Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Lang Lang: 'Ik ben niet meer zo gehaast'

door Frederike Berntsen
29 oktober 2019

Lang Lang en het Concertgebouworkest nemen een voorschot op het Beethovenjaar 2020 met het Tweede pianoconcert. De superster onder de pianisten vertelt. ‘Beethoven heeft passie en warmte uitgeschreven in zijn partituren.’

Mijn Beethovenkennis wil ik grondig verdiepen’, is het eerste wat Lang Lang kwijt wil als hij vooruitblikt op zijn optredens met het Koninklijk Concertgebouworkest. Ze zullen niet alleen in Amsterdam ­samenwerken, maar ook op tournee gaan naar Japan. In de koffer zit Ludwig van Beethovens Tweede pianoconcert. 

Bekijk het concertprogramma van 6 en 8 november 2019: Lang Lang speelt Beethoven met het Concertgebouworkest

In 2007 voerde hij met het orkest ­Beethovens Vierde uit. ‘En of ik dat nog weet’, zegt de Chinese publiekslieveling opgewekt. ‘Het Concertgebouworkest kan alles. Trouwens, het eerste concert dat ik ooit studeerde was dit Vierde pianoconcert, ik was toen veertien jaar.

Lang Lang

Foto: Harald Hoffmann

Lang Lang

Foto: Harald Hoffmann

Lang Lang

Foto: Harald Hoffmann

Lang Lang

Foto: Harald Hoffmann

Docenten hebben altijd graag dat een jonge pianist zich eerst voornamelijk met het romantische repertoire bezighoudt. Vraag me niet waarom, zo werkt het nu eenmaal, en zo was het ook bij mij. Zodoende is Beethoven relatief laat in mijn leven gekomen. Al zijn pianoconcerten zijn me lief, vooral het Eerste en het Vierde heb ik vaak gespeeld.’ 

Precisie en emotie

‘Wat ik wel begrijp is dat je voor een Weens classicus als Beethoven enigszins volwassen moet zijn. Zo’n componist doe je alleen recht als je een visie hebt ontwikkeld, of daar in ieder geval een stevig begin mee hebt gemaakt door middel van ander repertoire. 

Beethoven is moeilijk. Alleen maar een melodie mooi spelen werkt niet, daarmee komt de muziek niet over. De structuur van zijn composities, willekeurig welk concert of welke symfonie, zit zo ingenieus in elkaar – je moet laten horen dat je die begrijpt. Het is zelfs zo dat je die pas kunt laten horen als je boven het begrip ervan kunt staan en aan de klank kunt werken.

Beethoven is een componist die passie en warmte heeft uitgeschreven in zijn partituren; je moet verlangen uiten als je deze muziek speelt. Een academische benadering van Beethovens muziek is uit den boze. Tegelijkertijd is het zaak dat je enorm nauwkeurig bent, hij is heel precies geweest in zijn notatie. Die balans tussen precisie en emotie is zeer delicaat.

Wanneer je Beethoven speelt, moet je je ook bescheiden opstellen – ik voel mezelf telkens opnieuw vereerd als ik zijn noten mag uitvoeren, en ik ben er ook steeds weer van onder de indruk.’

Selfie na selfie

Lang Lang is de rockster onder de pianisten, op hippe sneakers en in een gaaf jackie. Een halfuurtje met de musicus in het openbaar en zijn status wordt luid en duidelijk onderstreept. Het gros van de passanten herkent hem en met een brede glimlach, handen in de zakken, laat hij selfie na selfie toe. Even gemakkelijk duikt hij daarna weer in de muzikale materie.

‘Een goede Steinway werkt voor ieder stuk, ik hoef niet per se op een instrument uit Beethovens tijd te spelen, of een kopie ervan, Maar ik hou erg van de klank van het Hammerklavier, en ik zou daar best op willen studeren om een idee te krijgen van het geluid dat Beethoven gehoord moet hebben. Die klank zou ik dan transformeren naar de Steinway. 

‘Het geluid dat het Concertgebouworkest produceert is mooier dan in je dromen’

Daniel Barenboim was mijn Beethoven­leraar, als geen ander weet hij deze componist te doorgronden. Hij liet me zien en horen hoe ik klank moet produceren vanuit mijn vingers, met een bepaald soort kracht en toucher. Hij vertelde me ook dat ik de pianoconcerten symfonisch moet benaderen. Zo’n concert is als een symfonie in kleur en in structuur. Zo moet je bij Mozart in operataal denken, met alle karakters van dien, en bij Chopin is het van belang dat je louter pianistisch te werk gaat.’

Gas terug

Lang Lang en Chopin: meteen gaan de gedachten naar de virtuositeit die hij onvermoeibaar tentoonspreidt. ‘Ja, maar ik ben niet meer zo gehaast. Ik kom erachter dat haast een uitvoering niet per se ten goede komt. Ik wilde altijd zo snel en zo veel spelen als ik kon, maar ik neem wat gas terug. Niet dat ik lui word, maar ik neem tijd om een visie verder te ontwikkelen, dieper te graven en ontspanning in mijn spel te brengen.

Virtuositeit is uitermate belangrijk, maar de verhouding tot non-virtuositeit is nog belangrijker. Ik neem in alle opzichten meer tijd om adem te halen. Langzame delen speel ik zachter en rustiger dan voorheen, zo geniet ik er ook meer van. Het gebeurt allemaal vanzelf en heeft puur met leeftijd te maken – een gezonde ontwikkeling dus.

De Beethovenklank die ik in mijn hoofd heb, is ook met de jaren veranderd. Ik zoek naar fijngevoelig geluid, schoon en licht. Mijn ­pedaalgebruik pas ik daarop aan, dat zal licht zijn, de klank moet vanuit zichzelf opbloeien. Het geluid dat het Concertgebouworkest produceert is mooier dan in je dromen.’

‘Ik zie nu alweer voor me dat ik de artiestentrap van de Grote Zaal afdaal, een mooiere entree voordat je een concert begint is nauwelijks denkbaar. Je overziet in één keer de hele ruimte. De akoestiek gaat alle fantasie te buiten, en zodra je gaat spelen omarmt hij je. Je bevindt je in een magische omgeving.’ 

wo 6, vr 8 november | Grote Zaal
Concertgebouworkest, Paavo Järvi & Lang Lang:
Wagner, Beethoven Brahms

Bekijk dit concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.