Achtergrond

Studiemuziekstudie

Uit het Preludium maandblad juni 2019

De wetenschap staat nooit stil – ook in het muziekwezen niet. In Preludium brengen we de nieuwste inzichten voor het voetlicht. Deze maand: studeer of werk je beter met klassieke muziek op de achtergrond?

Lijstjes met studeermuziek zijn alomtegenwoordig op YouTube en Spotify. Hypermoderne ‘Brainwaves’, meditatieve ‘Reading Music’, maar ook: ‘klassieke muziek voor studie en concentratie’. Ik klik op ‘Bach Study Music Playlist’, en prompt komt de Eerste cellosuite uit mijn speakers. Terwijl de Prelude lekker doorkabbelt, lees ik artikelen over studiemuziek.

Veel onderzoek naar achtergrondmuziek tijdens studie is gebaseerd op een theorie van psycholoog Daniel Kahne­man, auteur van het boek Thinking, Fast and Slow. Hij suggereert dat een mens beperkt is in de hoeveelheid aandacht die je op één moment op iets kunt vestigen. Daar komt bij dat iets moeilijks veel meer concentratie vereist dan iets makkelijks. Hoe interessant of spannend je iets vindt, heeft ook nog invloed. Dit heet de limited capacity theory.

Start / pauzeer slideshow

Onduidelijk is of die theorie opgaat voor achtergrondmuziek. Het idee is natuurlijk dat je daar niet actief naar luistert, en dat al je aandacht juist gaat naar het werk dat je aan het doen bent. Maar helaas: een onderzoek onder 133 Taiwanese kinderen toont aan dat je toch concentratie inlevert.

De kinderen werden aan het werk gezet op de cd’s Chill with Mozart of Hip Hop Best – The Collection, of zonder muziek. Wat blijkt? Hiphop zorgt voor de meeste afleiding, maar ook Mozart leidt tot mindere prestaties ten opzichte van het ‘muziekloos’ geleverde werk. Ook al luister je dus niet actief, toch ontsnapt er concentratie. Ze noemen dat het attention drainage effect: al het omgevingsgeluid snoept iets af van de totale hersencapaciteit – het wordt nooit méér.

Ondertussen neemt een Bach-fuga in moordend tempo zeker 70% van mijn hersencapaciteit in beslag.

Toch blijft de wetenschap bezig met het effect van klassieke muziek op studeren. Dat komt door het in 1993 gevonden ‘Mozart-effect’: tijdens een onderzoek werd toen beter gescoord op ruimtelijk inzicht bij het luisteren naar muziek van Mozart – zelfs vergeleken met het luisteren naar Albinoni, Bach of Beethoven. Helaas gaat dat effect voor andere testjes niet op, en werd bij herhaalstudies helemaal niets gevonden. De gemeten ‘studieboost’ kan óók nog komen door de vrolijkheid, snelheid, frequentie of amplitude van de in het onderzoek gebruikte sonate, KV 448.

Al met al draagt de meeste achter­grondmuziek dus niet bij aan concentratie. Nieuwe ideeën zijn dat muzikale voorkeur, persoonlijkheid (introvert of extravert) en geslacht ook beïnvloeden hoe goed je je kunt concentreren met verschillende soorten achtergrondgeluid. Leren op vocale muziek is vrijwel altijd gedoemd te mislukken, en alleen voor Mozart bestaat enige bewijsvoering.

Sorry Bach. Ik zet ’m toch maar uit.