portret

Wie was Grażyna Bacewicz?

In haar composities weerklinkt zowel haar energieke persoonlijkheid als de onverzettelijkheid van haar landgenoten. In Polen wordt Grażyna Bacewicz dan ook beschouwd als een grootheid. De laatste jaren wordt haar muziek gelukkig ook buiten Polen herontdekt.

Grażyna Bacewicz (1909-1969) was een vioolvirtuoos, een geliefd pedagoog en een gepassioneerd componist van onder meer zes symfonieën, zeven vioolconcerten, twee concerten, zeven strijkkwartetten en talloze ­kamermuziekwerken. Haar muzikale taal is doorgaans energiek met een sterke ritmiek, een glasheldere structuur en vooral in de latere werken verrassende en innovatieve en.

Bacewicz was het derde kind in een kunst- en muziekminnend gezin uit Łódź. Haar Litouwse vader was violist; alle vier kinderen leerden van hem viool en piano spelen en traden al jong op. Grażyna’s oudere broers werden, net als zij, professioneel musicus, haar zusje Wanda werd schrijver en journalist.

Aan het conservatorium in Warschau studeerde Bacewicz compositie bij Kazimierz Sikorski, viool bij Józef Jarzębski en aanvankelijk ook nog piano en filosofie. Mannen zagen haar componeerambities als een gril; haar drie studiegenoten in de compositieklas lachten haar vierkant uit. Maar door er niet op te reageren (‘ik nam ze de wind uit de zeilen’) stopte dat al snel – ‘we werden goede vrienden, alle vier’. Het typeert haar onwankelbare karakter.

Als componist zocht ze haar eigen weg binnen een traditioneel ambachtelijk raamwerk. Al op jonge leeftijd voelde ze zich aangetrokken tot het neo­classicisme dat in de jaren 1920 opkwam. Aangespoord door componist Karol Szymanowski – die ze zeer bewonderde – reisde ze naar Parijs om te studeren bij Nadia Boulanger.

Terug in Polen stortte ze zich op een dubbelcarrière als violist en componist. In 1933 werd ze docent viool en aan het conservatorium in Łódź, in 1935 won ze het Wieniawski-­vioolconcours in Warschau en in 1936-38 kreeg ze als concertmeester van het Pools Radio-orkest – toen een uitzonderlijke positie voor een vrouw – extra kansen haar muziek te laten uitvoeren.

Beluister hier de playlist met muziek van Grażyna Bacewicz:

Tijdens de Duitse bezetting sloot Bacewicz zich aan bij een ondergronds genootschap voor musici, dat ­illegaal concerten organiseerde. Daarin werd veel nieuwe muziek gespeeld, en Bacewicz componeerde meer dan ooit – onder meer een vioolsonate, het Tweede strijkkwartet en de Ouverture voor orkest, die vlak na de oorlog uitgevoerd werd tijdens een groot muziekfestival in Krakau en altijd een van haar succesnummers zou blijven.

Tijdens de Sovjetbezetting van Polen balanceerde Bacewicz virtuoos tussen dienstbaarheid en stil verzet.

Naarmate haar composities meer werden uitgevoerd en prijzen wonnen in binnen- en buitenland, werd haar violistenloopbaan een blok aan haar been. In 1947 schreef ze aan haar broer Vytautas, die als pianist in de Verenigde Staten voet aan de grond probeerde te krijgen: ‘Ik ben verbaasd dat je zo graag een carrière als nastreeft. Zelf vind ik dat nogal een last; eerlijk gezegd zou ik liever alleen componist zijn (...). Het belangrijkste wat er is, is creëren!’ Elf jaar later zou een auto-­ongeluk het laatste zetje geven: vanaf dat moment wijdde ze zich alleen nog aan het componeren.

Tijdens de Sovjetbezetting van Polen balanceerde Bacewicz virtuoos tussen dienstbaarheid en stil verzet. De briefwisselingen met Vytautas in Amerika waren riskant, en werken als haar succesvolle maar stekelige Concert voor strijkorkest beantwoordden niet aan de regels van het socialistisch realisme. Toch lieten de autoriteiten haar met rust, mede doordat ze volksmuziek-invloeden begon toe te laten in haar werk. Bacewicz werd verkozen tot vicepresident van de Poolse Componistenunie en stond in 1956 aan de wieg van het festival Warschauer Herfst, waar haar muziek tot haar dood jaarlijks te horen was.

Bacewicz noemde zichzelf een melancholieke loner, maar was alom geliefd en gedroeg zich als een ware socialite. Ze wist hoe ze mensen voor zich kon winnen (‘ik laat me altijd van mijn ­vrolijke kant zien’). In combinatie met de onbetwiste kwaliteit van haar muziek maakte dat haar tot een schier onaantastbare figuur in de Poolse muziek. Na haar dood werd ze echter beschouwd als te weinig vernieuwend en met name in het buitenland al snel vergeten. Pas sinds de jaren 2010 wordt Bacewicz’ muziek weer vaker uitgevoerd en op waarde geschat.

Nadia Boulanger

Nadia Boulanger (1887-1979) was misschien wel de invloedrijkste muziekpedagoog van de twintigste eeuw. Componisten als Aaron Cop-land, Elliott Carter, Astor Piazzolla, Philip Glass en talloze anderen volgden lessen bij haar in Parijs. Grażyna Bacewicz herkende zich in Boulangers nadruk op vormgevoel, technische beheersing en stilistische onafhankelijkheid. De twee vrouwen zouden altijd een vriendschappelijke band onderhouden.

Land- en tijdgenoten

Bacewicz’ grote voorbeeld was Karol Szymanowski (1882-1937). Zelf werd ze vaak geprezen door haar bekendste Poolse leeftijdgenoten: Witold Lutosławski en Andrzej Panufnik. Toen de jongere Tadeusz Baird en Kazimierz Serocki in 1956 het vicevoorzitterschap van de Poolse Componistenbond neerlegden om zich te richten op het festival Warschauer Herfst, nam zij met drie anderen hun functie over.

Warschauer Herfst

Het jaarlijkse festival Warschauer Herfst werd in 1956 gestart om de beperkingen van het socialistisch realisme te doorbreken en Polen open te stellen voor de internationale avant-garde. Het was jarenlang het enige festival in zijn soort in Midden- en Oost-Europa en is nog altijd het voornaamste festival voor hedendaagse muziek in Polen.

Schrijver

Grażyna Bacewicz was ook schrijver. Tragikomische humor viert hoogtij in haar vier romans, een verhalenbundel en het toneelstuk Gierzwaluwen, of Ik ben geen vogel, dat in 1963 een theaterprijs won.

Deel of bewaar voor laterDelen

Preludium is een uitgave van Concertvrienden