Interview

Reinild Mees: ‘Goede muziek verdient simpelweg een podium’

online only

In het Alba Rosa Viva! Festival op 2 december in de Kleine Zaal staan vrouwelijke componisten centraal. Pianist en oprichter Reinild Mees: ‘Ik vind dat muziek van vrouwen nog altijd te weinig wordt uitgevoerd, maar ben er niet op uit mannen te beconcurreren.’

Na twee succesvolle edities in Utrecht komt het Alba Rosa Viva! Festival naar Het Concertgebouw. Hier werd de kiem gelegd, toen Reinild Mees op 8 maart 2012 – Internationale Vrouwendag – in de Kleine Zaal een vrouwenmuziekmarathon organiseerde. Samen met zangeressen als Tania Kross en Karin Strobos presenteerde zij een liederenprogramma met werk van de middeleeuwse Hildegard von Bingen tot Catharina van Rennes en van Clara Schumann tot Sofia Goebaidoelina. Op het programma stond ook werk van Alba Rosa Viëtor (1889-1979), een hier te lande destijds onbekende violist en componist.

Uit de hand gelopen idee

‘Die marathon was een ietwat uit de hand gelopen idee om vrouwelijke componisten in het zonnetje te zetten’, vertelt Mees enthousiast. ‘De liederen van Alba Rosa Viëtor had ik gekregen van haar nicht Mary van Veen-Viëtor, die het muzikale erfgoed van haar tante levend wilde houden. Ik was meteen geïnteresseerd, omdat er een aantal humoristische, Charles Ives-achtige liederen tussen zaten.’

‘Wat me bovendien intrigeerde was dat Alba Rosa Viëtor als geboren Italiaanse trouwde met een Nederlandse man en in Amerika furore maakte. Daar werd haar muziek geregeld uitgevoerd door vooraanstaande orkesten. Als enige vrouw was zij volwaardig lid van de National Association for American Composers and Conductors. Toch was ze geen feminist.’

Start / pauzeer slideshow

Dat geldt ook voor Mees zelf: ‘Ik vind dat muziek van vrouwen nog altijd te weinig wordt uitgevoerd, maar ben er niet op uit mannen te beconcurreren. Componeren is zo’n zielsgebeuren, dat overstijgt de idee van man of vrouw, ik zie de componist in de eerste plaats als mens. Goede muziek verdient simpelweg een podium. En hoe vaker het werk van vrouwen gehoord wordt, hoe vanzelfsprekender het wordt. Neem Henriëtte Bosmans, die is inmiddels echt wel bekend.’

Parfum vernoemd naar Chaminade

Van gettovorming is in de festivalprogrammering dan ook geen sprake. Mees plaatst de dames in de context van hun tijdgenoten. Zo staat Cécile Chaminade tijdens het openingsconcert prominent naast Gabriel Fauré. ‘Fauré is ‘de vader’ van de Franse muziek, maar hij schreef ook lichtere liederen. Chaminade was iemand die door haar docenten en collega’s op handen werd gedragen, niet alleen als pianist maar ook als dirigent en componist. We kennen haar liederen vooral van de opnames van Anne-Sofie von Otter maar in Amerika is ze nooit weggeweest. Daar zijn nog altijd Chaminade Clubs en er is zelfs een parfum naar haar vernoemd. Het is belangrijk dat grootheden je muziek uitvoeren. Anders blijf je – op zijn best – een Wikipedia-artikel.’

Als trait-d’union staat de Sonate in a klein voor cello en piano van Bosmans op de lessenaars. ‘In dit Frans getinte programma had ik graag liederen van Lili Boulanger willen uitvoeren, maar cellist Harriet Krijgh pleitte sterk voor Bosmans, een persoonlijke favoriet. Dat honoreer ik uiteraard.’

De hand van Clara Schumann

Op het tweede concert staat Clara Schumann naast Franz Schubert. ‘Schumann was een vrouw die multitaskte op het allerhoogste niveau. Ze was concertpianist, had acht kinderen, moest die lastige Robert in het gareel houden en had weinig tijd om te componeren. Toch schreef ze bijzonder expressieve liederen. Ze koos teksten die al door veel anderen gezet waren, maar gaf die een hoogstpersoonlijke draai. Nu gaat haar Pianotrio, een volwaardig romantisch stuk. Ik ben ervan overtuigd dat zij de hand heeft gehad in sommige van Roberts composities, vooral in de cyclus Frauenliebe und -leben. Dat zit hem in bepaalde wendingen in de piano en in de algehele vorm. Die cyclus is totaal anders dan Dichterliebe of de twee Liederkreise.’

Componeerwedstrijd

Vast onderdeel van het festival is een competitie voor componisten tot 35 jaar. ‘Vorige keer waren er meer dan 150 inzendingen, dit keer hebben we de voorwaarden aangescherpt. We vroegen om een lied voor zang en pianotrio van niet langer dan negen minuten, vrijelijk geïnspireerd op Dmitri Sjostakovitsj. Als een van de weinigen schreef hij hoogstaande stukken voor deze bezetting. We ontvingen iets meer dan twintig composities van zeer hoog niveau, er zijn vijf finalisten. Hun werk wordt uitgevoerd door het jonge Amatis Trio dat een sterk commitment heeft aan eigentijdse muziek. De jury zal het moeilijk krijgen!’

Een van de juryleden is Tansy Davies, dit seizoen huiscomponist van Het Concertgebouw. Tijdens het slotconcert klinkt haar Song of Pure Nothingness voor zang en piano. ‘Davies is bijzonder origineel’, zegt Mees. ‘Ze is behoorlijk radicaal, componeert niet om het publiek te behagen maar volgt puur haar eigen weg. Song of Pure Nothingness is gezet op een gedicht van de middeleeuwse troubadour Guillaume d’Aquitaine. Het lied is vanuit de stem gedacht, de voordracht staat centraal. Het is geen aria, maar eerder declamatorisch, zeer indringend.’

Mees is blij met het selecte gezelschap uitvoerders dat ze heeft weten te strikken. ‘Ze staan voor de volle honderd procent achter de muziek. Zo hoop ik dat er een vonkje over zal springen naar het publiek.’

Lees meer op de festivalwebsite