Wat is een countertenor?

countertenor

Een countertenor is een mannelijke zanger die zijn kopstem gebruikt om alt- of sopraanpartijen te kunnen zingen.

Wat is een countertenor?

Een countertenor zingt partijen die traditioneel vaak door vrouwen worden gezongen: de alt en soms zelfs de sopraan. Die partijen zijn geschreven voor de hoogste twee stemsoorten, die we ook alt en sopraan noemen.

Een countertenor heeft meestal van nature een van de twee laagste stemsoorten, een tenor- of een basstem dus. Maar als hij in zijn falsetstem zingt en een speciale techniek gebruikt kan hij ook de altpartij zingen. Sommige countertenoren zijn in hun kopstem zelfs sopraan!

Hoe zingt een countertenor?

De meeste mannen hebben een falsetstem. Dat is een gebruik van de stem waarbij je niet je hele stembanden gebruikt maar kleine delen ervan. Hierdoor resoneren de stembanden alleen ‘in het klein’. Een bekend voorbeeld van deze kopstem is de stem van Walt Disney’s Mickey Mouse.

Waarom een countertenor?

Waarom zou je al deze moeite doen terwijl vrouwen zonder speciale techniek diezelfde partijen voor hun rekening kunnen nemen? Daar zijn verschillende redenen voor. Zo is het geluid van een countertenor uniek, veel ijler en helderder dan de volle stem van een vrouwelijke alt.

Je kunt ook voor deze stem kiezen omdat hij bij het stuk past wat je wil uitvoeren. Zo bestaan er veel opera’s waarin de rol van een man vertolkt wordt door een alt- of een sopraanpartij. Deze werden in die tijd gezongen door castraten.

Deze zeer gevierde zangers waren als kind, voor de puberteit toesloeg, gecastreerd om hun knapenstem te behouden. Gelukkig is deze procedure tegenwoordig verboden.

Wat overblijft, zijn de hoge mannenpartijen. Tot aan de twintigste eeuw hadden dirigenten er een handje van deze rollen omlaag te transponeren zodat ze gezongen konden worden door bassen of tenoren. Tegenwoordig kunnen we deze partijen weer door mannen laten uitvoeren, door countertenoren welteverstaan.

Start / pauzeer slideshow

Hoe ontstond de countertenor?

De eerste keer dat deze zangstem zijn opmars maakte was in de zeventiende eeuw. De techniek kwam voort uit het verbod op vrouwenstemmen in de liturgie van de Kerk.

Om toch polyfonie uit te kunnen voeren zette de Kerk ook wel knapenkoren in, maar vaak werden de hoge partijen ook gezongen in de falsetstem. Een zanger van deze partijen heette toen nog geen countertenor, maar altus of falsettist.

Vanaf de zeventiende eeuw wint de castraat als stem in populariteit. In Italiaanse opera’s vertolken ze vaak de hoofdrol. In Frankrijk domineert de ‘haute-contre’, een soort hoge tenor.

Ondertussen schrijft Purcell in Engeland veel rollen voor wat hij noemt een ‘counter-tenor’, een soort hoge stem waarvan we nog steeds niet precies weten of het een hoge tenorstem of een lage altstem moet zijn.

In Engeland blijven ook binnen de kerk falsettisten populair. In de achttiende en negentiende eeuw verdwijnen ze buiten deze context langzaam uit het muziekleven.

In de twintigste eeuw maakt de countertenor een comeback: de Engelsman Alfred Deller maakt furore met zijn uitvoeringen van Oude Muziek uit de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw. Hij is ook de eerste falsettist die de titel countertenor voert.

Sindsdien is de Oude Muziek onherroepelijk verbonden met deze stemsoort, die vaak wordt ingezet door proponenten van de Historische Uitvoeringspraktijk, die tot doel heeft Oude Muziek zoveel mogelijk te laten klinken zoals de componist het bedoeld zou hebben.

De countertenor blijft een onverslaanbaar alternatief voor de castraat en de falsettist. Ook worden er nieuwe werken geschreven, speciaal voor countertenoren. Zo schreef Benjamin Britten de rol Oberon in zijn A Midsummer Night’s Dream speciaal voor Alfred Deller en componeerde Kaija Saariaho de opera Only the Sound Remains speciaal voor countertenor-superster Philippe Jaroussky.