Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
column

Geniale durf

door Anna de Vey Mestdagh
17 feb. 2021 17 februari 2021

Tweede violiste in het Concertgebouworkest Anna de Vey Mestdagh laat in haar maandelijkse column voor Preludium weten wat haar zoal bezighoudt. Deze maand: het herschrijven van bestaande muziekstukken.

Deze maand staat bij het Concertgebouworkest Bachs Matthäus-­Passion op het programma. Nou niet een compositie waar je zomaar een extra stem aan zou toevoegen of een deeltje bij zou schrijven. Het werk is al perfect, qua stemvoering, qua bezetting, qua zeggingskracht en ga zo maar door. Je zou het bovendien arrogant kunnen noemen om te menen dat er iets aan te verbeteren valt.

Toch was het in de tijd van Bach heel gebruikelijk om te schrijven voor de bezetting die op dat moment aan het hof of in de kerk aanwezig was, en voor bepaalde solo-instrumenten, al naargelang de wens van de opdrachtgever. Dat betekende geenszins dat dezelfde compositie niet in een andere bezetting gespeeld kon worden, vaak met de nodige aanpassingen door derden.

De laatste decennia is er ook voor symfonieorkest van alles bewerkt, met wisselend succes. Zo heeft wijlen Theo Verbey de ­Pianosonate opus 1 van Alban Berg met zijn orkestbewerking een stuk ruimtelijker en toegankelijker gemaakt. Maar van de vele pogingen die er zijn gedaan om de Tiende symfonie van Mahler te voltooien mist zelfs de meest gangbare versie, die van Deryck Cooke, de geniale vonk. Waar zit hem dat toch in? Misschien dat het te weinig toevoegt omdat de arrangeurs niet genoeg van het origineel durven af te wijken?

Twee van onze tijdgenoten gaan nu opnieuw de uitdaging aan. In het februarinummer was te lezen hoe pianist Thomas Beijer, naar aanleiding van een roman van Peter Buwalda, een compleet derde deel bij Beethovens laatste pianosonate heeft gecomponeerd. Ook onze solofluitist Kersten McCall is druk bezig: hij bewerkt delen van de Bach-literatuur en componeert er ontbrekende passages bij. Mét respect voor de typisch bachiaanse harmonische structuren, maar zonder zijn eigen fantasie in de ijskast te zetten. Dus juist met verrassende wendingen, zoals ook de grote Bach zelf placht te doen.

Arrogantie? Ik noem het liever geniale durf.

Deze maand staat bij het Concertgebouworkest Bachs Matthäus-­Passion op het programma. Nou niet een compositie waar je zomaar een extra stem aan zou toevoegen of een deeltje bij zou schrijven. Het werk is al perfect, qua stemvoering, qua bezetting, qua zeggingskracht en ga zo maar door. Je zou het bovendien arrogant kunnen noemen om te menen dat er iets aan te verbeteren valt.

Toch was het in de tijd van Bach heel gebruikelijk om te schrijven voor de bezetting die op dat moment aan het hof of in de kerk aanwezig was, en voor bepaalde solo-instrumenten, al naargelang de wens van de opdrachtgever. Dat betekende geenszins dat dezelfde compositie niet in een andere bezetting gespeeld kon worden, vaak met de nodige aanpassingen door derden.

De laatste decennia is er ook voor symfonieorkest van alles bewerkt, met wisselend succes. Zo heeft wijlen Theo Verbey de ­Pianosonate opus 1 van Alban Berg met zijn orkestbewerking een stuk ruimtelijker en toegankelijker gemaakt. Maar van de vele pogingen die er zijn gedaan om de Tiende symfonie van Mahler te voltooien mist zelfs de meest gangbare versie, die van Deryck Cooke, de geniale vonk. Waar zit hem dat toch in? Misschien dat het te weinig toevoegt omdat de arrangeurs niet genoeg van het origineel durven af te wijken?

Twee van onze tijdgenoten gaan nu opnieuw de uitdaging aan. In het februarinummer was te lezen hoe pianist Thomas Beijer, naar aanleiding van een roman van Peter Buwalda, een compleet derde deel bij Beethovens laatste pianosonate heeft gecomponeerd. Ook onze solofluitist Kersten McCall is druk bezig: hij bewerkt delen van de Bach-literatuur en componeert er ontbrekende passages bij. Mét respect voor de typisch bachiaanse harmonische structuren, maar zonder zijn eigen fantasie in de ijskast te zetten. Dus juist met verrassende wendingen, zoals ook de grote Bach zelf placht te doen.

Arrogantie? Ik noem het liever geniale durf.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.