bracht het Concertgebouworkest 52 wereldpremières en 7 nieuwe bewerkingen. De teller bij Nederlandse premières in dezelfde periode staat op meer dan 80. Sommige nieuwe composities van onder meer Louis Andriessen (het veelbesproken orkestwerk Mysteriën), George Benjamin, Joey Roukens en voormalig huiscomponist Michel van der Aa zijn enkele jaren later opnieuw uitgevoerd. Bijna alle nieuwe werken zijn ook vastgelegd op cd voor Concertgebouworkest Live, het label van het orkest.

Als hoogtepunt in het moderne repertoire noemt de artistiek directeur het eerste optreden in de Gashouder van de Westergasfabriek in Amsterdam, toen werken van onder anderen Mozart, György Kurtág, Jacob TV en Brett Dean in ruimtelijke opstelling klonken, vaak verfraaid met videobijdragen. Dat was in 2005 tijdens het Holland Festival. Zeven jaar later vond daar een soortgelijk project plaats, met ruimtelijke werken van Richard Rijnvos, Kaija Saariaho, Pierre Boulez en Magnus Lindberg.

Informeel overleg met het Holland Festival is er nog steeds, bijvoorbeeld wanneer het Concertgebouworkest naar nieuwe artistieke partners in thea­ter en dans zoekt. Samenwerking met andere culturele instellingen staat hoe dan ook hoog in het vaandel bij Fried: ‘Het is gezond om met bijvoorbeeld musea samen te werken. Op deze manier kunnen we innovatief programmeren én ons concertaanbod voor een breder publiek relevanter maken. Ik doel met name op de CANA’s, de culturally aware non-attenders. Dat zijn mensen die graag musea of toneelvoorstellingen bezoeken, maar klassieke concerten mijden. Een ­orkestprogramma rondom Klimt, zoals komende oktober gepland staat, kan ze over de streep trekken.’

Talent scouten

Voor hedendaagse werken doet het Concertgebouworkest een beroep op gespecialiseerde dirigenten, net als voor oude muziek van Bach tot Mozart. In het ijzeren repertoire werkt het orkest graag samen met de mondiale top-tien onder de dirigenten, maar ook met grote jongere talenten, zoals komend seizoen de pas 24-jarige Fin Klaus Mäkelä.

Het scouten van dirigenten beschouwt Fried als een belangrijk onderdeel van zijn werk. Hij was zelf pianist en dirigent, met een ruime staat van dienst in de operawereld. Als hij een dirigent op het oog heeft, is hij bereid ver te reizen om hem of haar bij een ander orkest aan het werk te zien. ‘Ik ga liever naar een repetitie dan naar een concert, want repeteren is echt een vak. Op deze manier heb ik Alan Gilbert geëngageerd voordat hij chef werd in New York, Kirill Petrenko toen hij nog relatief onbekend was, en Andris Nelsons voordat hij in Birmingham benoemd werd.’

Geen geweld

Rest de vraag hoe Joel Ethan Fried na zijn afzwaaien de vrijgekomen tijd gaat indelen. De bijna gepensioneerde stelt plechtig dat hij minder hard gaat werken, maar voegt daar relativerend aan toe: ‘Ik zal blijven doen wat mij interesseert en wat al ik vele jaren doe: ten eerste als jurylid optreden tijdens internationale wedstrijden voor dirigenten en zangers, ten tweede workshops voor jonge dirigenten verzorgen over het omgaan met concertaanvragen en orkestmanagers. Mocht er daarnaast een verzoek uit de Verenigde Staten komen om ergens voor enkele maanden als interim artistiek leider aan de slag te gaan, waarom niet?’

Zal er nog tijd over zijn voor recreatieve bezigheden? Na een korte stilte: ‘Vooruit, ik ga elke dag een film kijken. Het maakt me niet uit in welk genre, zolang er maar geen geweld in voorkomt.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.