Helemaal aan het begin van mijn orkestloopbaan zat ik eens in de bar van een Zwitsers hotel met een bijna pensioengerechtigd orkestlid biertjes van zo’n anderhalve euro per slok weg te tikken. Ik vertelde hem, nog nagenietend, dat we de avond ervoor met een paar jongeren flink hadden gefeest en als afsluiting met zijn allen het meer in waren gedoken. Hij keek me meewarig aan. Noem je dat feesten? In zijn jonge jaren ging het er veel ruiger aan toe! Hij wist nog goed hoe ze met rokkostuum en al het zwembad in sprongen tijdens een party bij de Nederlandse ambassadeur in Brazilië.
Sindsdien kijk ik met heel andere ogen naar de oudere orkestleden. Zitten ze wat minder intensief te spelen, ergeren ze zich aan het al te luidruchtig gelach van de jongelui in de bus, gaan ze vroeg naar bed na een vermoeiende reis? Laat je niet foppen, diep van binnen zijn het natuurlijk net zulke frivole feestbeesten, ze hebben alleen geleerd om hun krachten te doseren.
Ook tijdens het musiceren is het heel nuttig om niet constant al je energie in de strijd te gooien. Probeer als violist maar eens alle ’s van een Brucknersymfonie op volle kracht en snelheid te spelen. Geheid dat je binnen een week een blessure oploopt, laat staan dat de uitvoering erbij gebaat is. Want niet alle fortissimo’s moeten per se voluit gespeeld worden, en niet alle emoties diep gevoeld. Zonder enige afstand en wat overzicht zou het een klankchaos worden, en zo is de meeste muziek toch echt niet bedoeld.
Nee hoor, nu ik zelf zo langzamerhand diezelfde leeftijd bereik kom ik erachter dat het heel verstandig is om niet overal hardcore in te duiken. Of het nu het zwembad van de ambassadeur is of de Zevende van Bruckner. Hoewel? Na anderhalf jaar afzien zijn we eind augustus voor het eerst weer op tournee geweest.
Daarover volgende keer meer...
Preludium is een uitgave van Concertvrienden




