Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
met dank aan

Mahlerpaviljoen op het Museumplein

door Joost Galema
29 oktober 2019

Net als een kwarteeuw geleden zal het derde Mahler Festival, van 8 tot en met 17 mei 2020, zich uitstrekken tot buiten de muren van Het Concertgebouw. Het Museumplein krijgt een paviljoen waar een breed publiek het universum van de componist kan ontdekken. Onder meer dankzij een financiële gift van Tineke Bouwes en Els de Graaff. 

Het Mahler Feest 1995 staat Tineke Bouwes nog helder voor de geest: ‘Vooral de saamhorigheid in de tent op het Museumplein. Op die plek deelden wildvreemden hun Mahler-ervaringen met elkaar. Ik denk dat de opgetogen stemming zich wel liet vergelijken met de sfeer van verbondenheid op popfestivals zoals Lowlands of Pinkpop.’ Die meimaand vierentwintig jaar terug betekende voor Els de Graaff – toen bijna vijftig – de eerste kennismaking met Het Concertgebouw en markeerde het begin van haar liefde voor ­Mahlers muziek.

 

  • Het Mahlerpaviljoen

    impressie: Lev - Maurice Hof

    Het Mahlerpaviljoen

    impressie: Lev - Maurice Hof

  • Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

    Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

  • Het Mahlerpaviljoen

    impressie: Lev - Maurice Hof

    Het Mahlerpaviljoen

    impressie: Lev - Maurice Hof

  • Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

    Gustav Mahler

    In een boek van Adolph Kohut (1900)

‘Vrienden namen me mee naar de Tweede symfonie. Dat werd een mystieke ervaring. Ik had me nooit zo in Gustav Mahler verdiept. Uit mijn kinderjaren weet ik alleen nog dat mijn moeder een uitgesproken afkeer van zijn werk koesterde. Maar mij betoverde hij. De magische a-cappella-inzet van het koor: ‘Aufersteh’n, ja aufersteh’n wirst du, mein Staub, nach kurzer Ruh.’ De zacht wiegende toon raakte een snaar in me. Evenals Mahler geloof ik in het opstaan, niet uit de dood maar in het hier en nu: opstaan tegen alles wat je tegenhoudt. Hij verklankt een mysterie dat verloren dreigt te gaan in een samenleving met het schrale motto ‘zien is geloven’,’ vindt De Graaff.

Zingen

Bouwes hoefde Mahler niet op eigen kracht te ontdekken. ‘Mijn vader hield van zijn symfonieën. Ons gezin woonde in het oude treinstation van Kwadijk, vlak boven Purmerend. Dat stond wat afgezonderd, dus we konden ongestoord muziek maken en luisteren. Ik kende eerder noten dan het alfabet. Muziek vormde een organisch onderdeel van het leven. En vooral van de zondag, wanneer we het operaprogramma Belcanto luisterden op de Belgische radio.

Mijn vader had graag zanger willen worden, maar hij was voorbestemd om het veevoederbedrijf van zijn vader over te nemen. Thuis zong hij veel en ik begeleidde hem dan aan de piano.’ Later zong Bouwes ook zelf, onder meer in het mede door dirigent Bernard Haitink opgerichte koor van het Concertgebouworkest, dat in 1980 voor het eerst aantrad en zeven jaar later alweer werd opgeheven.

Bouwes zong mee in Mahlers Das klagende Lied en de Tweede en Derde symfonie. ‘Het was altijd een belevenis om met Haitink te repeteren. Bevreemdend soms ook. Dan was hij in de weer met een blazer, zoekend naar een toon of sfeer die kennelijk in zijn hoofd zat. ‘Wat wil hij nou?’ vroeg ik me vaak af. ‘Het klinkt al zo mooi.’ Toch lukte het Haitink doorgaans om de orkestmusici nog meer zeggingskracht te ontlokken.’

Het hele leven

Haitink noemde het vertolken van Mahler geen verlangen maar een noodzaak. Hij vond de symfonieën vaak eerder beangstigend dan mooi, maar hij kon niet aan de muziek ontkomen. Dat gevoel herkent De Graaff. ‘Mahler zuigt je zijn symfonieën in.

Ze omvatten het hele leven: geboorte en dood, schoonheid en lijden, en de gebieden waarin die tegenstellingen zich met elkaar vermengen. Zijn werk is aangrijpend en uitdagend. Dat paviljoen op het Museumplein krijgt straks niet voor niets de titel Mahler’s Universe. Als componist verdiepte hij zich in meer dan alleen de dagelijkse werkelijkheid. Toen ik in de jaren negentig zijn muziek ontdekte, ging ik regelmatig naar Hawaii om te studeren bij de Kahuna’s, een soort spirituele leermeesters.

Zij begroeten elke ochtend de vier elementen – aarde, water, lucht en vuur –, de krachten die wezenlijk zijn voor het leven op deze planeet, die zich door de mens niet laten sturen en zich maar deels laten verklaren. Mahler en ook Richard Wagner onderzochten dat ontembare, het bovenwereldlijke. Neem ‘In fernem Land’ uit Wagners Lohengrin, dat is pure esoterie. Mahler reist eveneens door die tussenwereld.’

‘Wat op mij indruk maakt,’ vult Bouwes aan, ‘is hoe Mahler dat verhevene vervolgens mengt met volkse deuntjes, die critici in zijn tijd platvloers vonden. Maar het geeft goed aan hoe je in sommige muziek alle kanten van het bestaan kunt terugvinden.’

Dat is ook een belangrijke reden voor Bouwes en De Graaff om zich financieel en als vrijwilliger hard te maken voor een grotere rol van klassieke muziek in het leven van kinderen. ‘Ik heb gezien hoeveel muziek kan veranderen voor hen, verbeteren,’ zegt Bouwes. ‘Het is ook mooi dat muziek terugkeert op de basisscholen,’ vindt De Graaff. ‘Afgezien van de goede sociale invloed, brengt muziek iets van betovering in het leven van kinderen.’ 

Wie door middel van een schenking, nu of later, mede verantwoordelijkheid wil dragen voor de toekomst van Het Concertgebouw, kan zich aansluiten bij Het Concertgebouw Fonds en krijgt daarmee verschillende privileges. Zie www.concertgebouwfonds.nl voor meer informatie of neem contact op met Jolien Schuerveld Schrijver, directeur van het fonds, via 020 573 04 12 of j.schuerveld@concertgebouw.nl.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.