Tobias: ‘Het was een geweldig concert. Ik kom uit Duitsland en ik woon al tweeënhalf jaar in Amsterdam, maar dit is mijn eerste keer in Het Concertgebouw. Een vriendin heeft me meegenomen. Ik kende de muziek niet, maar die heeft me veel energie gegeven.
Het is moeilijk om er woorden voor te vinden, maar het voelt gewoon goed. De muziek voor de pauze had een continue flow, terwijl er na de pauze juist veel explosieve hoogtepunten waren. Het was zo leuk om de musici te zien lachen en bewegen op de muziek. Ik ga zeker nog een keer naar Het Concertgebouw.’
Jaco: ‘Het stuk van Brahms deed mij een beetje denken aan salonmuziek voor de Europese elite uit die tijd. Mooi, knap, maar zonder levenspijn. De componist van het tweede stuk, George Enescu, kende ik helemaal niet – ik begreep dat hij negentien was toen hij dit schreef. Het stuk was meer op een groove gebaseerd, op een doorlopend waarboven allerlei dingen gebeurden. Heel anders dan bij de meeste andere westerse klassieke muziek. Het was wel een beetje vol: er gebeurde zoveel tegelijk dat het weefsel vaak dichtsloeg.
Ik componeer momenteel zelf iets voor strijkkwartet en hoewel ik in een hele andere stijl schrijf, hoorde ik soms fragmenten of klanken die zouden kunnen werken voor mij. Als ik nu naar buiten loop, klinken die geluiden nog steeds in mijn hoofd.’
Femke: ‘Dit waren twee heel verschillende stukken die allebei totaal gepassioneerd werden gespeeld. Die passie was bijna aandoenlijk, ik werd er helemaal in meegesleept. Het sextet van Brahms was heel dromerig, zacht, maar ook heel kleurig. Ik vond het mooi hoe de verschillende instrumenten op elkaar reageerden, het ene tokkelend, het andere strijkend. Ze speelden een soort grappig spel met elkaar.
En bij het Octet van Enescu voelde ik echt een strijd in de muziek. Er bouwde zich iets op, ik voelde veel spanning. Ja, daar ging wel iets tekeer.’
Op het programma: Brahms’ Strijksextet 36 en Enescu’s Octet opus 7
Preludium is een uitgave van Concertvrienden










