Wat is een vioolsleutel?

vioolsleutel

De viool- of G-sleutel is het teken aan het begin van de notenbalk dat bepaalt dat de noot door het tweede lijntje van onder als de toon g klinkt.

Wie gebruikt de G-sleutel?

De G-sleutel wordt gebruikt voor hoge instrumenten, zoals viool (vandaar de naam vioolsleutel), fluit, gitaar en hobo. Ook de hoge stemsoorten sopraan en alt gebruiken dit teken. Een tenor gebruikt eveneens de G-sleutel, maar zingt de noten een octaaf lager. Tot slot wordt de G-sleutel ook gebruikt voor de rechterhand van de piano.

afbeelding van een vioolsleutel

een vioolsleutel

Waar komt de G-sleutel vandaan?

Het teken voor de G-sleutel heeft zich ontwikkeld uit de letter G. De ‘buik’ van de G omcirkelt de tweede lijn waarop de toon g genoteerd is. In oude handschriften komen verschillende grafische varianten van de G-sleutel voor. Bach maakte niet altijd het staartje aan de onderkant. De G-sleutel van Mozart lijkt al precies op het moderne teken. In oude Franse muziek staat de G-sleutel soms een regel lager, dan is er sprake van een Franse vioolsleutel.

Om met vijf lijntjes een zo groot mogelijk bereik te kunnen noteren en zo efficiënt mogelijk met de ruimte op het papier om te kunnen gaan worden drie sleutels gebruikt:

  • de vioolsleutel of G-sleutel voor de hoogste stemmen en instrumenten
  • de C-sleutel voor de middenregisters
  • de bassleutel of F-sleutel voor de laagste stemmen en instrumenten