Cellist Sol Gabetta: ‘Ik denk dat ik eerlijk ben in mijn spel’
door Frederike Berntsen 01 mei 2026 01 mei 2026
Sol Gabetta speelt met het Concertgebouworkest het Eerste celloconcert van Bohuslav Martinů. Muziek die je volgens haar op topniveau moet uitvoeren, muziek die vraagt om precisie. ‘Er is niets wat Martinů niet uitbuit op de cello. Alles zit erin!’
Ze zoomt vanuit Genève, in opperbeste stemming: celliste Sol Gabetta is een enthousiaste spraakwaterval. Helemaal als het over het Eerste celloconcert van Martinů gaat, dat ze in haar agenda heeft staan met het Concertgebouworkest onder leiding van Santtu-Matias Rouvali. ‘Martinů moet je op topniveau uitvoeren, deze muziek vraagt om precisie, ritmische perfectie.’
Toen Gabetta’s carrière van start ging, zo’n vijfentwintig jaar geleden, kreeg ze voor het eerst een uitnodiging om Martinů te spelen – ‘orkest en dirigent doen er nu even niet toe’. Ze beluisterde een opname en dacht: hm, ik het weet het niet. Maar als je aan het begin staat, zeg je overal ja tegen. ‘En wat denk je? Ik ging het concert studeren en vond het fantastisch. Alles zit erin! Muzikaal is het interessant, technisch. Er is niets wat Martinů niet uitbuit op de cello. Dit concert is de beste manier om het instrument te presenteren. De grote romantische stukken, waar ik zielsveel van houd, prachtig, natuurlijk. Maar daarin wordt niet alles uit de kast gehaald.’
‘Misschien zou je Martinů nog het beste kunnen omschrijven als de Europese Charles Ives.’ Gabetta denkt hardop na. ‘Martinů representeert de Europese folklore, en heel specifiek natuurlijk de klanken uit zijn geboorteland Tsjechië, melodieën en harmonieën. Wat ik heel boeiend vond: toen ik na Martinů weer terugkwam bij Dvořák, wiens Celloconcert ik ook graag speel, hoorde ik daarin weer heel andere accenten. Dvořák kwam ook uit die contreien. Ik bracht prompt een beetje modernisme in zijn werk. Dat zit ’m in details, natuurlijk.’
‘Ik ben op een punt beland waarop ik geen compromissen meer wil sluiten’
Ze zit anders in die celloconcerten, de grote stukken, dan voorheen, laat Gabetta weten. Zekerder voelt ze zich, met meer durf. Dat komt door de ervaring, het vertrouwen op je eigen mening en interpretatie. ‘Als ik maar één enkele frase van een concert net iets anders doe dan ik eerst deed, omdat ik heb geleerd van ander repertoire, ben ik heel blij. Dat is ook het leuke van uitvoerder zijn’, vindt ze, ‘op die manier de luisteraars verrassen met een kleine wending die ze niet verwachten.’
Ze zoomt vanuit Genève, in opperbeste stemming: celliste Sol Gabetta is een enthousiaste spraakwaterval. Helemaal als het over het Eerste celloconcert van Martinů gaat, dat ze in haar agenda heeft staan met het Concertgebouworkest onder leiding van Santtu-Matias Rouvali. ‘Martinů moet je op topniveau uitvoeren, deze muziek vraagt om precisie, ritmische perfectie.’
Toen Gabetta’s carrière van start ging, zo’n vijfentwintig jaar geleden, kreeg ze voor het eerst een uitnodiging om Martinů te spelen – ‘orkest en dirigent doen er nu even niet toe’. Ze beluisterde een opname en dacht: hm, ik het weet het niet. Maar als je aan het begin staat, zeg je overal ja tegen. ‘En wat denk je? Ik ging het concert studeren en vond het fantastisch. Alles zit erin! Muzikaal is het interessant, technisch. Er is niets wat Martinů niet uitbuit op de cello. Dit concert is de beste manier om het instrument te presenteren. De grote romantische stukken, waar ik zielsveel van houd, prachtig, natuurlijk. Maar daarin wordt niet alles uit de kast gehaald.’
‘Misschien zou je Martinů nog het beste kunnen omschrijven als de Europese Charles Ives.’ Gabetta denkt hardop na. ‘Martinů representeert de Europese folklore, en heel specifiek natuurlijk de klanken uit zijn geboorteland Tsjechië, melodieën en harmonieën. Wat ik heel boeiend vond: toen ik na Martinů weer terugkwam bij Dvořák, wiens Celloconcert ik ook graag speel, hoorde ik daarin weer heel andere accenten. Dvořák kwam ook uit die contreien. Ik bracht prompt een beetje modernisme in zijn werk. Dat zit ’m in details, natuurlijk.’
‘Ik ben op een punt beland waarop ik geen compromissen meer wil sluiten’
Ze zit anders in die celloconcerten, de grote stukken, dan voorheen, laat Gabetta weten. Zekerder voelt ze zich, met meer durf. Dat komt door de ervaring, het vertrouwen op je eigen mening en interpretatie. ‘Als ik maar één enkele frase van een concert net iets anders doe dan ik eerst deed, omdat ik heb geleerd van ander repertoire, ben ik heel blij. Dat is ook het leuke van uitvoerder zijn’, vindt ze, ‘op die manier de luisteraars verrassen met een kleine wending die ze niet verwachten.’
Gabetta vervolgt: ‘Ik denk dat ik eerlijk ben in mijn spel.’ Eerlijk naar de componist, de muziek, jezelf? ‘Als je met iemand praat, iemand in de ogen kijkt, weet je of die persoon een mooi verhaal houdt om je te charmeren. Een mooi verhaal houden deed ik ook, toen ik jonger was. Je speelt daarmee, probeert uit te vinden hoe het allemaal werkt, contact met anderen.
Ik ben op een punt beland waarop ik geen compromissen meer wil sluiten. Ik bedoel niet dat je je niet schikt, je wilt immers liefst zo vreedzaam mogelijk met mensen, je dierbaren, omgaan. Ik probeer iets terug te vinden van hoe je dat als kind deed. Een kind is eerlijk, omdat het niet beter weet, een kind is nog niet ‘bedorven’ door de wereld. Het heeft die naïviteit nog, prachtig!
We veranderen allemaal gedurende ons leven, maar niet je identiteit verliezen, dat is de uitdaging. Empathie is daarbij belangrijk. Ik denk dat ik de afgelopen jaren meer empathie heb gekregen, ik kan beter begrijpen waarom mensen handelen zoals ze handelen. En op het podium laat je als musicus al die karakters zien, in zoveel verschillende muziek. We verenigen ook allemaal meerdere persoonlijkheden in onszelf.’
‘De klank van het concertgebouworkest heeft iets zonnigs en lichts’
Gabetta praat openhartig, ook over het Concertgebouworkest. Met dit gezelschap gaf de van origine Argentijnse celliste tot nu toe zestien concerten. Zodra er weer een reeks aankomt, juicht ze. ‘Ik probeer ook te voorkomen dat we elkaar een te lange tijd niet zien. Een aantal musici kende ik al voordat ze in het orkest kwamen. Bij solocelliste Tatjana Vassiljeva thuis repeteerde ik als student altijd, toen ik door Berlijn zwierf omdat ik geen kamer had. We zaten in dezelfde celloklas. Solohoboïst Alexei Ogrintchouk ken ik ook al heel lang. Een orkest met zulke goede kamermusici is bijzonder. Dit is geen normaal orkest.’ Wat bedoelt ze daarmee? ‘De klankkwaliteit. Die is ongelofelijk en spreekt me erg aan. Het spel van deze musici samen is subtiel en genuanceerd. De klank heeft voor mij ook iets zonnigs en lichts. Noord-Duitse orkesten, bijvoorbeeld, klinken donkerder.’
Gabetta kan het weten. Haar naam en faam brengen haar over de hele wereld. Ze speelt muziek van Barok tot en met hedendaags, als soliste en in kamermuziekverband. Gepassioneerd heeft ze de artistieke leiding over haar eigen Solsberg Festival in Zwitserland. ‘Door het besluit om eerlijk te zijn, ben ik ook meer ontspannen op het podium en vind ik het steeds fijner om op te treden. Maar het is niet zo dat ik alleen maar eerlijk muziek maak, muziek heeft een diepere structuur, die moet je doorgronden en dan de vrijheid vinden om haar uit te voeren. De magie vinden tijdens een concert en daarmee laten zien hoe uniek je bent, is voor mij de uitdaging.’
wo 13 en vr 15 mei | Grote Zaal
Koninklijk Concertgebouworkest
Santtu-Matias Rouvali dirigent
Sol Gabetta cello
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma
Gabetta vervolgt: ‘Ik denk dat ik eerlijk ben in mijn spel.’ Eerlijk naar de componist, de muziek, jezelf? ‘Als je met iemand praat, iemand in de ogen kijkt, weet je of die persoon een mooi verhaal houdt om je te charmeren. Een mooi verhaal houden deed ik ook, toen ik jonger was. Je speelt daarmee, probeert uit te vinden hoe het allemaal werkt, contact met anderen.
Ik ben op een punt beland waarop ik geen compromissen meer wil sluiten. Ik bedoel niet dat je je niet schikt, je wilt immers liefst zo vreedzaam mogelijk met mensen, je dierbaren, omgaan. Ik probeer iets terug te vinden van hoe je dat als kind deed. Een kind is eerlijk, omdat het niet beter weet, een kind is nog niet ‘bedorven’ door de wereld. Het heeft die naïviteit nog, prachtig!
We veranderen allemaal gedurende ons leven, maar niet je identiteit verliezen, dat is de uitdaging. Empathie is daarbij belangrijk. Ik denk dat ik de afgelopen jaren meer empathie heb gekregen, ik kan beter begrijpen waarom mensen handelen zoals ze handelen. En op het podium laat je als musicus al die karakters zien, in zoveel verschillende muziek. We verenigen ook allemaal meerdere persoonlijkheden in onszelf.’
‘De klank van het concertgebouworkest heeft iets zonnigs en lichts’
Gabetta praat openhartig, ook over het Concertgebouworkest. Met dit gezelschap gaf de van origine Argentijnse celliste tot nu toe zestien concerten. Zodra er weer een reeks aankomt, juicht ze. ‘Ik probeer ook te voorkomen dat we elkaar een te lange tijd niet zien. Een aantal musici kende ik al voordat ze in het orkest kwamen. Bij solocelliste Tatjana Vassiljeva thuis repeteerde ik als student altijd, toen ik door Berlijn zwierf omdat ik geen kamer had. We zaten in dezelfde celloklas. Solohoboïst Alexei Ogrintchouk ken ik ook al heel lang. Een orkest met zulke goede kamermusici is bijzonder. Dit is geen normaal orkest.’ Wat bedoelt ze daarmee? ‘De klankkwaliteit. Die is ongelofelijk en spreekt me erg aan. Het spel van deze musici samen is subtiel en genuanceerd. De klank heeft voor mij ook iets zonnigs en lichts. Noord-Duitse orkesten, bijvoorbeeld, klinken donkerder.’
Gabetta kan het weten. Haar naam en faam brengen haar over de hele wereld. Ze speelt muziek van Barok tot en met hedendaags, als soliste en in kamermuziekverband. Gepassioneerd heeft ze de artistieke leiding over haar eigen Solsberg Festival in Zwitserland. ‘Door het besluit om eerlijk te zijn, ben ik ook meer ontspannen op het podium en vind ik het steeds fijner om op te treden. Maar het is niet zo dat ik alleen maar eerlijk muziek maak, muziek heeft een diepere structuur, die moet je doorgronden en dan de vrijheid vinden om haar uit te voeren. De magie vinden tijdens een concert en daarmee laten zien hoe uniek je bent, is voor mij de uitdaging.’
wo 13 en vr 15 mei | Grote Zaal
Koninklijk Concertgebouworkest
Santtu-Matias Rouvali dirigent
Sol Gabetta cello
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma