Een rondje Concertgebouw met huisarchitect Eveline Merkx
door Liesbeth Houtman 08 mei 2026 08 mei 2026
Huisarchitect Evelyne Merkx neemt ons mee langs haar favoriete plekken. ‘Er is in Het Concertgebouw niet één vierkante centimeter die ik niet heb aangeraakt.’
Al sinds 1995 werkt Evelyne Merkx met haar bureau Merk X, voorheen Merkx+Girod, aan de renovaties van Het Concertgebouw. Haar ontwerpen zijn tijdloos én in stijl: ze vormen een architectonische eenheid met het classicistische gebouw.
Eind jaren tachtig was de fundering vernieuwd en verscheen de glazen uitbouw van architect Pi de Bruijn. ‘Voor de rest was het een tamelijk armoedig zooitje’, aldus Merkx.
Als eerste pakte zij het benedengebied aan, ondergronds: de artiestenfoyer en keuken, en de solisten- en stemkamers. ‘De musici van het Concertgebouworkest waren enthousiast. Martijn Sanders, destijds directeur, zei: ‘Nu durf ik met jou ook de Grote Zaal aan.’’ Haast was geboden: in de muren zaten scheuren en een plafondcassette dreigde naar beneden te vallen. Merkx noemt het haar spannendste project ooit. ‘De grootste nachtmerrie was dat de akoestiek zou worden aangetast.’ De voorbereiding vergde anderhalf jaar, waarna zes maanden lang 55 stukadoors en schilders ’s nachts werkten om de klus te klaren. ‘Om het vol te houden, bakten ze soms een visje op de steiger.’
We vervolgen de route door de foyers. Merkx koos voor een rouge-noir tapijt, met een helderrode rand, gescheiden door een roze streep en een witte stippellijn. ‘Die baan verbindt de foyers en de trappenhuizen door het hele gebouw.’
Bij de verbouwing van de Kleine Zaal in 2004 verhuisde de balkontrap naar de overzijde, tegen de zaal aan. ‘De foyer oogt opener en werd hoger door het weghalen van het tussenbordes’, zegt Merkx.
Halverwege de trap naar de entreehal beneden blijft ze staan. Daar heeft ze goed zicht op de enorme kroonluchter, die ze ontwierp in 2012.
Het rondje eindigt in de Museumpleinentree, Merkx’ laatste grote project. De goudkleurige versieringen in de bogen van de drie entreedeuren zijn een ‘citaat’ van haar werk in de raamomlijstingen van de Grote Zaal. Eén lijn verbindt haar werk uit heden en verleden.
Masterplan
Al sinds 1995 werkt Evelyne Merkx met haar bureau Merk X, voorheen Merkx+Girod, aan de renovaties van Het Concertgebouw. Haar ontwerpen zijn tijdloos én in stijl: ze vormen een architectonische eenheid met het classicistische gebouw.
Eind jaren tachtig was de fundering vernieuwd en verscheen de glazen uitbouw van architect Pi de Bruijn. ‘Voor de rest was het een tamelijk armoedig zooitje’, aldus Merkx.
Als eerste pakte zij het benedengebied aan, ondergronds: de artiestenfoyer en keuken, en de solisten- en stemkamers. ‘De musici van het Concertgebouworkest waren enthousiast. Martijn Sanders, destijds directeur, zei: ‘Nu durf ik met jou ook de Grote Zaal aan.’’ Haast was geboden: in de muren zaten scheuren en een plafondcassette dreigde naar beneden te vallen. Merkx noemt het haar spannendste project ooit. ‘De grootste nachtmerrie was dat de akoestiek zou worden aangetast.’ De voorbereiding vergde anderhalf jaar, waarna zes maanden lang 55 stukadoors en schilders ’s nachts werkten om de klus te klaren. ‘Om het vol te houden, bakten ze soms een visje op de steiger.’
We vervolgen de route door de foyers. Merkx koos voor een rouge-noir tapijt, met een helderrode rand, gescheiden door een roze streep en een witte stippellijn. ‘Die baan verbindt de foyers en de trappenhuizen door het hele gebouw.’
Bij de verbouwing van de Kleine Zaal in 2004 verhuisde de balkontrap naar de overzijde, tegen de zaal aan. ‘De foyer oogt opener en werd hoger door het weghalen van het tussenbordes’, zegt Merkx.
Halverwege de trap naar de entreehal beneden blijft ze staan. Daar heeft ze goed zicht op de enorme kroonluchter, die ze ontwierp in 2012.
Het rondje eindigt in de Museumpleinentree, Merkx’ laatste grote project. De goudkleurige versieringen in de bogen van de drie entreedeuren zijn een ‘citaat’ van haar werk in de raamomlijstingen van de Grote Zaal. Eén lijn verbindt haar werk uit heden en verleden.
Masterplan
‘Mensen vragen weleens: hoe komt het dat alles wat jij maakt eenzelfde handschrift heeft? Het antwoord luidt: door consequent te zijn en vast te houden aan de keuzes van materialen en kleuren die ik dertig jaar geleden maakte in het masterplan.’
Grote Zaal: voor en na
‘Mensen vragen weleens: hoe komt het dat alles wat jij maakt eenzelfde handschrift heeft? Het antwoord luidt: door consequent te zijn en vast te houden aan de keuzes van materialen en kleuren die ik dertig jaar geleden maakte in het masterplan.’
Grote Zaal: voor en na
‘Alles was bruin en sleets, het licht was slecht.’ Doel van de renovatie in 1998 was de zaal een feestelijker uitstraling te geven. Wat volgde, was een groot onderzoek naar witten.
In de steigers
‘Alles was bruin en sleets, het licht was slecht.’ Doel van de renovatie in 1998 was de zaal een feestelijker uitstraling te geven. Wat volgde, was een groot onderzoek naar witten.
In de steigers
Aanvankelijk werden elke ochtend de steigers afgebroken. Maar na een lovend artikel in de NRC mochten de steigers blijven staan. ‘We kochten op de Albert Cuyp grote doeken om ze aan het zicht te onttrekken.’
Koeienbot
Aanvankelijk werden elke ochtend de steigers afgebroken. Maar na een lovend artikel in de NRC mochten de steigers blijven staan. ‘We kochten op de Albert Cuyp grote doeken om ze aan het zicht te onttrekken.’
Koeienbot
Als uitgangspunt koos Merkx het wit van een koeienbot. ‘Met een kunstenaar stelde ik met pigmenten de kleuren wit samen. Kleurspecialist Antoinette van der Wal ontwikkelde op basis daarvan een verfstaalkaart van zestien wittinten.’
Cellostoelen
Als uitgangspunt koos Merkx het wit van een koeienbot. ‘Met een kunstenaar stelde ik met pigmenten de kleuren wit samen. Kleurspecialist Antoinette van der Wal ontwikkelde op basis daarvan een verfstaalkaart van zestien wittinten.’
Cellostoelen
Beeldbepalende elementen in de foyers zijn de fauteuils van de Oostenrijkse architect Josef Hoffmann. ‘Hij ontwierp die fauteuils voor de dochter van een opdrachtgever die cello speelde.’
Schimmel
Beeldbepalende elementen in de foyers zijn de fauteuils van de Oostenrijkse architect Josef Hoffmann. ‘Hij ontwierp die fauteuils voor de dochter van een opdrachtgever die cello speelde.’
Schimmel
De foyerbankjes en -poefjes zijn gemaakt van ijzersterk paardenhaar. ‘De lichtgekleurde staart van een schimmel laat zich het gemakkelijkst in de juiste tint roze verven.’
Afgestoft
De foyerbankjes en -poefjes zijn gemaakt van ijzersterk paardenhaar. ‘De lichtgekleurde staart van een schimmel laat zich het gemakkelijkst in de juiste tint roze verven.’
Afgestoft
‘De enorme lamp in de entreehal van circa 4 x 4,5 meter is samengesteld uit stukjes van oude kroonluchters. Decorbouwer Huib Nelissen heeft hem in elkaar gezet. We hadden er speciaal een afwasmachine voor aangeschaft.’
Platte kroonluchter
‘De enorme lamp in de entreehal van circa 4 x 4,5 meter is samengesteld uit stukjes van oude kroonluchters. Decorbouwer Huib Nelissen heeft hem in elkaar gezet. We hadden er speciaal een afwasmachine voor aangeschaft.’
Platte kroonluchter
De Felix de Nobelfoyer bij de Kleine Zaal is slechts 2,20 meter hoog. Merkx ontwierp drie schaalachtige kroonluchters die precies pasten tussen de kanalen in het plafond. ‘De kristallen pegels zijn platgelegd en met de hand erin geregen.’
En toen was er licht…
De Felix de Nobelfoyer bij de Kleine Zaal is slechts 2,20 meter hoog. Merkx ontwierp drie schaalachtige kroonluchters die precies pasten tussen de kanalen in het plafond. ‘De kristallen pegels zijn platgelegd en met de hand erin geregen.’
En toen was er licht…
Bij de renovatie van de Museumpleinentree kwamen de hoge zijramen weer vrij. ‘Je wilt ook aan de buitenwereld laten zien: hier gebeurt het.’
Extra beenruimte
Bij de renovatie van de Museumpleinentree kwamen de hoge zijramen weer vrij. ‘Je wilt ook aan de buitenwereld laten zien: hier gebeurt het.’
Extra beenruimte
De auberginekleurige stoelen in de Kleine Zaal zijn een ontwerp van de Belgische architect Victor Horta. ‘Ze zijn subtiel aangepast zodat er net iets meer beenruimte ontstond.’
Lees hier het complete artikel.
De auberginekleurige stoelen in de Kleine Zaal zijn een ontwerp van de Belgische architect Victor Horta. ‘Ze zijn subtiel aangepast zodat er net iets meer beenruimte ontstond.’
Lees hier het complete artikel.