Interview

Interview: Bernard Haitink

Uit het Preludium maandblad februari 2017

In februari 2017 staat Bernard Haitink weer op de bok bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij dirigeert er Debussy en Bruckner, een keuze die past bij een homecoming-concert, aldus de dirigent.

De tijd dat Bernard Haitink honderd of meer concerten per jaar gaf ligt al lang achterhem. ‘Dat was waanzin’, zegt hij aan de keukentafelvan zijn rustieke vakantiehuis in Zuid-Frankrijk, ver weg van alles en iedereen. ‘Maar’, zo voegt echtgenote Patricia eraan toe, ‘het zijn er toch nog altijd ongeveer vijftig.’ Afgelopen september bezoek ik hem.

Het is zijn uitdrukkelijke wens dat ik hem tutoyeer. Begin 2016 was Bernard Haitink nog te gast bij de NTR ZaterdagMatinee waar hij het Radio Filharmonisch Orkest leidde in Bruckners Te Deum en Negende symfonie. Hij maakte in het voorjaar een tournee door de Verenigde Staten, met onder andere Richard Strauss en Mahler in Boston, New York en Chicago. De zomer was drukbezet met concerten in Duitsland, Mahlers Derde symfonie tijdens de BBC Proms in Londen, een tournee met het European Union Youth Orchestra en een optreden met zijn geliefde Lucerne Festival Orchestra. In het najaar volgde Mahlers Das Lied von der Erde met de Berliner Philharmoniker; daarna concerten in Parijs en Zürich. Geen sinecure voor een dirigent van 87 jaar.

‘Had Mengelberg gelijk?’, vraag ik. ‘Ja, natuurlijk!’

En toch, de muziek trekt als een magneet. Het openslaan van een partituur blijft boeien. ‘Als ik op een gegeven moment moet ophouden zal ik dát enorm missen, dat studeren in de partituur.’ Ondertussen werkt muziek als een soort levenselixer, maar wel met gevaren, erkent hij. Want hij ziet toch weer op tegen elk concert en heeft zo’n 48 uur nodig om na een optreden bij te komen.

‘Ging het maar wat egaler, een gelijk pad zonder te struikelen’, verzucht Haitink. ‘Dan had je toch een ander beroep moeten kiezen’, werp ik tegen. ‘Ja, da’s waar.’

Mengelberg

Hij laat een bijzondere facsimile-uitgave zien van Das Lied von der Erde. Het is de partituur van Willem Mengelberg die vol aantekeningen staat voor uitvoeringen in 1912 in Amsterdam. Het lijkt wel een kleurboek met aanwijzingen in rood, blauw en grijs.

‘Als je dit allemaal leest en ziet dan hoor ik Mengelbergs uitvoering bijna. Het is fascinerend hoeveel hij erbij schrijft en wát hij noteert. Vaak zijn het praktische aanwijzingen hoe te “zwaaien”... Ach, wat heb ik toch een moeite met die term “zwaaien”. Kijk, hier geeft hij duidelijk aan dat je die maat niet in enen maar in drieën moet dirigeren, anders krijg je het orkest niet goed onder elkaar.’

‘Had Mengelberg gelijk?’, vraag ik. ‘Ja, natuurlijk!’ Op de titelpagina schrijft Mengelberg dat Mahler zelf vond dat Das Lied von der Erde zijn moeilijkst uit te voeren werk is. Op de laatste bladzijden van de partituur, als Das Abschied uitdunt en verstilt, schrijft Mengelberg een aantal keren, om zichzelf te manen tot steeds verstilder musiceren: zacht, zachter, pianississimo.

Start / pauzeer slideshow

Zullen we later ook over partituren van Haitink beschikken waar een nieuwe generatie weer van kan leren? ‘Zoveel aantekeningen als Mengelberg maakte, dat doe ik niet. Bovendien begin ik steeds met een nieuwe, schone partituur. Van voor af aan.’ Om het weer voor het eerst te zien, te horen en te bestuderen. De wereldvermaarde dirigent Bernard Haitink komt, al studerend, nog steeds tot nieuwe inzichten.

Ik memoreer dat hij de Berliner Philharmoniker nu al langer dirigeert dan Herbert von Karajan dat heeft gedaan. Hij wuift die gedachte weg. De relatie Karajan-Berlijn was een totaal andere.

Maar toch, Haitink kent de Berlijners al sinds het voorjaar van 1964 en hij voelt er zich altijd thuis. Berlijn is een stabiele basis gebleken, terwijl elders weleens een storm opstak. Hij heeft vrienden in het orkest en waardeert de enorme inzet en het superieure spel. Zoals een van de orkestleden tegen Haitink zei: ‘Wij kijken elkaar recht in de ogen.’

Andere wereld

We praten over de lange relaties die hij met een aantal toporkesten heeft. Hij is bescheiden over zijn eigen presteren als ik hem vraag naar Amsterdam, München, de Londense orkesten of Chicago. Hij prijst de orkesten of een zaal, zoals de Symphony
Hall in Boston. ‘En als je dan in Amsterdam de Grote Zaal binnenkomt breekt het gejuich al los voordat je ook maar één noot muziek hebt gemaakt’, zeg ik.

‘Als ik op een gegeven moment moet ophouden zal ik dát enorm missen, dat studeren in de partituur’

Maar hij hoort dat applaus nauwelijks, de verlegen Haitink weet er zich eigenlijk geen raad mee. Bovendien is hij op dat moment al in een andere wereld... binnen zijn magische cirkel van concentratie. Haitink is geen man van grote woorden en al helemaal niet over zichzelf. Maar over één ding is hij zeker: hij kan met een orkest omgaan, weet hoe te repeteren, weet wat hij van een orkest kan vragen en wat niet, en ook hoe tijdens een concert een extra impuls te geven zodat er iets ontstaat dat een repetitie overstijgt.

Er is nog iets dat hij zeker weet: hij neemt zijn eigen klank mee. Hoe het werkt is nog steeds een mysterie, ook voor hemzelf, maar dat welk orkest waar dan ook zijn klankideaal vertolkt, is een feit. En een wonder bovendien.

Terugkeer

Hij ziet enorm uit naar zijn terugkeer bij het Koninklijk Concertgebouworkest. ‘Tsja, en dat programma, een heel gekke combinatie, ik weet het. De Prélude à l’après-midi d’un faune, de Trois nocturnes, die maar kort duren, en dan is het alweer pauze en daarna Bruckners Zevende symfonie.’ Debussy en Bruckner, twee levenslange liefdes. Dat programma zegt iets over hemzelf, geeft hij toe. Een keuze die past bij een homecoming-concert.

We zitten in de tuin en kijken uit over de landerijen van dit welhaast vergeten stukje Frankrijk, terwijl een dichtbij gelegen akker wordt omgeploegd. Een ander seizoen kondigt zich aan, de felle kleuren van de zomer zijn verdwenen. Hij houdt zielsveel van de prachtige tussentinten van de herfst. Zo maakt hij ook muziek. Bernard Haitink, grootmeester in pasteltinten.

Dit interview verscheen eerder in Het Concertgebouw Magazine (uitgave dec-jan-feb 16/17)