Wat is een dissonant?

dissonant

Een dissonant is een wringende samenklank van twee of meer noten.

Wat is een dissonant?

Dissonant is de muziekterm voor twee of meer noten die samen niet prettig klinken, ze 'wringen'. Een dissonant is het tegenovergestelde van een consonant; een samenklank die juist heel goed in het gehoor ligt. Dissonanten zorgen voor spanning in de muziek: de samenklank moet ‘oplossen’ naar een consonant om die spanning weg te nemen. Welke samenklanken als consonant of dissonant worden ervaren hangt af van de muziekstijl, periode en cultuur.

Binnen de klassieke, tonale muziek is een dissonant een sturende samenklank – gevoelsmatig móét er iets veranderen in de muziek. Een consonant is juist een statische, 'niets aan de hand'-klank. Dissonant is iets heel anders dan vals: een valse noot is een verkeerd geïntoneerde noot, een noot die nét niet hoog of laag genoeg is.

Hoe heeft het onderscheid tussen dissonanten en consonanten zich ontwikkeld?

Dissonant en consonant zijn allebei afgeleid van het Latijnse ‘sonare’ (klinken); con- betekent samen en dis- het tegengestelde daarvan. Oftewel, een dissonant 'klinkt niet samen'. In het verleden is het gebruik van dissonanten in muziek dan ook met grote zorgvuldigheid behandeld. Leerlingen van de Griekse denker Pythagoras (ca. 572 v.Chr.) vonden bijvoorbeeld dat alleen volstrekt consonante samenklanken 'de ziel in evenwicht met de kosmos' zouden kunnen brengen.

Dit idee heeft tot ver in de Middeleeuwen invloed gehad. Een interval als de reine kwart werd destijds bijvoorbeeld nog als dissonant beschouwd. In de klassieke tonale muziek beschouwen we het octaaf, de terts, de kwart, de kwint en de sext als consonant, en de secunde, het septiem en alle overmatige en verminderde intervallen als dissonant.

De dissonant als trucje

De dissonant is in de afgelopen eeuwen veelvuldig ingezet als middel om een dramatisch woord of schrijnende tekstwending extra te benadrukken. Luister bijvoorbeeld naar het madrigaal Moro, lasso, al mio duolo ('ik sterf, vermoeid van verdriet') van de Renaissancecomponist Carlo Gesualdo (1566-1613), of naar de muziek van Johann Sebastian Bach. In navolging van Bach bediende ook Brahms zich van deze methode, bijvoorbeeld in het openingskoor van Ein deutsches Requiem als het woord ‘Leid’ ('lijden') opvallend wordt vergezeld door een verminderd akkoord.

Hoe dichter de eenentwintigste eeuw naderde, hoe meer de dissonant als klank gelijkwaardig werd aan de consonant. Een extreem voorbeeld is de atonale muziek, waarin de positie van een toon ten opzichte van een toonsoort geen rol meer speelt. Hierdoor verdwijnt het gevoel dat een dissonante samenklank 'opgelost' moet worden.