Wat is klankkleur?

klankkleur

Klankkleur, of timbre, is de karakteristieke eigenschap van een geluid waardoor het zich onderscheidt van een ander. Ieder muziekinstrument heeft een eigen klankkleur.

Wat is klankkleur?

Klankkleur is niet afhankelijk van andere kenmerken van een toon zoals hoogte, volume of lengte. De kleur van een klank maakt dat je stemmen kunt herkennen en verschillende muziekinstrumenten van elkaar kunt onderscheiden.

Een operaliefhebber haalt feilloos de tenor van Luciano Pavarotti uit een reeks opnamen, en een toon op een viool klinkt anders dan diezelfde toon op een piano. Ook het verschil in klank van een Stradivarius of van een beginnersviool is meestal goed hoorbaar. Het kan voor de klankkleur zelfs uitmaken welke musicus er op een instrument speelt. Klankkleur wordt vaak beschreven in termen als vol, warm of juist koel, metalig, rond, donker, helder, vlak of kaal.

Hoe ontstaat klankkleur?

Klankkleurverschillen ontstaan door de zogeheten boventonen die in elke toon aanwezig zijn. Een toon is opgebouwd uit een aantal afzonderlijke frequenties, gemeten in Hertz. De laagste frequentie, de grondtoon, bepaalt hoe hoog het oor een bepaalde toon hoort. De andere frequenties die meeklinken zijn boventonen, en die zijn meestal te berekenen door de frequentie van de grondtoon te vermenigvuldigen met een heel getal. Welk van deze 'extra' frequenties het sterkst hoorbaar zijn, bepaalt de klankkleur. Het geluid van een klarinet wordt bijvoorbeeld sterk beïnvloed door de derde en vijfde boventoon.

Vreemde klankkleur

Niet alle instrumenten produceren boventonen die een mooi rond veelvoud zijn van de grondtoon. Kerkklokken hebben – afhankelijk van de vorm – zelfs boventonen die dissonant zijn, waardoor het geluid in de wijde omgeving hoorbaar is.

Spectralisten zijn componisten die bij het schrijven van muziek niet alleen uitgaan van frequenties van 'normale tonen', maar ook van de frequenties van de boventonen van beoogde instrumenten. De bekendste spectralisten zijn Gérard Grisey, Tristan Murail en Claude Vivier.