achter de schermen

De bijzondere bazuinen van operahuis La Scala

Het orkest van operahuis La Scala neemt een paar bijzondere instrumenten mee voor de seizoensopening. Dat moesten we zien! Hoofdredacteur Lonneke Tausch reisde af naar Milaan.

Foto’s: Dominique Slegers en Lonneke Tausch | Klik op de foto’s voor een grotere versie.

Milaan ademt , geen enkel operahuis staat dichter bij Giuseppe Verdi dan La Scala. Een geval apart is Aida: La Scala presenteerde dan wel de Europese première op 8 februari 1872, maar de allereerste uitvoering was op 24 december 1871 in Caïro. Opdrachtgever was de Egyptische onderkoning Ismail Pasha, die daar het eerste operatheater van Afrika had laten bouwen. Verdi was razend populair, en binnen een paar jaar zou zijn Egyptische opera de wereld over gaan (1873 Buenos A­ires en New York; 1874 Berlijn en Wenen; 1875 Boedapest; 1876 Parijs en Londen; 1877 Melbourne).

Egypte was hot: de hiërogliefen werden ontcijferd, Egyptische motieven sierden juwelen, serviezen en mode, in 1869 was het Suez­kanaal in gebruik genomen. Een van de eerste professionele egyptologen, de Fransman Auguste Mariette, werd geraadpleegd voor het verhaal van Aida, over liefdesverwikkelingen (tussen de tot slaaf gemaakte Ethiopische prinses Aida, de Egyptische legerkapitein Radamès en faraodochter Amneris) en vaderlandsliefde. Karakteristiek is de Tri­omfmars uit de massascène ‘Gloria all’Egitto’, met in de banda [bühne-orkest, red.] een glansrol voor zes ‘Aida-ten’.

Die couleur locale is essentieel, zo leer ik backstage in La Scala van Dave Kutz. Hij is tubaïst van het Nederlands Philharmonisch Orkest en remplaceerde er een paar weken. Hij introduceert me bij Francesco Tamiati en Nicola Martelli – twee van de trompettisten die straks in de deze speciale instrumenten zullen bespelen. Martelli: ‘Verdi wilde het oude Egypte tot leven brengen, zo authentiek mogelijk. Inclusief historische trompetten, in zijn tromba egiziana genoemd. De bespelers waren onderdeel van de enscenering.’

­Bevlogen doen de twee de ontstaansgeschiedenis uit de doeken. Dat Verdi naar de firma Pelitti stapte, een familiebedrijf in koperinstrumenten. Dat hij trompetten bestelde die konden doorgaan voor faraonisch. Dat het een lange rechte buis moest zijn, uitlopend in een wijde beker – voor een warme, ronde klank. En dat het misliep toen Verdi de liet zien die hij ervoor gecomponeerd had. Martelli: ‘Die kon helemaal niet worden gespeeld op het instrument dat Verdi voor ogen had! Pelitti legde uit dat er één ventiel nodig was. Verdi ging dan maar , maar wilde dat de musici een doekje over hun hand legden zodat dat mechaniek niet zichtbaar was.’

De instrumenten die ze me laten zien zijn niet meer de originelen die op kerstavond 1871 schitterden in Caïro: zo lang blijft een metalen blaasinstrument niet in goede conditie. Martelli en Tamiati zijn trots op hun ­replica’s van de Milanese bouwer Kalison. De mannen moeten zo – met hun gewone trompetten – de Scala-orkestbak in voor Dvořáks Rusalka; maar niet zonder me eerst een Verdi-voorproefje te hebben gegeven!

Deel of bewaar voor laterDelen

Preludium is een uitgave van Concertvrienden