Misschien nog wel spannender dan in de : de eerste klanken van een concert in de . Je zit met je neus bovenop de muziek, en soms zelfs zo dichtbij dat je de musici kan horen ademhalen.
Het is precies wat architect Dolf van Gendt met zijn ontwerp voor ogen had: een intieme concertzaal voor kamermuziek. Inspiratie voor de ovalen vorm kreeg hij van de muziekzaal in het honderd jaar eerder gebouwde Felix Meritis aan de Keizersgracht. Hij hoopte de mooie akoestiek van die zaal te kunnen repliceren. Dat is hem goed gelukt.
Op 12 mei 1888, een maand na de opening van Het Concertgebouw, vond het eerste concert plaats in de . Overigens werd er destijds niet alleen naar muziek geluisterd, maar er werd ook gedanst. Het podium en de (toen nog) 450 losse stoelen konden makkelijk worden weggehaald, en de musici verhuisden bij dansfeestjes naar het balkon. Zo ontstond een balzaal.
De route naar de was in die dagen wel iets anders dan tegenwoordig. Op tijd komen was nóg belangrijker, want het publiek van beide zalen liep grotendeels dezelfde route: de ingang van de Kleine Zaal bevond zich in de bovengang achter de . Het gedrang was een belangrijke reden voor de aanleg van een glazen ombouw met aparte opgang vanuit de entreehal, die in 1989 werd opgeleverd.
Welke geheimen kent deze intieme zaal?
Sebastiaan Landkroon, al vijfentwintig jaar rondleider en suppoost bij Het Concertgebouw, kent elke steen. Speciaal voor Preludium deelt hij een paar mooie verhalen.
De wandelgang
Aan de buitenkant van de omloop zijn zes zwarte, gietijzeren zuilen te zien. Deze zijn níet – zoals het verhaal gaat – afkomstig uit de muziektent in de voormalige tuin van het gebouw, maar droegen de veranda die vastzat aan de Spiegelzaal. In 1922 zijn in de vroegere tuin woonhuizen gebouwd, een deel hiervan is nu kantoorruimte van Het Concertgebouw.
De laureaten
Op de oorspronkelijke buitenmuur zijn de prijswinnaars vereeuwigd van de Dutch Classical Talent Award, ingesteld in 1949 en toen Vriendenkrans genoemd. De vroegere ramen zijn vervangen door dichte panelen en twee nieuwe zaalingangen.
De cijfers
De zaal is 20 meter lang en 15 meter breed en biedt plaats aan 439 bezoekers. Boven elk van de twaalf bogen bevindt zich een cartouche met een componistennaam. Slechts drie namen zijn niet ook te vinden in de : Hiller, Grieg en Saint-Saëns. Gordijnen dempen de nagalm van de muziek. Zonder bezoekers, stoelen en gordijnen is die wel zeven seconden (foto: T. Lievense).
Het voorportaal
De zaal heeft zijn eigen kleedkamers voor musici. Achter de gecapitonneerde deur is een trap naar beneden, die uitkomt op het halletje achter het podiumgordijn, waar musici op- en afkomen (foto Hans Roggen).
Kiekeboe
Het trappetje naar het podium is in ingeklapte vorm niet zichtbaar. De greep is een oude zaaldeurknop uit de jaren 1950.
De oude entree
Het grote schilderij door Johan van Hell in de voorhal hangt op een voorzetwand. Daarachter bevinden zich – nog steeds! – de deuren die vroeger vanaf de gang achter de toegang gaven tot de . Aan de Grote-Zaalkant hangt nu de bronzen buste van Gustav Mahler.
Een eeuw geleden
In 1919 prijkten er nog drie lege cartouches op het balkon. Rechts valt daglicht binnen door een van de inmiddels verdwenen ramen. De geopende deur linksboven geeft nog steeds toegang tot het balkon.
Het verborgen deurtje
Onder de cartouche van Brahms op het balkon zit een ‘verborgen deurtje’. Het geeft toegang tot een gang m het bovenste gedeelte van de . Hier zijn onder meer techniekinstallaties te vinden.
Met eigen ogen de geheimen van Het Concertgebouw ontdekken?
Ga naar Rondleidingen op de website van het Concertgebouw.
Preludium is een uitgave van Concertvrienden























