Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Ann Hallenberg: 'Mahler hoeft niet groot en luid'

door Carine Alders
01 mrt. 2017 01 maart 2017

Twee keer eerder zong mezzosopraan Ann Hallenberg met het ­Koninklijk Concertgebouworkest, beide keren in een solistenensemble. Nu maakt ze haar solodebuut in Mahlers Rückert-Lieder onder leiding van Sir ­John Eliot Gardiner. Ze staat vooral bekend als barokzangeres, maar ­Hallenberg heeft meer in huis.

Het is een grijze novemberdag als we elkaar spreken. Ann Hallenberg geniet van tien dagen ontspannen in haar oude ­pastorie op het Zweedse platteland. Een week ­eerder zong ze in Stockholm een recital met Brahms’ liederen voor alt, altviool en piano en liederen van Clara Schumann. Geen Barok dus, en van die afwisseling geniet ze enorm. ‘Het is goed om jezelf te laten inspireren door verschillende periodes. Door veel verschillende dingen te doen houd je jezelf nieuwsgierig en scherp.’ Van Händel naar Mahler lijkt een grote stap, maar Hallenberg benadert de muziek op eenzelfde manier. ‘Ik probeer me altijd voor te stellen hoe het publiek in de tijd van een componist naar de muziek luisterde. Zij hadden heel andere muziek in hun oren dan de muziek waar wij mee opgegroeid zijn.’

‘Het is goed om jezelf te laten inspireren door verschillende periodes’

Wat ze voor Mahler meebrengt vanuit haar barokervaring is de werkhouding om uit te gaan van het notenschrift. Misschien dat ze daarom wel zo regelmatig samenwerkt met ‘barokdirigenten’ als Philippe Herrewe­ghe en John Eliot Gardiner. ‘Ik weet niet precies hoe dat zo gekomen is, maar het is wel erg fijn om die achtergrond met een dirigent te delen. Ze zijn net als ik gewend om op onderzoek uit te gaan, om in de noten te duiken en niet zozeer op de uitvoeringstraditie te ­leunen. We kijken naar wat geschreven is om uit te vinden hoe het zou moeten klinken. Ik heb enorm respect voor Gardiner. De man is gewoon briljant en verdient echt het “Sir” voor zijn naam. Hij vraagt heel veel van zijn zangers, maar ook van zichzelf.’

Licht en lyrisch

Met Mahler heeft ze een ingewikkelde relatie. ‘Ik houd van de muziek, het past mijn stem uitstekend. Maar als ik aan Mahler denk, denk ik aan groot en luid, dat is ook zoals je Mahler vaak hoort. Ik moet steeds tegen mezelf zeggen dat het ook mooi lyrisch en zacht kan. Ik wil het zingen zoals ik zelf ben en geen grote stemmen imiteren. Ik heb er alle vertrouwen in dat ik daarmee bij Gardiner in veilige handen ben. Ik weet dat hij het orkest op z’n tenen kan laten spelen. Dat wordt heel fijn samenwerken.’

De Rückert-­Lieder staan voor het eerst op haar programma. ‘Een maand geleden heb ik een recital georganiseerd om deze liederen met een pianist te zingen. Ik wil dat ik me straks volkomen op m’n gemak voel, zodat ik open sta voor alle aanwijzingen van Gardiner. In Amsterdam heb ik natuurlijk het “yummie”-­geluid van het Concertgebouworkest, maar ik zoek dezelfde sfeer als bij een recital met piano; licht zingen, niet bulderen.’

Terug in de tijd

Liederen zingen is voor Ann Hallenberg eigenlijk een stap terug in de tijd. ‘Als jonge zanger zing je veel liederen, in kerkjes en kleine zalen. Als je carrière op de rit staat, vraagt eigenlijk niemand er meer om. Twintig jaar lang heb ik geen verzoek in die richting gehad. Mijn gevoel zegt dat nu het moment is om naar het lied terug te keren. Ik heb nu voldoende zelfvertrouwen. Je staat toch behoorlijk naakt op het podium. Het voelt als een nieuwe stap en ik geniet ervan.’

 

 

Ann Hallenberg

Foto: Örjan Jakobsson

Ann Hallenberg

Foto: Örjan Jakobsson

Ann Hallenberg

Foto: Örjan Jakobsson

Ann Hallenberg

Foto: Örjan Jakobsson

Als klein meisje wist Ann Hallenberg al dat ze zangeres wilde worden. Haar vader was een uitstekend amateurzanger, zijn warme bas-bariton omringde haar dagelijks. Maar wat haar werkelijk in de ban van het zingen bracht was een tv-registratie van de Weense operette Der Bettelstudent van Carl Mil­löcker. ‘Een tijdje geleden vond een vriendin een opname van de tv-uitzending die mij als klein meisje zo fascineerde. Geweldig om na zoveel jaren terug te zien wat mij in vuur en vlam zette voor het zingen.’

Als ­zevenjarige kocht ze haar eerste langspeelplaat, een opname van Mozarts Die Zauberflöte. De aanleiding was Ingmar Bergmans film The Magic Flute uit 1975 (gezongen in het Zweeds!). ‘Ik was meteen verkocht. Als je de film nu terugkijkt is het allemaal erg jaren zeventig, maar de productie staat nog altijd als een huis.’

Muziekarcheologie

Een tweede passie die de zangeres al sinds haar prille jeugd koestert, is ­geschiedenis. Tijd om zich breed in te lezen in de tijd van de muziek die ze op de lessenaar heeft staan is er helaas echter niet. ‘Dat zou ik dolgraag willen, maar gelukkig heb ik mijn privé muziekencyclopedie in huis.’ Haar echt­genoot Holger Schmitt-Hallenberg is musicoloog. Met hem is ze steeds op zoek naar onbekende parels in het repertoire. Zo bracht ze vorig jaar een uitstekend ontvangen cd uit met twaalf onbekende Agrippina-aria’s. ‘Ik vind het heerlijk om me met muziek­archeologie bezig te houden. In mei komt mijn cd Carnevale uit.'

'Ik kreeg het idee toen ik bij een pompstation allemaal cd’s met “greatest hits” en “zomerhits” zag liggen. Ik dacht: hoe zou dat gegaan zijn in de achttiende eeuw? Carnevale is een weergave van de totale gekte van acht weken carnaval in Venetië in 1729. De stad was vol met fantastische zangers als Farinelli en Faustina Bordoni en componisten als Porpora, Leo en Vinci. Ook Händel was van de partij. Kun je je voorstellen hoe dat geweest moet zijn? Al die impresario’s, de intriges… Het verhaal gaat dat Händel Farinelli wilde bezoeken, maar dat Farinelli niet open deed. Al die brieven en briefjes vol venijn…'

'Het is enorm opwindend om muziek te horen die 300 jaar gezwegen heeft'

'De cd is een weerslag van de muziek die toen in die acht weken geklonken moet hebben. Muziek die volkomen vergeten is. Het is enorm opwindend om de manuscripten te bestuderen, speelklare partijen te maken (dat doet mijn man) en dan in ons huis voor het eerst muziek te horen die 300 jaar gezwegen heeft. Samen zijn we een heel goed team, niet te stoppen. We hebben nog veel meer ideeën!'

'Het is eigenlijk triest dat er zoveel uitstekende muziek geschreven is en dat we maar een heel klein beetje kunnen laten horen. Er zijn ook maar weinig kansen om met het publiek op avontuur te gaan. Ik denk dat het publiek vaak onderschat wordt. We moeten met z’n allen gewoon wat dapperder zijn. Ik ben al bezig met het volgende project, maar daar vertel ik nog niks over.’

Op mijn vraag of ze geen behoefte heeft om in de Zweedse muziekgeschiedenis te duiken moet Hallenberg lachen. ‘Ah, daar heb je me, dat ligt nu dus hier op tafel. Scandinavische muziek is veel te veel vergeten. Het is natuurlijk een taal die maar weinig mensen spreken, het is moeilijk om Zweedse liederen in het buitenland te zingen. Maar het is mijn taak om met mijn stem het verhaal te vertellen.’

‘Ik kijk enorm uit naar de concerten in Amsterdam. Ik ben geen stadsmens, maar daar ik voel me erg thuis. En het Concert­gebouworkest…. pure bliss. Maar ik ben ook wel nerveus, optreden in Het Concertgebouw met dit orkest is een big thing.’ Ik herinner haar aan het Prinsengrachtconcert 2016, waar ze ongetwijfeld vele harten voor zich gewonnen heeft met haar charmante en onberispelijke Aan de Amsterdamse grachten. ‘O, ik kan het nog steeds zingen, dat gaat nooit meer weg!’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.