Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
lijstje

5 x een hommage aan Jan Pieterszoon Sweelinck

door Martijn Voorvelt
16 sep. 2021 16 september 2021

Jan Pieterszoon Sweelincks faam reikte tot ver over de grenzen; zijn dood in 1621 verleidde grote literatoren tot verheven grafschriften. Pas in de negentiende eeuw vond hij herwaardering in binnen- en buitenland.

Jan Pieterszoon Sweelinck

Zomerzegel 1935

Jan Pieterszoon Sweelinck

Zomerzegel 1935

Jan Pieterszoon Sweelinck

Zomerzegel 1935

Jan Pieterszoon Sweelinck

Zomerzegel 1935

1

‘Op de avond van die dag lieten ze ons in de Oude Kerk de organist horen, een man van grote waarde die van de stad een goed salaris krijgt, dat nooit ingetrokken zal worden.’
Pietro Vito, secretaris van de Venetiaanse ambassadeur in Engeland Giorgio Giustiano, ca. 1608 (gepubl. 1909)

2

‘GRAFSCHRIFT van meester JAN PIETERSZOON ZWEELING, Orgelist der stadt Amsterdam, Die de Psalmen Davids op maatzang gestelt heeft.
Hier leit, die stelde wijz’ den koninklijken woorde, / En Sion galmen deed, dat men ’t in Hollandt hoorde.’
Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647)

3

‘Op meester Joan Pietersen Sweling / Phoenix der Musijcke, en Orgelist van Amsterdam.
Dit ’s Swelings sterflijk deel, ten troost ons nagebleven, / ’t Onsterflijk hout de maat bij God in ’t eeuwig leven, / Daar streckt hij, meer dan hier kon vatten ons gehoor / Een goddelijcke galm in aller Englen oor.’
Joost van den Vondel (1587-1679), grafschift

4

‘…terwijl het overige deel van Europa in dat tijdvak op de verworven lauweren indommelde, of althans aan de verouderde geen nieuwe, frissche muzikale gedachten en vormen wist toe te voegen, schiep Sweelinck, éérst in zijn Orgelstukken den grondslag voor de moderne orgelkunst, dàn in zijn Psalmen den grondslag voor de zelfstandigheid der Mel­odie, als levensbeginsel, waar uit de toonkunst van Bach tot Beethoven ontsproten is.’
Jan Pieter Heije (1809-1876) in 1876

5

[An organist in the Albert Hall] was playing a ­remarkable piece of music (…) with a grip and culminating power worthy of Wagner, a freedom and breath almost worthy of Handel, and a harmonic treatment that would not have discredited Bach. (…) On purchasing a program, the visitor discovered that this powerful music was by one Jan Pieter Sweelinck, a contemporary of Shake­spear’s. Here was a revelation.’
George Bernard Shaw (1856-1950) in The Dramatic Review, 18 juli 1885

1

‘Op de avond van die dag lieten ze ons in de Oude Kerk de organist horen, een man van grote waarde die van de stad een goed salaris krijgt, dat nooit ingetrokken zal worden.’
Pietro Vito, secretaris van de Venetiaanse ambassadeur in Engeland Giorgio Giustiano, ca. 1608 (gepubl. 1909)

2

‘GRAFSCHRIFT van meester JAN PIETERSZOON ZWEELING, Orgelist der stadt Amsterdam, Die de Psalmen Davids op maatzang gestelt heeft.
Hier leit, die stelde wijz’ den koninklijken woorde, / En Sion galmen deed, dat men ’t in Hollandt hoorde.’
Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647)

3

‘Op meester Joan Pietersen Sweling / Phoenix der Musijcke, en Orgelist van Amsterdam.
Dit ’s Swelings sterflijk deel, ten troost ons nagebleven, / ’t Onsterflijk hout de maat bij God in ’t eeuwig leven, / Daar streckt hij, meer dan hier kon vatten ons gehoor / Een goddelijcke galm in aller Englen oor.’
Joost van den Vondel (1587-1679), grafschift

4

‘…terwijl het overige deel van Europa in dat tijdvak op de verworven lauweren indommelde, of althans aan de verouderde geen nieuwe, frissche muzikale gedachten en vormen wist toe te voegen, schiep Sweelinck, éérst in zijn Orgelstukken den grondslag voor de moderne orgelkunst, dàn in zijn Psalmen den grondslag voor de zelfstandigheid der Mel­odie, als levensbeginsel, waar uit de toonkunst van Bach tot Beethoven ontsproten is.’
Jan Pieter Heije (1809-1876) in 1876

5

[An organist in the Albert Hall] was playing a ­remarkable piece of music (…) with a grip and culminating power worthy of Wagner, a freedom and breath almost worthy of Handel, and a harmonic treatment that would not have discredited Bach. (…) On purchasing a program, the visitor discovered that this powerful music was by one Jan Pieter Sweelinck, a contemporary of Shake­spear’s. Here was a revelation.’
George Bernard Shaw (1856-1950) in The Dramatic Review, 18 juli 1885

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.