Debuut: Kristine Opolais

Uit het Preludium maandblad mei 2016

New York, 5 april 2014, vroeg in de ochtend: paniek bij de Metropolitan Opera. De uitverkochte matineevoorstelling – en ­live-­uitzending – van Puccini’s La bohème staat plotseling op de tocht. De sopraan die Mimi zou vertolken blijkt geveld door griep. Nog zo’n vijf uur te gaan – waar vind je zo snel een topsopraan? 

Maar wacht – had de jonge Kristine Opolais, die de avond ervoor zo veel indruk maakte in haar roldebuut als Cio-Cio San in Madama Butterfly, niet ook Mimi op haar repertoire?

De Letse sopraan wordt wakker gebeld. Het is gekkenwerk – na zo’n zware rol past zeker drie dagen rust, en het kost dan ook ­enige overredingskracht, maar Kristine Opolais stemt toe. Met minder dan drie uur slaap achter de rug voegt ze zich in een compleet andere rol in een totaal nieuwe cast. En zie: de productie is gered, en wordt een doorslaand succes. Een dubbel roldebuut binnen achttien uur is bovendien een primeur voor de Met.

Zo’n vier jaar eerder had de sopraan de internationale operawereld al stormenderhand veroverd met haar debuten in München (de titelrol van Dvoƙáks Rusalka) en Londen (Madama Butterfly). Daarmee was ze definitief het Letse operahuis ontgroeid waar ze zeven jaar deel van had uitgemaakt.

Start / pauzeer slideshow

Sinds de inmiddels legendarische inval-actie in New York is de internationale carrière van Kristine Opolais niet meer te stuiten. Naast concerten met befaamde orkesten – niet zelden geleid door haar echtgenoot, dirigent Andris Nelsons – excelleert ze bijvoorbeeld in de titelrol van Puccini’s Manon Lescaut (afgelopen februari nog in de Met), als Vitellia in Mozarts La clemenza di Tito en als Tatjana in Tsjaikovski’s Jevgeni Onjegin.

Met de beroemde briefscene uit laatstgenoemde opera en een weemoedig lied van Rachmaninoff debuteerde ze op 11, 12 en 13 mei 2016 bij het Koninklijk Concertgebouworkest.