Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
notenbeeld

Antonio Vivaldi: De vier jaargetijden

door Dirk Luijmes
13 aug. 2021 13 augustus 2021

Nu we van onze eigen seizoenen niet meer zo op aan kunnen, kunnen we ons gelukkig nog laven aan de contrastrijke jaargetijden van Vivaldi.

Antonio Vivaldi

door: Caldwall

Antonio Vivaldi

door: Caldwall

Antonio Vivaldi

door: Caldwall

Antonio Vivaldi

door: Caldwall

Je hebt het aardig ver geschopt als Italiaans componist/violist wanneer er zo’n tweeëneenhalve eeuw na je dood ergens in Europa een regering naar je vernoemd wordt. Die eer viel de barokke toonmeester Antonio Vivaldi (1678-1741) vorig jaar ten deel. Toen in België een regeringsakkoord werd gesloten tussen (vier) verschillend gekleurde partijen was de pers er snel uit: het monsterverbond van liberalen, socialisten, groenen en christendemocraten werd de ‘Vivaldi-­coalitie’ gedoopt. Bijna iedereen snapte de bijnaam meteen want wie ‘Vivaldi’ zegt, zegt ‘De vier jaargetijden’.

De populariteit van Vivaldi’s Le quattro stagioni is niet moeilijk te verklaren. In de eerste plaats schreef de Venetiaanse meester in deze werken veel aanstekelijke noten. Het is volop genieten van de heerlijke drive die zijn muziek zo vaak kenmerkt. Je kunt je vergapen aan een virtuoze vioolsolist en de muzikale vorm van de vier ­vioolconcerten is, zoals bijna altijd bij Vivaldi, erg herkenbaar. De concerti hebben ieder drie delen. In de snelle hoekdelen laat hij refreinen (ritornellen) – gespeeld door het gehele ensemble – afwisselen met vrije passages, waarin de solist kan uitpakken. De middendelen zijn doorgaans zangerige klankbeelden.

Bij De vier jaargetijden krijgen we een bijzondere bonus. Toen de concerten in 1725 in druk verschenen, liet Vivaldi ze vergezeld gaan van vier ‘sonetti demonstrativi’, vermoedelijk van eigen hand. Deze gedichten beschrijven allerlei aspecten van de vier seizoenen, die de componist zo letterlijk mogelijk vertaalt in zijn muziek. Hij helpt de luisteraar ook nog een handje door in de partituur te noteren wat hij uitbeeldt in zijn noten. Als je Vivaldi’s partituur openslaat lees je bladzij na bladzij wat je hoort. Van de talloze voorbeelden pikken we er hier – per seizoen – een handjevol uit.

La primavera

Met stralende klanken in E groot laat Vivaldi er geen misverstand over bestaan: de lente is aangebroken. In het eerste deel, zo lezen we in het sonnet én horen we overduidelijk in de muziek, kwetteren vogels (trillers), murmelt een beekje (een zachte passage) en steekt (in wilde bewegingen) een voorjaarsstorm op. Met beproefde muzikale middelen – een wiegend ritme en lange noten – brengt de componist ons in het laatste deel in pastorale sferen.

Een fraai voorbeeld van Vivaldi’s illustratieve gaven vinden we in het tweede deel. In het begeleidende sonnet schetst de auteur een idyllisch plaatje: een herder slaapt, met een hond aan zijn zijde, op een bloemrijke weide onder een zacht ritselend bladerdak. De componist vertaalt dit tafereeltje door drie verschillende muzikale lagen samen te voegen. De soloviool verklankt in een zangerige melodie de slapende geitenhoeder (‘il capraro che dorme’). Tegelijkertijd spelen de begeleidende violen het ruisen van het loof (‘mormorio di fronde e piante’). De altviool laat met een ritmisch motiefje de hond blaffen (‘il cane che grida’). Het blijkt geen bescheiden dier: de altist dient luid (sempre molto forte) en ‘gescheurd’ (strappato, raspend) te spelen.

Fig. 1: De lente: het loof ruist, de hond blaft en de geitenhoeder slaapt overal doorheen

L’estate

Met zwemkleding, zonnebrandolie en tickets naar tropische oorden in de aanslag genieten veel mensen volop van de zomer. Zo niet Vivaldi. In het sonnet beschrijft hij hoe de verzengende hitte het leven lamlegt. Het eerste deel begint dan ook puffend (met muzikale zuchten). De vogels laten zich niet uit het veld slaan en er steekt een flinke storm op. Ook in het derde deel is het noodweer. Vivaldi vertaalt dat muzikaal in gerepeteerde noten, heen en weer schietende toonladders en virtuoze akkoordbrekingen.

In het contrastrijke en illustratieve tweede deel probeert een herder (soloviool) tevergeefs te slapen. In het begin horen we irritante vliegen (‘mosche e mosconi’) rondzwermen in de begeleidende strijkers. De angst van de herder voor een storm lijkt bewaarheid te worden: Vivaldi laat het kort en snel (Presto) donderen (‘tuoni’), voor hij weer terugkeert naar de zwermende vliegen. De korte passages wisselen elkaar voortdurend af.

Fig. 2: De zomer: irritante vliegen en onweer houden de herder uit zijn slaap

L’autunno

In de herfst horen we de dorpelingen feestvieren met dans en gezang én horen we hoe de dronkenschap al snel de overhand krijgt. In deel twee (Adagio molto) geniet iedereen van een zoete slaap. De strijkers spelen met demper (con sordino), de klavecinist legt daar gebroken akkoorden (arpeggio’s) onder. In het slotdeel verschijnen jagers ten tonele. Ze vinden een spoor: in de soloviool horen we hoe het beest op de vlucht slaat in een versnelde beweging. De honden blaffen, de jagers schieten met musketten en geweren (‘schioppi e canni’, korte noten en snelle noten in het ensemble), het opgejaagde en geschrokken wild (‘ferita minaccia’, snelle noten in de soloviool) dreigt te ontsnappen.

Fig. 3: De herfst: honden blaffen en jagers schieten, maar het prooidier slaat op de vlucht

L’inverno

In het openingsdeel van de winter laat Vivaldi de winterse kou voortdurend doordringen in zijn noten. We horen in de herhaalde noten zowel het bibberen en beven en naderhand ook het stampvoeten en klappertanden van de verkleumde aanwezigen. In de snelle passages van de soloviool waait een striemende wind. In het Largo regent het buiten (pizzicato’s in het ensemble), maar binnen is het goed toeven.

Je kunt je amper voorstellen dat Vivaldi ooit geschaatst heeft, laat staan op de Venetiaanse ­kanalen – of zou de Kleine IJstijd zelfs daar voor winterse ijspret hebben gezorgd? De componist weet in het slotdeel de winterse ervaring in ieder geval uitstekend weer te geven in zijn noten. Met een lange lage noot in de cello’s wordt het ijs­oppervlak verbeeld waarop de solist de eerste stappen zet. De rest van het ensemble is al even behoedzaam en angstig (‘caminar piano e con timore’). Hoewel de schaatsers onderuitgaan (‘cader a terra’) – uiteraard in een dalende toonladder – gaat de solist haastig verder (‘correr forte’), bang dat het ijs (‘ghiaccio’, nu in de violen) onder hem zal breken.

Fig. 4: De winter: voor je het weet ga je onderuit op het ijs

Eind goed, al goed. Hoewel de componist vervolgens de wind vrij spel geeft – in snelle nootjes – noteert hij in de slotmaten ‘Quest’ é ‘l verno, mà tal, che gioja apporte’: ‘Dit is de winter, hij brengt ons zijn eigen vreugde.’

Vivaldi liet Le quattro stagioni uitgeven samen met een aantal andere concerten in een bundel die hij Il cimento dell’armonia e dell’invenzione doopte: ‘Waagstukken met harmonie en verbeeldingskracht’. Ook al kent menig muziek­liefhebber – inclusief journalisten en politici – de concerti op hun duimpje, bijna driehonderd jaar na dato hebben ze nog weinig van hun zeggingskracht en frisheid verloren.

In acht afleveringen wandelen we mee met schrijver Bert Natter in een podcastserie over natuur en muziek. Beluister 'Natuurtonen'

Lees ook het interview met componist Reza Namavar: ‘Ik heb een halfjaar geen muziek kunnen luisteren.’

Je hebt het aardig ver geschopt als Italiaans componist/violist wanneer er zo’n tweeëneenhalve eeuw na je dood ergens in Europa een regering naar je vernoemd wordt. Die eer viel de barokke toonmeester Antonio Vivaldi (1678-1741) vorig jaar ten deel. Toen in België een regeringsakkoord werd gesloten tussen (vier) verschillend gekleurde partijen was de pers er snel uit: het monsterverbond van liberalen, socialisten, groenen en christendemocraten werd de ‘Vivaldi-­coalitie’ gedoopt. Bijna iedereen snapte de bijnaam meteen want wie ‘Vivaldi’ zegt, zegt ‘De vier jaargetijden’.

De populariteit van Vivaldi’s Le quattro stagioni is niet moeilijk te verklaren. In de eerste plaats schreef de Venetiaanse meester in deze werken veel aanstekelijke noten. Het is volop genieten van de heerlijke drive die zijn muziek zo vaak kenmerkt. Je kunt je vergapen aan een virtuoze vioolsolist en de muzikale vorm van de vier ­vioolconcerten is, zoals bijna altijd bij Vivaldi, erg herkenbaar. De concerti hebben ieder drie delen. In de snelle hoekdelen laat hij refreinen (ritornellen) – gespeeld door het gehele ensemble – afwisselen met vrije passages, waarin de solist kan uitpakken. De middendelen zijn doorgaans zangerige klankbeelden.

Bij De vier jaargetijden krijgen we een bijzondere bonus. Toen de concerten in 1725 in druk verschenen, liet Vivaldi ze vergezeld gaan van vier ‘sonetti demonstrativi’, vermoedelijk van eigen hand. Deze gedichten beschrijven allerlei aspecten van de vier seizoenen, die de componist zo letterlijk mogelijk vertaalt in zijn muziek. Hij helpt de luisteraar ook nog een handje door in de partituur te noteren wat hij uitbeeldt in zijn noten. Als je Vivaldi’s partituur openslaat lees je bladzij na bladzij wat je hoort. Van de talloze voorbeelden pikken we er hier – per seizoen – een handjevol uit.

La primavera

Met stralende klanken in E groot laat Vivaldi er geen misverstand over bestaan: de lente is aangebroken. In het eerste deel, zo lezen we in het sonnet én horen we overduidelijk in de muziek, kwetteren vogels (trillers), murmelt een beekje (een zachte passage) en steekt (in wilde bewegingen) een voorjaarsstorm op. Met beproefde muzikale middelen – een wiegend ritme en lange noten – brengt de componist ons in het laatste deel in pastorale sferen.

Een fraai voorbeeld van Vivaldi’s illustratieve gaven vinden we in het tweede deel. In het begeleidende sonnet schetst de auteur een idyllisch plaatje: een herder slaapt, met een hond aan zijn zijde, op een bloemrijke weide onder een zacht ritselend bladerdak. De componist vertaalt dit tafereeltje door drie verschillende muzikale lagen samen te voegen. De soloviool verklankt in een zangerige melodie de slapende geitenhoeder (‘il capraro che dorme’). Tegelijkertijd spelen de begeleidende violen het ruisen van het loof (‘mormorio di fronde e piante’). De altviool laat met een ritmisch motiefje de hond blaffen (‘il cane che grida’). Het blijkt geen bescheiden dier: de altist dient luid (sempre molto forte) en ‘gescheurd’ (strappato, raspend) te spelen.

Fig. 1: De lente: het loof ruist, de hond blaft en de geitenhoeder slaapt overal doorheen

L’estate

Met zwemkleding, zonnebrandolie en tickets naar tropische oorden in de aanslag genieten veel mensen volop van de zomer. Zo niet Vivaldi. In het sonnet beschrijft hij hoe de verzengende hitte het leven lamlegt. Het eerste deel begint dan ook puffend (met muzikale zuchten). De vogels laten zich niet uit het veld slaan en er steekt een flinke storm op. Ook in het derde deel is het noodweer. Vivaldi vertaalt dat muzikaal in gerepeteerde noten, heen en weer schietende toonladders en virtuoze akkoordbrekingen.

In het contrastrijke en illustratieve tweede deel probeert een herder (soloviool) tevergeefs te slapen. In het begin horen we irritante vliegen (‘mosche e mosconi’) rondzwermen in de begeleidende strijkers. De angst van de herder voor een storm lijkt bewaarheid te worden: Vivaldi laat het kort en snel (Presto) donderen (‘tuoni’), voor hij weer terugkeert naar de zwermende vliegen. De korte passages wisselen elkaar voortdurend af.

Fig. 2: De zomer: irritante vliegen en onweer houden de herder uit zijn slaap

L’autunno

In de herfst horen we de dorpelingen feestvieren met dans en gezang én horen we hoe de dronkenschap al snel de overhand krijgt. In deel twee (Adagio molto) geniet iedereen van een zoete slaap. De strijkers spelen met demper (con sordino), de klavecinist legt daar gebroken akkoorden (arpeggio’s) onder. In het slotdeel verschijnen jagers ten tonele. Ze vinden een spoor: in de soloviool horen we hoe het beest op de vlucht slaat in een versnelde beweging. De honden blaffen, de jagers schieten met musketten en geweren (‘schioppi e canni’, korte noten en snelle noten in het ensemble), het opgejaagde en geschrokken wild (‘ferita minaccia’, snelle noten in de soloviool) dreigt te ontsnappen.

Fig. 3: De herfst: honden blaffen en jagers schieten, maar het prooidier slaat op de vlucht

L’inverno

In het openingsdeel van de winter laat Vivaldi de winterse kou voortdurend doordringen in zijn noten. We horen in de herhaalde noten zowel het bibberen en beven en naderhand ook het stampvoeten en klappertanden van de verkleumde aanwezigen. In de snelle passages van de soloviool waait een striemende wind. In het Largo regent het buiten (pizzicato’s in het ensemble), maar binnen is het goed toeven.

Je kunt je amper voorstellen dat Vivaldi ooit geschaatst heeft, laat staan op de Venetiaanse ­kanalen – of zou de Kleine IJstijd zelfs daar voor winterse ijspret hebben gezorgd? De componist weet in het slotdeel de winterse ervaring in ieder geval uitstekend weer te geven in zijn noten. Met een lange lage noot in de cello’s wordt het ijs­oppervlak verbeeld waarop de solist de eerste stappen zet. De rest van het ensemble is al even behoedzaam en angstig (‘caminar piano e con timore’). Hoewel de schaatsers onderuitgaan (‘cader a terra’) – uiteraard in een dalende toonladder – gaat de solist haastig verder (‘correr forte’), bang dat het ijs (‘ghiaccio’, nu in de violen) onder hem zal breken.

Fig. 4: De winter: voor je het weet ga je onderuit op het ijs

Eind goed, al goed. Hoewel de componist vervolgens de wind vrij spel geeft – in snelle nootjes – noteert hij in de slotmaten ‘Quest’ é ‘l verno, mà tal, che gioja apporte’: ‘Dit is de winter, hij brengt ons zijn eigen vreugde.’

Vivaldi liet Le quattro stagioni uitgeven samen met een aantal andere concerten in een bundel die hij Il cimento dell’armonia e dell’invenzione doopte: ‘Waagstukken met harmonie en verbeeldingskracht’. Ook al kent menig muziek­liefhebber – inclusief journalisten en politici – de concerti op hun duimpje, bijna driehonderd jaar na dato hebben ze nog weinig van hun zeggingskracht en frisheid verloren.

In acht afleveringen wandelen we mee met schrijver Bert Natter in een podcastserie over natuur en muziek. Beluister 'Natuurtonen'

Lees ook het interview met componist Reza Namavar: ‘Ik heb een halfjaar geen muziek kunnen luisteren.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.