RCO Opening Night met Evgeny Kissin

Koninklijk Concertgebouworkest 
Thomas Hengelbrock dirigent
Evgeny Kissin piano

Koop kaarten voor de RCO Opening Night

De dresscode is black tie.

Dit concert wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 16 september om 14.00 uur via NPO Radio 4, en is live te zien via Mezzo tv.

Hector Berlioz (1803-1869)

Le carnaval romain, op. 9 (1844)
ouverture caractéristique

Franz Liszt (1811-1886)

Eerste pianoconcert in Es gr.t. (1830-49, revisie 1856)
Allegro maestoso. Tempo giusto
Quasi adagio – Allegretto vivace – Allegro animato
Allegro marziale animato

pauze (± 21.00 uur)

Gioacchino Rossini (1792-1868)

Ouverture ‘Il barbiere di Siviglia’ (1816)

Felix Mendelssohn (1809-47)

Vierde symfonie in A gr.t., op. 90, ‘Italiaanse’ (1833)
Allegro vivace
Andante con moto
Con moto moderato
Saltarello: Presto

Giuseppe Verdi (1813-1901)

Balletmuziek uit ‘Otello’ (1894)
Allegro vivace – Canzone Araba – Invocazione di Allah – Canzone Greca – Danza – La Muranese – Canto Guerriero
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest

einde (± 22.30 uur)

Toelichting

Hector Berlioz 1803-1869

Berlioz: Le carnaval romain

Door Frits de Haen

Het Koninklijk Concert­gebouworkest opent het seizoen 2018/2019 met een feestelijk concert vol onversneden en Italiaans temperament. Die horen we natuurlijk terug in de instrumentale delen uit ’s van Rossini en Verdi, en in de ‘Italiaanse’ symfonie van Mendelssohn. Maar ook in Berlioz’ Le carnaval romain, de ­ouverture die zijn opera Benvenuto Cellini overleefde, mede dankzij de onweerstaanbare -solo. In 1855 was het Berlioz, een belangrijke vernieuwer en vertegenwoordiger van de Romantiek, die de première van Liszts Eerste piano­concert leidde.

Berlioz: Le carnaval romain

Voor de ouverture werd ‘geestdriftig geapplaudisseerd’, maar de rest werd ‘weggefloten met exemplarische precisie en energie’. Zo keek Hector Berlioz terug op de première van zijn opera Benvenuto Cellini op 10 september 1838 in de Opéra van Parijs. Hoewel Berlioz in 1831 enkele maanden doorbracht in Italië na het winnen van de Prix de Rome had hij weinig op met Italiaanse muziek.

Maar hij liet zich graag inspireren door Italiaanse ’s, getuige zijn symfonieën Romeo et Juliette en Harold en Italie, en de  Benvenuto Cellini. Na de gemankeerde opvoering daarvan besloot Berlioz materiaal te hergebruiken en dat resulteerde in de ouverture Le carnaval romain. Ze bevat zowel vocale als instrumentale citaten: zo horen we het liefdesduet van Teresa en Cellini uit het eerste bedrijf in de langzame inleiding, en de carnavalsscène in de overrompelende saltarello (een snelle, vrolijke springdans).

Vooral deze afsluiting maakt het tot misschien wel Berlioz’ kleurrijkste orkestwerk. Berlioz dirigeerde de succesvolle ouverture zelf regelmatig en ook in onze tijd is ze geliefd. En de opera? Ondanks de desastreuze ontvangst bleef de componist erin geloven; hijzelf was het die suggereerde het tweede bedrijf te laten inleiden door de ouverture Le carnaval romain.

Franz Liszt 1811-1886

Liszt: Eerste Pianoconcert

Franz Liszt had een minder ambivalente houding ten opzichte van Italië dan Berlioz. Niet alleen woonde hij er een tijd, ook liet hij zich inspireren door de Italiaanse cultuur in de meest brede zin. Of dat nu de literatuur was, de beeldende kunst, de Italiaanse of een baanbreker als violist en componist Niccolò Paganini – voor wie Berlioz zijn Harold en Italie componeerde.

Paganini’s duivelskunstenaarschap inspireerde Liszt in 1831 om een vergelijkbare ­virtuoze stijl na te streven. Een jaar eerder noteerde hij de eerste invallen voor wat zijn Eerste pianoconcert in Es groot zou worden. Het was een lang ontstaansproces, want het werk beleefde pas in 1855 zijn première, en wel onder leiding van… Hector Berlioz. Uiteraard met Liszt aan de vleugel.

Toch was zelfs dat niet de uiteindelijke versie; in 1856 ondernam Liszt nog een revisie. Niet iedereen was enthousiast: ‘Het ­triangelconcert’, meesmuilde muziekcriticus Eduard Hanslick. Dat de conservatieve Hanslick niet zo warm liep voor de zogenaamde ‘Neudeutsche Schule’ was niet zo verwonderlijk. Dat hij een koekje van eigen deeg terugkreeg evenmin; het markante openingsmotief van het Eerste pianoconcert werd door Liszts sympathisanten al gauw voorzien van de voor tegenstanders weinig vleiende woorden: ‘Das versteht Ihr alle nicht, ha ha!’ (‘Geen van jullie begrijpt het, ha ha!’)

En Liszt zelf? Hoewel de componist volgens sommigen zelf verantwoordelijk was voor de zojuist geciteerde woorden, ging hij liever serieus in op Hanslicks weinig vleiende omschrijving: ‘Wat betreft de triangel ontken ik niet dat die aanleiding kan geven tot ergernis, vooral als hij te luid wordt aangeslagen en niet precies.’

Gioacchino Rossini 1792-1868

Rossini: Ouverture 'Il barbiere di Siviglia'

Zoals gezegd, Liszt winkelde graag in de Italiaanse literatuur en hij parafraseerde populaire ’s. Zo bestaat er een ‘Largo al factotum’ van zijn hand: de wereldberoemde aria waarmee Figaro zichzelf presenteert in de opera Il barbiere di Siviglia

Gioacchino Rossini baseerde zich voor zijn Barbier op het eerste toneelstuk uit de trilogie van de Franse schrijver Pierre-Augustin Caron de ­Beaumarchais dat in 1775 in première was gegaan. De muziek ontstond binnen een maand.

Als opening stond Rossini aanvankelijk iets Spaans-georiënteerds voor ogen, maar uit tijdnood nam hij zijn toevlucht tot een ouverture die hij al een paar jaar eerder geschreven had voor de  Aureliano in Palmira.

Felix Mendelssohn 1809-47

Mendelssohn: 'Italiaanse' symfonie

In 1836 maakte Rossini een tournee naar België en het Rijnland. Het was daar dat hij de 27-jarige Felix Mendelssohn ontmoette. Rossini was onder de indruk van Mendelssohns muziek en behandelde hem als gelijke, ook al was de jonge componist ietwat schuchter tegenover zijn gelauwerde oudere collega.

Mendelssohn zelf was een paar jaar eerder in Italië geweest – waar hij Berlioz had ontmoet – en toonde zich enthousiast over het land. Na schetsen voor de ‘Schotse’ ­symfonie schreef hij in maart 1831 aan zijn familie: ‘Wie kan het me kwalijk nemen dat ik me niet meer kan verplaatsen in de Schotse sferen van nevel? Ik heb de symfonie daarom voorlopig maar even aan de kant moeten schuiven.’

Hij begon voortvarend aan een ‘Italiaanse’ symfonie: ‘Het wordt het leukste stuk dat ik tot nog toe geschreven heb, met name het laatste deel.’ Toch voltooide de componist zijn ‘Italiaanse’ evenmin op stel en sprong. Pas toen hij in november 1832 opdracht uit Londen kreeg voor een symfonie zette hij zich aan de voltooiing ervan.

Opvallend in dit werk is dat het weliswaar buitenmuzikale elementen verklankt, maar niet echt schilderend is. Met recht hebben commentatoren gewezen op het zonnige en zuidelijke temperament van het eerste deel, terwijl de saltarello waarmee de symfonie wordt besloten regelrecht verwijst naar de dansen die de 23-jarige componist hoorde in Rome en Napels.

Op 13 maart 1833 bracht hij de laatste veranderingen aan en twee maanden later dirigeerde hij de première in de Hanover Square Rooms. De symfonie werd opgetogen ontvangen, maar de componist zelf had zijn twijfels en reviseerde het werk ingrijpend. Al die veranderingen ten spijt bleef Mendelssohn tot aan zijn dood tweeslachtige gevoelens houden over zijn Vierde symfonie; ze werd dan ook pas na zijn dood gepubliceerd.

Niet ten onrechte zijn verbanden gezien tussen Mendelssohns ‘Italiaanse’ symfonie en Berlioz’ ‘Italiaanse’ werken. Zo kennen zowel de ouverture Le carnaval romain als Mendelssohns Vierde symfonie een saltarello en vertoont het Napolitaanse processielied dat ten grondslag ligt aan Mendelssohns tweede deel gelijkenis met de Pelgrimsmars uit Harold en Italie.

Giuseppe Verdi 1813-1901

Verdi: Balletmuziek uit 'Otello'

Het was niet alleen eenrichtingsverkeer wat de klok sloeg: Italiaanse componisten lieten zich ook inspireren door noorderlingen. Giuseppe Verdi koesterde een grote belangstelling voor Shakespeare: na zijn Macbeth uit 1847 baseerde hij zich laat in zijn leven nog tweemaal op de grote Brit, met respectievelijk de opera’s Otello en Falstaff.

Het zijn beide monumenten waarin Verdi bewijst hoezeer hij openstond voor vernieuwing. Doorgecomponeerd als ze zijn, breken ze met de traditionele Italiaanse nummeropera. Een jaar nadat de bijna tachtigjarige de première van Falstaff had beleefd, voegde hij voor de Parijse opvoering een ‘ballabile’ in, een ballet zoals dwingend voorgeschreven in de Franse grand opéra.

Het zes minuten durende stuk klinkt in de derde akte bij de aankomst van de Venetiaanse ambassadeurs. Het bestaat uit een Arabisch gevolgd door een aanroeping van Allah, een dans uit Griekenland, een lied uit Murano en tot slot een krijgslied. Deze laatste compositie van Verdi wordt vaker afzonderlijk uitgevoerd en komt zo beter tot zijn recht; Verdi zelf vond het ballet in de opera een ‘monstrum’ dat de dramatische actie onderbrak.

Biografie

Thomas Hengelbrock, dirigent

Thomas Hengelbrock is chef associé van het Orchestre de Paris. Van 2011 tot 2018 was hij chef- van het NDR Elbphilharmonie Orchester, waarmee hij in januari 2017 de Elbphilharmonie van Hamburg opende. Thomas Hengelbrocks repertoire reikt van de zeventiende eeuw tot heden. Als assistent van Antal Doráti, Witold Lutosławski en Mauricio Kagel zou hij al vroeg een grote affiniteit met hedendaagse muziek ontwikkelen. Een belangrijke stimulans voor zijn rol binnen de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk was Nikolaus Harnoncourts Concentus Musicus Wien, waarin hij violist was.

Later speelde Thomas Hengelbrock zelf een grote rol in de verspreiding van het gebruik van historische instrumenten in het Duitse concertleven, met name sinds de oprichting van het Balthasar-Neumann-Chor in 1991 en het Balthasar-Neumann-Ensemble in 1995. De stond tevens aan het roer van de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen (1995-1998), het Feldkirch Festival (2000-2006) en de Volksoper Wien (2000-2003). Hij is een graag geziene gastdirigent bij orkesten en huizen over de hele wereld.

In 2011 maakte hij zijn debuut op de Bayreuther Festspiele met Wagners Tannhäuser. In 2016 ontving Thomas Hengelbrock de Herbert von Karajan Musikpreis. Zijn debuut bij het Concertgebouworkest was in 2014 met werken van Haydn en Schumann. Zowel in 2017 als in 2018 dirigeerde Thomas Hengelbrock de Opening Night van het orkest. In maart 2019 kwam hij terug met werken van Schubert en Wennäkoski, in oktober 2019 leidde hij het orkest in werken van Purcell, Händel en Haydn.

Evgeny Kissin, piano

Evgeny Kissin begon met pianospelen kort na zijn tweede verjaardag. Vanaf zesjarige leeftijd kreeg hij aan de Gnessin Muziekschool in zijn geboorteplaats Moskou les van Anna ­Pavlovna Kantor. Zij bleef zijn enige lerares; toen ze in 2021 overleed droeg hij aan haar zijn cd The Salzburg op, met bijna twee uur aan live-opnames van de Salzburger Festspiele inclusief werken van Berg, Chopin, Gershwin, Chrennikov en Kissin zelf.

Als twaalfjarige had de pianist met de uitvoering van Chopins beide pianoconcerten – met het Moskous Philharmonisch Orkest – de interna­tionale aandacht op zich gevestigd. De plaatopname ervan werd zo populair, dat al gauw een reeks andere lp’s en cd’s volgde. Na zijn eerste optreden buiten Rusland in 1985 reisde Evgeny Kissin naar Japan (1986), West-Europa (1987) en Noord-Amerika (1990; New York Philharmonic onder leiding van Zubin Mehta).

Zijn Nieuwjaarsconcert met de ­Berliner Philharmoniker onder Herbert von ­Karajan in 1988 werd internationaal op tv uitgezonden en uitgebracht op cd, en in 1990 debuteerde hij op de BBC Proms. In 1995 was hij Instrumentalist of the Year van Musical America en voor zijn disco­grafie zou de pianist onder meer een ­Edison Klassiek, diverse Grammy Awards en een Diapason d’Or winnen. Evgeny Kissin werd veelvuldig onderscheiden, heeft eredoctoraten van onder meer de Manhattan School of Music en Hong Kong University, en publiceerde in 2017 zijn autobiografie Memoirs and ­Reflec­tions.

Zijn debuut bij het Concertgebouw­orkest maakte hij in 1988 met het Tweede pianoconcert van Chopin. De laatste samenwerking dateert van september 2018 – het Eerste pianoconcert van Liszt; zijn laatste optreden in de was een op 18 juni 2024.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest