Notenbeeld

Speurtocht in Beethovens ‘Eroica’: waar is thema twee?

'Een artistieke staatsgreep'

In de Derde symfonie speelt componist Ludwig van Beethoven op ongehoorde wijze met de verwachtingen van de luisteraar. Waar begint in hemelsnaam het tweede thema? Musicologen zijn het er niet over eens.

Beethovens Derde symfonie, ‘Eroica’ opent met twee veelbetekenende akkoorden. ­Brute hamerslagen. Zo van: let op wat er nu gebeurt. Daar is niets te veel mee gezegd. In het kwartier dat volgt pleegt Beethoven een artistieke staatsgreep.

Van de ­grote overkoepelende vorm tot het fijnste beeldhouwwerk, overal zet Beethoven zijn handtekening. Koppige accenten op zwakke maatdelen, grommende bassen, schrijnend-dissonante samenklanken, ‘verkeerde’ harmonieën, metrische ­on­­regelmatigheden, onopgeloste tonale wrijvingen. De 32-jarige toonde zich een gebieder. Met de ‘Eroica’ gaf Beethoven de muziekgeschiedenis een nieuwe ­wending.

Essentieel is dat de muziek heldhaftigheid uitdrukt

In het openingsdeel manifesteerde hij zich als een meester in het schilderen van geestestoestanden. Zelf noemde hij zijn symfonie de ‘viering van de herinnering aan een groot man’. Wie die man was, laten we hier gemakshalve in het midden. Essentieel is dat de muziek heldhaftigheid uitdrukt, onverzettelijke moed, de kracht die de held genereert. In weerwil van het ontbreken van een tekst, wordt die spirituele boodschap door de luisteraar herkend. Het spel met melodie, harmonie en ritme, waarin men in de negentiende eeuw een concrete militaire confrontatie herkende, wordt ervaren als de verklanking van heroïek.

Tweede thema?

Welke elementen zijn verantwoordelijk voor de impressie van gedrevenheid en ongebreidelde energie? Eén ervan lijkt de constellatie die het ‘tweede thema’ wordt genoemd. Zo’n tweede thema is in een sonatevorm vaak een alter ego van het eerste: het contrasteert ermee. Meestal is een eerste thema een herken­baar, duidelijk omlijnd, ritmisch geprononceerd en uitbundig geheel, voorzien van een ferme slotcadens.

Het tweede thema is in de regel een stuk milder, dunner georkestreerd en zangeriger. In de terminologie van de negentiende eeuw ‘vrouwelijker’. Ook in de ‘Eroica’ klinkt dat dualisme door – Beethoven bleef zijn klassieke voorgangers trouw – maar het wordt danig geproblematiseerd. Analytici zitten elkaar namelijk al twee eeuwen in de haren over de vraag waar dat tweede thema nu eigenlijk inzet.

Ook stiekem gluren in Beethovens schetsboeken levert geen uitsluitsel

Beethoven zelf biedt geen hulp. Ook stiekem gluren in zijn schetsboeken, om te zien hoe het compositieproces gestalte kreeg, levert geen uitsluitsel. Als in het openingsdeel het machtige openingsthema heeft geklonken (tutti) en een overgangszin de spanning verder heeft opgevoerd, is het tijd voor het tweede ­thema. In maat 45 lijkt het zo ver. Nieuw materiaal zet daar in, waarbij Beet­hoven ‘dolce’ noteert, een kantelmoment dus (1).

Nieuw melodisch materiaal in maat 45

Voorbeeld 1: Nieuw melodisch materiaal in maat 45

Mild, gracieus, contrasterend met het energieke begin: vormt maat 45 de inzet van het tweede thema? Het lijkt er op. Maar er zijn bezwaren. Zo is er een ­tonale onbalans. Een tweede thema vraagt om een nieuwe toonsoort, in dit geval Bes groot, en zo’n tonaal ankerpunt wil zich hier niet duidelijk vestigen. Is dit niet eerder de aanzet tot een nieuw thema binnen de overgang? Er wringt iets. Toch heeft maat 45 veel medestanders, zeker de laatste jaren.

Tweede thema?

Iets verderop dan, maat 57. Ook daar nieuw melodisch materiaal en ditmaal duidelijk in Bes groot. Gerenommeerde, met name Duitse, musicologen gaven hier hun voorkeur aan, maar ook een zwaargewicht als Donald Francis Tovey, aartsvader van een hele generatie Britse muziekanalisten. Voor hen biedt maat 57 melodisch en harmonisch ‘vaste grond onder de voeten’. Al het voorgaande had slechts overgangskarakter en bereidde de weg voor de doorslaggevende maten die hier beginnen (2).

Een duidelijk nieuw begin in maat 57

Voorbeeld 2: Een duidelijk nieuw begin in maat 57

Tja. Weliswaar wordt voldaan aan de tonale verwachtingen, maar je kunt niet zeggen dat deze thematiek melodisch echt zelfstandigheid en overwicht heeft. Het blijft allemaal een beetje hangen. Bovendien, al na enkele maten wordt dit zachte thema overlopen door harde voorwaarts stuwende frasen die gebouwd zijn op een vinnig motiefje van zestiende noten (3).

Een vinnig motiefje in maat 65

Voorbeeld 3: Een vinnig motiefje in maat 65

Alweer nieuw materiaal dus, en nog wel in de tutti. De dynamiek van forte voert zelfs tot fortissimo en omsluit een machtige cadens in Bes groot. Kortom, het is opnieuw weinig ­tweede-thema-achtig. Wie zijn kaarten hierop zet, heeft heel wat uit te leggen. Maar was dan alles wat tot nu toe klonk illusie? Speelde Beethoven slechts een spelletje met het verwachtingspatroon van de luisteraar?

Tweede thema

Ja, zegt een ander, groot segment van muziekontleders. Het eigenlijke tweede thema van de ‘Eroica’ moet nog steeds komen. Pas in maat 83 speelt Beethoven volgens hen zijn troef uit. Voor de zoveelste maal introduceert hij daar nieuw materiaal, te beginnen in de houtblazers (4).

Alweer nieuw materiaal in maat 83

Voorbeeld 4: Alweer nieuw materiaal, nu in maat 83

Is dit het dan? Het is een eigenaardig eiland van ingetogenheid, dat moet gezegd. Alle onrust komt even tot staan – typisch voor een tweede thema. Maar er zijn ook flinke tegens. Al na een paar luttele maten is het voorbij. Vanuit een duister pianissimo worden we snel weer naar de actualiteit geleid. Ook uit de doorwerking blijkt dat deze maten slechts een kortstondig intermezzo zijn: in die ongeveer 240 maten passeert zowat al het eerder gebruikte materiaal de revue, maar van dit vermeende tweede thema geen spoor.

Beethoven tart de verwachtingen op irritante wijze

Nergens klinkt ook maar een referentie, tot ver in de reprise wordt het volledig doodgezwegen. Mag in een machtige symfonie als de ‘Eroica’ een quasi nonchalant, vluchtig en structureel betekenisloos ideetje van maar een paar maten wel het deftige ­etiket van ‘tweede thema’ dragen?

Kleurencaroussel

Nu weten we nog niet veel. Zoveel materiaal, het duizelt. Bij zo’n overvloed is het bijna onbegrijpelijk dat de symfonie zo’n organische, krachtig gestructureerde indruk maakt. Blijkbaar zijn we zo vertrouwd met de ‘Eroica’, dat die overvloed ons in het geheel niet stoort. We hoeven ons er echter niet over te verbazen dat ze voor Beethovens tijdgenoten juist een steen des aanstoots was. De symfonie was een ‘niet te verhapstukken ongenaakbare kleurencarrousel,’ zoals een krant meldde, ‘belachelijk lang, zo lang dat de luisteraar doodmoe de zaal verlaat’.

Doodmoe, want hier was een componist aan het werk die op irritante wijze de verwachtingen tartte. Die zich willens en wetens niet wilde voegen en conventies opzij zette. Waar in ’s hemelsnaam begint het tweede thema? Dat vroeg men zich destijds al af – en het antwoord is nog steeds niet te geven.