Een band en een orkest op één podium: dat is lastig. De Canadese singer-songwriter Patrick Watson kan erover meepraten. In 2011 werkte hij voor het eerst samen met het Concertgebouworkest.
Vol goede moed togen zanger en band naar Amsterdam, maar de repetities waren nog geen kwartier onderweg of de drummer richtte zich tot de druk zwaaiende : ‘Zeg, mag ik u wat vragen? Waar is in godsnaam de één?’
Watson kan er achteraf smakelijk om lachen. Want gaandeweg die repetities groeiden band en orkest naar elkaar toe, met als resultaat een memorabel Koninginnenachtconcert in een uitverkocht Concertgebouw. Voor Watson een interessante wending van zijn carrière: hij werd sindsdien veelvuldig uitgenodigd bij collega-orkesten wereldwijd.
En ook het orkest denkt met warme gevoelens terug aan die sympathieke muzikanten uit Montréal, want twee albums en een troonswisseling verder is Patrick Watson dit jaar wederom te gast in Amsterdam voor het Koningsnachtconcert.
Altviolist Jeroen Woudstra over zijn band met Patrick Watson sinds het vorige Koningsnachtconcert:
Vloeibare tijd
Met dat orkestdebuut in 2011 ging voor Watson een jongensdroom in vervulling.
‘Sinds ik als zestienjarige naar het conservatorium ging om piano te studeren, hoopte ik op een dag met een orkest te mogen spelen. Die eerste keer met het Concertgebouworkest was zo overweldigend. We wisselden mijn nummers af met orkestwerken van bijvoorbeeld Claude Debussy. Om daarbij tussen het orkest te zitten: it blew my mind.’
Maar om een band met gitaar, basgitaar en drums samen te laten spelen met een orkest, dat is ‘niet bepaald het makkelijkste op aarde’, zegt Watson met gevoel voor understatement.
‘Bij een orkest werkt tijd anders dan bij een band – vloeibaarder, minder nadrukkelijk. In een band volgt iedereen strak de drummer, maar een orkest is een grote machine waarbinnen de klank een flinke reis moet maken. Je zit ver uit elkaar, dus het duurt even voor je als violist de er hoort. Dat is een heel vreemde gewaarwording voor iemand die dat niet gewend is.’
Zelf klampte hij zich vast aan concertmeester Vesko Eschkenazy. ‘Vesko was ontzettend aardig en gaf duidelijk de inzetten aan. Ik probeerde hem maar te volgen. Ik dacht: als concertmeester kan hij er niet al te ver naast zitten.’
Partijen op niveau
De arrangementen waren van Jules Buckley. Een goede arrangeur is essentieel. ‘Wanneer een popband en een orkest samen spelen doet een orkest vaak niets meer dan een beetje kleur boven op een bestaand je leggen. Dat wilden we voorkomen, dus kozen we er bijvoorbeeld voor om het orkest ook qua leidend te laten zijn.
Dat is voor de orkestleden ook spannender dan alleen maar lange noten spelen. Het zijn musici; die houden van uitdaging, die willen op z’n minst een partij spelen op hun niveau. Bij zo’n samenwerking moet je daar rekening mee houden. Doe je dat niet, dan valt het orkest halverwege gewoon in slaap.’
Ook dit jaar is het weer aan Jules Buckley om dat te voorkomen. Sterker nog: ditmaal dirigeert hij ook. Volgens Watson is Buckley – chef- van het Metropole Orkest en bij het Concertgebouworkest dirigent tijdens Koninginnenacht 2013 met jazz/popzanger José James – de aangewezen persoon.
‘Jules is een geweldig arrangeur, heeft veel ervaring met zulke projecten, staat op goede voet met dit orkest en heeft bovendien de nodige leiderschapskwaliteiten. Het is een enorme plus om hem erbij te hebben.’
In de kroeg
Inmiddels worden er grootse plannen gesmeed voor 26 april. ‘Ik ben erg benieuwd hoe de muziek van mijn laatste album Love Songs for Robots met orkest gaat werken. En ik wil heel graag een koor erbij. In Montréal hebben we recentelijk met een koor gewerkt en dat maakt zo’n groot verschil.
Preludium is een uitgave van Concertvrienden
Lees ook
PremiumWat is er gebeurd met het Koor van het Concertgebouworkest?

Dirigent Fabio Luisi: ‘Ik ben al mijn hele leven met Verdi bezig’

Countertenor Reginald Mobley: ‘Mijn zingen is een talent, maar ook een lotsbestemming’







